Woensdag 23 mei 2018

DINSDAGMIDDAGSERIE DE KRING STEEDS GEWILDER

De dinsdagmiddagserie in De Kring blijft aan populariteit winnen. Direct na de presentatie van het programma voor het komende theaterseizoen, uiteraard op een dinsdagmiddag, haastten veel bezoekers zich naar de kassa om verzekerd te zijn van een toegangsbewijs voor een of meerdere van de zes geplande voorstellingen. Menigeen nam bij Jacqueline een passe-partout af dat deze middag extra voordelig werd aangeboden. Voor de zes producties hoefde bij volledige afname slechts 93 euro te worden neergeteld.
De reeks gaat op 16 oktober van start met ‘De Kolonel’, het levensverhaal van Dries van Kuyk, de in Breda geboren jongen die de manager werd van Elvis Presley. De voorstelling begint met een filmpje waarin Colonel Tom. A. Parker, de naam waaronder hij furore maakte,  plechtig belooft eindelijk het ware verhaal rond zijn ‘vlucht’ naar Amerika te vertellen. Met zijn levensverhaal maakt het publiek tevens een reis in vogelvlucht door de Amerikaanse muziekgeschiedenis van de 20e eeuw.   Ryan van den Akker, op dinsdag 13 november te gast in De Kring, was zo vriendelijk om speciaal voor de Roosendaalse fans iets in te zingen via een internetverbinding. Haar theaterprogramma ‘Zoet-Zuur’ bestaat uit liedjes behorende tot de Duitstalige kleinkunst. Volgens presentator Eddy Haers mag de actrice, bekend van de musicals ‘Cyrano’en ‘My Fair Lady’, Herman van Veen tot haar grootste fans rekenen. Wat hij onder meer tot uiting heeft gebracht in een prachtige lofzang op haar muzikale interpretaties. Ernest Beuving,  over wie ik me naar aanleiding van zijn vorige programma lyrisch heb uitgelaten, brengt deze keer een ode aan Leonard Cohen. Tijdens de zoektocht op 13 december laat hij ‘Cohens liederen vooral in de sfeer van het origineel’ weerklinken, belooft de folder die deze middag vers van de pers eveneens gepresenteerd kon worden. Op een repetitie-impressie was te zien dat Beuving ook met Rotterdams nachtburgemeester Jules Deelder uitstekend uit de voeten kan. Heel fris, vrolijk, fruitig en een tikje prikkelend belooft het optreden op 12 februari van ‘De Meisjes met de Wijsjes‘ te worden. Het viertal, gelukkig lijfelijk aanwezig,  demonstreerde ook al behoorlijk ‘levenswijs’ te zijn waar het de omgang met het mannelijk deel van het publiek betreft. Een van de meisjes liet zich door een collega uitdagen om een van mijn maat 48 schoenen (ik leef nu eenmaal graag op grote voet) uit te trekken, daar vervolgens stevig aan te ruiken en voor het terug plaatsen er zelfs een stevige lik aan te geven. Voor zo’n prachtig blond, rondborstig meisje zijn uiteraard leukere dingen te verzinnen, en gelukkig was ze zo wijs om mijn dringende advies – doe het toch niet, meisje-  op te volgen. Helaas kwam er geen andere actie voor in de plaats, maar dit was dan ook maar een voorproefje. Het echte werk, een programma waarin de meisjes op zoek gaan naar de Nederlandse volksaard, wordt pas begin volgend jaar verricht. Ik durf nu reeds te voorspellen dat de dames net als Maxima tot de conclusie komen dat ‘De Nederlander’ en dus ook de ‘Nederlandse volksaard’ niet bestaat. Maar dan zijn er al heel wat tegeltjeswijsheden de revue gepasseerd. Aan zangtalent ontbreekt het hen niet bepaald, dus wat de bevindingen ook mogen zijn, het publiek komt bij voorbaat als winnaar uit de bus. Al bij de start van de verkoop ontstond er een enorme run op kaartjes voor het Theatercollege ‘De Wondere wereld van de taal’  van televisiepersoonlijkheid Wim Daniels. In dit college gaat de neerlandicus op 12 maart in op vragen als ‘Wat is het Nederlands eigenlijk?, en ‘Waar komen onze woorden vandaan?  Ik ben benieuwd of hij ook tot de slotsom komt dat ‘De Nederlander’ niet bestaat. Als zodanig is Daniels dus een gepaste aanvulling op De Meisjes met de Wijsjes. Als voorproefje werd het beroemde fragment uit de ‘Late Late Show’ vertoond waarin Daniels op vileine wijze de taalkundige blunders van diverse politieke partijen aan de kaak stelde ten tijde van de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Met name het ‘publieke’ optreden van de voormalige SP-voorman Emile Roemer werd fors onderuit gehaald. De reeks telt een reprise, maar wanneer dat de eigenaar van het gezellige theatertje Periscoop in Gorinchem betreft, is het geheel geen straf om hem twee keer met hetzelfde programma aan het werk te zien. Fred Delfgaauw liet deze middag een van zijn mooiste personages uit ‘In de wachtkamer van de liefde’ weer tot leven komen. En dat was iedere seconde genieten geblazen. De prijs per voorstelling is 19,80 euro. Het passe-partout, zes voorstellingen voor de prijs van vijf, kost na 22 mei 99 euro. Gelukkig zijn zij die deze dinsdagmiddag al zo verstandig waren om even bij Jacqueline langs te gaan.  Het is een prettig gevoel om de zomer in te gaan in de wetenschap dat je straks een aantal dinsdagmiddagen goed zit in De Kring. Bij binnenkomst werd het publiek getrakteerd op het toetsenspel van Toni Raats, onder meer bekend als de beiaardier van de St. Jan. Omdat het nogal lang duurde voordat de deuren open gingen, nodigde ik hem uit om ‘Doe open de poort, wij willen naar binnen’ te spelen. Maar helaas, dat nummer zat niet in zijn repertoire. Niet onvermeld mag ook de vakkundige presentatie van medeorganisator Eddy Haers blijven. Ik denk dat directeur Jan Hein-Sloesen er verstandig aan doet om Haers ook maar uit te nodigen om half september de presentatie van de KringProof voor zijn rekening te nemen. Eventueel in combinatie met Bagiyo van der Leemputte. Want waarom zou je de presentatoren van verre halen als het lokale talent zich zo duidelijk aandient. De presentatie werd door circa honderd belangstellenden bijgewoond.


Presentatie dinsdagmiddagserie 2018-2019 De Kring – Gezien door Jaap Pleij op dinsdag 22 mei in de kleine zaal van De Kring.  


Zaterdag 19 mei 2018

NIEUWE NOBELAER SERVEERT SMAKELIJK VOORGERECHT

Ondanks de waarschuwing van presentator Leon van der Zanden dat de installatie mogelijk door Iran was geleverd, drukten directeur Hilda Vliegenthart en ‘mevrouw de burgemeester’ zaterdagavond zonder enige aarzeling op de rode knop waarmee het nieuwe theaterboek op feestelijke wijze werd gelanceerd. Het publiek had op dat moment al een uitgebreid voorproefje gekregen van het menu dat de Nieuwe Nobelaer het komende seizoen voor de cultuurliefhebbers in petto heeft. En het moet gezegd, dat smaakte bepaald niet verkeerd. Anders dan De Kring in Roosendaal, waar de jaarlijkse KringProof pas in september wordt gehouden, kiest de Nieuwe Nobelaer er bewust voor om het seizoen met deze presentatie af te sluiten. Dat lijkt mij een juiste keuze. Op deze manier kunnen de bezoekers het gebodene goed op zich in laten werken en dat helpt ze ongetwijfeld bij het samenstellen van het persoonlijke theaterspoorboekje voor het komend seizoen. Daar hebben ze uiteraard de gehele zomerperiode de tijd voor, maar om de snelle beslissers optimaal van dienst te zijn, bleef de kassa gedurende een uur na de presentatie geopend.  Zo op het eerste gezicht werd van die mogelijkheid al meteen gretig gebruik gemaakt.
Leon van der Zanden was niet alleen als presentator ingehuurd. Het publiek kreeg het vrijwel letterlijk ingehamerd dat hij op vrijdag 11 januari terug keert naar Etten-Leur met zijn soloprogramma ‘Kameleon’. Het programmaboekje vermeldt slechts dat ‘Kameleon’ van toevalligheden aan elkaar lijkt te hangen, maar dat elk moment een welgekozen onderdeel is van een groots plan’. Om de bezoekers nog eens extra te prikkelen, zette hij uitgebreid uiteen hoe hij door een toeschouwer geïnspireerd is voor deze voorstelling.  ‘Na afloop van een show niet ver van mijn woonplaats werd ik door een dikke man –hè, waarom zeg ik dat er nou bij?-  benaderd met een ‘uitnodiging’ om op zijn begrafenis te komen spelen. Dat verzoek intrigeerde mij uiteraard en niet veel later belde ik bij die man thuis aan om wat meer over de achtergronden van die ‘boeking’ te weten te komen. Hij bleek al jaren rond te lopen met kanker in zijn lijf. De helse pijnen die daarmee gepaard gaan, maakten hem zo wanhopig dat hij bij zijn huisarts aanklopte met de dringende wens ‘Ik wil dood’. Maar dat is in Nederland niet zo eenvoudig geregeld. Daar beslis je als burger zelf niet over.  Wanneer je een euthanieverzoek indient, wordt dat eerst gedurende een tijdje door een commissie van wijze mensen gemonitord. Als die je na een tijdje veroordeelt tot verder leven heb je geen wettelijke mogelijkheden meer om vrijwillig uit het leven te stappen.  Die man heeft het leven dus letterlijk moeten uitzitten, maar nu het einde dan eindelijk echt voelde naderen, wilde hij van zijn begrafenis in ieder geval een feestelijke gebeurtenis maken. Vandaar dat hij het podiumgedeelte wil laten invullen door een cabaretier, waarbij dan de keuze uiteindelijk op mij gevallen was. Geld speelde net als bij heer Olie B. Bommel geen rol, verzekerde hij me stellig. Dat had ik aan de woninginrichting al gezien.  Ter plaatse kreeg ik echter een ingeving. Na het aanbellen hoorde ik ‘Bim-Bam-Bom’ , een geluid dat niet door een koekoeksklok maar door hem zelf bleek te zijn geproduceerd. Ik wist meteen: dit is een man met een verhaal.  Ik stelde hem daarom voor zijn levenservaringen om te zetten in een theatervoorstelling, waar we gezamenlijk de grappen bij zouden bedenken.  En als u wilt weten hoe dat afgelopen is en vorm heeft gekregen, moet u op 11 januari echt naar de voorstelling komen’.  ontpopte Van der Zanden zich als de best denkbare promotor van zijn eigen werk. 
Het voorproefje in de Nieuwe Nobelaer bestond voorts uit een aantal presentaties van cultuur uit de regio ( theatergroep Max-Mini – 13, 14 september, Christel de Laat – 12 oktober, Theatergroep Josjes – 22, 23 en 24 maart ) en professionele acts (The Everly Brothers – played by the Wieners, Maaike Widdershoven – De dag dat ik Robert Long ontmoette – 17 februari). Het was voor mij een hele tijd geleden dat ik Max-Mini in de thuishaven aan het werk zag en gelukkig kon ik constateren dat deze qua niveau semiprofessionals nog niets aan kwaliteit hebben ingeboet.  Wat een rijkdom voor Etten-Leur dat zoveel talent gewoon in de eigen achtertuin kan worden geplukt. Theatergroep Josjes was ook niet bepaald gespeend van talent. ‘Mevrouw de burgemeester’ liet direct weten dat ze haar secretaresse opdracht zal geven een van die speelavonden in ieder geval vrij te houden in de agenda. Over Christel de Laat kan ik kort zijn. Daar hou je van of niet. Ik niet dus. Maaike Widdershoven bracht een van de mooiste liedjes van haar idool Robert Long ten gehore. Helaas waren het geluid van de piano en microfoon niet goed op elkaar afgestemd, met als gevolg dat de pianomuziek te hard doorkwam. Voor Maaike Widdershoven, van wie ik me vaag herinner dat ze familie-gerelateerd is aan de vroegere burgemeester van Steenbergen Ger van Wijk, is het niet de eerste keer dat ze een uitgebreide ode brengt aan Robert Long, eerder deed ze dat in een programma met onder anderen Jenny Arean. ‘De dag dat ik Robert Long ontmoette’  brengt ze samen met Dieter Troubleyn, Julia Herfst en Roberto de Groot in herinnering bij het theaterpubliek. Aan de reacties van met name de wat oudere bezoekers te oordelen had het voorproefje van de Everly-tribute, verzorgd door The Wieners, wel de hele avond mogen duren. Zo driftig werd er meestal zachtjes meegezongen met die heerlijke gouwe ouwen, zoals  ‘Wake Up, Little Susie’ en natuurlijk ‘By By Love’. Wat zal dat op 21 september heerlijk wegdromen zijn bij ‘Dreams’.  Diverse artiesten die niet lijfelijk aanwezig konden zijn, hadden wel de moeite genomen om een videoboodschap in te spreken. Zo ook de zanger van de groep Van Dik Hout (2 november) die zich zo moest inspannen om een wervende volzin aan elkaar te breien dat hij uiteraard niet ontkwam aan een vileine grap van presentator Leon van der Zanden, die deze avond lekker op dreef was. De overige optredens werden verzorgd door jonge cursisten van de inpandige muziekschool. Alles bij elkaar was dit een leuk avondje Nieuwe Nobelaer, waar Hilda Vliegenthart –door Van der Zanden terecht omschreven als de meest charmante theaterdirecteur van Nederland- eer mee kan inleggen. Bij het verlaten van het cultuurgebouw kregen de bezoekers naast het programmaboekje een goodybag mee, gevuld met een kortingsvoucher van vijf euro op de kunsteducatie, en een dito bedrag voor enkele geselecteerde theatervoorstellingen. Ook werd het hooggeëerd publiek uitgenodigd om op 8, 9 en 10 juni een gratis bezoek te brengen aan het Cultuurweekend Nieuwe Nobelaer.   Voor mij was dat het teken om nog even de binnenstad van Etten-Leur te herontdekken. Ik was vooral benieuwd of café De Klomp het wegvallen van Armand en Dimitri van Toren had overleefd. Ook dat bleek inderdaad het geval te zijn. Ik hoorde zelfs enthousiaste live-klanken naar buiten walmen.      
Previewavond – Nieuwe Nobelaer. Bijgewoond door Jaap Pleij op 18 mei in de grote theaterzaal van de Nieuwe Nobelaer in Etten-Leur. De cover van het theaterboekje wordt geheel in beslag genomen door zangeres Romy Monteiro. Wie deze prachtige verschijning met eigen ogen wil aanschouwen, kan op 20 februari terecht in de NN.   


Zaterdag 19 mei 2018

ROOSENDAALSE COMEDIE BALANCEERT IN WANKEL EVENWICHT

‘Welke oudere filmliefhebber kent niet de film ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’ met Richard Burton en Liz Taylor in de hoofdrollen?’, vroeg regisseur Peter Jonckheer zich af toen hij zich over de scenarische invulling van ‘Een Wankel Evenwicht’ boog.  In zijn visie zijn we collectief vergeten dat dit een verfilming is van het gelijknamige theaterstuk van Edward Albee, waarmee hij in 1966 met als titel ‘A Delicate Balance’ de Pulitzer Prize won.   Voor de Nederlandse bewerking leverde dat de voor de hand liggende titel ‘In wankel evenwicht’ op. Jonckheer regisseert deze voorstelling bij de Roosendaalse Comedie.

Hoe maken vier vrouwen en twee mannen elkaar kapot? Hoe maken ze elkaar af, enkel met woorden? Antwoord: Door keer en keer de negatieve aspecten van het wederzijds verleden op te rakelen. De relatie van middenklassers Agnes en Tobias, beiden van middelbare leeftijd, is niet meer wat het geweest is. De inwonende hilarische en hysterische tante Claire, zuster van Agnes en zwaar alcoholiste, die iedereen wil doen geloven dat dat niet zo is, maakt de gehavende relatie van Tobias en Agnes er niet beter op.  Tot overmaat van ramp komen de eveneens gemankeerde kennisjes Harry en Edna op bezoek. Zonder hun gastheer en gastvrouw daar in te kennen, hebben ze al op voorhand besloten te komen logeren omdat ze ergens bang voor zijn?  Maar bang waarvoor?, zo vragen Agnes en Tobias zich al snel af. Als toeschouwer vraag je je af of daar altijd wel een reden toe moet zijn . Fons Jansen stelde in een kinderlied scherpzinnig vast dat ‘grote mensen vaak zonder aanwijsbare oorzaak gewoon bang voor elkaar zijn omdat ze in ieder medemens een externe bedreiging zien.  Het verbale steekspel wordt nog eens extra op scherp gezet als dochter Julia, na haar vierde gestrande huwelijk langskomt bij pa en ma om op verhaal te komen, waarbij ze en passant haar bezette (kinder)kamer opeist.

Dat alles leidt uiteraard tot heftige woordenwisselingen tussen de zes betrokkenen, Langzaam worden de plooien enigszins glad gestreken, wat vooral te danken is aan de spitsvondige, vaak komische, tussenkomsten van de dag en nacht zuipende tante Claire.
Iedereen herneemt een dag later zijn gewone leventje, het wachten is slechts op de volgende ronde. Maar loopt het ooit een keer spaak?, dat is natuurlijk de overheersende vraag. Wie het antwoord te weten wil komen, kan op 14, 15, 16 en 17 juni terecht in Cultuurhuis deSuite. De aanvang is om 20.00 uur. 


Vrijdag 18 mei 2018

BIZAR SLOT THEATERCONCERT FRANK BOEIJEN

Het is het (vaak ten onrechte gehanteerde) modewoord van deze tijd. Zonderling, grillig en vreemd zijn (tijdelijk) in de ban gedaan. Maar de jonge blonde vrouw die zachtjes wiegend in de armen van haar mannelijke partner constateerde dat Frank Boeijen zojuist ‘een wel heel bizar slot ’ aan zijn theaterconcert had gebreid, verwoordde de mening van velen. Na de twee verwachte toegiften ‘Zwart-Wit’ (in een deels akoestische huiveringwekkende uitvoering) en ‘Kronenburg Park’ maakten veel bezoekers zich op om zich naar de uitgang te begeven, in de veronderstelling dat het zaallicht nu wel definitief zou doven. Frank was zowaar kennelijk in een goede, ‘speelse’ bui, want er volgden nog maar liefst drie nummers. Met de eerste twee was helemaal niets mis, al deden ze de door ‘Kronenburg Park’ teweeg gebrachte euforie wel enigszins te niet, maar bij het echte slotlied ging menig wenkbrauw fronsend omhoog. De fans leken hun oren niet te kunnen geloven. Stuurde Frank, hun held, zijn publiek nu echt de nacht in met een onvervalst, uitermate saai slaapliedje? Toen de podiumlichten vervolgens wel definitief doofden, bleek dat inderdaad het geval te zijn.
Heel gedurfd, dat moet ik Frank nageven, maar niet bepaald in overeenstemming met de heersende theaterwetten. Misschien was dat zijn bedoeling ook wel, de artiest Frank Boeijen zweert immers bij onvoorspelbaar gedrag. Deze slotact deed overigens niets af aan de kwaliteit van het concert, dat grotendeels in het teken stond van zijn nieuwe album ‘Palermo’. Met deze nieuwe oogst, veelal halteplaatsen in het leven belichtend, maakte hij zichtbaar wederom indruk op zijn trouwe achterban. Frank moet het hebben van de mystiek waarmee zijn teksten, doorgaans voor meerdere verklaringen vatbaar, zijn omgeven. De gewenning was op zijn publiek uiteraard nog niet neergedaald, de eerste zakdoeken werden pas in stelling gebracht bij de uitvoering van ‘Zeg me dat niet zo is’, het uitvaartdienstlied bij uitstek. Dezelfde scene speelt zich af wanneer Rob de Nijs (let maar op 24 mei in De Kring) ‘Nu het om haar gaat’ aanheft. ‘De Verzoening’ zorgde vrijwel aansluitend eveneens voor enkele minuten van diepe overpeinzingen. Volgens een Vlaamse collega gaat de zanger in deze show  ‘op zoek naar de verloren tijd, naar antwoorden in de ogen van geliefden en kruist hij de degens met de vergankelijkheid en de spelingen van het lot’. Zo laat dit bijna twee uur durende concert zich inderdaad goed samenvatten. Als zestiger is hij onder de invloedssfeer van de nostalgie gekomen. Met liefde denkt hij terug aan de jaren tachtig toen vrijwel alles wat hem in menselijk opzicht lief was, met name zijn ouders, nog in blakende gezondheid verkeerde.  Drummer Mark Stoop, zijn rechterhand Ton Snijders op toetsen, Charles Nagtzaam op bas en Peter van Benthem op gitaar en banjo weten na zoveel jaren trouwe dienst natuurlijk precies hoe ze de maestro het beste kunnen ondersteunen. Heerlijk zoals het ensemble ‘Het Antwoord’ uit 1983 wist op – en vooral uit te diepen. ‘Het Lied Van De Doofheid’ uit 1996, een indringende waarschuwing voor naderend onheil,  slingeren de muzikanten ogenschijnlijk achteloos de actualiteit in. Aan verbindende teksten heeft Frank nooit veel tijd gespendeerd, daar is deze theatertournee geen uitzondering op, luim is doorgaans ook maar karig vertegenwoordigd. Die kant demonstreert hij alleen in ‘Welkom In Utopia’, waarbij de bezoekers nadrukkelijk worden uitgenodigd om zachtjes mee te zingen.  Zijn hart, dat sinds november ruim zestig jaar klopt, was bij de opname van dat legendarische album, slechts half zo jong. Frank Boeijen is een van de weinige zangers (met Ramses Shaffy en Jacques Brel) die zich mag afficheren als de man naast Liesbeth List (eind jaren negentig blies hij haar carriere nieuw leven in), je kunt je zo langzamerhand afvragen of het geen tijd wordt voor een nieuwe vrouw op het podium naast Frank Boeijen. Simone van den Eertwegh, die helaas ook in het komende seizoen weer ontbreekt in het programma van De Kring, is uitstekend geknipt voor die vacature. Zij is een van de weinige zangeressen die in staat mag worden geacht om de teksten van Boeijen van een nieuwe verdieping te voorzien. Het intieme, ingetogen ‘Twee Gezichten’ bij voorbeeld klinkt zoveel beter  wanneer het als duet gezongen wordt. ENC- Eindhoven Nijmegen Combinatie klinkt niet gek als duonaam. 


Frank Boeijen – Theatertournee 2018. Gezien door Jaap Pleij op donderdag 17 mei in De Maagd in Bergen op Zoom.


Donderdag 17 mei 2018

GLUREN BIJ DE NOORDERBUREN LOONT VOOR DE KRING

‘Onze’ Kring staat ieder jaar weer gedurende enkele weken in het teken van het leutfeest, met als gevolg dat de reguliere theaterliefhebbers deze maand niet in de eigen woonplaats terecht kunnen voor hun structurele portie podiumbeleving. ‘Gluren bij de buren’ -een project waarmee De Kring en De Maagd zo’n zes keer per seizoen publiek uitwisselen- biedt in deze periode ook geen soelaas, want in Bergen op Zoom is het van hetzelfde laken een pak. Daar draaien alle activiteiten de eerste weken om de Vastenavend. U kent ongetwijfeld het liedje ‘Lef’, vooral bekend in de uitvoeringen van Karin Bloemen en de uit Oud Gastel afkomstige Rolf van Rijsbergen. Daarin wordt de toehoorder uitgenodigd om niet altijd naar boven te kijken, maar ‘kijk ook eens een keer opzij’. Welnu, ik zou nu juist een ‘pleijdooi’ wille houden om de cultuurblik wel in noordelijke richting te wenden.

Het ligt weliswaar iets verder van ons verwijderd dan Bergen op Zoom, maar wat let De Kring om de vaste bezoekers in de carnavalsmaand, maar wellicht ook gedurende de rest van het seizoen, eens te laten gluren in De Kunstmin in Dordrecht. In mijn verslag over de opwindende dansvoorstelling ‘Tierra’ heb ik vorig jaar al getracht de Roosendaalse theaterliefhebbers te verleiden om de geheel eigen productie  ‘Kunstmin Live’, waarin Joke Bruijs aan de tand wordt gevoeld door die andere oer-Rotterdamse Marjolein Meijers, te bezoeken. In ‘Kunstmin Live’ wordt een bekende theaterpersoonlijkheid uit de regio Rijnmond gedurende twee uur over alle facetten van diens leven en artiestenbestaan geïnterviewd, gelardeerd met (historische) beelden. In deze reeks was  later onder anderen ook nog Gerard Cox te gast in De Kunstmin. Zie mijn verslag over deze ontmoeting. Daarna heb ik met directeur Jan-Hein Sloesen de mogelijkheid besproken om een West-Brabantse variant op ‘Dit-is-uw-leven’-programma in De Kring te organiseren. We kwamen echter al snel tot de conclusie dat het aanbod landelijke bekende West-Brabantse artiesten aan de wat te magere kant is. Naast ‘Kunstmin Live’ was er in Dordt het afgelopen seizoen uiteraard nog genoeg moois te beleven die ook voor de Roosendalers bijzonder de moeite waard waren. Natuurlijk is het heel goed te doen om al deze voorstellingen op eigen gelegenheid te bezoeken. Er is een prima, zeer frequente treinverbinding tussen Roosendaal en Dordrecht en De Kunstmin ligt op loopafstand van het NS-station. Er zijn echter veel met name oudere theaterliefhebbers die het niet prettig vinden om ’s avonds alleen (naar onbekende oorden) te reizen. Bovendien geeft zo’n gezamenlijke beleving veel meer voldoening. En wie weet, leidt het op termijn tot een sprankelende kruisbestuiving tussen De Kring en De Kunstmin. ‘Gluren bij de noorderburen’  zal wellicht voor beide theaters vast een impuls zijn richting nominatie ‘Beste Theater van Nederland'.


Woensdag 16 mei 2018

DMP ZET ACTEURS NOG EEN KEER "VOOR HET BLOK"

Aan alle mooie dingen komt eens een eind. Zo ook aan de reeks ‘Voor het Blok’-voorstellingen van theaterbedrijf DrieMaalPlankenkoorts in de kleine zaal van De Kring. Op die plek werd dinsdag de laatste voorstellling gegeven. Deze afsluitende vertoning kende wat je noemt een swingende opening. De bezoekers troffen bij binnenkomst het gehele ensemble dansend op het podium aan. Aan de bewegingen te oordelen was dit onderdeel duidelijk geinspireerd op de bewegingen van Thierry Baudet tijdens de meest recente verkiezingsavond. De toneelvoorstelling ‘Ma’ in de grote zaal (merkwaardig overigensdat er twee toneelvoorstellingen tegenover elkaar geprogrammeerd stonden) had met vijfhonderd bezoekers over belangstelling niet te klagen, DMP moest het echter met een handjevol geinteresseerden stellen. Desondanks moest spelleider Corne van Sprundel bij handopsteken concluderen dat er relatief veel nieuwkomers in de zaal zaten. Daarom legde hij het procede nog maar een keer uit. ‘Voor het Blok’ is vergelijkbaar met het televisieprogramma ‘De Vloer Op’, ‘maar dan op een Lama-achtige wijze gebracht’, voegde Van Sprundel er haastig aan toe. Vast onderdeel van de Roosendaalse versie is dat de vaste cast, bestaande uit Myrthe Michielsen, Bas Ambachtsheer, Ad Paantjes en Dragan Zuikerbuijk gezelschap krijgen van deze twee gastacteurs. Dit voor de broodnodige afwisseling. Deze keer waren dat de jonge meisjes Anique en Semke. Naast diverse spelopdrachten keerden diverse vaste onderdelen terug. Zo moest het ensemble weer los gaan op de mededeling ‘De Wub is geflupt’, en kregen Bas en Ad het A-B-C-spel wederom voor de kiezen. In deze scene moet iedere zin beginnen met een letter van het alfabet, gebracht in de juiste volgorde. De mooiste scene speelde zich af in een treincoupe, waar Ad en Anique aarzelend met elkaar in gesprek raakten. Anique kreeg al snel een unheimisch gevoel toen Ad wel heel erg veel over haar privesituatie wist te vertellen. Niet geheel ontoevallig las hij op dat moment het album ‘De Spokenjagers’ uit de oneindige reeks ‘Suske en Wiske’.  Voor het publiek was het al snel duidelijk. Ad zat daar als een ‘guardian angel’ die uit het duistere rijk was neergedaald om Anique te waarschuwen voor snel naderen onheil. Geheel tegen de regels in, spoken horen zich immers niet te bemoeien met de bovenwereld. Voor een kwetsbaar meisje als Anique maakte spook Ad echter graag een uitzondering.  Zo drukte hij haar op het hart de volgende dag niet de vaste route naar school te nemen. Een achter het stuur onwel geworden vrachtwagenchauffeur zou er dan voor zorgen dat zij haar bestemming nimmer bereikt. Op het moment dat het echt interessant dreigde te worden stuurde de spelleider Bas in de rol van conducteur het podium op. Hij ontmaskerde Ad als een geestelijk gestoorde zwartrijder die er genoegen in schepte om medereizigers de stuipen op het lijf te jagen. Inde scene. Jammer en toneeltechnisch niet sterk. De komst van de conducteur verklaarde immers niet hoe spook Ad zoveel privedetails uit het leven van Anique kende. Hoe wist hij bij voorbeeld dat Anique’s jas een cadeau was van haar moeder? Een gegeven dat een verdere uitwerking verdient, met dien verstande dat de rol van Ad vanwege diens Al Pacino-achtige duivelse uiterlijk geloofwaardiger door Dragan ingevuld kan worden. Maar dus niet via ‘Voor het Blok’. Na zoveel afleveringen is de sju er ook wel een beetje af. Door zoveel items steeds terug te laten keren, heeft het geheel het karakter van een invuloefening gekregen, terwijl het verrassende element juist de kracht van ‘Voor Het Blok’ moet zijn. Een verstandig besluit dus om er op tijd een punt achter te zetten. De DMP-achterban is getuige de geringe opkomst ook wel uitgekeken op deze formule, waarbij de laatste tijd teveel in herhalingen werd vervallen. DMP is het komende theaterseizoen slechts een keer te zien in De Kring met het toneelstuk ‘Ballen’ (28 november).
DrieMaalPlankenkoorts – Voor Het Blok. Gezien door Jaap Pleij op dinsdag 15 mei in de kleine zaal van De Kring.                


Woensdag 16 mei 2018

TWEE KEER CHARLES GROENHUIJSEN TEVEEL VAN HET GOEDE

Collega-publicist Charles Groenhuijsen zal zich wel even achter de oren hebben gekrabd toen hij kort achter elkaar twee keer een uitnodiging voor het geven van een lezing in Roosendaal ontving. Sinds zijn mislukte avontuur bij het NOS-Journaal moet Groenhuijsen zijn brood als ZZP-er zien te verdienen. Met enig schouderophalen zal hij beide uitnodigingen dus stilzwijgend hebben gehonoreerd. Beide lezingen draaien om zijn recent uitgegeven boek met de niet bijster originele titel ‘Optimisten hebben de hele wereld’. Sinds Remco Campert ‘Sombermans Actie’ publiceerde, weten we immers dat de wereldheerschappij voor de geboren pessimist niet is weggelegd.

De ietwat personvriendelijke stichting De Witte Roos heeft de eer van de Roosendaalse primeur. Deze voordracht staat geboekt voor woensdag 23 mei in de Roosendaalse bibliotheek VANnU, gevestigd in Parrotia. Belangstellenden betalen 15 euro voor een kaartje, Vrienden van De Witte Roos en scholieren mogen voor een tientje naar binnen. In De Kring zijn de fans van Groenhuijsen op 29 november met 25 euro bepaald duurder uit. Natuurlijk rijst de vraag hoe deze dubbele boeking heeft kunnen plaatsvinden.  Niet zo moeilijk. Bibliotheek VANnU maakt hoe onlogisch ook immers geen deel uit van het Roosendaalse cultuurcluster, anders had directeur Jan-Hein Sloesen hier heus wel een stokje voor gestoken. Sinds een soortgelijk debacle spreken we in Roosendaal van een Wibi Soerjadi-tje. In de cultuurrijke periode dat de stichting St. Jan Cultuur voorstellingen programmeerde in de gewezen gelijknamige kerk aan de Markt hadden Kees Vermeeren namens de St. Jan en Leo Kievit van De Kring zonder dat van elkaar te weten het oog en de boeking laten vallen op de toen zeer vermaarde pianist  Wibi Soerjadi. Toen de doublure aan het licht kwam, namen beide organisaties dat elkaar en met name het management van Soerjadi niet bepaald in dank af. Het is een ongeschreven regel in de artiestenwereld dat een podiumact niet binnen afzienbare tijd twee keer in dezelfde plaats te beleven valt. Nou is het de vraag of je Groenhuijsen als artiest kunt omschrijven, zelf denkt hij ongetwijfeld van wel, maar twee lezingen over exact hetzelfde onderwerp is natuurlijk ook teveel van het goede. Daar zou zelfs de meest optimistische programmeur sikkeneurig van worden. Maar vanwaar die grote belangstelling voor dit boekwerk van Groenhuijsen dat op televisie al uitgebreid en van meerdere kanten is belicht. In dat verband zou ik graag Sis van Rossem willen citeren toen ze haar licht over broer Maarten liet schijnen. ‘Ik werd het op een gegeven moment spuugzat. Al weer die Maarten op televisie. Laten we wel wezen: zoveel interessants heeft hij nou ook weer niet te vertellen!’ Waarvan akte.   


Zondag 13 mei 2018

NOG GEEN ROESTPLEKJE TE BEKENNEN OP WILLEM VERMANDERE

‘Ah wel. Het blijft toch een schone mens’, merkte een Vlaming op bij het verlaten van De Maagd. Aan het applaus te oordelen dachten vrijwel alle bezoekers er zo over die zaterdag het combinatieconcert van de groep WOR en de Vlaamse bard Willem Vermandere hadden bijgewoond. Zonder enige opsmuk maar gelardeerd met boeiende anekdotes bezorgde de in 1940 geboren veteraan de bezoekers een aangenaam uurtje. Het hele optreden alleen voor zijn rekening nemen, zit er niet meer in. Om zijn artiestenbestaan gaande te houden en het publiek constant iets nieuws voor te schotelen, deelt Vermandere het podium al een aantal jaren maar wat graag met vakgenoten.

Eerder werkte hij samen met landgenoot Johan Verminnen, momenteel trekt hij van Duinkerke tot Groningen door het vlakke land met de groep WOR, waarvan de leden afkomstig zijn uit Antwerpen, Brussel, Gent en Leuven.  De naam WOR mag in Nederland dan wel geen al te luide belletjes doen rinkelen, de erelijst mag er zijn. De muzikanten zijn nogal reislustig, getuige de recente optredens in Sunfest, Ontorio, Londen, Potsdam, de Shetlandeilanden, Kansas en natuurlijk ontbraken ze ook niet op het inmiddels legendarische Festival Dranouter in eigen land. Puur met instrumentale muziek warmden ze het Bergse publiek wat op en creëerden spelenderwijs met hun pakkende melodieën een warm bad voor Vermandere. Het was alleen jammer dat de banjo ontbrak in het instrumentarium. Na de pauze nam de bard naast het podium ook het publiek direct voor zich in. Ontspannen keuterend en gestoken in zijn bekende wit/grijze vest verhaalde hij over alles wat het leven zo de moeite waard en soms ook zo pijnlijk maakt. Die Filip de Winter is in zijn ogen ‘geen goeie mens’. ‘Sinds Filip neergestreken is in Antwerpen is hij een migrant in Gent. Maar zijn wij in wezen niet allemaal migranten’, zo hield hij de zaal een spiegel voor.  ‘Wie woont er immers nog in het huis waarin hij is geboren en wie oefent nog hetzelfde beroep uit als zijn vader, wat vroeger heel gebruikelijk was?’. Het magische woord was daarmee gevallen. ‘In feite zijn we allemaal migranten uit het land dat ‘Vroeger’  heet. Velen verlangen er weer naar toe, sommigen kijken met afschuw op die eerste levensfase terug. Maar voor iedereen geldt dat ‘Vroeger’ iets is wat je altijd met je meedraagt, waarheen het levenspad je ook brengt. Vermandere wordt ook tijdens deze tournee op voortreffelijke maar stilzwijgende wijze ondersteund door Freddy Desmedt  (klarinetten,saxofoons en fluiten) en Pol Depoorter (gitaren en mandoline). Een bard als Vermandere had je de bewoners van dat bekende dorpje in het Franse Bretagne dat zich al zo lang verzet tegen de Romeinse overheersing toch ook graag gegund. Wie zo kan toveren met muziek en teksten heeft geen drankjes nodig om zijn volgelingen te sterken voor het mirakel dat leven heet! Bovendien was van de gezamenlijke slotmaaltijd dan wel een heel bijzondere loutering uit gegaan.

Willem Vermandere is in 1940 geboren in Lauwe. Hij is opgegroeid in muzikale sferen tussen moeders keuken en de werkbank van vader – wagenmaker- klarinettist. Hij stapte zelf al heel vroeg mee in de dorpsharmonie Sint-Cecilia.
Willem leerde Grieks & Latijn, maar was meer geboeid door de gitaar. Ook tekende hij zijn kladschriften vol ventjes en karikaturen van zijn leraren. Later begon hij melodietjes te componeren en muziek op gedichtjes te zetten. Hij maakt ook beeldhouwwerken in grillige boomstronken.
Als adolescent studeerde Willem godsdienstwetenschappen in Gent, maar al snel voelde hij zich meer beeldhouwer en liedjeszanger. Drie jaar heeft hij les gegeven in Nieuwpoort, in zijn ogen drie jaar te lang, maar hij leerde er toch hoe je kinders kunt vermaken met ‘vertellingskes’, wat nu op het podium voor een volwassen publiek goed van pas komt. Vermandere’s teksten en muziek hebben een enorme impact op Herman Van Veen die op zijn laatste CD’s  ‘Andere Namen’en ‘Vaders’ liedjes van Willem interpreteert, zoals ‘Voor Marie-Louise’ en ‘Kyrie Eleson’.
Alle afleidingen ten spijt geeft Vermandere ventjes nog altijd handen en voeten op het tekenpapier. Met tomeloze energie schildert en bewerkt hij voorts grote stenen die eenmaal voltooid met trots worden buiten gezet met hun ‘voeten’  in de zware poldergrond & met hunne kop tussen de lage wolken van Steenkerke in de Westhoek.

Cabaretdeskundige Jacques Klöters liet naar aanleiding van een bezoek aan een van de concerten zijn licht schijnen over het fenomeen Willem Vermandere.

‘Zoals de stedeling zich af en toe wil terugtrekken in een stil natuurgebied, zo wend ik me af en toe tot een optreden van Willem Vermandere. Bij hem gaat het niet om de show, de kleding, de belichting en allerlei nerveuze effecten. Hij is een unieke persoonlijkheid die in zichzelf bewaard heeft wat elders verloren is gegaan. Hij zingt over wat een mens bezig houdt: de liefde, geboorte, dood, werk en vreugde. Hij doet dat in een schitterende taal die niet aangetast is door alle onzin waar wij zo moe van worden. Hij brengt geen modieuze, zwaar opgemaakte gerechten, maar snijdt zelfgebakken brood in gulle plakken en belegt het met zelf gerookte Vlaamse hesp. Zijn teksten worden gedragen door wonderschone melodieën en ze lijken op de enig juiste manier gebracht te worden: in een vriendenkring door goede muzikanten die al jaren samen optrekken. Bij Willem Vermandere onderga ik een zuivering en ik kom altijd naar buiten met de gedachte: zo moet het eigenlijk!’
 
Willem Vermandere en WOR – Gezien door Jaap Pleij op zaterdag 12 mei in De Maagd in Bergen op Zoom.


Vrijdag 11 mei 2018

PERSOONLIJK OORLOGSDRAMA VERPAKT IN THEATERJUWEELTJE

De eerste rij is niet de meest comfortabele plek in de Bergse Stadsschouwburg De Maagd, maar dat heeft me niet weerhouden om ten volle te genieten van de voorstelling ‘Dansen met de Vijand’ van Janke Dekker Theaterproducties. De echtgenote van Studio Sport-coryfee Tom Egbers is de laatste jaren vooral achter de schermen actief en dat gaat haar wonderwel goed af.

In ‘Dansen met de vijand’, aangekondigd als een muzikaal docudrama, wordt het verhaal verteld van de jonge, katholiek opgevoede Paul Glaser, die een zakenreis in het Poolse Krakov combineert met een bezoek aan Auschwitz. Zijn oog valt op een koffer met de achternaam ‘Glaser’, wat hem uiteraard aan het denken zet. Snel ontdekt hij dat de mysterieuze koffer eens het eigendom was met zijn in Zweden woonachtige tante Roosje. Een verborgen familielied dat hij nooit heeft gezien noch gesproken.   

Deze joodse tante Roosje was als populaire danslerares in de dertigerjaren wat je nu zou betitelen als een BN-er. Met haar activiteiten haalde ze zelfs het polygoon-bioscoopjournaal. Als gedurende de bezetting steeds meer gelegenheden en activiteiten voor Joden verboden worden, zet Roosje haar danslessen illegaal voort. Uiteindelijk wordt ze opgepakt en komt ze in maar liefst zeven kampen terecht. Waaronder Westerbork, waar ze een verhouding krijgt met een SS-officier. Ze schroomt zelfs niet om in Auschwitz dansles te geven aan de nazi-officieren. Onschuldig als ze nog steeds in het leven staat, probeert ze haar geliefde SS-officier zelfs een Amerikaanse dans te leren. Zonder noemenswaardige kleerscheuren overleeft ze de oorlog en vestigt zich in Zweden.
De docudrama is gebaseerd op het gelijknamige boek van Paul Glaser, waarin hij het relaas van deze zus van zijn vader  vertelt. Zijn vader heeft direct na de oorlog het contact met Roosje verbroken, omdat hij niets wilde weten van haar ‘foute gedrag’.  Hij sprak haar nog slechts een keer, een gesprek waarin ze moest beloven nooit en te nimmer contact op te nemen met de familie. Vijftig jaar later staat dan ineens neef Paul voor haar neus in Stockholm.
Het verhaal speelt zich af tegen een decor bestaande uit een grote, grijze berg oude schoenen, een niet mis te verstane verwijzing naar de slachtoffers uit de concentratiekampen. Centraal in die berg staat het koffertje. Paul Glaser wordt vertolkt door Mike Weerts, de zwakke schakel in het stuk. Zijn beperkte acteertalent steekt schril af tegen het vakkundige spel van Truus te Selle als zijn bejaarde tante Roosje. Het scenario schrijft voor dat Weerts ook vrijwel alle andere mannenrollen voor zijn rekening neemt en dat is echt teveel gevraagd.  Valery van Gorp daarentegen geeft als de jonge Roosje flair aan het verhaal en zij is de reden dat ik zo ademloos bleef kijken. Prachtig geschminkt lijkt ze met haar uitermate geloofwaardige vertolking zo weggelopen uit de jaren dertig. Een vrouw, eigenlijk nog een meisje, waar je als jongen direct verliefd op wordt. Vrouwelijke schoonheid overbrugt alle politieke tegenstellingen en dat blijkt ook uit haar verdere levensloop. Prominent op het toneel staat naast de berg schoenen een piano, op zijn tijd vakkundig beroerd door Maurits Fondse.
Janke Dekker Producties is er ogenschijnlijk moeiteloos in geslaagd om in alle verhaallagen de juiste toon te treffen. Dans en muziek stonden naast de liefde voorop in het leven van Roosje, en dat komt op gepaste wijze smaakvol tot uiting in de voorstelling. De choreografieën van Anouk Poell getuigen eveneens van goede smaak en de pianomuziek van Fondse is op treffende wijze verweven in het verhaal. Regisseur Erris van Ginkel, ook verantwoordelijk voor de theatrale bewerking, houdt zich keurig aan de feiten, emotie en sentiment zijn goed uitgebalanceerd. Aanvankelijk is Roosje niet erg toeschietelijk om neef Paul haar kant van het verhaal te vertellen, maar schoorvoetend doet ze dat uiteindelijk natuurlijk wel. Klein manco in de bewerking is dat de voorstelling met wel heel grote passen door het na-oorlogse leven van Roosje snelt. Na haar relaas te hebben aangehoord trekt Paul de terechte conclusie dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zich niet laat indelen in ‘goed’en ‘fout’, oftewel ‘zwart’ en ‘wit’, begrippen die gelukkig steeds minder worden gehanteerd, en dat er op het gedrag van zijn ‘goede’ familie ook wel het een en ander aan te merken is. De Roosendaalse auteur Jan Cartens stelde terecht in een van mijn radio-uitzendingen dat het menselijke aandeel in de oorlog voornamelijk grijstinten laat zien. De docudrama oordeelt niet, maar vertelt slechts een persoonlijk oorlogsverhaal dat absoluut de moeite waard is om verteld te worden.  Janke Dekker Producties doet dat op een uiterst correcte- en vooral boeiende wijze.  

Dansen met de vijand, muzikaal docudrama, Janke Dekker Producties  – Gezien door Jaap Pleij op dinsdag 8 mei in De Maagd in Bergen op Zoom.


Donderdag 10 mei 2018

GEEN EXTRA PARKEERVAKKEN BIJ MOSKEE SCHNEIDERLAAN

Wethouder Cees Lok ziet niets in de suggestie van de VLP om meer parkeervakken te realiseren bij de moskee aan de Burgemeester Schneiderlaan. Met name op vrijdagmiddag is het hier een drukte van jewelste wat de nodige verkeersproblematiek met zich meebrengt. Het parkeerterrein is domweg niet groot genoeg om al het gemotoriseerde blik te herbergen. Het gemeentebestuur staat oogluikend toe dat er rond de gebedsdiensten aan weerszijden van de Burgemeester Schneiderlaan wordt geparkeerd. Verkeersregelaars proberen alles in goede banen te leiden, maar volgens de VLP neemt dat de onrust bij de omwonenden niet weg. Vandaar het VLP-‘pleijdooi’ voor extra parkeerplaatsen. De partij wil dat de huidige gedoogplekken de status van wettige parkeerplek krijgen. ‘Een bijkomend voordeel is dat deze parkeerplaatsen ook gebruikt kunnen worden door bij voorbeeld bezoekers van de sportgelegenheden aan de Zundertseweg’, voert de VLP als motivatie aan.     
Wethouder Cees Lok brengt hier tegenin dat er zijn inziens geen sprake is van een permanente verkeersdruk.  ‘Er zijn geen signalen dat er (bijna)ongelukken voorkomen door parkeerders op de Burgemeester Schneiderlaan. Om de veiligheíd te waarborgen is met de moskee de afspraak gemaakt dat er enkel op de rechter rijstroken geparkeerd mag worden onder begeleiding van gecertificeerde verkeersregelaars. De Burgemeester Schneiderweg is een zogenaamde 'gebiedsontsluitingsweg' met een snelheidsregime van 50km/uur. Wij volgen voor de inrichting van wegen zoveel mogelijk de landelijke CROW-richtlijnen. ln deze richtlijnen wordt aangegeven dat haakse parkeervakken langs 50km/uur wegen niet wenselijk zijn in verband met de veiligheid bij het in- uitparkeren. lk ben niet voornemens de parkeervakken langs de Burgemeester Schneiderlaan aan te leggen en deze parkeersituatie daarmee te formaliseren. Dat zou betekenen dat er permanent  geparkeerd kan worden zonder controle van verkeersregelaars, wat extra risico's met zich mee brengt. Bovendien leveren de permanente extra parkeerplaatsen langs de Burgemeester Schneiderlaan geen positieve bijdrage aan de leefkwaliteit van de buurt’.
Het is jammer dat de politiek niet wat beter heeft geluisterd naar de omwonenden toen de bouwvergunning voor de moskee aan de orde was. Van alle kanten werd er toen al op gewezen dat de toegemeten ruimte absoluut niet berekend was op de te verwachten belangstelling. Zeker gezien de regiofunctie die deze moskee vervult. ‘Bezint eer ge begint’, was toen helaas niet aan de politiek besteed. Je kunt je natuurlijk ook afvragen waarom de bezoekers (zeker die uit Roosendaal) niet gewoon op de fiets stappen, en waarom (voor de bezoekers uit de regio) ze zo weinig gebruik maken van het openbaar vervoer. Er zijn goede busverbindingen naar dit gebied. Wellicht kan Cees Lok dit eens wat duidelijker onder de aandacht brengen bij de doelgroep. Het standpunt van de wethouder valt absoluut te billijken. De leefbaarheid van de buurt is absoluut niet gediend met een legalisatie van de huidige gedoogplekken. Was hij bij de aanpak van het dossier Riek Bakker maar zo wijs geweest.  Het wordt overigens hoog tijd dat het woord ‘gedogen’ uit het politieke woordenboek verdwijnt. Het mag of het mag niet.  De politiek hoort in de eerste plaats duidelijkheid te scheppen.     


Dinsdag 8 mei 2018

HET EMILE VAN LOONPARK IS GEEN FESTIVALTERREIN

Landelijk wordt al uitgebreid gediscussieerd over de ‘verfestivallisering’ van Nederland. ‘Leuk voor de festivalganger, maar minder geslaagd voor de buurtbewoners en de stadsbewoners die niet festival-minded zijn en gedurende de zonnige weekenden hun favoriete parkje niet meer in kunnen, om vervolgens op een regenachtige maandagochtend (zal je altijd zien) te ontdekken dat hun eens zo bloeiende recreatiegebiedje is omgeploegd en platgewalst en dat broedende vogelparen van schrik hun nest hebben verlaten’, tekende Robert van Gijssel vrijdag 4 mei op in zijn rubriek in De Volkskrant. De Rotterdamse journalist/schrijver Sander de Kramer ging op Radio 1 nog een stapje verder. Hij verklaarde helemaal klaar te zijn met festivals in de (stads)natuur en wees in dat verband op het hiphop- en dancefestival Oranjebitter in het Euromastpark. Volgens hem hadden de uit heel Nederland afkomstige feestvierders een enorme puinhoop achtergelaten die uit wel ‘iets meer bestond dan platgetrapt en uitgebleekt gras’. In meerdere gemeenten worden de laatste jaren stadsparken ingezet als festivallocatie, waarvoor ze in beginsel uiteraard niet bedoeld zijn. En dat terwijl kwetsbare parkjes helemaal niet bestand zijn tegen een festivalorkaan. Sander de Kramer foeterde op de radio ook nog over ‘eekhoorns en konijnen die bij de eerste soundcheck in blinde paniek het oorlogsgebied verlaten’.
In Roosendaal bleef de ‘schade’ lang beperkt tot het jaarlijkse Blommenkindersfestival in het Vrouwenhofpark. In 2017 kwam daar een nieuw evenement bij, het Bevrijdingsfestival Roosendaal te houden op 5 mei, verdeeld over het Tongerloplein en het Emile van Loonpark. De gemeente gaf daar een vergunning voor af zonder enig overleg met de omwonenden, wat niet bepaald in goede aarde viel. Wederom zonder enige vorm van volksraadpleging verleende de gemeente op 10 april van dit jaar opnieuw een vergunning voor het festival, en volgens het team buurtpreventie blijft dit deze keer niet zonder gevolgen.  ‘Er zijn tal van klachten binnengekomen over geluidsoverlast. Bewoners uit de Ludwigstraat, de Vughtstraat, Ludwighove, Domineestraat, Panneboeter en Marktstede hebben zich enorm geërgerd aan de vreselijke bak lawaai waarop de organisatie meende hen te moeten ‘trakteren’. Bovendien stond in de niet ondertekende brief, waarmee de omwonenden over het evenement werden geïnformeerd, aangegeven dat het op beide podia rond 21.30 uur gedaan zou zijn met de levende muziek. Daar hebben ze zich helaas niet aan gehouden. Rond middernacht zaten we nog te schudden in onze huiskamers’, aldus de woordvoerder van team buurtpreventie die wil dat het festival volgend jaar elders wordt gehouden.  ‘Een stadspark met aangrenzende woonstraten is daar geen geschikte locatie voor. Waarom niet gewoon voor De Stok gekozen zoals bij andere festivals. Dat is ver genoeg van de bewoonde wereld’. Buurtpreventie is ook niet te spreken over de troep die na het festival is achtergebleven.
Natuurlijk is het alleen maar toe te juichen dat de bevrijding blijvend wordt herdacht en feestelijk onderstreept, maar het is uiterst twijfelachtig of een door een DJ geproduceerde geluidsterreur daar de juiste manier voor is. Waarom niet gekozen voor een akoestisch poëzie- en folkfestival met troubadours en dichters, die teksten declameren die leiden tot bezinning en die tot nadenken stemmen. Bovendien zou het de gemeente sieren indien ze voortaan niet lukraak vergunningen verstrekt voor dit soort evenementen zonder te peilen hoe de omgeving daarover denkt. Ik pleit al jaren voor de aanwijzing van een vast evenemententerrein op een plek zonder hinder voor de naaste omgeving. De gemeente hoeft daar niet lang naar te zoeken. Het parkeerterrein naast het Herstaco Stadion is daar uitermate geschikt voor. Daar kan probleemloos de gehele Roosendaalse Kermis worden ‘ondergebracht’, met als bijkomend voordeel dat het stadion zelf wellicht ook bij de activiteiten betrokken kan worden.      


Maandag 7 mei 2018

RIK GHESQUIERE GAAT VLEUGELS INTERNATIONAAL UITSLAAN

Het officiële afscheidsconcert staat weliswaar pas gepland voor 9 december dit jaar, maar ook het Lenteconcert van afgelopen zondag in De Kring stond al in het teken van het naderende vertrek van dirigent Rik Ghesquiere. Na tien jaar verbonden te zijn geweest aan het Roosendaals Gemengd Koor acht de flamboyante muzikale leider de tijd rijp om zijn geluk over de grens te beproeven. Zo staan al concerten gepland in Zuid-Afrika en Bangkok. Voorzitter Pascal Mortiers van het RGK maakte dit nieuws kort voor het slot van het concert bekend. Niet bekend is wie hem gaat opvolgen.
Voor het Lenteconcert, het eerste in de geschiedenis van het RGK, was beduidend minder belangstelling dan voor de twee voorgaande Valentijnsconcerten. Er stond dit jaar dan ook geen grote naam op het affiche. Naast het koor moest het vuurwerk komen van pianiste Nadia Rutkovska en Ghesquiere op trompet, vooral in hun gezamenlijke uitvoering van ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen. Voor de echte liefhebbers was er genoeg te genieten. Het RGK ging enthousiast van start met de ‘Einzugsmarsch’ uit ‘Der Zigeunerbaron’, gevolgd door ‘Rosen aus dem Suden’. Het bekende ‘Chiantilied’ bracht de nodige vreugde in de zaal. Met een mooie uitvoering van ‘Conquest of Paradise’ kreeg het gezelschap heel wat handen op elkaar. Het afscheid werd ingeluid met ‘All I ask of you’ uit ‘The Phantom of the Opera’. Na een klinkende uitvoering van ‘Berliner Luft’ was het echt gedaan in de kleine zaal. Het publiek kon nog even nagenieten in de foyer met muziek van big band No Guts No Glory. 


Roosendaals Gemengd Koor – Lenteconcert. Gezien door Jaap Pleij in de kleine zaal van De Kring op zondag 6 mei.


Zondag 6 mei 2018

FRUIT STAAT NIET OP HET MENU IN HET BRAVIS ZIEKENHUIS

‘Ik heb zo’n trek in een banaantje of een appeltje’, meldt dierbare direct als ik me op deze zondag de 6e mei bij haar ziekenhuisbed neder zet. ‘Lijkt me geen probleem’, reageer ik laconiek. ‘Ze zijn toch zojuist met de koffieronde gestart, dus ik vraag het zo meteen wel even’. Voor de koffie uit komt de immer vriendelijke mevrouw van de catering informeren ‘wat mevrouw voor het middagmaal wenst te eten’. Als ze het woord stoofpeertjes hoort in het keuzemenu is het besluit snel genomen. Daar was ze thuis al gek op en haar smaak is op dit gebied niet aangetast door de blaasontsteking , wat de aanleiding was voor haar plotselinge opname, nu tien dagen geleden.
Als ik dierbare’s fruitige wens voor dit moment kenbaar maakt, kijkt de cateringmevrouw me met een verstarde blik verontschuldigend aan. ‘O maar dat hebben wij niet, meneer. Het bezoek wordt geacht dat zelf mee te nemen. Wij mogen dat alleen doen bij het volledig ontbreken van aanloop’. Soms moet je op bepaalde zaken gewezen worden om er weer eens bij stil te staan’, sprak acteur Harry Piekema eens in zijn onvergetelijke rol van AH-bedrijfsleider in de humorvolle reclamefilmpjes. Hij doelde daarmee op de hele kleine prijsjes voor sommige artikelen van de Zaanse grootgrutter. Nu ik net als AD-collega Hugo Borst in de situatie verkeer dat ik dagelijks de gang naar een zorginstelling maak om een dierbare te bezoeken, zie ik al snel diverse mogelijkheden om het verblijf van de patient te veraangenamen.
Uit het raam kijkend van een van de kamers op de zesde verdieping verbaasde ik me eerder al over het ontbreken van een rijweg/annex fietstunnel onder de A-58 door die de Poolselaan met het Bravis Ziekenhuis verbindt, waarmee de ambulances en het (brom)fietsverkeer verlost zijn van die vervelende route over de drukke- en veel te smalle Hulsdonkestraat en de immer winderige Boerhaavelaan. Mijn suggestie in deze richting ligt al op de burelen van de bestuursvleugel in het Stadskantoor. Geen fruit op het menu in het Bravis Ziekenhuis, uitgerekend het meest gezonde voedsel dat er op gericht is om aan te sterken, wordt onze ernstig zieke medemens onthouden. Dat wil er bij mij niet in. ‘Wat is dat voor waanzin?’, citeer ik in gedachten Toon Hermans.
In tegenstelling tot de collega’s van de Belastingdienst beschikken ziekenhuisdirecties over een scala aan mogelijkheden om het (vaak gedwongen) verblijf in het ziekenhuis heel wat leuker en vooral gezonder te maken. Appels, bananen en peren horen zeker voor mensen met een verminderde weerstand bovenaan het menu te prijken. Dit schreeuwt om diepgaand onderzoek hoe daar elders mee wordt omgegaan. Met verbazing kijk ik deze ochtend ook naar het lege dakterras op de zesde verdieping. Helemaal leeg. Geen spoortje van menselijk leven te bekennen. Zonne-energie is voor mens en dier de ultieme vitamine. Daar kan geen pilletje of drankje tegenop. Waarom is dit kale dak al lang niet omgetoverd in een vrolijk, goed afgeschermd dakterras vol vrolijk kwetterende mensen, waar patienten, bezoekers en personeel elkaar in een ontspannen ambiance op een andere wijze kunnen leren kennen. Met drie uitermate warme dagen in het vooruitzicht gaat er voor de patienten nodeloos kostbare zonne-energie verloren die wonderen had kunnen doen voor de veelal bleke huidjes. Dierbare is inmiddels goed wakker en zegt zich te verheugen op haar aanstaande transfer naar een revalidatie-instelling waar niet alleen de gezondheid maar ook het welbevinden en welzijn centraal staan. Op deze 6e mei praat ze uitgebreid over Pim Fortuyn die al weer zestien jaar geleden het slachtoffer werd van een gewetenloze moordenaar die ‘dankzij’ het milde rechtsklimaat in dit land al weer jaren vrij man is, terwijl de nabestaanden tot levenslang zijn veroordeeld. Ook haalt ze kostelijke anekdotes op uit de tijd –kort na de oorlog- dat ze samen met haar jongere zus zelf werkzaam was in een Rotterdams ziekenhuis.
In haar enthousiasme drukt ze per ongeluk op het voor ziekenhuisintimi bekende rode knopje, waarmee het dienstdoende personeel kan worden gealarmeerd bij een noodsituatie en dringende verlangens. ‘Gisteren zat ik lange tijd in de rolstoel om naar buiten te kijken. Toen ik vermoeid raakte en weer naar bed wilde, kon ik het rode knopje niet vinden’, sipt ze. In mijn hoofd gaat meteen een ander soort alarmbelletje af. Ik kijk naar de vaste plek waar het knoppendoosje zich hoort te bevinden en stel direct vast dat het gezeten in een rolstoel schier onbereikbaar is. Ook hier ligt de oplossing voor de hand. Geef kwetsbare patienten met beperkte mobiliteit net als bij de Sociale Alarmering het geval is een ketting die ze om de nek kunnen hangen.


Zaterdag 5 mei 2018

HET STINKT IN CHINA EN DE KAKKERLAKKEN ZIJN ENORM GROOT

Een van de argumenten om het ‘vrij zitten’ niet in te voeren in De Kring is naar het schijnt de vrees dat het publiek gaat ‘vechten’ om een plekje op de eerste rij. Eerder heb ik al geconstateerd dat dit vooral op koudwatervrees berust en dat oordeel zag ik donderdagavond nog eens bevestigd bij de voorstelling 5 (sterren) van Introdans. Met verbazing zag ik hoe het publiek (letterlijk) op elkaars lip zat in de grote zaal die voor de helft was afgesloten via een zwart doek. Op de eerste rij echter geen kip te bekennen, laat staan een dansliefhebber. Zodoende had uw recensent die eerste rij geheel voor zichzelf.

Het slechte nieuws is dat het ‘vrij zitten’ ook in het nieuwe seizoen (nog) niet wordt ingesteld. Ik vraag me af waarom. Wie het eerst komt het eerst maal-systeem biedt slechts louter voordelen. Je hoeft als bezoeker niet naast een vent van tweehonderd kilo te gaan zitten alleen maar omdat je kaartje dat nu eenmaal gebiedt. Hoe vaak komt het niet voor dat (notoire) laatkomers plaatsen hebben in het midden van de zaal, met als gevolg dat een hele rij voor deze overlastgevers moet opstaan, wat ook de nodige vertraging oplevert. Voor de administratie betekent het ‘vrij zitten’ een enorme verlichting van de werkdruk. De caissières hoeven slechts kaarten uit te printen tot de capaciteit van beide zalen is bereikt. De bezoekers zoeken zelf wel uit waar ze gaan zitten. In Fidei et Arti in Oudenbosch werkt dit systeem prima en heeft het nog nooit tot een wanklank geleid. Met dat gedoe van ‘besproken plaatsen’ is dat in De Kring wel het geval geweest. Lees mijn verslag van de voorstelling ‘Koning te Rijk’ van Marijn Koning nog maar eens terug op www.roosendaalspleijdooi.jimdo.com Overigens is het mij ook een raadsel waarom de zaal bij Introdans voor de helft was afgesloten. Nut en noodzaak waren absoluut niet aan de orde.  
   
De voorstelling van Introdans 5***** is opgebouwd uit twee delen die hemelsbreed van elkaar verschillen. Het gedeelte voor de pauze bestaat uit korte stukjes van mindere goden als Jiri Kylian (Dream Time), Mauro de Candia (La Morte Del Cigno), Robert Battle (Unfold), Ben van Cauwenbergh (Les Bourgeois). Het is slechts de opmaat naar het grote werk ‘Loin’ van de Vlaams-Marokkaanse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui. De dansers komen in dit stuk ook verbaal tot leven. Op komische wijze wordt verhaald over een verwende danseres die tijdens een tournee in China op de meest vreemde plekken wordt geconfronteerd met stank en kakkerlakken van enorme omvang. Zelfs op het podium blijft ze van deze ongemakken niet verschoond. Hoewel de bezetting internationaal getint is, zijn de teksten in het Nederlands. Dit onderdeel blijkt heel nauwgezet ingestudeerd, want het bekt lekker zonder al te grote uitschieters naar beneden. De choreografie van de dansers wordt  voorts gelardeerd door een aantal mooie liedjes uit diverse windstreken.  Alles bij elkaar is er sprake van een pakkend geheel en dat compenseert het wat zwakke eerste gedeelte ten volle. 


Vrijdag 4 mei 2018

TASTBARE HERINNERINGEN AAN DIERGAARDE BLIJDORP VERDWIJNEN IN RAP TEMPO

Het meest had ik me bij mijn eerste bezoek aan Diergaarde Blijdorp in Rotterdam sinds 2009 verheugd op de historische leeuwentuin. Vroeger lagen de leeuwen en tijgers daar zo ongeveer zij aan zij, zonder elkaar een blik waardig te gunnen. Maar zie, achter het monumentale entreehek, dat in 2017 werd vernield door een roekeloze automobilist en begin dit jaar hersteld is teruggeplaatst, stonden louter graafmachines opgesteld. Het hele gebied rond de leeuwentuin, waar nog slechts een klein gedeelte van zichtbaar was, wordt momenteel grondig gerenoveerd. Weg mooie jeugdherinnering. Het mooie van deze verblijfplaats was dat wanneer leeuw en leeuwin liefjes naast elkaar onder de groene struiken lagen een op het juiste moment geschoten plaatje de indruk wekte dat het tafereeltje zich in Kenia of Tanzania afspeelde. ‘Stel dat ik nu in het water val. Zouden ze dan direct toehappen’, fantaseerde ik vroeger als kind, bij het hangen over de balustrade.

De Rivierahal staat er gelukkig nog wel, maar de jeugdherinnering is ook hier grotendeels teniet gedaan. Waar vroeger de krokodillen lagen te dagdromen en een bescheiden aquarium voor de nodige afleiding zorgde, is nu een binnenspeeltuin, genaamd Biotopia, aangelegd. Dat schiet dus niet op. Rotterdam is er ook de stad niet naar om te blijven hangen in wat is geweest. Stond vroeger het aanschouwen van dieren centraal, in dit tijdsgewricht gaat het vooral om de beleving. Op veel plekken is het letterlijk mogelijk om tussen de dieren door te lopen. Daarmee is wel de eigen verantwoordelijkheid van de bezoekers vergroot. Een bordje in het tropisch paradijs Amazonica waarschuwt weliswaar om de handen niet in het water te steken in het domein van de piranha’s, maar er is niemand die daar toezicht op houdt. De prairiehondjes mogen er dan schattig en aandoenlijk uitzien, volgens een ander bordje is het toch niet raadzaam om ze aan te halen, want deze knagende krengen kunnen stevig bijten. Van grenzen trekken ze zich ook al niets aan, op een groot mededelingenbord is te lezen dat deze lieverdjes zonder goedkeuring van de oppassers hun leefgebied aanzienlijk hebben vergroot. Waakzaamheid is dus ten allen tijde geboden.  De belevingsmomenten die Diergaarde Blijdorp biedt, vallen kennelijk goed in de smaak bij de Rotterdammers en de dagjesmensen, in 2017 passeerden 1,4 miljoen bezoekers de poorten, vijf procent meer ten opzichte van 2016. Een leuk begin voor de in augustus 2017 aangetreden directeur Erik Zevenbergen. Maak overigens nooit de fout om van een dierentuin te spreken, want dat bezorgt nachtburgemeester Jules Deelder de nodige hartzeer. ‘Artis is een dierentuin, wij hebben een diergaarde’, aldus Deelder die het ook niet kan hebben wanneer gesproken wordt over het Sparta-Stadion. ‘Andere clubs hebben een stadion. Sparta speelt echter op een kasteel. Het gezegde luidt immers ‘Op het Kasteel in Spangen’ , foetert hij dan. Is er wel sprake van een wezenlijk verschil? Slechts in taalkundige oorsprong. Een gaarde is een omheinde tuin. In feite is iedere dierentuin omheind, anders zouden de dieren zomaar de wijde wereld in kunnen trekken. Tuin stond aanvankelijk voor ‘omheining’ en ‘afscheiding’. De betekenis is echter verschoven naar ‘ruimte die omheind is’. Hoe het ook zij, Blijdorp heeft net de viering van het 160-jarig bestaan achter de rug, wat in 2017 met tal van festiviteiten is gevierd. Hoe bestaat het?, vraag je je af, maar uitgerekend op Valentijnsdag vorig jaar werd de Indische neushoorn Karuna geboren. Later kreeg de pasgeborene in de denkbeeldige crèche nog ‘gezelschap’ van de okapi’s Gerrit en Mboshi, twee witkruinmangabeys, een kleine pandatweeling, alsmede diverse giraffen, kuifherten, colobusapen, manoes, servals, koeneusroggen en buissnavelvisjes.  In meerdere opzichten was 2017 een bijzonder jaar voor Blijdorp. Voor de tweede keer op rij werd Rotterdams trots uitgeroepen tot de mooiste dierentuin van de Benelux door Zoosite, een onafhankelijke dierentuininformatiewebsite. De geboorte van de Maleise tapir Penang in augustus 2016 werd enkele maanden later beloond met de Award voor Leukste Geboorte in een EAZA-dierentuin (Europese Dierentuinvereniging). En dat alles werd op dinsdag 24 april bekeken door een publiek dat helaas voor een groot deel uit ouders met kinderwagens en uitgelaten schreeuwende jongeren bestond. De tragiek van vrijwel iedere Nederlandse dierentuin. Hoe anders gaat dat er bij onze zuiderburen aan toe. In de Antwerpse Zoo zag ik eens een peloton schoolkinderen de poorten keurig in het gelid passeren, zonder een wanklank voort te brengen. Mijn positieve verbazing ontging een wakkere Vlaamse bezoeker niet, reden voor hem om met terechte trots op te merken: ‘Awel, meneer, ge ziet, wij Vlamingen weten wel hoe we onze kinderen op moeten voeden. Maar wat wilt ge, die Nederlandse ouders van tegenwoordig zijn zelf nauwelijks opgevoed. Hoe kun je dan verwachten dat ze het goede voorbeeld geven aan hun kinderen?’. Uiteraard moest ik hem gelijk geven. Maar waar de oorzaak ook ligt, Nederlandse kinderen in een dierentuin staat gelijk aan vloeken in een kerk, wat ze helaas ook al veelvuldig doen. In 2017 liet de directie ook weten 2018 eveneens vol vertrouwen tegemoet te zien. Die verwachting is al gedeeltelijk uitgekomen. Een waar historisch moment was de geboorte van een zwarte neushoorn in januari.  In de zomermaanden wordt een nieuw verblijf voor de gelada’s (een uit Ethiopië afkomstige expressieve apensoort) geopend.  Het Oceanium, dat momenteel gedeeltelijk is afgesloten voor het publiek vanwege een renovatie, wordt verder ontwikkeld in de richting van een natuurbehoudscentrum met veel aandacht  voor het dieren- en plantenleven op de eilanden Komodo, Madagaskar en Galapagos.  Roosendalers zijn net Nederlanders in die zin dat je ze op de meest onverwachte plekken tegenkomt. Op de brug over het ijsberenverblijf stond ik plots oog in oog met ‘onze’ cultuurprofessor Joseph Dekkers, onder wiens leiding recentelijk de brede maatschappelijke cultuurdiscussie met succes is afgerond en wat heeft geresulteerd in de oprichting van een cultuurstichting die als aanspreekpunt voor het gehele veld gaat functioneren. Stilzitten –nou ja, deze dag dan uitgezonderd en dan nog bij wijze van spreken- is er voor de immer actieve Joseph niet bij. Hij mag dan afscheid hebben genomen van het onderwijs, voor speciale projecten weten ze hem nog wel te vinden. De voormalige schooldirecteur beleefde zijn finest hour toen hij onderwijsminister Maria van der Hoeven begroette met de historische woorden ‘Nooit gedacht dat ik als Joseph zijnde Maria nog eens officieel welkom mag heten in onze fijne gemeenschap’. Iets verderop liepen Wim en Liesbeth van de Bosch die een dagje door een van de kinderen op sleeptouw waren genomen. Van het ijsberenverblijf naar het Oceanium is een wandelingetje van niks. Bij de tijdelijke entree zag ik al dat het mis zou gaan. Ondanks het bordje dat waarschuwde tegen hard gegil deed een groepje schoolkinderen, notabene onder het goedkeurende, toeziend oog van de docent, een ‘dappere’ poging om het wereldrecord ‘stupide gillen’ te ‘verbeteren’. Achter het glas zag ik een van de haaien denken ‘Mensen, ze zijn niet alleen niet te vreten, ze zijn ook niet om aan te horen!’  Een bezoek aan Blijdorp is natuurlijk niet compleet zonder een audiëntie bij de koning der wildernis, de wereldberoemde gorilla Bokito, te hebben ondergaan. Majestueus bekeek hij het bezoek met kritische blik. Terugkijken wordt dringend afgeraden. In 2006 had een al te nadrukkelijke blik in de ogen bijna fatale gevolgen voor een vrouw op leeftijd. Bokito kreeg daardoor het imago van een mini-King-Kong die niet met zich laat sollen. Beelden van zijn eenmans strafexpeditie gingen de hele wereld over. Deze dag hield hij het in het dagverblijf bij enkele correcties in de richting van zijn vrouwelijke onderdanen. Op het bordje met toelichting is te lezen dat de vrouwtjesgorilla’s onderling nauwelijks een band hebben, maar zeer gecharmeerd zijn van een sterke, gespierde leider. Beter dan de ultieme macho Bokito hadden ze het niet kunnen treffen.  Waar zijn wij mannetjesmensen op dit punt ooit in de fout gegaan?


Dinsdag 1 mei 2018

REALISEER EEN FIETSTUNNEL TUSSEN POOLSELAAN EN BRAVIS

Veel fietsers die vanuit het centrum naar het Bravis Ziekenhuis in Roosendaal komen, zullen zich ongetwijfeld hebben afgevraagd waarom ze eerst dat hele stuk langs de Hulsdonksestraat moeten afleggen om van daaruit de Boerhaavelaan in te draaien. Verkeerstechnisch is daar helemaal geen noodzaak toe.
Wat let de overheid om onder de A-58 een fietstunnel te realiseren tussen de Poolselaan ter hoogte van Molen De Twee Gebroeders en het achterliggende parkeerterrein van het Bravisziekenhuis.  Dat bespaart de tweewielers heel wat tijd en de nodige ergernis. Wat de PVC betreft hoeft het uiteraard niet bij een fietsverbinding te blijven. Een autoweg van bescheiden omvang behoort eveneens tot de mogelijkheden. Daarmee is tevens een vrijwel rechtstreekse verbinding geschapen tussen Huize Elisabeth en het Bravis Ziekenhuis, wat ongetwijfeld vaak van pas zal komen. De Poolselaan is een rustige straat en verkeerstechnisch zijn er op het eerste gezicht geen belemmeringen om zo’n voorziening te realiseren. Daarmee versterkt Roosendaal zijn positie van fietsvriendelijke gemeente. Als de directie van het Bravis Ziekenhuis dan ook nog eens zo klantvriendelijk wil zijn om het huidige, uiterst armoedige fietsenhok te vervangen daar een waardige fietsenstalling is er weer heel wat gewonnen in Roosendaal. De PVC verzoekt het College van B&W hier een onderzoek naar te laten verrichten.