Zaterdag 13 oktober 2018

KORTADEMIGHEID WAARSCHIJNLIJK VEROORZAAKT DOOR HARTKLEPZIEKTE

Ma kampt al enkele dagen met kortademigheid. De meest waarschijnlijke oorzaak: hartklepstenose, oftewel vernauwing aan de aortaklep.  Hoewel dit fysieke mankement een op de acht 75-plussers het leven zuur maakt, schijnt slechts drie procent van de zestigplussers te weten wat deze term  betekent. Dit gebrek aan kennis baart hartchirurg dr. Brandon Bravo Bruinsma ernstig zorgen. 
‘Wanneer klachten als kortademigheid, pijn op de borst en duizeligheid optreden, is er vaak al sprake van een sterke vernauwing van de hartklep’, laat hij in Max-Magazine (het enige tv-blad waar ouderen echt mee gediend zijn, en zij niet alleen) weten. Bruinsma acht het letterlijk van levenslang dat dit euvel behandeld wordt middels het inbrengen van een nieuwe hartklep. In het voortraject ziet hij een duidelijke rol weggelegd voor de huisarts. ‘Een hartklepvernauwing is door de huisarts vrij eenvoudig vast te stellen met een stethoscoop’.  Bruinsma weet te vertellen dat de Nederlandse huisarts dit instrument slechts bij twintig procent van de consulten gebruikt. Onze medische stand legt het op dit onderdeel dan ook ruim af tegen Belgie en Frankrijk, waar respectievelijk 65 en 79 procent van de huisartsen de stethoscoop hanteert. ‘Dit instrument moet vaker worden ingezet bij ouderen om ervoor te zorgen dat de ziekte op tijd wordt ontdekt’.  
Maar wat zijn nu precies de kenmerken van aortaklepstenose? De hartklep gaat niet helemaal goed open met als gevolg dat het bloed minder gemakkelijk van de linkerhartkamer naar de aorta stroomt.
De aortaklep bevindt zich in de linkerhartkamer, tussen de linkerkamer en de aorta. Als de linkerkamer samentrekt, staat de aortaklep open. Het bloed stroomt dan via de aortaklep het lichaam in. Bij aortaklepstenose moet de linkerkamer het bloed door een vernauwde klep het lichaam inpompen. Dit kost meer kracht. De hartspier wordt na verloop van tijd dikker en stijver. De pompkracht neemt af. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen en hartfalen.  Als de aortaklepstenose niet heel ernstig is, zijn er meestal weinig klachten. Als de aandoening ernstiger is, kan dit pijn op de borst veroorzaken tijdens inspanning. Kortademigheid en vermoeidheid zijn ook klachten die veel voorkomen. Flauwvallen minder, maar er moet wel terdege rekening mee worden gehouden.

Wanneer ik deze kennis deel met Ma, die als nawee van een ingrijpende operatie tien jaar geleden kampt met een lekkende hartklep, kijkt ze me wat meewarig aan. ‘Alles goed en wel, maar ik laat toch niet meer aan me sleutelen. Bovendien kom ik met mijn negentig jaar toch niet meer in aanmerking voor welke operatie dan ook. Geen arts zal daar zijn handen aan willen branden. Nee hoor, ik zit mijn tijd wel uit’.

Dat lijkt mij in haar positie ook de meest logische optie. Ook al was het dat niet, dan nog moet ik Ma’s besluit uiteraard respecteren. Maar wat zijn de mogelijkheden als de patient wel tot een operatie besluit? Zie onderstaande opsomming, ook terug te vinden op de website van de Hartstichting. Helaas is hier niets terug te vinden over een eventuele leeftijdsgrens.  

Ballondilatatie: de klep wordt opgerekt met een ballonnetje. Dit gebeurt met een katheter tijdens een operatie via de lies.
Hartklepoperatie: de hartchirurg snijdt vastzittende klepbladen los of verwijdert weefsel onder of boven de klep. Vaak blijft een kleine vernauwing over. Het weghalen van weefsel veroorzaakt meestal een kleine lekkage aan de klep.
De klep vervangen door een kunstklep of een biologische klep (donorklep). De arts zal bij een operatie op volwassen leeftijd eerder voor deze mogelijkheid kiezen.


Vrijdag 12 oktober 2018

EERSTE RAADSZETEL BEHOORT NAAR DE LIJSTTREKKER TE GAAN

Wat zich op de dag na de gemeenteraadsverkiezingen al voorspellen liet, is nu realiteit geworden.  BN/DeStem meldde het, dus het moet haast wel waar zijn.  De politieke partij de Nieuwe Democraten is in Roosendaal op sterven na dood. De enige die nog actief voor de partij schijnt te zijn, is het zittende raadslid Selda Bozkurt. Volgens BN/DeStem heeft zij bevestigd dat iedereen uit de partij is weggelopen. Slechts met steun van de griffie, raadslid Aydin Akkaya uit Bergen op Zoom en ?????? de Roosendaalse oud-wethouder Leo de Jaeger weet ze het politieke hoofd nog boven water te houden.
De Nieuwe Democraten kregen van het kiezersvolk twee enorme kaakslagen toegediend. De eerste domper was de teruggang van twee naar een zetel. Toen de zetels een voor een geteld waren, kwam aan het licht dat lijsttrekker Ton Schijvenaars het met een stem verschil moest afleggen tegen de politiek onervaren en relatief onbekende Selda Bozkurt. Als jonge ondernemer wist Selda mij een tijd geleden te inspireren tot het schrijven van een aantal klinkende advertorials over haar kapperszaak voor het weekblad Roosendaals Nieuws.  Van politiek aspiraties bij Selda is mij toen niets gebleken. Haar naam was me ook niet opgevallen op de kandidatenlijst van de ND, deze uitslag kwam voor mij dan ook als een volslagen verrassing. De ND is het slachtoffer geworden van een enorme omissie in het Kiesrecht met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen mocht VVD-enfant terrible Rita Verdonk dan wel beduidend meer voorkeursstemmen hebben gehaald dan huidig premier Rutte, als lijsttrekker was Mark hoe dan ook de eerste gegadigde om op het pluche plaats te nemen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen is dat merkwaardig genoeg heel anders geregeld.  Zelfs wanneer een partij slechts één zetel heeft behaald, is de lijsttrekker zijn positie niet zeker. De kiezers draaiden Schijvenaars een enorme loer door massaal (wellicht als motie van wantrouwen aan zijn adres) voor een andere kandidaat te kiezen. Selda had kunnen besluiten die zetel niet in te nemen ten gunste van Schijvenaars, maar tot ergernis van een groot deel van de achterban besloot ze anders, wat natuurlijk haar volstrekt recht was. Hoewel de praktijk wel eens anders uitwijst, moet je er als kiezer van uit kunnen gaan dat de samenstelling van de kandidatenlijst zorgvuldig is verlopen.
Bestuur en commissie kunnen de geschiktheid van een kandidaat veel beter beoordelen dan de gemiddelde kiezer. Dat is mijn grote aversie tegen het systeem van voorkeursstemmen. Lang niet altijd wordt een kandidaat beoordeeld op zijn politieke talent en ervaring, wat vaak niet eens van toepassing is, maar op zoiets onrechtmatigs als zijn mooie, blauwe ogen. Raadsleden die zich afscheiden van hun oorspronkelijke politieke fractie en op eigen titel verder gaan, wijzen nogal eens op de vele voorkeursstemmen die ze in de wacht hebben gesleept, waardoor deze stap gelegitimeerd zou zijn. Je weet natuurlijk nooit of de kiezers ook zonder de lotsverbondenheid met de partij op deze kandidaat zou hebben gestemd. Daarom is zo’n overstap moreel nooit te rechtvaardigen. De achterban van de ND zit nu opgescheept met een raadslid dat gezien de berichten door vrijwel niemand wordt gepruimd, en het kan niet anders of Selda moet zich doodongelukkig voelen in deze positie. Ondanks de ongetwijfeld nuttige adviezen van Leo de Jaeger is het nauwelijks denkbaar dat ze in de gemeenteraad iets voor elkaar weet te krijgen.
Eenlingen worden zelden gehoord in het Raadhuis. Daarbuiten overigens ook niet. Dat belooft dus een lange lijdensweg te worden tot 2022. Natuurlijk kan ze zich aansluiten bij een andere fractie, maar dat is niet bepaald overeenkomstig de gewenste politieke zuiverheid binnen de gemeenteraad. Opstappen lijkt gezien Schijvenaars wankele gezondheid ook al geen optie. Bovendien heeft hij aangegeven zich nergens meer mee te willen bemoeien. Als het systeem van voorkeursstemmen ten tijde van de gemeenteraadsverkiezingen al was geschrapt, had Schijvenaars indachtig de wens van zijn partij de hem toekomende raadszetel kunnen innemen, en had hij op termijn plaats kunnen maken voor de nummer twee op de lijst. Daar zou geen haan naar gekraaid hebben.  Partijbestuur blij, achterban tevreden. Het Kiesrecht mag nooit toestaan dat de kiezer een loopje neemt met de partij van zijn keuze, ik zal de minister daar namens de PVC ook op wijzen, en daarom dient de eerste raadszetel onder alle omstandigheden naar de nummer 1 op de lijst te gaan. De kiezer moet onder sommige omstandigheden tegen zichzelf in bescherming worden genomen, want met een onwerkbare politieke situatie is hij natuurlijk ook allerminst gediend. Het Kiesrecht dient daar snel in te voorzien, want nu staat de deur van de gemeenteraad voor een ‘rariteitenkabinet’ (waar ik de door mij hooggewaardeerde Selda uiteraard niet onder schaar) wagenwijd open. En dat gat dient snel gedicht te worden. 


Donderdag 11 oktober 2018

WIJNANT ZAL NIET ENTHOUSIAST ZIJN OVER COLUMN SITALSING

Een ieder die wel eens een proefabonnementje heeft genomen op een van de kranten van De Persgroep wordt nadien te pas en vooral te onpas en bovendien langdurig gestalkt door Gijs Wijnant. Voor de enkele krantenlezer die Gijs nog niet kent, wat me schier onmogelijk lijkt, Gijs is manager klantenservice bij deze Belgische krantenmagnaat. Gijs neemt zijn taak wel heel serieus, want wie eenmaal heeft toegehapt komt nooit meer van hem af. Lang voordat het proefabonnementje is afgelopen, brengt Gijs zijn hele verkoopapparaat in stelling om de proefabonnee langdurig aan zijn broodheer te verbinden middels een vast maar ‘uitermate voordelig’ abonnement .  Dat begint meestal met een telefoontje van een uiterst charmante callcenter-dame die overduidelijk van een papiertje voorleest dat de proefabonnee bedankt is, om in een adem te vervolgen  dat hij de …..krant ‘een tijdje met ons heeft meegelezen’ en dat ze nu heel benieuwd is naar de leeservaring van het proefkonijn. Want ze mag me namelijk zoals gesteld een extra fantastische aanbieding doen die zijn weerga niet kent. 
Hoe lief ook, de dames zijn allemaal zeer geharnast, want meestal wordt de haak er snel opgegooid, waarna ze weer ogenschijnlijk goed gemutst op zoek gaan naar een volgend slachtoffer. Op mijn leeftijd (61 jaar) ben je als man al blij met iedere vorm van vrouwelijke aandacht, dus ik beschouw zo’n onverwacht telefoontje als een verfrissende onderbreking van mijn dagelijkse redactionele beslommeringen. Vastberaden om niet om het even welk aanbod in te gaan, maar gedurende het babbeltje geef ik haar constant het gevoel dat ze bijna beet heeft.  Bovendien geeft het mij de gelegenheid om eens flink mijn gal te spuien over de Persgroepkranten. Als het ons regionale sufferdje BN/DeStem betreft, laat ik haar met een stem van ‘ik ben niet boos, maar wel verdrietig ‘ weten dat ik er niet over pieker om abonnee te worden van een krant, onder een hoofdredacteur met wie geen elke vorm van communicatie mogelijk is gebleken. ‘Daarnaast is het redactioneel nog steeds ver onder de maat’, voeg ik er dan doorgaans nog aan toe. Verwarring aan de andere kant van de lijn. Die reactie staat overduidelijk niet in haar instructieboekje. ‘Oh, wat spijtig om te horen,  en wat jammer voor u, maar daar ga ik helaas niet over’.  Dat laatste was mij natuurlijk al lang bekend. ‘Zodra jullie een sociaal-vaardige hoofdredacteur hebben benoemd, met alle benodigde communicatieve eigenschappen, mag je me opnieuw bellen’, probeer ik haar wat moed in te spreken. De ondeugd in mij kan het meestal niet laten om bij het afscheid nog even te zeggen:  ‘Voor zolang dit krantje nog bestaat. Het redactionele gedeelte is nu al 85 procent AD. Het zal toch wel een kwestie van tijd zijn eer deze regionale afsplitsing geheel opgaat in het grote, alles overkoepelende moederblad’. Het callcenter-meisje onderneemt met een diepe zucht nog een mismoedige poging om mij op mijn rechten te wijzen, maar zoveel automatisme kunnen mijn oren nu ook weer niet verdragen.  Gijs laat zich door deze eerste tegenvaller niet uit het veld slaan. Integendeel zelfs. Als het laatste krantje van het proefabonnementje eenmaal in de bus is gevallen, wordt de geachte tijdelijke ‘meelezer’  bestookt met brieven en mailtjes. Ze missen me nu al als abonnee, luidt de trieste boodschap, maar dat is met enkele drukken op de computerknop gemakkelijk recht te zetten. En natuurlijk wordt de aanbieding steeds voordeliger. Soms heb ik medelijden met Gijs. Al dat gebedel moet zelfs een rasoptimist toch wel eens ten moede worden.
Dat redactie en verkoop bij de kranten totaal gescheiden werelden zijn, is geen geheim. De gemiddelde verslaggever heeft totaal geen boodschap aan het lezersvolk en mailtjes uit deze hoek worden dan ook maar zelden beantwoord door de achtenswaardige redacteur/auteur. Nietwaar Sylvia Witteman?  Die hooghartige instelling wordt deze week nog eens extra geaccentueerd door Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing.  Onder de noemer ‘Heldin’ steekt (en niet blaast, fout, fout, fout) ze in de krant van 10 oktober de loftrompet over de CDA-kroonprinses Mona Keijzer. Dit van alle kanten bewierookte toetje heeft volgens Sitalsing meer gedaan voor de rust en vree in dit land dan zeven Sybranden Buma bij elkaar. Zij- Mona dus-  gaat de nekslag toebrengen aan een van de meest woest makende en agressie opwekkende verschijnselen van het moderne kapitalisme: de bellende telemarketeer. ‘Belikongelegen? Ja. Mag ik morgen terugbellen? Nee. En dan toch terugbellen. Als een moderne zendeling bestookt hij (bij mij is het altijd een zij) je met temerige praatjes over een ‘prachtig aanbod’ voor goedkope energie, een abonnement op iets waar je eindelijk net vanaf was of een gratis pensioencheck’, komt het hittepetitje in Sitalsing weer eens boven drijven. Als Keijzers voorstel het haalt in De Tweede Kamer mogen telemarketeers pas bellen of sms’en (mailen zal daar ook wel onder vallen) wanneer het slachtoffer daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Hoe? Door ergens simpelweg een vinkje te zetten. Tot genoegen van Sitalsing meldde de baas van een callcenter in het NOS-Journaal  dat ‘als je niet meer kunt bellen, je geen boterham meer kunt verdienen’.  Met als gevolg dat er veel banen in deze sector zullen verdwijnen, want natuurlijk zal niemand zo’n vinkje vrijwillig zetten. Of er moet wellicht een geweldig aanbod tegenover staan, wat weer een hele nieuwe, ongewenste carrousel op gang brengt.  Sitalsing heeft geen boodschap aan deze ‘energieboeren, tankpaslullo’s  en boekhoudpakketuitbaters’, met een welgemeend ‘Dank u wel, Mona Keijzer’. Ik vraag me af of ze zich wel realiseert dat haar broodheer De Persgroep een van de grootste vervuilers is op dit gebied. Gijs Wijnant zal dan ook niet bepaald ‘amused’ geweest zijn toen hij dit stukje onder ogen kreeg.  Van je collega’s, ook al behoren ze tot gescheiden werelden, moet je het maar hebben!  Een ‘Gijs-moet-blijven-actie’ is me wat te gortig, maar het journaille moet zich natuurlijk wel realiseren dat elders het geld wordt verdiend dat hen in het zadel houdt.    


Woensdag 10 oktober 2018

WAT TE DOEN BIJ ONACCEPTABEL GEDRAG VAN DEMENTERENDE?

Ma tikte onlangs de vier maanden grens van haar verblijf in Huize Elisabeth aan. In al die tijd heb  ik nog geen verontrustende situatie met betrekking tot haar veiligheid mogen ervaren. Een keer ben ik zelf bijna van de sokken gereden door een medewerkster die in volle vaart een met handdoeken volgeladen hoge kar in de gang aanduwde zonder acht te slaan op het eventuele tegemoetkomend verkeer. Mevrouw zag gelukkig direct haar fout in, en beloofde zonder enige aansporing haar rijgedrag met onmiddellijke ingang te onthaasten en een betere zichtpositie in te nemen. Maar in de huiskamer van Ma is het vrijwel altijd pais en vree. Het is me soms wel wat te stil.
Dat menig bewoner langdurig in de slaapstand verkeert, wordt mogelijk veroorzaakt door te weinig prikkels van buitenaf. Om die reden heb ik directie en activiteitencommisie gesuggereerd om de restaurantruimte een aantal keren per week om te toveren in een bioscoopzaal, waar de bewoners filmvertoningen kunnen bijwonen van natuurdocumentaires en concertregistraties van pakweg Frans Bauer en Andre Hazes. Dat kan natuurlijk ook via de DVD-installatie in de huiskamer, maar ik heb al lang gemerkt dat dit medium doorgaans niet doordringt tot de doelgroep.
Dat het er lang niet overal zo vredig aan toe gaat als in Huize Elisabeth leert een artikel onder de kop ‘Belaagd door de demente buurman’ in De Volkskrant van woensdag 10 oktober. Aan de hand van het relaas van de 75-jarige Riet die op de gesloten afdeling in een verpleeghuis van zorgorganisatie Sutfene in Warnsveld volgens haar bezorgde echtgenoot is aangerand door een medebewoner, wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de orde gesteld. In het dossier van de belaagde Riet is slechts opgetekend: Vanmorgen is er een medebewoner bij mevrouw in bed aangetroffen. Zij zou hiervan geen hinder hebben ondervonden’. De 84-jarige man, die twee deuren verder aan de gang woont, is nadien naar zijn kamer gebracht. Volgens echtgenoot Otto van Tussenbroek (73) was er wel wat meer aan de hand. Hij citeert de verklaring van de dienstdoende verzorgende in de Melding Incidenten Cliënten (MIC): Meneer was boven het bedhek heengeklommen, had zijn broek uit en zat bovenop haar. Mevrouw kon zich niet verweren’. Natuurlijk is het merkwaardig dat dossier en MIC zo van elkaar kunnen verschillen, Otto van Tussenbroek maakt zich in eerste instantie logischerwijs zorgen over zijn vrouw. ‘Deze boom van een kerel heeft mijn vrouw aangerand. Riet kan niet lopen en niet meer praten. Ze zit helemaal opgesloten in haar lichaam. Ze is alerter, ze lacht minder, en ze voelt zich onveilig’. Lang verkeerde grensoverschrijdend, seksueel gedrag onder dementerenden in de taboesfeer, maar het probleem wordt nu door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd groot genoeg geacht om er speciale aandacht aan te besteden. Dementie leidt tot decorumverlies als niet tijdig wordt ingegrepen. Gebrek aan toezicht voortkomend uit personeelsgebrek speelt daarbij ook een rol. Dementerenden wonen juist op een gesloten afdeling omdat ze dikwijls niet meer weten wat ze doen en daarom kun je het hen ook niet kwalijk nemen als ze in de fout gaan (wanneer er geen toezichthouders op de afdeling zijn). Door het streven van de overheid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, komen alleen mensen die 24 uur per dag zorg nodig hebben nog in een verpleeghuis terecht. Daardoor is de doelgroep van zorginstellingen ‘zwaarder’ geworden en de druk op de verzorgenden niet zelden moordend. Bovendien komt deze ontwikkeling de aantrekkelijkheid van verpleeghuisfuncties niet ten goede.  Sutfene zocht de oplossing in een tijdelijke verhuizing van de agressieve bewoner. Inmiddels heeft Otto van Tussenbroek  geconstateerd dat de man weer in dezelfde gemeenschappelijke ruimte komt als zijn Riet, zo brengen zij de maaltijd noodgedwongen in elkanders gezelschap door.  De meeste zorginstellingen kennen een lange wachtlijst, het schuiven van de bewoners is daardoor meestal geen optie. Daarnaast zullen andere huiskamers ook niet erg happig zijn op een nieuwe medebewoner met een bepaald veiligheidsrisico. De Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, Verenso, pleit voor samengestelde teams bestaande uit een specialist ouderengeneeskunde, een psycholoog en de verzorgende om in samenspraak met de familie te komen tot ‘een analyse en een persoonsgericht plan’. In het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde werd in 2015 een vergelijkbare casus beschreven.  Een 66-jarige demente verpleeghuisbewoner, die zich ontkleedde op de gang en bewoonsters en personeel seksueel lastig viel, werd geconfronteerd met de aanpak van zo’n team.  De teamleden probeerden zijn seksuele driften te beteugelen met psycho-educatie en meer afleiding om zijn gevoelens van verveling te verminderen. Dan kom ik weer uit bij mijn pleidooi voor meer gezamenlijke activiteiten in de restaurantruimte van St. Elisabeth die niet veel ondersteuning vergen, zoals genoemde filmvoorstellingen.  Muziek is hier (zie mijn vorige column) het beste medicijn tegen dreigend indutgedrag in de wetenschap dat de opgekropte energie toch ooit moet worden ‘afgeschud’.  In de zorginstelling in Warnsbroek wordt de situatie er intussen niet gezelliger op. Omdat de dementerende aanrander zich nog steeds vrij rond zijn echtgenote heen kan bewegen, heeft Otto van Tussenbroek inmiddels aangifte gegaan tegen Sutfene. Omdat het hier om een individueel geval gaat, wil Sutfene geen vragen beantwoorden van de Volkskrant. De auteur van het artikel, Charlotte Huisman, zegt wel over de rapportages en correspondentie over het incident te beschikken. Los van de privacygevoeligheid dringen wel twee vragen waarvan een met een algemeen karakter zich op;
Hoe is het te verklaren dat het dossier van de 75-jarige Riet en het verslag van de dienstdoende verzorgende niet op elkaar aansluiten? Waarom is het verslag van de verzorgende niet letterlijk in het zorgdossier terecht gekomen?
Hoe luidt het protocol in de zorginstelling waar de dierbare verblijft, wanneer er sprake is van ‘seksueel ontremd gedrag door de bewoners?’
Vraag 2 moeten alle directies van zorginstellingen gewoon kunnen beantwoorden, of dat nu de directie van Huize St. Elizabeth of de directie van Sutfene betreft. Contactpersonen, mantelzorgers en niet in de laatste plaats de bewoners zelf hebben gewoon recht op deze informatie. Otto van Tussenbroek stapte naar De Volkskrant met dit verhaal ten bate van ‘alle mensen die familie hebben in een verpleeghuis’.  Ik ben intussen heel benieuwd hoe de beleidsmakers en gezagsdragers met deze aanklacht zullen omgaan. Een reactie kan en mag uiteraard niet uitblijven.


Maandag 8 oktober 2018

D66 KAN NU BETER VERDERGAAN ALS HYPOCRIETEN2018

Net als Emile Roemer voor hem besloot Alexander Pechtold de politieke boel de politieke boel te laten om vanaf dinsdag weer een vrij man te zijn. Of hij net als Femke Halsema en Wouter Bos destijds zo schaamteloos is om op wachtgeld te gaan staan, is (nog) niet bekend, maar het feit alleen al dat hij daar recht op heeft is ronduit schandalig. De politiek zorgt in financieel opzicht heel erg goed voor zichzelf en er is nog geen politicus –van links, of rechts- die ooit een serieuze poging heeft ondernomen om daar verandering in te brengen. In de media werd publiekelijk de vraag opgeworpen of dat wel eerlijk is ten opzichte van ‘gewone burgers’?. De vraag stellen is hem beantwoorden.
Natuurlijk niet, wie zonder enige aanleiding zijn baan opzegt, moet gewoon van overheidswege nergens recht op hebben. Op de handelwijze van het kereltje Pechtold zou bovendien een flinke boete of andere straf dienen te staan. Vorig jaar maart vroeg hij de kiezers een mandaat om D66 in het kabinet te krijgen. Ruim achthonderdduizend kiezers schonken hem hun stem en vertrouwen in de terechte verwachting dat hij gedurende vier jaar (in of buiten het kabinet) zijn uiterste best zou doen om het algemeen belang zo goed mogelijk te behartigen.  Pechtold heeft echter niet geleverd wat hij beloofde en dat is bedrog. In de normale maatschappij ga je daarvoor de gevangenis in, maar Pechtold mag lekker geruime tijd op staatskosten flierefluitend door het leven gaan. Onder klaterend applaus van zijn slaafse volgers deelde hij het congres van zijn partij mee dat ‘het tijd is voor een nieuwe generatie’. Dat beweerde deze begin vijftiger met een stalen gezicht, en passant even alle senioren schofferend die wel gewoon hun arbeidsplicht nakomen. Had hij dat vorig jaar niet kunnen bedenken? Zijn partij laat hij bovendien in opperste verwarring achter, want een ‘natuurlijke’ opvolger is nog niet boven komen drijven. Een verfrissend geluid is van hem/haar niet te verwachten, want alle potentiele opvolgers toonden in plaats van hem een symbolische schop voor zijn kont te geven begrip voor Pechtolds ‘moeilijke maar moedige beslissing’. D66 kan nu beter verder gaan als Hypocrieten2018.  De reacties van D66-kopstukken uit de regio zijn een regelrecht pleidooi voor deze naamsverandering.

Zo was Carinne Elion-Valter, D66-fractievoorzitter in Bergen op Zoom, op het congres getuige van Pechtolds afscheidsgroet. En hoe luidde haar reactie in de media:  ‘Tijdens zijn speech was het muisstil in de zaal. Hij kreeg een staande ovatie, ook uit bewondering voor de moed die het vergt om dit te doen. Hoeveel leiders blijven er niet te lang aan? Het is misschien ook wel tijd voor een nieuwe generatie?’ Carinne neemt haar kiezers kennelijk ook al niet serieus. Hoezo moed? Als je je partij en je kiezers in de steek laat uitgerekend op het moment dat er een nieuw invulling moet worden gegeven aan de omstreden kwestie van de dividendbelasting kan dit voortijdig afhaken alleen maar worden getypeerd als ultieme lafheid.  Bovendien mag je van de lijsttrekker verwachten dat hij zijn mandaat uitdient.  Merkwaardig dat we Carinne vorig jaar niet hebben gehoord over Pechtolds houdbaarheidsdatum. Om dat gelegenheidsargument nu van stal te halen is volkomen ridicuul. En wat zegt Alex Raggers, de D66-fractievoorzitter in Roosendaal. ‘Ik heb zijn speech inmiddels gelezen en ik kan zijn besluit alleen maar respecteren. Het is wel een heel pittig jaar voor hem geweest’. In de D66-afdeling Roosendaal bestaat kennelijk een merkwaardige opvatting van het begrip ‘respect’. Respect breng je op voor politici die juist niet weglopen wanneer het even moeilijk wordt. D66 heeft in zijn 52-jarige  bestaansgeschiedenis vele ups and downs gekend. Het is te hopen dat de komende jaren in het teken staan van de definitieve val. Intussen zou het al die D66-ers in de West-Brabantse gemeenten sieren indien ze de eerstvolgende raadsvergadering aangrijpen om de handelwijze van hun gevluchte politiek leider publiekelijk te veroordelen. Een Mea Culpa lijkt me ook geen overbodige zaak.


Zondag 7 oktober 2018

HET WONDERLIJKE VERHAAL VAN DRIES VAN KUIJK IN DE KRING

Kees Hulst en Esther Scheldwacht mochten met de onderhoudende voorstelling ‘Laatste Paar Dagen’  afgelopen donderdag het spits afbijten in De Kring. De dinsdagmiddagreeks gaat ook weer van start en wel op dinsdag 16 oktober met een try-out van ‘De Kolonel’ . Iedereen kent Elvis, vermelding van zijn achternaam is overbodig,  maar de invloed van de man achter zijn succes, Bredanaar Dries van Kuyk,  wordt volgens velen onderschat. Theaterproducent en muzikant Hans van der Zee vindt het levensverhaal van de Nederlandse manager van de king of rock-‘n-roll zo boeiend dat hij er onder de noemer ‘De Kolonel’ een muziektheatervoorstelling over heeft gemaakt.

In 1929 stapte Dries van Kuijk als twintigjarige op de boot naar Amerika, zonder paspoort. Hij veranderde al snel zijn naam in Thomas Andrew Parker, beter bekend als Kolonel Tom Parker. Van 1955 tot aan de dood van Elvis Presley in 1977 was Tom zijn manager. Tom Parker overleed zelf op 87-jarige leeftijd in Las Vegas.
Zijn laatste jaren zat hij als een oud gebakje gokkasten te vullen met de miljoenen die hij had verdiend aan het glorieus glooiende stemgebergte van Elvis. In 2009 maakte Jorrit van der Kooi van Silver Spirit Pictures een documentaire over The Colonel, waarin zijn weduwe uitgebreid aan het woord komt.  Zo doet ze uit de doeken dat Dries als dranksmokkelaar vanuit Rotterdam de overtocht heeft gemaakt, eind jaren twintig, en uiteindelijk door de kustwacht aan de Amerikaanse oostkust werd afgezet. De reden van dit wel heel plotselinge vertrek  naar het beloofde land? Het verhaal/gerucht deed de ronde dat Dries heel misschien een meisje had vermoord en om zijn straf te ontlopen naar Amerika was gevlucht. De eerste Nederlandse documentaire over het mysterie-Parker staat op naam van journalist Constant Meijers en dateert uit de jaren negentig. Maar deze documentaire van Van der Kooi toont veel meer hoofdpersonen uit het enerverende leven van ‘ons Dries’. Ik ben benieuwd of daar in deze theaterproductie veel van is terug te vinden. Recensies zijn er nog niet verschenen, maar dat zou ook zeer ongebruikelijk zijn geweest, omdat de productie zich nog in de try-out-fase bevindt. Persoonlijk betreur ik het wel dat de in 2015 overleden Roosendaalse zanger Mike Lorentz dit niet meer mag meemaken. Deze Elvis-adept stond bekend als de Roosendaalse Elvis. In 2005 kreeg hij gedurende enkele weken Gene Chrisman te logeren, de vroegere studiodrummer van Elvis die bij zijn meest memorabele opnamen betrokken is geweest. Van Gene Chrisman is een portret opgenomen in mijn boek ‘Portretten van Kopstukken’ uit 2008.  In het boek ‘TelevisieROOS’ is een uitgebreid In Memoriam voor Mike te lezen.  Zie onderstaand.  Zie ook de nieuwssite Roosendaals Pleijdooi.


Het verhaal wordt muzikaal omlijst door een twaalfkoppig orkest en wordt ondersteund door filmbeelden. Theater, muziek en film zorgen ervoor dat het publiek terug gaat in de tijd van de Amerikaanse muziekgeschiedenis. De voorstelling begint op het vaste tijdstip van 14.00 uur.


Muzikaal en emotioneel afscheid van Mike Lorentz

ROOSENDAAL – (tekst Jaap Pleij) De aula van het crematorium Zegestede was vrijdagochtend vrijwel geheel afgeladen met belangstellenden die allemaal op hun eigen manier afscheid namen van zanger Mike Lorentz, in het dagelijks leven Lauw van Poppelen. Het was een bijeenkomst waarin muziek en emotie op een juiste manier met elkaar in balans waren gebracht. De man om wie het deze ochtend allemaal draaide, zou zonder meer tevreden zijn geweest over dit definitieve afscheid. De bezoekers werden toepasselijk verwelkomd door het gouden stemgeluid van de zanger zelf. ‘Welcome to my hart’ was het motto waarmee Lauw in het leven stond. Heel terecht dat de ceremoniemeester daar uitgebreid op inspeelde. ‘Lauw zag het geloof als een levensplan van God. Het leven zelf is dan ook zeker niet het einde van dat levenspad. Daarom gedenken wij hem op een wijze die geheel bij Lauw past. Met persoonlijke herinneringen en natuurlijk veel muziek’.

Zus Lenie stond voor de bijna onmogelijke taak om haar broer met enkele dichtregels te gedenken. Ze refereerde aan de dood die als een dief in de nacht kwam en Lauw ten langen leste verloste van alle pijn en verdriet waar hij de laatste maanden aan ten prooi was gevallen. ‘Samen hebben we veel lief en leed, maar ook pijn en smart gedeeld. Alles wat je deed, kwam regelrecht uit je hart. Wat de gelegenheid ook was, je aanwezigheid ging nooit onopgemerkt voorbij. Met behulp van muziek wist je de boel altijd spontaan aan de gang te krijgen’, aldus Lenie. De ceremoniemeester stond na het ontsteken van de kaarsen stil bij de recht-door-zee-mentaliteit van Lauw. ‘Je maakte van je hart bepaald geen moordkuil. Je zei altijd waar het op stond. Soms op felle wijze, maar altijd recht uit het hart. Je welgemeende interesse in je medemens liet je ten volle tot uiting komen in je werk als buurtmeester van de Fatimawijk. Onvermoeibaar was je daar dag en nacht mee bezig. Voor de jeugd organiseerde je tal van activiteiten, met als blijvend resultaat het speeltuintje aan de kop van de Mgr. Hopmansstraat’. De ceremoniemeester onderstreepte voorts hoe trots Lauw was op zijn kinderen en kleinkinderen. ‘Voor hen ging je als het moest letterlijk door het vuur. Je dochter Joanna Casey, die de jaren met jou als de mooiste uit haar leven beschouwt, herinnert zich nog goed hoe je iedere avond voor het slapen ging een liedje voor haar zong, dat immer eindigde met ‘Mi Amore, I Love you’. Het ‘levende bewijs’ van die herinnering was dankzij de zegeningen van de techniek op een kort filmpje te zien. ‘Muziek was dan ook niet weg te cijferen uit Lauws leven. Met zijn prachtige stemgeluid heeft hij door de jaren heen heel wat vrienden ontroerd en bezield. In kleine kringen wisselde hij die klanken vaak af met fantasievolle verhalen en aanstekelijke humor. Lauw was wat je noemt een echt mensenmens, in gezelschap leefde hij helemaal op’. Een van zijn favoriete nummers, ‘If I only had time’, kreeg deze ochtend een extra, trieste dimensie. Heel betreurenswaardig dat hij niet wat meer tijd van leven heeft gekregen. Wie Mike Lorentz zegt, zegt Elvis. Onterecht is hij vaak aangeduid als Elvis-imitator. Dat weersprak hij consequent. ‘Ik ben een Elvis-vertolker, geen Elvis-imitator. Er was maar een KING, ik ben een groot bewonderaar die het op zijn eigen manier doet’. De LP van Elvis die zijn moeder in een ver verleden voor hem draaide, veranderde Lauws leven op stel en sprong. De ceremoniemeester herinnerde ook daaraan. Toen hij tot de ontdekking kwam dat er met zijn eigen ‘strotje’ ook helemaal niets mis was, stortte hij zichzelf in de muziek, eerst met zijn broers via De Poppelstars, gevolgd door De Toendra’s en The Rockin Stars. Twee van die voormalige Rockin Stars eerden Lauw met een gevoelig lied. Het laatste woord was uiteraard voor de meester zelf. Na zijn versie van My Way’, een lied dat hij in een Nederlandse versie ook heeft opgedragen aan oud-wethouder Leo de Jaeger en Jan Mol, werd hij, begeleid door zijn vrienden en familie, naar zijn laatste rustplaats op Zegestede overgebracht. (onderstaand het IN MEMORAM dat ik vorige week een dag na zijn overlijden op 30 oktober schreef).         


Roosendaalse zanger Mike Lorentz (58) overleden

IN MEMORIAM – (tekst Jaap Pleij) Net als voorgaande jaren rinkelde de telefoon dit jaar op 15 juni al rond negen uur in de ochtend.. Meestal duidt zo’n vroeg belletje op mogelijk onheil, maar uit ervaring wist ik dat dit op mijn 58e verjaardag waarschijnlijk niet het geval zou zijn. Mijn intuitie bedroog me ook deze keer niet. Zonder dat de beller zich bekendmaakte hoorde ik een zangerig stemgeluid het bekende ‘Lang zal hij leven, lang zal hij leven, in de Gloria’ aanheffen. Dat kon er maar één zijn. Mike Lorentz, zoals zijn fans en muzikale achterban hem al jaren kennen, Lauw van Poppelen voor zijn echte intimi, en ‘de Roosendaalse Elvis’ voor publiciteitsorganen. Zelf ben ik helaas niet zo goed in het onderhouden van relaties en daarom ontvang ik op die voor mij persoonlijk zo ‘historische’ dag nog maar weinig felicitaties. Deze man is me sinds ik hem (beter) leerde kennen echter nooit vergeten. ’15 juni begint voor mij altijd met Jaap Pleij bellen’, klonk het toen nog redelijk blijmoedig. Blij was ik met zijn felicitatie. Wat hij me te melden had, deed me echter huiveren. ‘Strontberoerd en doodziek’voelde hij zich, om zijn eigen woorden te gebruiken. 

Lauw sukkelde weliswaar al geruime tijd met zijn gezondheid, maar nu kampte hij met de naweeën van een stevige medische ingreep die nog de nodige vervolgen zou krijgen. Desondanks zag hij toch nog kans om ergens in het Zeeuwse land voor zijn schare fans in die regio een fijne muzikale middag te verzorgen. We namen na vijfentwintig minuten wel en wee gewisseld te hebben afscheid. Ik vergat niet hem te laten beloven terug te bellen om te vertellen hoe het optreden in het Zeeuwse was verlopen. Dat telefoontje is nooit gekomen. Ik sloeg daar geen acht op. In het verleden hoorde ik wel vaker een lange tijd niets van hem, maar uiteindelijk meldde hij zich altijd weer. Ik wist dat hij vier maanden jonger was dan ik en ergens in oktober zijn 58e verjaardag zou vieren. ‘Veiligheidshalve’ nam ik me voor zo tegen het eind van de maand de felicitaties telefonisch te retourneren, dan wist ik tenminste zeker dat ik met een leeftijdgenoot van doen had. Helaas liet mijn intuitie me deze keer in de steek. Wat heet, de voelhorens waar ik zo lang blind op heb vertrouwd, lieten me zakken als een baksteen. Op de 30e oktober, notabene de dag dat Roosendaal de 71e verjaardag van de bevrijding van het Duitse Nazi-juk vierde, of liever gezegd hoorde te vieren, bereikte mij het droevige bericht dat Lauw die ochtend het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld. Die tijding voelde als een mokerslag, die slechts te vergelijken was en een herinnering opriep aan die zwarte dag in november 2013 toen de legendarische- en onvergetelijke spreekstalmeester Frans van der Groen eveneens na een lange periode van medische malaise kwam te overlijden. Zo bekend als Frans was Lauw bij lange na niet in Roosendaal, wat uiteraard niet wegneemt dat hij voor veel mensen van onnoemelijke betekenis is geweest. Ik prijs me gelukkig dat ik een van die mensen ben.     



Op zich was het niet onlogisch dat het contact na verloop van tijd verminderde. Ik verschoof mijn journalistieke bezigheden steeds meer in de richting van columns en theaterrecensies op internet, en Lauw werd steeds verder in de steek gelaten door zijn lichaam dat hem toch al nooit erg goed gezind was geweest. Die fysieke ‘gevangenis waar niet aan te ontkomen viel, was immer een behoorlijke sta-in-de-weg bij de professionele uitbouw van zijn zangcarrière, waar hij desondanks toch terecht met veel trots op terug keek. Ik interviewde hem voor het eerst rond de eeuwwisseling toen hij op het punt stond zijn carrière na een wat ‘lauwe’ periode nieuw leven in te blazen. Zonder het me te realiseren, was er toen een vriendschap geboren die het verminderde contact ten spijt altijd bijzonder hecht zou blijven. ‘Als ik nieuwtjes heb, ben jij de eerste die ze te horen krijgt, grote vriend ’, riep hij bij iedere ontmoeting op bijna plechtige wijze. Buiten die ‘nieuwtjes’ kwamen we elkaar vaak op andere fronten tegen. Zingen was Lauws lust en leven, de financiële tegenprestatie stond bij hem veel minder hoog in het vaandel. Nooit deed ik tevergeefs een beroep op hem en zijn partner (en tevens geluidsvrouw) Mieke om speciale gebeurtenissen muzikaal op te vrolijken. Samen met Frans van der Groen had hij een groot aandeel in de presentatie van mijn eerste boek over Jan Mol met als titel ‘Mol neust ondergronds’. Aan het eind van de avond verraste hij de eerste Roosenspeld-drager en zijn partner Joke met een kippevelversie van ‘Prins Jan den Eerste’ op de melodie van Frank Sinatra’s lijflied ‘My Way’, een kunststukje dat hij eerder uithaalde bij het afscheid van Leo de Jaeger als wethouder van de gemeente Roosendaal. Zelden heb ik Leo en meer nog zijn vrouw Jopie zo ontroerd gezien. Bij de presentatie van het daarop volgende boek ‘Portretten van Kopstukken’ was hij bijna vanzelfsprekend wederom aanwezig. De muzikale hoofdgast van die avond, zanger Dimitri van Toren (overleden in mei van dit jaar), toonde zich zeer aangenaam verrast door het volume, dictie en timing van zijn collega-voor-een-avond. Later zagen ze elkaar weer bij een solo-optreden van Dimitri in een nietige vlek op de  Zeeuwse kaart, georganiseerd door de in deze contreien zeer gewaardeerde en de tegen de zeer stevige protestantse klippen oproeiende Jacques Boonman (organisator Podium Reimerswaal). Tegen ieder die het maar horen wilde, roemde Dimitri nogmaals zeer uitbundig de muzikale capaciteiten van Mike Lorentz. Zelf maakte ik van de gelegenheid gebruik om Dimitri nogmaals te contracteren voor een boekpresentatie. Deze keer ging om het eerste deel van ‘Roosend(w)alers’, eind april 2011 in de achterzaal van Zeelandia. Lauw en Mieke waren daar op die bloedhete middag  ‘slechts’ als gast aanwezig. Ik wilde Lauw namelijk niet de indruk geven dat ik hem er alleen vanwege zijn zangkwaliteiten bij wilde hebben. Hoewel goed bedoeld, ging de rol van toeschouwer hem deze middag niet zo goed af. Veel liever had hij de zaal nog eens laten kolken op ‘You’ll never walk alone’, een evergreen die hij graag nog eens in het RBC Stadion had gezongen voor aanvang van een wedstrijd van de eveneens zeer betreurde Oranje-witten.  Zoals zo vaak in zijn leven ging ook deze wens niet in vervulling. Wat hij gelukkig wel mocht beleven en waar ik ook bijzonder blij om ben, is dat hij Gene Chrisham, de studiodrummer van zijn grote idool Elvis Presley, goed heeft leren kennen tijdens diens verblijf in Nederland. Van een hotel kon geen sprake zijn. Lauw en Mieke stonden erop dat de sympathieke drummer bij hen zou logeren. Ondanks dat hun woonruimte niet bepaald ruim bemeten was, leverde dat een levenservaring op die het  Roosendaalse stel voor geen goud had willen missen. De uitvaartdienst  voor Lauw was op vrijdag 6 november in Crematorium Zegestede aan de Rucphenseweg. Ongetwijfeld heeft een van de sprekers daar opgemerkt dat Lauw daarboven nu eindelijk de hand van ‘zijn’ Elvis heeft kunnen schudden en dat beiden de hemel op gezette tijden muzikaal op stelten zullen zetten met hun samenzang. Hoewel ik zelf nogal sceptisch sta tegenover het leven na de dood gun ik onze Lauw deze pleziertjes uiteraard van ganser harte. Het is helaas een aardse zekerheid dat het in Roosendaal en verre omstreken sinds die 30e oktober een stuk stiller en leger is.

Bovenstaand IN MEMORIAM  is als slotverhaal meegenomen in mijn boek ‘TelevisieROOS’.


Zaterdag 6 oktober 2018

MOOI GELAAGD SPEL VAN KEES HULST EN ESTHER SCHELDWACHT

Een oude man die niet lang meer te leven heeft, belandt midden in de nacht via een spoedopname in het ziekenhuis. Als hij bij bewustzijn komt, kijkt hij in de mooie ogen van verpleegkundige Engeltje Donderdag. ‘Ben ik in de hemel?’, wil hij van haar weten, duidelijk van de wijs gebracht door haar engelachtige uiterlijk. En laat deze voorstelling nu net op een donderdag in De Kring te zien zijn geweest. Al zal dat wel niet de reden zijn geweest voor de verplaatsing van ‘Laatste Paar Dagen’, geschreven door Esther Scheldwacht, alias Engeltje Donderdag.  
Scheldwacht en Kees Hulst, vooral bekend van de titelrol in de televisieserie over ‘Hendrik Groen’, zijn door het noodlot bij elkaar gebracht. Omdat het personage Rein Tas van Hulst niemand meer heeft die zich om hem bekommert en het aftellen begonnen is, besluit Engeltje de patiënt een extra luisterend oor te bieden. Tas benut deze onverwachte aandacht om geheel leeg te lopen op zijn favoriete onderwerp, de Franse kazen. Engeltje lacht, maar verzekert Tas dat ze hem niet uitlacht. Ze vindt het slechts bijzonder dat iemand zo’n breedsprakig betoog kan houden over zoiets ‘simpels’ als kaas.  Tas ziet daar de humor ook wel van in, en meteen is het ijs gebroken. Een verpleegkundige en haar patiënt. Doorgaans beperkt de verpleegkundige haar aandacht tot professionele zorg en medeleven,  maar in de korte tijd die hen samen rest, groeien ze heel snel naar elkaar toe. Het duurt niet lang eer Engeltje Tas deelgenoot maakt van haar persoonlijke beslommeringen. Zo komt hij te weet dat ze zich gevangen voelt in een huwelijk waar de fut al lang uit is. Tas bezweert  haar dat ze daar niet in moet berusten en voor zichzelf moet kiezen. Engeltjes hart ligt niet echt bij de zorgsector. Ze wilde eigenlijk danseres worden, zo vertrouwt ze hem toe. Velen voelen zich geroepen tot zo’n bestaan, maar weinigen is het ook gegeven. Helaas voor Engeltje behoort ze tot de laatste categorie.  Al snel besluit de verpleegkundige de teamkamer te laten voor wat het is en haar lunchpauzes in het gezelschap van Tas door te brengen.  Het vertrouwde broodje kaas wordt in de ban gedaan en maakt plaats voor de Franse kazen waar Tas zo verzot op is. Uiteraard vergeet Engeltje de bijpassende witte wijn niet. Alcohol en ziekenhuizen verdragen elkaar niet goed, dus moeten ze behoedzaam te werk gaan, wil Engeltje niet in de problemen komen. Aangemoedigd door koning Alcohol waagt Tas het zijn Engeltje ten dans te vragen. Ze reageert fysiek op dat voorstel door met een uitdagend gebaar het bed opzij te schuiven. Eerst wil ze Tas laten zien wat ze solo in huis heeft. Spotify gaat aan, en ineens staat ze daar te swingen, op klanken van ……..een zekere Snoop Dogg, zo wordt me later verteld. Ondanks de vreugde die Engeltje plots uitstraalt, brengt de dans wel het besef terug dat ze wellicht toch de verkeerde keuze heeft gemaakt. Onze dansmaestro Jacques van Meel zou ongetwijfeld verrukt zijn geweest van haar dans macabre rond het ziekenhuisbed.  Jammer dat Scheldwacht bij het schrijven van deze dialoog het cliché van aantrekken en afstoten niet heeft kunnen weerstaan. Op een geheel onverwacht moment stuurt Tas haar zonder enige aanleiding vloekend de kamer uit, wat in het geheel niet strookt met zijn karakter zoals het tot dan is ‘bloot’gelegd. Het is van beide kanten vechten tegen intimiteit die toch nergens meer toe kan leiden, maar in deze levensfase wint het hart het duidelijk van het verstand.  De enige tijd die er toe doet, zijn de korte pauzes die Rein en Engeltje met elkaar doorbrengen. Het is niet alleen kommer, kwel en machteloze woede. Het onderlichaam van Tas reageert nogal vurig op de wasbeurt van Engeltje. ‘Kijk, hij doet het nog’, roept Tas enthousiast, terwijl de verpleegkundige juist met dit precaire onderwerp wel professioneel weet om te gaan. Het hondje van Tas, waarvoor de buurman de zorg op zich genomen heeft, wordt ook nog even ten tonele gevoerd. Dieren op het podium doen het altijd goed, en dus waren de ‘aacchhs’ en de ooohhhss’  niet van de lucht. De dood kondigt zich onverwacht aan en spontaan besluit Engeltje haar geliefde voor een korte tijd een engelachtig afscheid van het leven te gunnen. En passant stelt ze zichzelf heel wat nieuwe levensdoelen in het vooruitzicht. Die ingedutte man van Engeltje zal heel wat water bij de wijn moeten doen om haar niet te verliezen, en de kinderen moeten er maar aan wennen dat moeder niet meer voor hen op ieder moment klaar staat. Kees Hulst lijkt helemaal klaar te zijn voor de tweede serie over de sympathieke, maar bij tijd en wijle vileine Hendrik Groen.  Esther Scheldwacht kan in tegenstelling tot haar personage wel op deze (schrijvers)weg verder gaan.    


Esther Scheldwacht en Kees Hulst – Laatste Paar Dagen, gezien door Jaap Pleij op donderdag 4 oktober in de kleine zaal van De Kring. 


Zaterdag 6 oktober 2018

'TIJD VAN JE LEVEN' WINNAAR CULTUURPRIJS ROOSENDAAL

‘Ik stond als een van de eerste Roosendalers in het telefoonboek’, kreeg een van de deelnemers aan het project ‘Tijd van je leven’ vrijdagavond de lachers gemakkelijk op zijn hand.  Niet veel later had deze Senior Citizen zelf ook genoeg reden tot lachen, want dit project werd als winnaar van de Cultuurprijs Gemeente Roosendaal uit de gouden envelop gehaald door cultuurwethouder Toine Theunis. Een keuze die het publiek gezien de enthousiaste bijval wel kon waarderen. De Senior (jammer dat de namen van de betrokkenen niet even geprojecteerd werden  op het grote videoscherm) had nog een wijze raad in petto voor de wethouder, met zijn 62 jaar een zogeheten ‘aankomende oudere’. ‘Investeren in de ouderen, is investeren in jezelf’.
Theunis, die niet precies wist wat er van hem verwacht werd en de tijd provisorisch vol kletste tot de envelop was gearriveerd, haakte daar gretig op in. ‘In mijn visie is cultuur gewoon doen.  Daar moet je niet te veel en vooral niet te lang over praten. Ik heb het altijd betreurd dat ik als jongen van het land in mijn jeugd niet veel cultuur heb meegekregen. Als wethouder zie ik het vooral als mijn taak om de culturele beleving in Roosendaal zo goed mogelijk te faciliteren. Niet alleen voor ouderen, maar ik zal ook alles uit de kast halen om jongeren met cultuur in contact te brengen’, aldus Theunis. Projectleider Anneke Wijn mocht naast een bokaal een symbolische cheque ter waarde van 750 euro in ontvangst nemen. Ze was vooral blij dat door middel van dans, muziek en kunstzinnige uitingen veel oudere inwoners hun levenslust hebben terug gekregen. ‘Tijd van je Leven’ heeft de verkiezing dan ook voor een belangrijk deel te danken aan het sociale aspect van het project. Met speciale dank aan docent Anton Watzeels. Op de website wordt het doel als volgt omschreven:
Het project de Tijd van je leven is ontwikkeld om de kwaliteit van het leven van ouderen te verbeteren door creatieve tijdsbesteding. Hierdoor ontstaat meer onderling contact waardoor de mogelijke eenzaamheid onder ouderen wordt tegengegaan. Kunst speelt hierbij een belangrijke rol. In het project werken de GGD, culturele instellingen, kunstenaars en zorginstellingen samen. Het project wordt uitgerold in de wijken en verzorgingstehuizen aangesloten bij de deelnemende gemeenten.

De andere genomineerden in deze ‘ouderen ’categorie waren: De Roosendaalse Gedichtenroute, Het Hurksproject en de stichting Blues Promotions Roosendaal. De aanmoedigingsprijs , oftewel de jongerenprijs, ging naar de cast van de musical Aladdin van JONG.  In deze categorie waren ook de docufilm ‘Jonge Stemmen’ van Sven de Laet en de Nationale Jongerenherdenking 4 mei 2018 genomineerd. De woordvoerder van het Hurksproject maakte bekend dat in Parrotia binnenkort een Hurkshoek  in de vroegere burgemeesterskamer wordt ingericht. Daar zullen ongetwijfeld ook de befaamde Hurkskoekjes verkrijgbaar zijn. Stadsdichter Eric van Deelen, tevens woordvoerder van de Gedichtenroute, liet weten dat het streven is om de route, die nu uit 21 hotspots bestaat, uit te breiden naar honderd.       


Vrijdag 5 oktober 2018

HET MUZIKALE GEHEUGEN BLIJFT HET LANGST INTACT

Ik vraag me af hoeveel volgers in de tekst van ‘Op Losse Schroeven’ een nummer herkennen dat ooit is gezongen door Wim Sonneveld. In het repertoire van Nico Bolmer dat voor Huize St. Elisabeth is samengesteld, is wel ‘Het Dorp’ opgenomen, maar ‘Op Losse Schroeven’ uit Sonnevelds laatste programma met Willem Nijholt en Corrie van Gorp is mijn inziens toch het mooiste lied dat ooit aan Sonnevelds lippen is ontsproten. Helaas maakt onbekend nog immer onbemind en ik betreur het ook dat het me nog steeds niet gelukt is om e-mailadressen uit te wisselen met Bolmer, anders had hij er wellicht al iets mee gedaan. In de week dat het overlijden van Anneke Grönloh bij ouderen insloeg als een bom, was hij vooraf gaande aan het zanguurtje op de woensdagochtend met dat prachtige lied ‘Cimeroni’ in de weer. Toen het officiële gedeelte erop zat, bracht hij het lied met enige aansporing mijnerzijds als toegift ten gehore. Althans, dat was de bedoeling. Het lukte hem achter zijn elektronisch wonderorgel gezeten echter niet om de juiste melodie te voorschijn te toveren. Maar geen nood, na enig speurwerk liet Bolmer op onnavolgbare wijze haar allergrootste hit ‘Brandend Zand’ door de restaurantruimte schallen. Dat extraatje hadden zijn toehoorders wel verdiend, want helaas had hij ook een minder prettige boodschap voor zijn gehoor in petto. In verband met persoonlijke omstandigheden moeten Bolmer en zijn vaste pianist twee keer verstek laten gaan,  om pas op woensdagochtend 24 oktober terug te keren achter het orgel. Dat onheilsbericht sloeg uiteraard in als een bom.

Als ik zie hoe de veelal dementerende ouderen opbloeien en opveren wanneer ze de liedjes van vroeger horen, zou het toch doodzonde zijn indien dat gat niet tijdelijk wordt opgevuld. ‘Is dat niets voor u?’ informeerde een dame van de ontspanningscommissie vriendelijk en enigszins uitdagend. Maar wat graag was ik op dat verzoek ingegaan. Helaas is mijn muzikale ontwikkeling bij een aantal gitaarlessen die ik in een lang vervlogen tijd van een Surinaamse docent in Schiedam kreeg, blijven steken. Dat gebrek aan ruggengraat verwijt ik mezelf nog steeds. Ter compensatie besloot ik wel direct op zoek te gaan naar bevriende muzikanten die twee ochtenden de honneurs kunnen en willen waarnemen. Dat was gemakkelijker gezegd, of liever gezegd gedacht, dan gedaan. Al degenen die ik benaderde waren of druk-druk of hadden ‘toevallig’ net een vakantie gepland staan.
Gelukkig zag ik enkele dagen terug wel een optreden van mijn goede vriend Jack Buijs op het mededelingenbord aangekondigd. Ik ben heel benieuwd hoe hij – de dag is inmiddels aangebroken- die meezingtherapie gaat aanpakken. Jammer genoeg moet daarvoor op deze dierendag wel even ‘de mobiele kinderboerderij’ wijken (naar later zou blijken, heeft de kinderboer zelf afgebeld, Jack werd op de valreep bereid gevonden om als vervanger op te treden) maar twee activiteiten op dezelfde dag en notabene hetzelfde tijdstip is voor de bewoners van St. Elizabeth waarschijnlijk ook wel iets teveel van het goede. Een dag eerder stond het in de krant. De Volkskrant, dus dan moet het wel waar zijn: Muziek is een blikopener van het geheugen.
Volgens collega en auteur van dit artikel Jurre van den Berg zijn geheugenkoren, waarin dementerende ouderen liedjes uit hun jeugd zingen, aan een ongekende opmars bezig. Om dat aan de praktijk te toetsen, ging Jurre langs in verzorgingshuis De Slingerborgh in Assen. Hij trof daar muziektherapeut Fledderus (zang en gitaar) en vrijwilliger Carolien (percussie) onder wier begeleiding de bewoners het zo vertrouwde repertoire uit hun glorietijd ogenschijnlijk moeiteloos mee zongen. Al deze koorleden lijden aan dementie, zij het in verschillende stadia. ‘Anders dan bij een gewoon koor is muziek geen doel, maar een middel. Ontspanning, troost, het stimuleren van de onderlinge en externe communicatie. De effecten zijn talrijk. Je ziet mensen opleven’, aldus Fledderus.  Muziekagoog Willeke Borst van zorginstelling Interzorg kan dat alleen maar onderschrijven. Het geheugenkoor is haar inziens onvergelijkbaar met andere activiteiten, zoals de knutselochtend of het dagelijkse biljartje leggen door met name oudere heren. Bingo is voor een groot deel van de bewoners al geen optie meer of kan slechts met assistentie van vrijwilligers en contactpersonen nog gespeeld worden. ‘Muziek is een blikopener van het geheugen’, doceerde Fledderus verder. Een stelling die ik later op de middag aan Jack Buijs zou voor leggen. ‘We gaan met ze terug naar hun jeugd, want dat weten ze nog wel. Het oliemannetje bij voorbeeld kwam vroeger gewoon bij hen thuis om de voorraad petroleum bij te vullen’. Het songbook gaat verder open. ‘Op een mooie Pinksterdag’en ‘Daar bij de waterkant’ klinken als een klok, net als ‘De Klok van Arnemuiden’. Fledderus schuwt ook het wat modernere repertoire niet. Op dat vlak is nog heel wat winst te halen, want bij ‘Allemaal Beestjes’ van De Ronnies uit 1967 valt het koor stil.
Dinant Bekkenkamp, teamleider Wetenschappelijk Onderzoek bij Alzheimer Nederland, heeft ervaren dat gevoelens van depressie en onrust verminderen tijdens het zingen, terwijl gevoelens van welbevinden toenemen. Dat zou ook blijken uit een recente overzichtsstudie. ‘De effecten zijn weliswaar klein, maar bij veel andere behandelingen die mensen met dementie ondergaan, worden ze niet waargenomen’, stelt Bekkenkamp. De gangbare theorie onder hersenonderzoekers is dat het muzikale geheugen langer intact blijft dan andere delen. Bekkenkamp: zingen gebeurt ergens anders in het brein dan praten. Ik ken een geval van een man die zijn vrouw wilde vertellen hoeveel zij voor hem betekende. Pratend kon hij deze boodschap niet meer overbrengen, zingend ging het nog wel’. Om gedragsproblemen met muziek te bestrijden is wel een individuele aanpak met professionele begeleiding van bij voorbeeld een muziektherapeut vereist, vult hoogleraar vaktherapie aan de Open Universiteit, Susan van Hooren, aan, wat niet wegneemt dat ‘lekker zingen’ en dan bij voorkeur samen voor het welbevinden van belang kan zijn. ‘Doe het dan wel met mantelzorgers of naasten. Door samen te zingen vallen de verschillen even weg. Zulke momenten zijn voor de onderlinge band heel waardevol, ook als ze niet therapeutisch zijn’.
De vorming van een geheugenkoor vergt een intensieve begeleiding en structurele aanpak. Zo wordt elk koorlid in Assen vergezeld door een vertrouweling, wat volgens eerder genoemde Fledderus noodzakelijk is om de onrust weg te nemen waar veel dementerenden mee kampen. ‘Het is voor de naasten bovendien een leukere beleving dan langdurig bij iemand op de kamer te zitten. Wie veronderstelt dat het zingen van liedjes uit de oude doos dementie beteugelt, moet uit die droom worden geholpen. ‘Het geheugen kan even opveren, en dat verhoogt de kwaliteit van leven, wat in deze levensfase ook heel wat waard is. Maar de beleving ebt snel weg als het zanguurtje erop zit’, aldus muziekagoog Borst. Zo kan al ‘het geleerde’ bij de volgende sessie weer als nieuw worden beleefd.                                
 Ma voelt zich al een paar dagen niet helemaal lekker (pijn in het hoofd en rond de ogen, wat zuur op de maag), maar voor mijn gevoel zit het ook een beetje tussen de oren. Door een korte maar hevige aanval van gordelroos is haar levenslust, die juist weer aan een kleine opleving bezig was, helaas weer aan inflatie onderhevig. Ik heb er ’s ochtends een hard hoofd in of het zal lukken haar mee te krijgen naar het restaurant, wat ik bij falen ten zeerste zou betreuren. Muziek is immers het beste medicijn tegen neerslachtigheid, zeker wanneer de klanken geproduceerd worden door Jack Buijs, tevens artistiek leider van dameskoor La Lisiere uit Wouwse Plantage en muzikale begeleider van de inmiddels legendarische Kermismissen van aalmoezenier Bernard van Welzenes. ‘Ga je je mama halen?, klinkt het bij binnenkomst opgewekt uit de mond van Glencora Hansen, vanwege haar enthousiasme en tomeloze energie in mijn ogen het ultieme activiteitenmeisje. Ik schud quasi opgewekt van ja, maar heb er nog steeds een hard hoofd in. Tot mijn aangename verrassing zit Ma rond twee uur geheel gekleed op bed, enigszins gespannen te wachten op de dingen die komen gaan. Zuchtend en steunend neemt ze snel plaats in de rolstoel, waardoor we vrij vroeg in het restaurant arriveren.
Tijd voor een praatje vooraf is bij Jack nooit een probleem. We zaten ooit samen in een luchtballon en dat schept zeker gezien de wankele landing een band voor het leven. Ik leg hem het artikel in de Volkskrant voor, en geef vanwege de tijd meteen een korte samenvatting van de inhoud. ‘Ik kan dat alleen maar onderschrijven. Muziek neemt ouderen en niet alleen zij die dementeren in een ruk mee terug naar hun jeugd. Vandaar dat ik dit programma presenteer als een actieve meezingmiddag. Het publiek vormt als het ware het gelegenheidskoor. Maar het gaat alleen om een kortstondige opwaardering van de kwaliteit van leven. Muziek is helaas geen middel om dementie te bestrijden. Was het maar waar, wat zou ik dan een zegenrijk werk verrichten!. Maar als ze mij na afloop laten weten een leuke middag te hebben beleefd, ben ik ook dik tevreden’, lacht Jack. In tegenstelling tot Fledderus waagt hij zich ondanks het hoge dierendaggehalte van de bijeenkomst niet aan ‘Allemaal beestjes’. Te onbekend, vreest hij. Bij mijn suggestie ‘Ben ik te min?’ van Armand, waarin de protestzanger van weleer een klaagzang aanheft over zijn verbroken relatie met de Roosendaalse Marijke de Bot, trekt Jack een fronsend gezicht, zo van ‘daar ga ik thuis eens goed over nadenken’.
Wel zit de befaamde mosselman uit Scheveningen in het repertoire. Dat er in Scheveningen nooit op mosselen is gevist – het lied is slechts een variant op het Engelse ‘Do you know het muffin man’ - doet natuurlijk helemaal niet ter zake. Ergens op internet las ik dat de Nederlandse versie handelt over een pooier die vast zit in de gevangenis van Scheveningen, maar daar gaf de door Jack gehanteerde tekst geen uitsluitsel over.

 In een flitsend tempo laat hij eenmaal gestoken in een fleurige oranje blazer de ene muzikale jeugdherinnering na de andere passeren. Wanneer Ma niet meezingt, geniet ze in stilte. ‘Die muziekmiddagen zijn hier altijd goed ingevuld. Maar zo leuk als deze middag is het nog niet geweest. Wat een enige man’, kraait ze bij herhaling. Mij sterkt Jacks sterke optreden in de opvatting dat Huize Elisabeth het medicijn muziek nog vaker zou moeten toepassen. Uiteraard is het ondoenlijk om elke middag een solist of vereniging naar de Wouwseweg te halen, maar het is wel goed mogelijk om op meerdere middagen een DVD op groot scherm te vertonen met concertregistraties van bij deze doelgroep populaire artiesten als Frans Bauer en Andre Hazes. Een natuurfilm kan net als levende dieren op de huiskamers eveneens kortstondige wonderen verrichten. Een filmmiddag vereist ook nauwelijks inzet van vrijwilligers. Er is slechts iemand nodig om de apparatuur klaar en aan en uit te zetten. Het is aan de contactpersonen om de bewoners naar en bij dit verzetje te begeleiden. Net als muziekagoog Willeke Borst ben ik van mening dat bingo voor de meeste bewoners geen optie meer is. Bij de bingo die ik samen met Ma heb bijgewoond in Huize Elisabeth waren het vooral de contactpersonen en de vrijwilligers die de cijfertjes invulden. De doelgroep zelf kon het amper bevatten.


Vrijdag 5 oktober 2018

GUN REPUBLIKEINEN WEERWOORD IN MAX MAGAZINE

Naar aanleiding van Prinsjesdag stelde ik in een column het gebrek aan kritisch denkvermogen van de media, waaronder Max Magazine,  aan de kaak waar het de Oranjes betreft, vergezeld van een uitnodiging aan het adres van hoofdredacteur Peter Contant om deze uiteenzetting zonder enige financiële tegenprestatie te plaatsen. Een reactie bleef uit, plaatsing eveneens. Wat mij gezien eerdere ervaringen met Max Magazine ook niet verbaasde. Tot mijn verrassing besteedt Contant in nummer 40 toch aandacht aan dit ‘pleijdooi’, waarbij hij zich echter wel van een vreemde invalshoek bedient. Ik word in zijn persoonlijk statement aangeduid als ‘een van onze abonnees’, wat niet alleen uitermate schofferend is, maar ook nog eens strijdig met de journalistieke basisregels. Het ging hier overduidelijk om een column en een kenmerk van een column is dat het een persoonlijke visie van de auteur op een actueel thema betreft. Het geeft dan ook geen pas zijn naam zomaar weg te laten en zijn stukje proza op deze manier te behandelen.
In de intro van zijn rubriek ‘Max te Koningsgezind?’ plukt Contant slechts een paar elementen uit mijn column, om de rest van zijn rubriek te gebruiken voor een uiteenzetting van het eenzijdig koningsgezind gekleurde standpunt van Max Magazine. In een bindend referendum, waarbij de bevolking zich voor het eerst in de 203 jaar oude geschiedenis van het Koninkrijk mag uitspreken over de handhaving van de monarchie, ziet hij niets. ‘Uit het grote jaarlijkse NOS-onderzoek blijkt dat koning Willem-Alexander en koningin Maxima elk jaar een hogere waardering krijgen van het volk. Zegt dat niet genoeg?, sluit hij zijn pleidooi op demagogische wijze af. Nee, beste meneer Contant. Dat zegt niet genoeg. Sterker nog. Dat zegt helemaal niets. Een NOS-onderzoek is niet synoniem voor de wil van het volk. Ik ben bij voorbeeld nooit geraadpleegd voor zo’n onderzoek. U ook niet, neem ik aan. Aan een bindend referendum hoort een uitgebreide verkiezings- en voorlichtingscampagne vooraf te gaan. Dat is een goed democratisch gebruik. De republikeinen kunnen een eventueel referendum met vertrouwen tegemoet zien. Ze hoeven slechts het vernietigende, historische  betoog van Arjan Lubach van een aantal seizoenen terug uit ‘Zondag met Lubach’ nog eens af te stoffen en in de campagne duidelijk in de spotlights te zetten. Geen weldenkend mens zal dan nog een ja-stem geven aan dat verdorven en volkomen achterhaalde systeem, waar Thorbecke gezien de escapades van Koning Willem III ook al snel na invoering geheel van was genezen was. Zijn pleidooi voor een terugkeer naar de republiek is echter altijd angstvallig verborgen gehouden. Grondwettelijk had Willem I zijn rechten voor zover hij daar ooit over had beschikt als staatshoofd al lang verspeeld, toen hij in 1813 opgehitst door een drietal Haagse notabelen besloot naar Nederland terug te keren. Evengoed was hij na de ‘landing’ gearresteerd door Franse troepen en hadden we van de Oranjes nooit meer iets vernomen. Op het balkon van het Johan de Witthuis in Den Haag kreeg hij echter de gelegenheid om uit te roepen ‘Ik ben de souverein van Nederland’ en omdat niemand hem tegensprak is dat maar zo gebleven. Van Willem-Alexander staat niet eens vast dat hij een bloedverwant is van Willem I, en dat maakt zijn koningschap bij voorbaat al dubieus. Van al deze argumenten is geen woord terug te vinden in ‘Max te Koningsgezind?’
Ik roep Contant dan ook graag nogmaals op onderstaande column in aangevulde vorm in zijn geheel te plaatsen, net als deze reactie, en voortaan structureel ruimte te geven aan een republikeins weerwoord op al die door Marc van der Linden gebezigde koningsgezinde onzin in Max Magazine. De lezers van dit verder zeer lezenswaardige magazine hebben immers het recht om te weten wat hen in eerste instantie onthouden is. Overbodig om te melden dat ik die column graag voor mijn rekening zal nemen. Maar dat hem wel niet gaan worden, nietwaar meneer Contant.                       

Grondwet van de Republiek Nederland
In MaxMagazine van deze week mogen Astrid Kersseboom, Marc van der Linden en Jeroen Snel hun licht laten schijnen over de toekomst van onze monarchie. Auteur Louis Bovée duidt het drietal aan als royaltywatchers. Lakei of knipmes zou een betere omschrijving zijn geweest, want het drietal geeft  heel zacht uitgedrukt niet bepaald blijk van kritisch oranje-denkvermogen. Maar ja, in welk medium, ‘Zondag met Lubach’ uitgezonderd, is dat tegenwoordig wel het geval?   
In het bij-artikel ‘Monarchie of Republiek’ maakt Marc van der Linden bovendien weer eens een klassieke denkfout. Hij denkt dat zelfs wanneer het koningshuis fouten gaat maken (wat al lang met enige regelmaat gebeurt) de mensen uiteindelijk voor de monarchie zullen kiezen, want zo stelt hij in een wanstaltige zin: Omdat een staatshoofd dat er dertig jaar zit meer rust en stabiliteit geeft aan een land in plaats van elke vier jaar presidentsverkiezingen. Daarmee raakt hij wel aan de kern van de zaak. De Nederlandse bevolking wordt systematisch het democratische recht onthouden om zich uit te spreken over de monarchie. Stel dat de bevolking in een ongekend collectief moment van helder denken besluit dat Willem-Alexander maar eens op zoek moet naar een echte baan, dan hoeft dat helemaal niet automatisch te betekenen dat Nederland overschakelt op een presidentieel systeem. Het is bij voorbeeld heel goed denkbaar dat de premier tevens de status van staatshoofd krijgt. Dat zou Mark Rutte’s positie in het buitenland alleen maar versterken. Ik raad Van der Linden aan om het boek ‘Grondwet van de Republiek Nederland’ eens te lezen. Vijf gerenommeerde auteurs bieden in dit verhelderende boekwerk drie modellen aan voor een toekomstige Nederlandse Republiek. Het Zwitserse systeem met een roulerend staatshoofd zou in Nederland ook goed toepasbaar zijn. Dat levert meer stabiliteit op dan een koning die in feite geen enkel nut dient. Zeker nu het parlement zelf de regie voert bij het formeren van een kabinet. Overigens kun je nog steeds vraagtekens plaatsen bij de rechtmatigheid van het koningschap van Willem-Alexander.  De Grondwet schrijft voor dat alleen bloedverwanten van koning Willem I voor deze positie in aanmerking komen. Een DNA-test die dit onomstotelijk kan uitwijzen, wordt net als zijn moeder voor hem door Willem-Alexander hardnekkig geweigerd. Dat moet toch ernstig te denken geven!  Zie ook mijn toneelstuk ‘Koning Willem III En het verborgen kistje van kroonprins Alexander’, waarin wordt beargumenteerd dat Willem III nooit de biologische vader van de in 1880 geboren Wilhelmina geweest kan zijn. Grofweg gesteld: we worden dus al 138 jaar belazerd.


Maandag 1 oktober 2018

ROOSENDAAL WAS ZONDAG EVEN 'ONE WORLD'

Maandagochtend herinnerde er nog maar weinig aan het spektakel dat de Markt de afgelopen week heeft geboden.  ‘Show must go on’ maar ‘Show goes further’ is eveneens keiharde realiteit in de wereld van de showbizz en omdat showbizz zich ook laat vertalen in geld werd al vroeg gestart met het afbreken van het gigantische podium dat de gemoederen zo heeft bezig gehouden. Na drie voorstellingen van ‘Kijk ons ….Roosendaal’  kreeg maestro Jacques van Meel zondagmiddag alle ruimte om met een wervelende dansshow de inwoners figuurlijk (maar soms ook letterlijk) dichter tot elkander te brengen. Het publiek hoefde zelf niet in actie te komen, maar diende wel over het nodige zitvlees te beschikken, want de uitstekende show die grand Jacques de jubilerende stad voorschotelde, duurde maar liefst ruim twee uur, en dat zonder pauze, wat op zich wel een verademing was.
Wethouder Toine Theunis en zijn ex-collega Hans Verbraak gaven op de eerste rij van de tribune gezeten geen krimp, zij hebben immers tijd genoeg gehad om zitvlees te kweken, maar bij diverse bezoekers waren zo tegen het einde toch wel wat vermoeidheidsverschijnselen te constateren. Doorgaans zijn de dansvoorstellingen in De Kring wat aan de korte kant, maar daar had Jacques van Meel terecht geen boodschap aan. Pure kwaliteit, daar is het hem immer om te doen en daar  vormde ‘Roosendaal One World’ allerminst een uitzondering op. De echte cultuurvorsers  hebben de drie zogeheten ‘artists-in-residence’ uit Indonesië, India en Brazilië al aan het werk kunnen zien tijdens de Alzheimermiddag, de presentatie van het jubileumboek en de openluchtvoorstelling in het Vrouwenhofpark, maar de volledige acts van het drietal waren voor deze middag bewaard. De artists-in-residence kregen in die twee uur durende show gezelschap van circa tweehonderd dansers, een smaakvolle mix van professionals en liefhebbers (dat Vlaamse woord klinkt zoveel lieflijker dan het harde Hollandse ‘amateurs’, wat ook vaak een beetje denigrerend overkomt)   
De voorstelling liet in alle opzichten zien wat Dans voor Roosendaal betekent, met daarin speciale thema’s die refereren aan de geschiedenis van Roosendaal: water als verbinding, de verhouding man/vrouw en de diversiteit in religie. Ze werden vormgegeven door een groot scala aan dansculturen en dansstijlen: van Indiase Bollywood, Maleise dansstijlen uit Indonesië, Afro-Braziliaanse dans tot Hip-Hop, Urban, Modern , Jazz en Hedendaags. Daarnaast toonde de show aan hoe vruchtbaar samenwerking tussen de verschillende dansscholen kan uitpakken.
Roosendaal staat er om bekend dat diverse cultuuruitingen op hun eigen eilandje leven, maar deze middag vormden ze met zijn allen echt ‘One World’. Jacques van Meel bekeek het allemaal op een afstandje (laatste rij, van de stoelen voor het podium) en constateerde aan zijn enthousiaste reactie na afloop te oordelen dat het wel erg goed was geweest. Een beter Julius Caesar –gevoel kun je je als ‘Lord of the Dance’ niet wensen.  Trots die ook afstraalde op al die smaakmakers die Roosendaal op zo’n bijzonder dansevenement hadden getrakteerd: Aly Moreira, Viko Andy Rindarsyah, Rahul Bhat, Melany van der Steen, Martijn Weber, alle studenten van MBO Dans Goes, leerlingen van de dansscholen Het Dansatelier Roosendaal, HipHop Factory/Dansplein, Dynamo Dancers,  Move On en Dansschool ENcore. De bezoekers konden kiezen voor een betaalde zitplaats (kosten 6 euro) of voor een plekje op of rond de ingekrompen terrassen. Niet iedereen had tijdig in de gaten dat er entree werd gevraagd. Zij die al dan niet likkend aan een ijsje argeloos het parcours opliepen, werden daar door de controledames met een milde glimlach op gewezen, waarna velen besloten toch maar een kaartje te kopen om zo optimaal mogelijk van het spektakel te genieten.
Na de flitsende opening van Move On brachten de Dynamo Dancers de up-tempo ballad ‘Rood’ (die van Marco Borsato en dus niet die van Benny Neyman) op flitsende wijze tot leven. Dit is toch de kleur die het best bij Roosendaal past, want zong Bonnie St. Claire al niet dat uit die bloem eens de mooiste ROOS groeit. Hoe gevarieerd de acts vervolgens ook waren, het programma als geheel stond in het teken van liefde, respect, gelijkheid van culturen en een wereldwijde verbintenis. Helaas kon een enkele passerende ronkende motorrijder dat respect niet opbrengen, maar deze dissonant viel geheel in het niet bij het enthousiasme en vreugde waarmee het publiek ‘Roosendaal, One World’ beleefde. Met Toine Theunis, Hans Verbraak, en Jacques van Meel zagen onder anderen Adrienne Roks, Ad en Hanneke Vos, Jim Davis, Ruud van Osta en Huub Mol dat het deze middag heerlijk toeven was op de Markt. Met speciale dank aan de weergoden en natuurlijk Roosendaals eigen ‘Lord of the Dance’ Jacques van Meel.
Arjen Lubach schreef vorig jaar geschiedenis met zijn Trump-filmpje, waarbij vooral de kreet ‘New York mag dan zijn Trump Towers in New York hebben, maar wij hebben Lee Towers in Rotterdam, en dat is toch heel andere koek’ veel indruk maakte en Rotterdamse Leen weer volop in de spotlights zette. Met Jacques van Meel in de hoofdrol zou in relatie tot Michael Flatley een soortgelijke vergelijking kunnen worden gemaakt.  


Roosendaal, One World – Gezien door Jaap Pleij op zondag 30 september op de Markt in Roosendaal.