Vrijdag 12 januari 2018

AARDIG INKIJKJE IN HET OPINIE-BELEID VAN TROUW

Ombudsman Adri Vermaat geeft in zijn rubriek van 12 januari een aardig inkijkje in de criteria die dagblad Trouw hanteert voor het al dan niet plaatsen van ingezonden brieven en opiniestukken. Zo stelt hij naar aanleiding van de ‘Palestijns-Israëlische kwestie’ dat ‘de verbeten toon die regelmatig in reacties naar de krant doorklinkt’ die gewenste plaatsing bij voorbaat uitsluit. Het gaat hier volgens Vermaat om een toon die ieder debat bij voorbaat zinloos maakt. In deze reacties valt vaak het woord ‘schande’ in de richting van de krant die dit toch allemaal maar durft te publiceren. Vermaat citeert ook nog de chef van de redactie Opinie. ‘In alle redelijkheid willen we over ieder onderwerp de discussie aangaan. Dat betekent communiceren, niet dreigen’. 
Vermaat en de niet bij  naam genoemde chef zien hier toch iets belangrijks over het hoofd.   Tot de komst van de ‘sociale media’  waren  deze rubrieken voor de lezers de enige mogelijkheid om hun hart te luchten over onderwerpen die hen kennelijk zwaar op het hart drukken. Hoewel de impact van Facebook en Twitter niet onderschat mag worden, hechten velen nog steeds grote waarde aan de geprinte platforms.  Met het roepen van ‘schande’ schiet je inderdaad weinig op, maar nadat de lezer dit kwijt is, volgt meestal wel een uiteenzetting van zijn voor- of tegen argumenten, zonder dat daarbij sprake is van dreigen.  Wat veel lezers voorts ergert is de arrogante wijze waarop de chef Opinie bijdragen van de lezers naar de prullenbak verwijst. Van argumentatie is daarbij zelden sprake.  Wilfried de Jong kreeg van alle kanten veren in zijn achterste gestoken naar aanleiding van het interview dat hij koning Willem-Alexander mocht afnemen.  Ik behoorde niet tot dat koor der kritieklozen, maar was slechts een roepende in de woestijn toen ik me publiekelijk afvroeg waarom de Jong niet die meest wezenlijke vraag durfde te stellen: ‘Waarom weigert u zo hardnekkig  DNA af te staan, waarmee onomstotelijk bewezen kan worden dat u echt een bloedverwant bent van koning Willem I, wat volgens de grondwet een absolute voorwaarde is om de troon te mogen bestijgen?’ Voor hem heeft moeder Beatrix dat ook altijd geweigerd, wat het vermoeden bevestigt dat de Oranjes, of wat er nu nog voor door moet gaan, iets te verzwijgen hebben.  Diverse historici zijn van mening dat koning Willem III niet de echte vader kan zijn van Wilhelmina, een gegeven waar ook mijn nog niet opgevoerde toneelstuk ‘Koning Willem III en het verdwenen kistje van kroonprins Alexander’  op gebaseerd is.  Niet Willem III maar zijn toenmalige, particulier secretaris S.M.S. De Ranitz zou letterlijk aan de wieg van Wilhelmina hebben gestaan. De oude koning zou door een combinatie van geslachtsziekten, leidend tot impotentie, niet in staat zijn geweest om na de drie vroeg gestorven prinsen nog nageslacht te produceren.  Door Willem-Alexanders weigering om zich aan een grondig onderzoek te onderwerpen blijft wat ‘De Koningskwestie’ is gaan heten onnodig voortbestaan. Natuurlijk begrijp ik wel waarom De Jong deze vraag niet gesteld heeft. De RVD had in dat geval onmiddellijk ingegrepen en de Jong met zijn cameracrew beladen met pek en veren Wassenaar uitgejaagd hebben.  De Jong had dan tenminste zijn integriteit behouden, nu is hij niets minder dan de zoveelste lakei van de Oranjes.  Als mijn betoog het journalistieke debat, waar Vermaat zo aan hecht, niet bevorderd zou hebben , dan weet ik het niet meer. Toch deed de chef Opinie’ vanuit haar Ivoren Torentje deze verhelderende bijdrage af met een standaardafwijsbriefje. Misschien dat Vermaat de chef Opinie weer eens maar nu een stuk kritischer aan de tand kan voelen over haar wijze van handelen. 
Toch wel triest dat deze uiteenzetting van Vermaat samenviel met een ingezonden artikel van Kees van Helden, directeur Schreeuw om Leven, organisator Mars voor het Leven,  waarin deze onder het kopje ‘Naastenliefde’ de ruimte wordt geboden om schaamteloos reclame te maken voor al het ‘nobele- en belangeloze  werk’ dat zijn eigen stichting voor al die geveinsde wanhopige a.s. moeders verricht. Natuurlijk heeft ook Van Helden het recht om zijn mening te uiten, maar door deze verpakking riekt het naar onvervalste propaganda voor zijn eigen instellingen. In deze vorm had het artikel nooit door de selectie mogen komen. Het heeft er dus alle schijn van dat de chef Opinie kritische artikelen over de monarchie door een sterk gekleurde Oranjebril bekijkt, en haar redactiedeur wagenwijd opent voor pleidooien die het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw ter discussie stellen.  Op deze selectieve selectie past maar een woord, inderdaad  ‘schande’.