Vrijdag 13 oktober 2017

SEAN CANNON TILT NIET ZO ZWAAR AAN "THE DUBLINERS"

De vraag die mij regelmatig wordt gesteld is of ik ‘soms familie ben van die bekende Herman Pleij van de televisie?’ Qua humor kan ik niet zoveel met die formulering, en ik antwoord dan maar weer eens dat we samen ooit rond de tafel hebben gezeten en tot de conclusie kwamen dat er geen direct familieverband is, maar dat er ooit, wellicht in de 19e eeuw, misschien een aftakking heeft plaatsgevonden. Soms wordt de vraag heel kort en bondig geformuleerd: ben jij soms een broer van die bekende Pleij? Dan kan mijn dag niet meer stuk en kaats ik heel vrolijk terug: nee hoor, dat is mijn broer, waarvoor ik schatplichtig ben aan de nog immer betreurde cabaretier Fons Jansen.
De Ierse zanger Sean Cannon (77) heeft de laatste vijf jaar een soortgelijke ervaring. John Sheahan, voorman van de fameuze Dubliners, gaf zijn collega’s aan het eind van de afscheidstournee in 2012 te kennen dat dit afscheid wat hem betreft definitief was. Na 48 jaar lief en ook het nodige leed te hebben gedeeld met legendarische namen als Ronnie Drew, Luke Kelly, Ciaran Bourke, Barney McKenna, Sean Cannon en Jim Mc Cann, achtte hij de tijd rijp om zijn viool en tin whistle aan de denkbeeldige wilgen te hangen en ‘andere leuke dingen te gaan doen’. De twee resterende veteranen, Sean Cannon en Eamonn Campbell, waren echter nog niet zo ver en besloten, versterkt met de ‘jonkies’ Gerry O’Connor (viool, banjo) en Paul Watchorn (5 string banjo), het vertrouwde leventje nog een tijdje voort te zetten onder de naam The Dublin Legends. Aan aanbiedingen geen gebrek en het was slechts een kwestie van tijd dat ze weer eens in De Maagd zouden optreden. Mede vanwege de aanwezigheid van The Celtic Shop, een heuse Ierse pub in de binnenstad, en diverse op Ierse leest geschoeide folkgroepen wordt Bergen op Zoom beschouwd als de meest Iers getinte gemeente in Brabant. De contacten en contracten in Nederland verlopen als vanouds via Peter Boone Music Productions in Domburg in samenwerking met DIBA International Concerts in Sneek. Vanuit het Belgische Scherpenheuvel reisde het gezelschap maandag 9 oktober af naar Bergen op Zoom, waar ze de nacht doorbrachten in het al even legendarisch Hotel De Draak, zodat ze dinsdag 10 oktober geheel fris en monter een sprankelend concert konden geven in De Maagd. Het was daar pal voor de deur en drie kwartier voor aanvang dat ik Sean Cannon pardoes tegen het lijf liep.  Direct was er het moment van wederzijdse herkenning. Na het uitwisselen van de eerste beleefdheden informeerde hij vriendelijk naar de positionering van De Maagd in Bergen op Zoom. Ik kon volstaan met een simpele vingerwijzing om aan dat verzoek te voldoen.  Een artiest hoort echter nooit langs de centrale entree een theater binnen te gaan en daarom loodste ik hem via het voor Bergenaren bekende weggetje binnendoor naar de artiesteningang.  Toen kon ook ik die voor de hand liggende vraag stellen: waarom in 2012 in deze samenstelling niet gewoon doorgegaan als ‘The Dubliners?’  In de bijbehorende flyer ‘The Dublin Legends formerly The Dubliners’  staat wat koeltjes vermeld dat John Sheahan ‘de rechten op de bandnaam mee nam bij zijn vertrek’. Dat ligt volgens Sean Cannon toch wel iets genuanceerder. ‘Toen we ruim jaar zes geleden aan de afscheidstournee begonnen, spraken we af dat wat ieder verder individueel ook zou gaan doen dit het definitieve einde was van The Dubliners als band. Als John was gebleven, hadden de zaken misschien anders gelegen,  maar na zijn vertrek was ik van de resterende bandleden het langst verbonden aan de groep.  Eamonn speelde ook al regelmatig mee, maar trad pas een paar jaar later officieel toe tot de gelederen der Dubliners. De vlag dekte dus de lading niet meer en daarom was het niet meer dan logisch om een andere naam te kiezen. Met The Dublin Legends bleven we toch in de buurt van het origineel.  Deze naam werd snel en probleemloos opgepikt door onze fans. Het onderstreept als het ware een nieuw begin. Eamonn en ik hebben ongetwijfeld onze langste tijd gehad, maar ik sluit niet uit dat The Dublin Legends over vijftig jaar nog bestaan, en dat ergens in 2067 Paul en Gerry het stokje weer doorgeven aan een nieuwe generatie muzikanten. Namen verdwijnen, maar de legende blijft, zoals ook op de flyer staat vermeld’, lacht Sean. Eenmaal aangekomen in die gezellige, voormalige artiestenfoyer van De Maagd, ongetwijfeld ook de gezelligste van heel Brabant, worden de heren muzikanten en hun logistieke ondersteuning flink in de watten gelegd door ‘José van de Artiestenfoyer’. Een naam die bij de vaste bezoekers van De Maagd geen enkele toelichting behoeft.     Het is niet voor niets dat de artiesten in De Maagd net even dat beetje meer weten te geven waardoor iedere voorstelling zo’n bijzondere ervaring betekent. Ik was er al een tijdje niet meer geweest, maar een bezoek aan dit theater geeft mij steeds weer een gevoel van thuiskomen. Ook daar is José debet aan. Het sociale gesprek met Sean is inmiddels overgegaan in een heus interview.  Enthousiast vertelt hij over een nieuw theateravontuur dat hij samen met zijn zoon James is aangegaan onder de naam The Cannons.  ‘De muziek heeft hij uiteraard van huis uit meegekregen.  Toen James te kennen gaf ook het vak in te willen, hebben we een tijdje gebrainstormed, songs uitgezocht die we beiden leuk vinden, en gezocht naar de punten waar we elkaar kunnen versterken. Mijn stem wordt met het klimmen der jaren uiteraard minder krachtig…ik vrees dat je dat zo meteen ook wel zult horen…en daarom neem ik de ‘storytelling’ voor mijn rekening, terwijl James zich vooral muzikaal laat gelden. We hebben inmiddels enkele kleinschalige tournees achter de rug en voor zover ik weet bestaan er in 2018 plannen voor een korte trip door Nederland. Wie weet komen we daarmee ook in Bergen op Zoom’.  De naam ‘Roosendaal’ doet bij hem toch ook wel een Iers koeiebelletje rinkelen. ‘O ja, De Drie Weesgegroetjes in de Molenstraat in Roosendaal’, klinkt het in nagenoeg foutloos Nederlands. ‘Dat was inderdaad een solo-optreden dat ik nooit zal vergeten. Mijn dressingroom was een kleine achterkamer, die via een klein wankel trappetje verbonden was met de caféruimte. In die achterkamer was een historisch ingebouwd bed, met daarin …en daarom is het me bijgebleven….beelden van Jezus en Maria. Kuis, dat wel, maar toch verrassend’.  Van José hoort Sean dat er 23 jaar geleden een foto van The Dubliners is gemaakt in de Artiestenfoyer, met alle toenmalige medewerkers van De Maagd. ‘O really, well.. ik hoop dat het geen 23 jaar duurt voordat we terugkomen. Natuurlijk is het wel een mooi vooruitzicht om op je honderdste nog op het podium te staan, maar dat is de goden verzoeken, en daar zijn ‘The Irish’ conservatief als we nog steeds zijn uitermate terughoudend in’, reageert hij gevat.  Naast muzikant is Sean een fervent wandelaar. ‘Ik woon al een groot deel van mijn leven in England, Coventry, waar je heerlijk kunt wandelen in de bergen. In mijn jonge jaren heb ik heel wat kilometers te voet afgelegd in Duitsland, Zwitserland en Spanje. Ik heb -als ik dat van mezelf mag zeggen-  een goed taalgevoel, en zodoende heb ik de Duitse- en Spaanse taal spelenderwijs ..of liever gezegd wandelenderwijs geleerd. Wandelliefhebbers zijn doorgaans sociaal ingestelde mensen, en zodoende zat ik onderweg nooit om een praatje verlegen. Het zal daarom niemand verbazen dat ‘The Manchester Rambler’ van de Engelse volkszanger Ewan MacColl een van mijn favoriete nummers is. MacColl liet zich voor deze song inspireren door een protest van de Jonge Communistische Liga van Manchester, de zogeheten Kindertrespass. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is het echter een ware standard onder volksmuzikanten, maar de band met de kinderziel is altijd gebleven. Zo werd het in 2009 vertolkt bij de opening van het nationaal natuurreservaat Kinder Downfall’ . De Duitse dame die bijna in een lachstuip bleef toen Sean dit lied tijdens een optreden in München omlijstte met een korte anekdote zal zich ongetwijfeld niet bewust geweest zijn van de historische lading die er aan kleeft. Sean sprak toen reeds een mondje Nederlands, wat leidde tot een komische verbastering. ‘Heute morgen wolten wir gaan wandelen in den bergen, Munchen herom. Aber den someone told us dat wandelen in der bergen war verboten. Und ich dachte, was ist das fur ein schweinerei?’ Dan wijst de klok onverbiddelijk de laatste vijf minuten voor aanvang aan. Eenmaal breeduit gezeten in de zaal beleef ik enkele spannende minuten. De vraag in hoeverre de tand des tijds zijn invloed heeft doen gelden op de muzikale slagkracht van Sean en Eamonn blijft door mijn hoofd spoken. Bij de opkomst van de mannen blijkt die koudwatervrees volkomen misplaatst te zijn geweest. Zodra de toneellichten aangaan en de eerste tonen klinken, is er ineens weer die moeilijk te beschrijven magie die de concerten van de vroegere Dubliners kenmerkten. Muzikaal blijkt het ook allemaal nog redelijk goed op orde te zijn, al hebben de eens zo karakteristieke stemmen wel duidelijk aan kracht ingeboet.  In een rap tempo komt het voorbij, al dat oude materiaal dat zo lekker in het gehoor ligt. Ik beleef zowaar even een Hans van Zetten-momentje – Hij Staat, Hij Staat-  als Eamonn Campbell met dat guitige voorkomen van hem de microfoon pakt en iets doet wat ik hem nooit eerder heb zien doen. ‘Hij Zingt, Hij Zingt’ , het zwijgzaamste lid van The Dubliners die met zijn gitaar altijd zeer dienend was aan de virtuoze vingers van John Sheahan en Barney McKenna doet dat ook nog eens redelijk verdienstelijk.  Er is geen Carreras aan hem verloren gegaan,  maar dat hij zijn gezongen bijdrage opdraagt aan Henk de Koning, die vanuit zijn Celtic Shop in Bergen op Zoom in den lande zoveel heeft betekend voor de Ierse muziekcultuur levert de oude Campbell terecht een emotionele, staande ovatie op. The Dublin Legends kunnen het met vier muzikanten stellen, omdat Gerry O’Connor zowel de viool als de banjo uitstekend beheerst. Natuurlijk kan het viertal niet om het onverwachte overlijden van Barney McKenna in 2012 heen, en dat willen ze ook helemaal niet. Tijdens het concert in De Doelen op 12 oktober van dat jaar als onderdeel van de afscheidstournee, zei John Sheahan daar het volgende over. ‘Vijftig jaar is niet niks voor een muzikaal huwelijk, dat is 1962 is gesloten tussen Ronnie Drew, Luke Kelly, Ciaran Bourke en Barney McKenna in O ‘Donoghue’s in Dublin, de bekendste pub van Ierland. We hadden er echt onze zinnen op gezet om er een vreugdevol afscheid van te maken, met hier en daar een nostalgische terugblik op wat we allemaal hebben meegemaakt in die vijftig jaar. Maar toen Barney onverwacht overleed, moesten we het roer uiteraard drastisch omgooien. In allerijl een nieuwe banjoplayer gezocht, Gerry was gelukkig bereid om ons op invalbasis uit de brand te helpen, en het karakter van de tour veranderde ook ingrijpend. We hadden wat video-opnamen opgediept uit het archief en aan de hand van die beelden is er een soort muzikale uitvaartdienst ontstaan, waarbij we uitgebreid en met een speciale ode stil stonden bij de leden die ons ontvallen zijn, Ciarian, Luke, Ronnie en nu dus ook Barney.  De leukste herinneringen bewaren we toch aan onze banjoplayer. We noemden hem gekscherend de vier B’s, en die stonden voor Barney, Beer, Boats en Banjo. Als Barney aan zijn solo toe was, kon niemand voorspellen wat hij precies zou gaan doen. Vaak leidde hij zijn optreden in met een praatje waarvan hij halverwege de draad volkomen kwijt raakte. En dan zocht en vond hij zijn uitweg in de muziek. Voor zijn vaste begeleider, de laatste jaren was Eamonn dat, betekende dat telkens weer een ware krachtproef. Je wist nooit hoe lang hij speelde, welke zijpaden hij in zou slaan, en op welk moment hij zou eindigen. Zelfs op internationale tournees was hij onvoorspelbaar, zoals die ene keer in een bloedheet Japan. Barney was snel geneigd om bij ieder straaltje zon alles uit te trekken en zijn weelderige lichaam over te geven aan de natuurelementen. In Japan zou hij dat vast ook gaan doen, was de algemene vrees. Daarom waarschuwde ik hem op Tokyo Airport al bij het verlaten van het vliegtuig om voorzichtig te zijn met de zon op zijn kalende hoofd. ‘Pas op, Barney, het kan hier wel een graadje of veertig in de schaduw worden’. Hij leek niet erg onder de indruk. ‘Dat weet ik, en daarom ga ik niet in de schaduw maar in de volle zon liggen’, antwoordde hij zonder met zijn ogen te knipperen. Bij ieder ander zou je humor veronderstellen. Voor Barney was het ernst’. In een interview dat ik eerder voor Radio Stad FM met John Sheahan mocht hebben, haalde hij herinneringen op aan het ontstaan van The Dubliners. ‘Aanvankelijk presenteerden Luke, John, Ciaran en Barney zich als The Ronnie Drew Ballad Group. Luke Kelly las wel eens een boek, niet zo vaak, maar nadat hij het boek ‘The Dubliners’, een dikke pil van James Joyce, eenmaal uit had, besloot Luke dat dit een veel passender naam was voor de groep. Ronnie had daar aanvankelijk begrijpelijkerwijs zijn bedenkingen bij. Luke kon echter nogal overtuigend zijn, zeker als hij ‘The Whisky in the Jar’ volledig had uitgedronken, en dus ging Ronnie uiteindelijk overstag.  Niet veel later was de eerste grote hit, ‘Seven Drunken Nights’, onder de naam ‘The Dubliners’ een feit en sindsdien had niemand spijt van die naam.  Als jonge elektricien kwam ik …nou ja, best geregeld in O’ Donoghue’s, en als het erg gezellig werd mocht ik zelfs een riedeltje meespelen op de viool. Ronnie vond dat ik daar best talent voor had en toen de plannen om op een professionele basis verder te gaan in de muziek vaste vormen kreeg, stelde hij me voor om een vast lid te worden van de groep. Voorheen was het altijd van ‘ben je morgenavond vrij? Goed, nu niet meer, je kunt meespelen’. De financiële afrekening volgde dan meestal aan het eind van het optreden als iedereen behoorlijk in de lorum was. Het rekensommetje werd snel gemaakt op de achterkant van een bierviltje, de komma voor de nullen stond dus wel eens op de verkeerde plek, maar daar werd nooit een punt van gemaakt. Het aantal optredens liep zo snel op dat ik ondanks mijn vaste, goede baan toch maar besloot de knoop door te hakken. Ik wilde me later niet tegen mijn hoofd slaan met de frustrerende gedachte…had ik toen maar. !! Het eerste optreden als full professionals zal ik nooit vergeten. Vlak voor het sluiten van de pub kregen Ronnie en Barney een knallende ruzie die niet werd bijgelegd. Integendeel, ze stonden met zulke verhitte koppen tegenover elkaar dat het op knokken leek uit te lopen. Op een gegeven moment besloot Ronnie gelukkig  de meest wijze van de twee te zijn en liep onder het uitroepen van ‘Go to hell’ de pub uit. Ik schrok me een ongeluk en lag ’s nachts te woelen in mijn bed, vol wroeging. Een ‘slimme’ zet, Johnnie,  net getrouwd, een kleine op komst, straks werkloos, en afhankelijk van the dole’ (bijstand) . Ik kon me wel voor mijn kop slaan. Het leek me ondenkbaar dat het tussen Ronnie en Barney ooit nog goed zou komen. Ik zat ’s ochtends met een brok in de keel aan tafel. Rond het middaguur ging de telefoon, de markante stem van Ronnie meldde zich met de mededeling:  ‘dat was ik je gisterenavond vergeten te vertellen’. ‘We hebben voor vanavond weer een optreden, op hetzelfde adres. We rekenen op je’. Het duizelde me en ik wees Ronnie op die verschrikkelijke ruzie de avond ervoor. ‘Ach, dat stelde helemaal niks voor. Happens all the time. I’ll see you tonight’.  Vreemd genoeg ben ik in die beginperiode nooit formeel een Dubliner geworden. Ik heb namelijk nooit een echt contract getekend.  Ja, een paar hanepoten op de achterzijde van een bierviltje, maar dat was vast niet rechtsgeldig. Het geld was altijd goed,  ik maakte me dus nergens druk over. Later, toen we over de wereld gingen trekken, is dat allemaal wel geformaliseerd. Het werd ook allemaal wat zakelijker. Van vrienden werden we collega’s, met zijn ups en downs, net als in een gewoon huwelijk. Tot het einde toe konden we allemaal redelijk met elkaar door een deur, laten we het daar maar op houden’. Het optreden in Maagdelijk Bergen op Zoom nadert het einde. ‘Heel wijselijk zijn de krakers ‘The Wild Rover, Whiskey in the Jar, Dirty Old Town, Irish Rover en het ultieme ‘Molly Malone’ voor het laatst bewaard. In de foyer, waar de bezoekers muzikaal worden opgewacht door de band Cool Finn, vindt de merchandise gretig aftrek. Eamonn Campbell vermaakt zich kostelijk met al die fans die zo graag iets persoonlijks met hem willen delen of simpelweg genoegen nemen met een hand en een handtekening.  De ‘jonkies’ kijken intussen schuchter geamuseerd toe, dit is een onderdeel van het vak dat ze nog niet helemaal in de vingers hebben. Ook dat onderdeel van ‘de legende’ is ongetwijfeld slechts een kwestie van tijd. Na de hectiek van De Maagd wacht mij de wandeling naar het station. Het (auteurs)recht op de naam Dubliners laat mij echter niet los. Kun je een naam claimen die niet meer is dan een aanduiding van de inwoners van een stad? Bovendien is het ‘afgekeken’ van de befaamde kroniek van James Joyce. Zouden diens erven daar geen probleem van hebben gemaakt?  Zou de naam ‘De Roosendalers’ al zijn geclaimd door een band in wording? Zo zullen er altijd vragen rijzen over de vele boeiende aspecten des levens. De Legends uit Ierland breken daar het hoofd niet over. Zij zijn nog vervuld van de 1-0 winst van hun geboorteland op Wales, waardoor Ierland zich –in tegenstelling tot Nederland-  wel heeft geplaatst voor het WK Voetbal in Rusland. Diplomatiek als ze zijn wordt daar tijdens het concert geen woord aan vuil gemaakt. Na de traditionele tea and biscuits maken ze zich wederom op voor een nacht in De Draak. De volgende avond wordt het gezelschap in  de Junushoff in Wageningen verwacht, en dan begint het sprookje der Legends gewoon opnieuw.


The Dublin Legends – Formerly The Dubliners, gezien door Jaap Pleij op dinsdag 10 oktober in De Maagd in Bergen op Zoom. Zie ook: Jaap Pleij/Facebook.