Vrijdag 13 oktober 2017

VERLOREN IDENTITEIT IN HET ROOSENDAALSE STADSKANTOOR

Onlangs mocht ik als Roosendaals ingezetene een schrijven met hoge attentiewaarde van Team Publiekszaken ontvangen, waarin ik er op werd geattendeerd dat mijn identiteitskaart binnenkort zou verlopen, en wel per 9 november 2017. Omdat ik dit soort zaken nooit op zijn beloop laat, besloot ik het welgemeende advies ‘om op tijd een nieuw document aan te vragen’  op te volgen.

Zodoende meldde ik me op de prille ochtend van donderdag 5 oktober bij de balies om in het bezit te komen van het document dat mij op stel en sprong zou bevestigen als legitiem ingezetene van de gemeente Roosendaal. Voor een periode van tien jaar maar liefst deze keer. Je kunt dat natuurlijk positief opvatten, maar je kunt je tevens afvragen waarom het huidige document voor ongeveer hetzelfde bedrag maar vijf jaar geldig was.  Dat laatste gevoel overheerste bij mij. De identiteitskaart in zijn huidige vorm is natuurlijk een schaamteloze maar voor de gemeenten dankbare melkkoe, maar op dat soort momenten voel je je toch wel heel bewust het slachtoffer van gelegitimeerde diefstal.  Maar goed, het zij zo, dat is landelijk beleid, waar alle gemeenten zich graag achter willen verschuilen.

Toen ik eenmaal aan de beurt het doel van mijn komst bekendmaakte en de huidige identiteitskaart met actuele pasfoto overhandigde aan de baliemedewerkster van dienst, had dat een driftige activiteit op de gemeentelijke computer tot gevolg. Daar rolde enkele seconden later een voor mij onheilspellende boodschap uit. ‘U hebt nog een paspoort in uw bezit dat in 2014 is verlopen’. ‘Na ook slechts vijf jaar geldigheidsduur’, lijdde ik in stilte. ‘Dat moet u eerst inleveren’, klonk het bits. ‘Nou, dat neem ik dan wel mee als ik het nieuwe identiteitsbewijs kom afhalen’, probeerde ik nog. ‘Niets daarvan. Dat moet u eerst inleveren, anders kan ik geen nieuw document voor u aanvragen’. Met een gebaar dat geen enkele tegenspraak duldde, duwde miss Bits mijn plotseling zo iel lijkende pasfotootje terug in mijn richting. Een ander pasfotootje waarop ik met wilde haren prijk had in haar ogen zonder enige toelichting al geen genade kunnen vinden. Wat miss Bits betreft, was de discussie gesloten. Mijn laatste redmiddel –wijzen op de regen die met bakken uit hemel kwam-  veroorzaakte zelfs geen rimpeltje in haar verdedigingswal, die duidelijk geen ruimte liet voor zelfs maar het geringste flintertje empathie. Stel dat ik mijn verlopen paspoort inmiddels was kwijtgeraakt, in welke bureaucratische papiermolen ik dan verzeild zou zijn geraakt, kunt u in het hieronder afgedrukte relaas lezen.

Mijn levenservaring heeft mij inmiddels geleerd dat het zinloos is om met een ambtenaar van de publiekssector in discussie te gaan. Die eindigen altijd met een verwijzing naar de regeltjes, er zat dus niets anders op dan onder de gesel van het overvloedige regenwater de gang naar Canossa, in mijn geval de Marktstede, te maken. Thuisgekomen bekeek ik mijn oude paspoort, dat drie jaar geleden zijn rechtsgeldigheid had verloren, nog eens met nostalgische blik, in de wetenschap dat we binnen enkele minuten van elkaar zouden gaan scheiden en dat dit nietige documentje vanaf dat moment was overgeleverd aan de gemeentelijke genade. Het lot bepaalde dat mijn nieuwe volgnummer me wederom in contact bracht met Miss Bits. ‘Zo, gevonden’, klonk het met een wat sarcastische ondertoon. Omdat je het als publicist en chroniqueur nu eenmaal moet hebben van menselijke reacties, zelfs in dit vrij hopeloze geval, besloot ik het over een geheel andere boeg te gooien. Waar God mij zojuist nog binnenmonds kon horen vloeken, gedroeg ik me nu ineens poeslief. Ogenschijnlijk had dit geen effect. ‘Wilt u hier nog even tekenen’, en dan kunt u zich vervoegen bij de kassa om het bedrag (50,65 euro) te betalen. Als u volgende week het nieuwe pasje komt afhalen, moet u de oude inleveren’.  En zowaar, ze voorspelde me nog een prettige dag. In de paar seconden die ik voor de groet ten antwoord had, legde ik al mijn acteertalent om haar een uiterst genoeglijke voortzetting van deze zo voorspoedig begonnen 5e oktober te wensen.  Voor ik me bij de kassa meldde, zocht ik eerst tevergeefs naar mijn zeiknatte paraplu, die ik slechts enkele minuten onbeheerd had achtergelaten bij de wachtstoeltjes. De juffrouw van de kassa had niets onoorbaars opgemerkt en nam mijn biljet van vijftig euro zonder veel plichtplegingen in ontvangst. De figuurlijke diefstal in het Stadskantoor leek een fysieke navolger te hebben gekregen. Vertwijfeld wierp ik een blik door de dikke, beslagen ruit van het Stadskantoor. Pluvius had zijn driften nog steeds niet getemperd. Ik hield er dus ernstig rekening mee dat ik de korte wandeling naar mijn woning aan de andere zijde van het Emile van Loonpark niet geheel vrij van regenwater zou overbruggen. Maar gelukkig, op weg naar de uitgang lachte het zwarte dundoek mij bij de centrale balie tegemoet. Daar vond ik ook wat ik al de hele ochtend moest ontberen bij Publiekszaken: een stralende glimlach, in werking gezet door een charmante jongedame in uniform. ‘Wie heeft deze hier neergelegd?’, informeerde ik opgelucht. ‘Ik heb er eigenlijk niet zo goed opgelet. Dat zal een collega wel gedaan hebben, maar ja, u kunt gelukkig droog oversteken’, lachte ze haar tanden nog bloter. ‘Waarom wordt deze vrouw niet ingezet bij Publiekszaken?’, aldus mijn niet uitgesproken vraag.  Gevolgd door: zou het dan niet bij die collega zijn opgekomen dat je eerst bij de aanwezigen moet informeren of die paraplu wellicht van een van hen is? Zo snel hoeft een ambtenaar nu ook weer niet te zijn. Ook hier liet ik het maar bij de gedachte.  Reeds in het Emile van Loonpark begon het zojuist ondervonden rekensommetje te knagen.  De oude kaart is geldig tot 9 november. De nieuwe is aangevraagd op 5 oktober. Dan ben ik heel benieuwd welke periode het nieuwe pasje precies bestrijkt. Van 5 oktober 2017 tot en met 5 oktober 2027?  In dat geval schiet ik er ruim een maand bij in. Of van 5 oktober tot en met 9 november 2027, zoals gerechtvaardigd zou zijn, maar wat rechtvaardig is loopt helaas lang niet altijd parallel met de ambtelijke logica. Ik vreesde dus het ergste voor de 12e oktober, de dag dat ik verenigd zou worden met mijn nieuwe document. ‘Zal ik in het ongunstige geval nu eens wel een scene maken en op hoge poten naar de burgemeester vragen, of zou ik me toch maar laten leiden door het beginsel dat je nooit met een ambtenaar in discussie moet gaan?, ’zo vroeg ik me onder het genot van een kopje thee op de dag des oordeels                        
af.  Het was zowaar een prachtige dag, het zonnige humeur van Pluvius temperde al ras mijn neiging tot opgeklopt hulkgedrag ten tonele van Publiekszaken. 'Gisteren genoten van het optreden van The Dublin Legends in het warme bad van De Maagd in Bergen op Zoom en vanavond naar die ongetwijfeld kostelijke voorstelling van de formatie Spijkers in De Kring, morgenavond naar de uitreiking van de Cultuurprijs waar wellicht mijn eveneens graag mopperende vriend en oud-collega Aad Meijer wel in de prijzen valt. Een nieuw boek op komst, nog veel meer leuke voorstellingen in het verschiet, de verkiezingscampagne die binnenkort weer los gaat branden, waardoor ik wethouder Cees Lok eindelijk eens kan dwingen om inhoudelijke antwoorden te geven op prangende vragen. Kom Pleij, tel je zegeningen eens een keer’, gaf ik mezelf wederom binnenmonds een stevige reprimande. Zou ik nog tot enige agressie geneigd zijn, dan was dat geheel op slag verdwenen bij de aanblik van de dame aan wiens balie ik me deze keer mocht vervoegen bij Publiekszaken.  ‘Zo, kaartje afhalen?’.  Het volgnummer verwees daar al naar, maar juist daarom stelde ik dit gebaar van menselijk contact des te meer op prijs. Haar glimlach was zo ontwapenend dat ik in een ondoordachte flits naar een blijk van troost hengelde. ‘Deze is tien jaar geldig toch?’, informeerde ik naar de bekende weg. Ze knikte bevestigend. ‘Dan is de kans dus niet denkbeeldig dat dit mijn laatste identiteitskaart wordt’, sprak ik met de ingetogenheid van een misdienaar. ‘Ach kom zeg’, schoot ze in de lach, ‘je bent een jonge vent, je gaat heus nog wel wat langer mee’. Dat wilde ik maar even horen!  Een vrouw die onverwacht tutoyeert klinkt ineens nog zoveel vriendelijker.  Dat op mijn nieuwe portemonnee-metgezel inderdaad de gevreesde nadelige periode van 5 oktober 2017 – 5 oktober 2027 was afgedrukt en ik er dus ruim een maand identificatie bij inschiet, kon mij op dat moment niet deren. Dat ongenoegen zou ik een dag later wel schriftelijk afreageren op Burgemeester en Wethouders. Die zijn dat immers al zo lang gewend!  Maar reeds bij het verlaten van het Stadskantoor begon die brief al silhouet te krijgen. ‘Mooi is dat, volg je eens een keer een advies van de gemeente op om er vooral tijdig bij te zijn, dan word je op zo’n manier gestraft voor je goede burgerschap. Nou is een maand verloren identiteit natuurlijk maar peanuts op een bedrag van 50 euro, maar ik neem aan dat lang niet iedereen op de voor hem meest voordelige dag de gang naar  Publiekszaken maakt, vaak is dat in verband met werk niet eens mogelijk. Al die verloren identiteitsdagen moeten gemeenten  bij elkaar toch een aardig gevuld potje opleveren. Wat gebeurt daarmee?’, was de politicus en publicist Pleij reeds weer in mij gevaren.  Ik nam voorts het kloeke besluit om de film ‘The Bourne Identity’ met Matt Damon in de hoofdrol van harte aan te bevelen als speciale filmvoorstelling voor het ambtenarenapparaat.      

Onderstaand het letterlijke relaas van een onfortuinlijke lotgenoot uit Raamsdonk dat ik u niet wil onthouden. De daarin gerezen vragen kan en wil het Roosendaalse College misschien ook wel beantwoorden.

Omdat zowel mijn paspoort als ID zijn verlopen en ik binnenkort naar het buitenland ga moet ik 1 van die 2 verlengen. Ik ben dus vandaag naar het gemeentehuis geweest om mijn ID te verlengen, mevrouw achter de balie vroeg waar mijn oude was, nu dat ding al meer dan 3 jaar verlopen is heb ik echt geen flauw idee. Ze zei dat ik langs de politie moest voor een proces verbaal.

Nu dacht ik slim te wezen: Ik haalde thuis mijn verlopen paspoort op om die dan maar te verlengen. Ik na lang wachten weer bij dezelfde mevrouw. Ik: nou dan wil ik mijn paspoort verlengen hier heb je mijn oude. Waar is je proces verbaal vroeg ze? Ik: Ik wil toch mijn paspoort verlengen niet mijn ID. Zij: Je hebt een proces verbaal nodig, heb ik je toch echt nodig heb ik je testraks helemaal uitgelegd 
Ze kwam me niet helemaal vriendelijk over (zowel mijn 1e bezoek als 2e), dus ik ben wijs geweest en ben het gemeentehuis uitgelopen zonder dat ik haar verder ondervraagd heb. Dus ik nu maar even langs het politiebureau gegaan voor een proces verbaal zodat ik morgen weer terug kan naar het gemeentehuis.  Maar ik snap nog steeds niet:
Waarom ik zowel mijn verlopen paspoort als ID moet hebben om 1 van die 2 te verlengen? Is dit omdat ik bij mijn eerste bezoek al heb aangegeven dat ik mijn ID kwijt ben? of is dat altijd als je een legitimatiebewijs gaat verlengen?