Maandag 13 augustus 2018

LAAT DE BESTE MAN OF VROUW WINNEN BIJ TENNIS

Ter onderbreking van de vele sportieve verrichtingen tijdens het scala aan EK’s die de afgelopen week Europa overspoelden, zond de NOS afgelopen zaterdag de Andere Tijden Sportdocumentaire over tennisspeelster Betty Stove maar weer eens uit. Het accent van deze door Tom Egbers samengestelde documentaire lag uiteraard op de finale van het damesenkelspel op Wimbledon die Stove in 1977 in drie sets van de Britse Virginia Wade verloor. Ook de andere twee finales waar Neerlands beste vrouwelijke tennisster in uitkwam (de mix- en de vrouwendubbel) zag ze dat jaar uit haar handen glippen. Zo werd 1977 enerzijds Stove’s meest succesvolle maar tevens haar meest frustrerende jaar als tennisprof. 
Egbers heeft in deze documentaire opvallend veel tijd uitgetrokken voor haar verrichtingen als bestuurslid van de WTA Tour Players Association. In haar slotwoord zei Stove er trots op te zijn dat de damesprofs nu (bijna) net zoveel prijzengeld ontvangen als hun mannelijke collega’s. Een wat merkwaardige opvatting van het begrip ‘emancipatie’.  De heren tennissers behoren van oudsher tot de veel te groot verdieners en dankzij de WTA Players Association harken de dames nu ook naar hartenlust het grote geld binnen. Zou het niet veel correcter zijn geweest als Stove had gepleit voor een veel eerlijker verdeling van het prijzengeld tussen de groten en de kleintjes, los van het geslacht? Voor beginnende profs is het vaak keihard sappelen binnen de tenniswereld. Deze rondreizende ZZP-ers maken heel wat kosten. Hun veel te grote aandeel in het kapot vliegen van de wereld en de hotelovernachtingen slokken zoveel op dat er nauwelijks geld overblijft om een trainer in dienst te nemen. Zonder trainer geen succes, een cirkel die maar moeilijk te doorbreken is.
We zijn het van Egbers gewend dat het stellen van kritische vragen niet aan hem besteed is, en dat hij een grote voorkeur heeft voor het naar de mond praten van de personen die hij mag belichten. Stove mocht naar hartelust leeg lopen en zich stevig op de borst slaan vanwege haar prestaties als voorvechter van het vrouwentennis. Want laten we eerlijk zijn: Stove sloeg de plank natuurlijk volkomen mis. Het is namelijk volstrekt logisch dat de heren een veel hoger prijzengeld incasseren dan de dames. Het niveau van het mannentennis ligt gemiddeld beduidend hoger dan bij de vrouwen. Bovendien moeten ze er veel meer inspanningen voor leveren. Op de grote toernooien spelen zij om ‘Best of Five’ terwijl de dames dikwijls na twee gewonnen setjes al binnen het uur klaar zijn. Bij de heren is bovendien veel meer sprake van strijd. Dat Serena Williams (tot nu toe) 23 grand slam-toernooien op haar conto heeft weten te schrijven, is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de geringe tegenstand in deze categorie. Het kan geen toeval zijn dat een speelster de tennissport steeds voor een lange periode heeft gedomineerd (Margaret Court, Steffie Graf, Martina Navratilova). Ik pleit derhalve voor een andere vorm van emancipatie: laat de mannen voortaan gewoon tegen de vrouwen uitkomen, dan komt de beste speler/speelster vanzelf bovendrijven.  Dat maakt het ook gemakkelijker om het totale prijzengeld over het hele deelnemersveld eerlijker te verdelen. Tennisverenigingen zouden er bij voorbeeld al toe kunnen overgaan om een extra wedstrijd aan het jaarlijkse clubtoernooi toe te voegen. Laat de winnares bij de dames tegen de sterkste heer spelen met als inzet het all-round kampioenschap. Ik vermoed dat wie denkt dat de man vrijwel altijd zal winnen, bedrogen uitkomt. Kijk maar eens hoe goed de vrouwen hun ‘mannetje’ al weten te staan tegenover het ‘sterke geslacht’  in echte vechtsporten als worstelen, grappling en judo.