Donderdag 12 oktober 2018

WIJNANT ZAL NIET ENTHOUSIAST ZIJN OVER COLUMN SITALSING

Een ieder die wel eens een proefabonnementje heeft genomen op een van de kranten van De Persgroep wordt nadien te pas en vooral te onpas en bovendien langdurig gestalkt door Gijs Wijnant. Voor de enkele krantenlezer die Gijs nog niet kent, wat me schier onmogelijk lijkt, Gijs is manager klantenservice bij deze Belgische krantenmagnaat. Gijs neemt zijn taak wel heel serieus, want wie eenmaal heeft toegehapt komt nooit meer van hem af. Lang voordat het proefabonnementje is afgelopen, brengt Gijs zijn hele verkoopapparaat in stelling om de proefabonnee langdurig aan zijn broodheer te verbinden middels een vast maar ‘uitermate voordelig’ abonnement .  Dat begint meestal met een telefoontje van een uiterst charmante callcenter-dame die overduidelijk van een papiertje voorleest dat de proefabonnee bedankt is, om in een adem te vervolgen  dat hij de …..krant ‘een tijdje met ons heeft meegelezen’ en dat ze nu heel benieuwd is naar de leeservaring van het proefkonijn. Want ze mag me namelijk zoals gesteld een extra fantastische aanbieding doen die zijn weerga niet kent. 
Hoe lief ook, de dames zijn allemaal zeer geharnast, want meestal wordt de haak er snel opgegooid, waarna ze weer ogenschijnlijk goed gemutst op zoek gaan naar een volgend slachtoffer. Op mijn leeftijd (61 jaar) ben je als man al blij met iedere vorm van vrouwelijke aandacht, dus ik beschouw zo’n onverwacht telefoontje als een verfrissende onderbreking van mijn dagelijkse redactionele beslommeringen. Vastberaden om niet om het even welk aanbod in te gaan, maar gedurende het babbeltje geef ik haar constant het gevoel dat ze bijna beet heeft.  Bovendien geeft het mij de gelegenheid om eens flink mijn gal te spuien over de Persgroepkranten. Als het ons regionale sufferdje BN/DeStem betreft, laat ik haar met een stem van ‘ik ben niet boos, maar wel verdrietig ‘ weten dat ik er niet over pieker om abonnee te worden van een krant, onder een hoofdredacteur met wie geen elke vorm van communicatie mogelijk is gebleken. ‘Daarnaast is het redactioneel nog steeds ver onder de maat’, voeg ik er dan doorgaans nog aan toe. Verwarring aan de andere kant van de lijn. Die reactie staat overduidelijk niet in haar instructieboekje. ‘Oh, wat spijtig om te horen,  en wat jammer voor u, maar daar ga ik helaas niet over’.  Dat laatste was mij natuurlijk al lang bekend. ‘Zodra jullie een sociaal-vaardige hoofdredacteur hebben benoemd, met alle benodigde communicatieve eigenschappen, mag je me opnieuw bellen’, probeer ik haar wat moed in te spreken. De ondeugd in mij kan het meestal niet laten om bij het afscheid nog even te zeggen:  ‘Voor zolang dit krantje nog bestaat. Het redactionele gedeelte is nu al 85 procent AD. Het zal toch wel een kwestie van tijd zijn eer deze regionale afsplitsing geheel opgaat in het grote, alles overkoepelende moederblad’. Het callcenter-meisje onderneemt met een diepe zucht nog een mismoedige poging om mij op mijn rechten te wijzen, maar zoveel automatisme kunnen mijn oren nu ook weer niet verdragen.  Gijs laat zich door deze eerste tegenvaller niet uit het veld slaan. Integendeel zelfs. Als het laatste krantje van het proefabonnementje eenmaal in de bus is gevallen, wordt de geachte tijdelijke ‘meelezer’  bestookt met brieven en mailtjes. Ze missen me nu al als abonnee, luidt de trieste boodschap, maar dat is met enkele drukken op de computerknop gemakkelijk recht te zetten. En natuurlijk wordt de aanbieding steeds voordeliger. Soms heb ik medelijden met Gijs. Al dat gebedel moet zelfs een rasoptimist toch wel eens ten moede worden.
Dat redactie en verkoop bij de kranten totaal gescheiden werelden zijn, is geen geheim. De gemiddelde verslaggever heeft totaal geen boodschap aan het lezersvolk en mailtjes uit deze hoek worden dan ook maar zelden beantwoord door de achtenswaardige redacteur/auteur. Nietwaar Sylvia Witteman?  Die hooghartige instelling wordt deze week nog eens extra geaccentueerd door Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing.  Onder de noemer ‘Heldin’ steekt (en niet blaast, fout, fout, fout) ze in de krant van 10 oktober de loftrompet over de CDA-kroonprinses Mona Keijzer. Dit van alle kanten bewierookte toetje heeft volgens Sitalsing meer gedaan voor de rust en vree in dit land dan zeven Sybranden Buma bij elkaar. Zij- Mona dus-  gaat de nekslag toebrengen aan een van de meest woest makende en agressie opwekkende verschijnselen van het moderne kapitalisme: de bellende telemarketeer. ‘Belikongelegen? Ja. Mag ik morgen terugbellen? Nee. En dan toch terugbellen. Als een moderne zendeling bestookt hij (bij mij is het altijd een zij) je met temerige praatjes over een ‘prachtig aanbod’ voor goedkope energie, een abonnement op iets waar je eindelijk net vanaf was of een gratis pensioencheck’, komt het hittepetitje in Sitalsing weer eens boven drijven. Als Keijzers voorstel het haalt in De Tweede Kamer mogen telemarketeers pas bellen of sms’en (mailen zal daar ook wel onder vallen) wanneer het slachtoffer daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Hoe? Door ergens simpelweg een vinkje te zetten. Tot genoegen van Sitalsing meldde de baas van een callcenter in het NOS-Journaal  dat ‘als je niet meer kunt bellen, je geen boterham meer kunt verdienen’.  Met als gevolg dat er veel banen in deze sector zullen verdwijnen, want natuurlijk zal niemand zo’n vinkje vrijwillig zetten. Of er moet wellicht een geweldig aanbod tegenover staan, wat weer een hele nieuwe, ongewenste carrousel op gang brengt.  Sitalsing heeft geen boodschap aan deze ‘energieboeren, tankpaslullo’s  en boekhoudpakketuitbaters’, met een welgemeend ‘Dank u wel, Mona Keijzer’. Ik vraag me af of ze zich wel realiseert dat haar broodheer De Persgroep een van de grootste vervuilers is op dit gebied. Gijs Wijnant zal dan ook niet bepaald ‘amused’ geweest zijn toen hij dit stukje onder ogen kreeg.  Van je collega’s, ook al behoren ze tot gescheiden werelden, moet je het maar hebben!  Een ‘Gijs-moet-blijven-actie’ is me wat te gortig, maar het journaille moet zich natuurlijk wel realiseren dat elders het geld wordt verdiend dat hen in het zadel houdt.