Vrijdag 28 juli 2017

ONDERZOEK DOORBREEKT TABOE OP ONGELUKKIG OUDERSCHAP

Maakt het krijgen van kinderen ongelukkig?, luidde de vraag die de Volkskrant onlangs opwierp in een onderzoeksartikel. Aanleiding was het resultaat van een Duits rapport  dat inderdaad in die richting wees. RTL Nieuws sprak zelfs van een ‘onthutsende conclusie’.  De onderzoekers Rachel Margolis en Mikko Myrskyla waren alvorens deze taboe doorbrekende bevindingen wereldkundig te maken niet over een nacht ijs gegaan. Ze hadden nauwkeurig gegevens geanalyseerd van ruim tweeduizend Duitsers die minimaal een kind kregen, maar voorafgaand aan de studie nog kinderloos waren. 
Onbarmhartig werd aangetoond dat het gelukscijfer daalde na het eerste en ook het tweede kind. Professor Ruut Veenhoven, als professor verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, tekende daarbij aan dat dit ‘vooral aan de bijkomende gekte te wijten is’. Veenhoven: ‘Je relatie wordt minder romantisch en je zit vast aan iets waar je niet zo gemakkelijk meer van af komt’. Het ongelukkig ouderschap kan dus als een loden last ervaren worden die een gevoel van geketend zijn teweeg brengt bij degene die het ondergaat’. Echte hoop of zelfs maar troost kan Veenhoven deze ‘doorgevers des levens’ niet bieden.  Zij moeten zich maar vastklampen aan de aanwijzingen die volgens Veenhoven impliceren dat wanneer ‘de kinderen het huis uitgaan er sprake is van een kleine opleving van het geluksgevoel’. Om er fijntjes aan toe te voegen: ‘Op latere leeftijd zorgt het contact met kinderen en kleinkinderen eveneens voor een groter geluksgevoel’.  Met andere woorden: Je hebt als teleurgestelde ouder(s) geen levenslang, als je maar het geduld kan opbrengen om een lange gevangenisstraf uit te zitten. Het Duitse onderzoek wees verder uit dat ‘degenen die het ouderschap zwaar viel, minder vaak een tweede kind kregen’. Wat volgens Veenhoven maar vooral volgens de wet der logica niet zo vreemd is. ‘Dat je geen tweede neemt als de eerste niet bevalt is niet zo verwonderlijk’, stelde Veenhoven nog eens wat overbodig vast.
Somberman, het bekende typetje van Remco Campert waarmee hij in de Volkskrant nog steeds aan de weg timmert, ‘bekende’ onlangs dat hij kennissen na de geboorte van hun kindje met grote tegenzin zijn gelukwensen overbracht. De samenstelling van het begeleidende boeket –distels en brandnetels- kan nauwelijks een stille wenk ter afkeuring worden genoemd. Zijn ware gedachten bewaarde Somberman voor zijn vaste plekje in de krant, schuin boven dat van Sylvia Witteman, voor wie ik –de volgers van www.roosendaalspleijdooi.jimdo.com weten dat-  ik een ongekend niet goed te beredeneren zwak heb. Somberman of Campert, de lezers zullen dat nooit weten, was er duidelijk eens goed voor gaan zitten. ‘Weten die kennissen wel dat ze hun ongeluk tegemoet gaan? Eerst komt de periode van kinderziekten, zoals mazelen, waterpokken en de bof. Dan komt het lopen, onlosmakelijk verbonden met vallen, dat gepaard gaat met bulten op het voorhoofd en andere kwetsuren. De ergste jaren moeten dan nog komen, de jaren van het zogenaamde stoeien met blauwe ogen, bloedneuzen, geknakte brilmonturen, gebroken brillenglazen en gescheurde oorlelletjes tot gevolg’.  Stoeien gaat volgens Sombermans geruisloos over in kattekwaad dat begint met het werpen van een steen door een ruit, maar al snel leidt tot het in brand steken van hooibergen (plattelanders) en het aanvallen van homoseksuelen (stadbewoners), allemaal eindigend in een politiecel’.  Conclusie Somberman: Jeugd moest verboden worden! Hoe je ook inhoudelijk over zijn relaas mag denken, Somberman lijkt de laatste tijd en wellicht al jaren onder een steen te hebben geleefd, en zijn bevindingen geheel te baseren op de aankomende heertjes der schepping. Uitgerekend deze week begint een campagne waarin wordt ingegaan op de vraag of jongens nog wel jongen genoeg mogen zijn. Geven opvoeders jongens wel genoeg ruimte om zich te ontwikkelen op de manier die het beste bij hen past? Het lijkt er volgens SIRE (Stichting Ideële Reclame), de initiatiefnemer van de campagne 'Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?', steeds meer op dat 'jongensgedrag' minder wordt gewaardeerd in de samenleving. ‘Jongens worden vaak afgeremd in hun gedrag. Dat kan hun in hun latere ontwikkeling in de weg gaan zitten omdat zij minder uit eigen ervaring hebben geleerd’, zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. Laat jongens dus stoeien en ravotten, dat is goed voor hun ontwikkeling’. Maar dus absoluut niet gunstig voor de gemoedstoestand die zich van Somberman en gelijkgestemden meester heeft gemaakt.  Probeer het zeventien miljoen mensen ook maar eens allemaal naar de zin te maken, een hopeloze missie! Dat zijn er om meerdere redenen ook veel te veel voor dit kleine stukje Aarde!  Het valt me op dat vrouwelijke columnisten van geprinte media van de nood een deugd hebben gemaakt. Voor hun stukkies in de krant – Zie bij voorbeeld de reeds genoemde Sylvia Witteman- vormen hun kinderschare een geregeld terugkerende bron van inspiratie. Aan de vraag of ze de lezers daarmee een plezier doen, hebben deze scribenten doorgaans geen enkele boodschap.  De onvoorstelbaar over het paard getilde invalskracht van Trouw,  Phaedra Werkhoven, bestond het zelfs om haar debuut te misbruiken voor een zeurverhaal over haar verwende zoontje dat het als student zo onvoorstelbaar moeilijk heeft, zeker als je het afzet tegen de constante gelukspsychose waarin de babyboomers in haar beperkte visie zijn opgegroeid. Het is mij een raadsel dat de (veelal heren) hoofdredacteuren deze meestal voor de buitenwacht oninteressante epistels niet wat vaker van een dik rood kruis voorzien.    
De uit 2012 daterende film ‘A perdre la raison’ van Jaochim Lafosse, die onlangs werd uitgezonden door de VPRO, is ook al geen ‘pleijdooi’ voor een ferme kinderschare. De Brusselse regisseur toont gebaseerd op de tragedie rond de Waalse Genevieve Lhermitte, die in 2007 haar vijf kinderen vermoordde, aan hoe de jonge moeder langzaam doordraait en uiteindelijk tot haar gruwelijke daad overgaat.  Lafosse omschreef dit werk als ‘een verhaal over mensen die geen intimiteit meer kunnen delen, omdat ze zich niet meer thuis voelen in hun eigen huis. Iedereen houdt elkaar voortdurend in de gaten en dat maakt ze gek!’   
Een echte oplossing is er niet. Ik heb wel eens iets gelezen over een echtpaar dat hun drie kinderen bij de politie kwam inleveren omdat ze er geen interesse meer in hadden. Met het vriendelijke verzoek of de Staat zich maar over hun verdere opvoeding wilde ontfermen. Er zijn geen opvanghuizen voor slachtoffers van ongelukkig ouderschap. Bezint eer ge begint, lijkt dus het enige credo. Waarom Moeder Aarde nog verder belasten met een soort waar er al ruim 7,5 miljard exemplaren van rondlopen?  Waarom (Afrikaanse- en Arabische) vluchtelingen via een open einde regeling blijven opvangen, terwijl ze geen benul hebben van de noodzaak tot geboortebeperking? Zeker nu de aanwijzingen steeds sterker worden dat robots vrijwel al het werk kunnen en zullen overnemen (ook in de zorgsector), en de mens dus gedoemd is om zijn toevlucht te zoeken in zaken die nu nog als ‘leuk en ontspannend’ worden ervaren, moeten landelijke overheden overgaan tot gedwongen (volledige) geboortebeperking. Zeker voor een periode van minstens tien jaar. In Europees verband zouden daar nu al afspraken over gemaakt moeten worden. Draconisch? Zeker, maar al dat gezever over twee of drie procentjes minder vervuiling zullen de Aarde er niet bovenop helpen. Al die Groen-Linkse volgers van Jesse Klaver en al die columnisten die nu nog zo vrolijk naïef berichten over hun nakomelingen moeten maar eens inzien dat dit tevens de enige echte vorm van duurzaamheid is.