Dinsdag 27 juni 2017

JULIANA HAD EEN ZWAK VOOR "CIRCUSJONGEN" GERARD REVE

Sylvia Witteman, alleen al vanwege haar mollige armpjes met afstand mijn favoriete columniste bij De Volkskrant, kreeg last van ontwenningsverschijnselen toen haar favoriete Gerard Reve-boek niet direct binnen handbereik was.  Ik laat het liever aan het toeval over of mijn literaire kennismaking met de eens zo geliefde volksschrijver een nieuwe dimensie krijgt of verdieping ondergaat. Bij mijn laatste bezoek aan De Koopjeshal stuitte ik zowaar op ‘Een Circusjongen’, een zoals de achterzijde vermeldt ‘beklemmend relaas over een in zijn jeugd begane misdaad, waarover hij niet eerder durfde en kon schrijven’.  Reve en misdaad, hij mag dan zo ongeveer alles hebben gedaan wat God, althans volgens de kerk, verboden heeft, maar met criminaliteit heb ik hem niet eerder geassocieerd. ‘Ik ben een acteur, ik ben een komediant, ik ben een charlatan en een clown, maar het krankzinnige is dat de rol die ik speel, dat ik dat ben’, heeft Reve ooit over zichzelf gezegd. Hoe geloofwaardig is dan zijn literaire bekentenis? Wat is er aan de hand?  

'Een Circusjongen' bestaat uit vier lange verhalen, waarbij de homo-erotisch geënsceneerde raamvertelling halverwege het boek overgaat in twee realistisch beschreven fantasieverhalen vol kitsch, emotionele uitbarstingen, gruwel en humor. In het eerste verhaal maakt de ik-figuur, die zich Reve noemt, gewag van de meest schandelijke misdaad die hij ooit begaan heeft, namelijk de verkrachting van een jongensachtig meisje, in zijn vrachtautomobiel in het bos. Tevens Reve’s eerste en enige praktijkverkenning van de vrouwelijke fysiek. Meteen daarop mag Reve, zoveel jaren later en inmiddels gelouterd, bij de Koningin komen om een lintje in ontvangst te nemen, en spreken zij, de Zondaar en de Hoogverheven Vorstin, met elkaar van hart tot hart. Onbedoeld confronteert ‘Uwe Genade’, zoals Reve de majesteit consequent aanspreekt, de volksschrijver met zijn jeugdzonde. Waarheid of fantasie? Daar draait het om in ‘De Circusjongen’. Dat geldt natuurlijk ook voor de weergave van het gesprek tussen volksschrijver en vorstin. Het geldt nog steeds als uitermate ongepast om ‘verslag’ te doen van een persoonlijk onderhoud met het staatshoofd. Reve was er de schrijver niet naar om zich aan dit soort protocollaire regeltjes te houden, maar zijn fantasie ging ook nog wel eens met hem op de loop. Vermakelijk is het in ieder geval wel en gezien het woordgebruik zou het gesprek best op waarheid kunnen berusten. Alleen het laatste gedeelte, waarin Juliana haar favoriete schrijver een rechtstreekse opdracht mee geeft, is zo goed als zeker aan de fantasie van Reve ontsproten. Al weet je het natuurlijk nooit. In 1962 werd Gerard Reve aan de Koningin voorgesteld op het Boekenbal, en nadien hebben ze elkaar nog een paar keer ontmoet. Ik vermoed dat Reve, toen hij deze wending eenmaal had bedacht, er eens goed voor ging zitten om zichzelf onvergetelijk te schrijven. Met als inspiratie de gedachte ‘Ze kunnen me wat’ wist hij de ene na de andere volzin aan zijn rijke geest te onttrekken. Eenmaal bij de ‘opdracht’ gearriveerd, gingen de laatste remmen en remmingen helemaal los. ‘U moet de situatie als het ware voor uw geestesoog kunnen oproepen, beter dan een willekeurig iemand…omdat U, jaren lang…zelf chauffeur bent geweest. U moet van dit soort voorvallen gehoord hebben (waarmee de majesteit aan de ‘verkrachting’ refereert) Het zou, bij wijze van spreken …een van uw makkers kunnen zijn geweest. Wie weet, iemand die u toen zelfs gekend hebt, met wie u dagelijks omging, zonder iets te vermoeden. Hij is nooit gegrepen of gevonden geworden, neen, nooit’, legt Reve Juliana koninklijke woorden in de mond. De verkrachter die een lintje van de Koningin krijgt, geldt als een van de meest morbide, maar evenzeer humoristische fantasieën uit Gerard Reve’s oeuvre. In een van zijn vele brieven noemt Reve ‘De Circusjongen’ de magnus opus van zijn romantisch-decadente periode. Volgens vele kenners heeft hij dit niveau nooit meer geëvenaard, laat staan overtroffen.

FOTO GERARD REVE ANP