Zaterdag 24 juni 2017

HEEFT MARX DE BURGERIJ EEN NEGATIEVE KLANK GEGEVEN?

Burgerij, mannen van 't jaar nul. Vette burgerkliek, vette vieze varkens.
Burgerij, tamme zwijnenspul. Al wie burger is, is een ouwe …

Hoeveel mysteries Jacques Brel zoveel jaren na zijn dood nog mogen omringen, zijn mening over het gewone volk, oftewel de burgers die samen met andere machten de samenleving vormen, liet aan duidelijkheid niets te wensen, zoals kernachtig weergegeven in zijn kernachtige chanson ‘De Burgerij’.  Deze ‘kliek’ van uiteenlopende creaturen was ook voor Eduard Jacobs een geliefd onderwerp van spot.  
Jacobs, algemeen beschouwd als de grondlegger van het cabaret in Nederland, trad van 1895 tot 1903 op in de schamele nachtgelegenheid ‘Het Wapen van Habsburg’ in de Quellijnstraat in Amsterdam, als pianist/zanger van realistische liederen.  Zijn repertoire bestond voornamelijk uit vertaalde chansons. Het cabaret van die tijd was niet meer dan een praatje met een liedje tussen de grote optredens door. Jacobs speelde met de nodige satire en spot recht op de man en schroomde ook niet om gelijk Jacques Brel vele jaren later zijn toehoorders te betitelen als domme varkenskoppen. Mededogen had hij slechts voor de zwaar geteisterde trampaarden en de veelal Chinese prostituees op de Zeedijk en de Oudezijds Voor en Achterburgwal in Amsterdam, die ook wel werden aangeduid als limonadehoertjes.

De vraag is waarom zo’n veelkoppig monster, zoals Wim Sonneveld stevig onderuit gezakt zijn publiek ooit betitelde, zoveel weerzin oproept, niet alleen bij de (schijtlollige) grappenmakers van beroep. ‘Het gewone volk’, vaak synoniem voor de domme massa, werd al snel een standaarduitdrukking.   


De burgerij, burgerdom of bourgeoisie is een sociale klasse van mensen in de midden- en bovenklasse die hun macht of status ontlenen aan hun vermogen, opleiding en werk, anders dan de aristocraten, die hun bevoorrechte positie in eerste plaats aan de familieachtergrond ontlenen. ‘Burgerij’ betekent letterlijk ‘de inwoners van een stad’. Zo rond het jaar 1000 kregen steden burg, burgh of bourg mee in hun naam, zoals Middelburg en Straatsburg. Een burg is een oud Germaans woord dat ‘versterkte plaats’ betekent. De burgerij begon zich in de Late Middeleeuwen  in Europa te manifesteren. Na de industriële revolutie in de 19e eeuw werd het begrip bourgeoisie of burgerij in engere zin gebruikt om de bovenklasse in het kapitalistisch systeem aan te duiden: rijke zakenlieden zoals grote fabriekseigenaren en bankdirecteuren. Het marxisme en andere socialistische ideologieën, gebaseerd op het denken van Karl Marx en Friedrich Engels  zag de bourgeoisie als een heersende klasse van eigenaren die door onderdrukking en uitbuiting profiteerde van het proletariaat, de onderklasse die het werkelijke werk verrichtte. De term ‘bourgeois’  of ‘burgerlijk’ kreeg hierdoor een negatieve betekenis, synoniem voor een oneerlijke verdeling van de welvaart of een oppervlakkige levensstijl. De term ‘bourgeois’ werd ook verbonden met conservatisme en materialisme. Die instelling heeft Jacques Brel aan de kaak willen stellen in  Les Bourgeois, c'est comme les cochons, oftewel ‘De burgerij is als varkens’. ‘De Burgerij’ heeft zijn dubieuze klank dus te ‘danken’ aan een oprisping van Karl Max, notabene de man die zich opwierp als ultieme pleitbezorger voor het wel en wee van de man en vrouw in de straat. Dat zou je althans denken. Maar die algemene minachting en geringschatting gaat veel verder terug in de tijd. Ook de Romeinen hadden weinig op met het gewone volk. 
In de literatuur uit de daarop volgende eeuwen werd ook niet bepaald lovend over het volk of zoals de toenmalige aanduiding luidde, het Grauw,  geschreven. 

Zo trekt de castraat-zanger Atto Melani (1626-1714), in het boek ‘De Versluiering’ van Monaldi en Sorti een parallel met de kruisiging van Jesus Christus.

‘De Evangelische episode van Barabbas leert echter dat achter de stem des volks in werkelijkheid ‘influisteraars’ schuilgaan. Het volk is op zich minder dan dieren, honderd keer dommer dan dieren, want die wijken nooit af van de natuur, terwijl het gewone gespuis, het rapalje en het schuim der natie begiftigd is met de rede, maar die op allerlei manieren verkeerd gebruikt en zo het toneel wordt waar de gewiekste politici hun bloedige tragedies op uitvoeren. Het gepeupel is een zee die met alle winden meevaart, een kameleon die elke kleur krijgt behalve wit, een riool waarin alle huisvuil samenstroomt. De beste eigenschap van het grauw is alles tegelijkertijd goed- en afkeuren, altijd van het ene naar het andere uiterste hollen, lichtvaardig geloven’, aldus de forse ontboezeming. De laatste zin doet weliswaar in andere bewoordingen nog zeer actueel aan.

Voor een goed begrip moet wel aangetekend worden dat de gemoedstoestand van Melani op dat moment sterk negatief was beïnvloed door een forse aanvaring met de gewetenloze Kardinaal Mazarin (1602-1661). De eerste minister van Frankrijk had een grote groep Italiaanse zangers en orkestleden naar Parijs gehaald voor de grootse opvoering van een nieuwe opera. Melani ontdekte echter dat hier sprake was van een macaber complot om een burgeroorlog uit te lokken in het toen al dertig jaar in oorlogstoestand verkerende Frankrijk.  
Met de ‘bourgeoisie’ is het nooit meer goed gekomen. Hoewel burgers nu weer een geheel andere status genieten, wordt ‘het volk’ echter nog steeds geassocieerd met een grote massa die zich gemakkelijk laat beïnvloeden en sturen door ophitsers en populisten. 

Velen vragen zich af of het woord ‘hamburger’ ook een afgeleide is van de burgerij.  Dat is slechts ten dele waar. Vanuit Rusland waaide de steak tartaar rond 1600 over naar West-Europa. Hamburg was als belangrijke havenstad aan de Baltische Zee één van de eerste plaatsen waar het platte- en rauw gegeten rundvlees populair werd. De bevolking van Hamburg prefereerde het vlees licht te bakken en deze manier van bereiding kwam buiten Hamburg bekend te staan als de steak ‘Hamburg stijl’, later werd deze naam versimpeld tot hamburger. President Kennedy schreef geschiedenis met zijn bij de Berlijnse Muur uitgesproken woorden ‘Ich bin ein Berliner’. Toen de latere president Ronald Reagan op bezoek was in Hamburg vroeg een Nederlandse cabaretier zich af of hij daar een soortgelijke uitspraak zou doen.