Zondag 8 oktober 2017

VREEMD DAT JE GEWOON EEN KAARTJE KUNT KOPEN VOOR HARRY SACKSIONI

Laatst las ik een uitspraak van een over het paard getild Nederlands zangeresje in de krant.  ‘Als ik in Amerika was geboren, zou er nu een Porsche voor de deur staan’, liet ze schaamteloos optekenen.  Hoewel er een (miniscuul) portretfotootje bij was geplaatst, deed zowel haar naam als verschijning geen belletje bij me rinkelen. Ik kan de naam van het ‘zadelglijertje’ hier dus ook niet prijsgeven. Die is me namelijk al lang weer ontschoten. Bij het optreden van Harry Sacksioni afgelopen vrijdagavond in de kleine zaal van De Kring had ik een tegenovergesteld gevoel.
‘Merkwaardig eigenlijk dat je om deze artiest van wereldniveau aan het werk te kunnen zien gewoon een kaartje aan de kassa kunt kopen, of in mijn geval een vinkje kan plaatsen op het abonnement, en dat je voor de Rolling Stones naar dat onpersoonlijke en afstandelijke ticketsysteem wordt verwezen en minimaal negentig euro moet betalen voor de goedkoopste plaatsen in het stadion.  Over afstandelijk gesproken, als je een optreden ergens niet beleeft, dan is het wel op de volgepakte tribunes van een voetbalarena, waar je slechts in de verte poppetjes kunt ontwaren. En nu kon ik die bewuste vrijdagavond vanaf de hoek van rij 4 gewoon in die 66 jaar oude, trouwe honde-ogen turen. Harry Sacksioni was een van de eerste artiesten die ik in mijn radioprogramma Spotlight op Radio Stad FM (inmiddels ter ziele, en helaas opgegaan in dat oersaaie Zuid-West FM) begin jaren negentig mocht interviewen. Soms telefonisch, meestal op locatie. Hoewel hij zich immer open opstelde en ik hem zo ongeveer steeds het hemd van het lijf mocht vragen, leerde ik tevens dat hij ook wel een kleine gebruiksaanwijzing heeft.  Zo is het niet verstandig om in zijn bijzijn de naam Hans Visser te laten vallen, en het antwoord op de vraag hoe hij toch aan die prachtige artiestennaam is gekomen acht hij nagenoeg zo overbekend dat hij slechts uiterst nukkig tekst en uitleg geeft. Soms kan hij ook wel eens heel onverwacht reageren. Toen ik hem de eerste keer in de ether haalde liet ik hem enthousiast weten dat ‘zijn’ Paddentrek’  inmiddels tot de begintune van Spotlight was gepromoveerd. ‘Nou’, reageerde hij wat gereserveerd, ‘dan hoop ik wel dat jullie omroep mij ook voor dat gebruiksrecht betaalt, want daar zijn uiteraard kosten aan verbonden’.  Vanaf dat moment ontspon zich voor het oor van de luisteraar een wat ongewoon en vooral onverwacht  gesprek tussen artiest en interviewer over auteursrechten.  ‘Vreemd’, overpeinste ik later. ‘Harry zal toch ook wel weten dat omroepen dit een keer per jaar via de Buma/Stemra afrekenen’.  En ook de trotse journalist in mij roerde zich. ‘Het is daarnaast toch zo dat artiesten en media elkaar gewoon nodig hebben.  ‘De Paddentrek’  structureel de ether instuderen is immers toch ook een vorm van gratis advertising’. Dat zal ik hem toch nog eens onder de neus wrijven, nam ik me ferm voor. Tot het schrijven van dit verslag is dat er echter nooit van gekomen.  Te schillen appeltjes tonen in tegenstelling tot de organische exemplaren gelukkig geen bedervingsverschijnselen.
Na van die eerste verbazing te zijn bekomen, raakte ik enigszins verwonderd door de uitermate sobere toneelindeling. Het bekende gitarenpallet, verder geen enkele opsmuk. Zelfs een stoeltje voor onverwacht in te gelasten noodzakelijke rustpauzes en de karaf met water voor het tussentijdse schrapen van de keel ontbraken in de compositie. Na zijn meest geliefde filmmuziek via zijn gitarenensemble geruime tijd te hebben laten spreken, gaf Harry een bijkans chronologisch overzicht van de grote popsterren die ‘ons de laatste jaren ontvallen zijn’. Aangekomen bij zijn grote idool en voorbeeld, de in 2013 overleden  JJ Cale, kreeg Harry het zelf fysiek even te kwaad. ‘(richting hoofd techniek) Franck, kun je mij even een glas water aanreiken, want ik sta gewoon te tollen op mijn benen’, liet hij hevig zwetend op verontrustende toon weten.  Vreemd genoeg reageerde het publiek op de eerste rij nogal apathisch op de situatie. Je staat dan toch onmiddellijk op en biedt de artiest even je stoel aan, lijkt mij een automatisch reactiepatroon. Na het met grote slokken consumeren van het in rap tempo op het podium gebrachte water waren de lichamelijke perikelen (ogenschijnlijk) verdwenen en vervolgde Harry opgelucht en met gevoel voor humor zijn optreden. ‘Youp van ’t Hek zou in dit geval waarschijnlijk hebben gezegd: waren jullie bijna getuige geweest van een Tommy Coopertje (de Britse komiek die in het Harnas stierf), maar ja, ik ben nu eenmaal Youp niet’. ‘Maar Youp kan ook niet zo virtuoos gitaar spelen’, zag ik menig bezoeker denken. Aan zijn versie van het ultieme liefdeslied ‘Maria’ uit de West-Side Story (een film die hij als elf- en dus minderjarige stiekem zag in de bioscoop) bleek zowaar een heel verhaal vooraf te gaan.  ‘Lang geleden tijdens een internationale artiestenbijeenkomst in Milaan vroeg de organisator me wie mijn favoriete componisten en wat mijn favoriete nummers waren.  Als een der eerste noemde ik ‘Maria’ van Leonard Bernstein. ‘Bernstein. O maar die is hier ook aanwezig. Als je wilt, kan ik hem wel even aan je voorstellen hoor’. Ik wist niet wat ik hoorde en stond prompt met mijn oren te klapperen. Geheel onvoorbereid stond ik zo maar op het punt de legendarische Bernstein te gaan ontmoeten. Aangekomen bij zijn tafeltje ontwaarde ik allereerst dat kenmerkende grijze achterhoofd. Mijn gastheer smoezelde even wat hem en na ampele momenten verwaardigde Bernstein zich zomaar zijn stoel een kwart slag naar mij toe te draaien.  Mijn uitgestoken hand bungelde inmiddels ietwat verloren in de lucht en hij maakte ook geen enkele aanstalten om de zijne in de mijne te drukken. In plaats daarvan zag ik zijn blik langs mijn lichaam van boven naar beneden gaan en weer uiterst langzaam terug omhoog. Hij sprak slechts een zin tegen me: Well boy, at what time can you be in my room?’ Sindsdien weet ik dat het niet altijd raadzaam is om je idolen persoonlijk te leren kennen’. Harry verzekerde zijn gehoor vooraf gaande aan dit verhaal dat ze ‘Maria’ nooit meer op dezelfde wijze zouden beluisteren als daarvoor.  Aan de reacties te oordelen, leek hij het aardig bij het rechte eind te hebben.  Op Radio 10 hoor je rond de mededelingen van de nieuwsman geregeld de stopper: ‘O Jongens, Harry heeft nog wat!’ Wellicht een leuk idee om deze anecdote daar achter vast te plakken.
Harry Sacksioni vertelde ter inleiding van zijn favoriete  filmmuziek uiteraard nog veel meer verhaaltjes en daarom is het absoluut aan te raden om naar zijn Once-Upon-A-Time –voorstelling in Middelburg   ( 9 februari 2018 in de Zeeuwse Concertzaal ) te gaan.    

Van zijn website: Als artiest legt Sacksioni geen nadruk op commercieel succes. Hierdoor komt hij weinig via radio en televisie onder de publieke aandacht. Hij brengt zijn platen alleen nog in eigen beheer en op zijn eigen label uit, als protest tegen de hoge prijzen van cd's. Eind 2003 is een livealbum verschenen van een tournee die hij in 2003 samen met de gitaristen Jan Kuiper, Eric Vaarzon Morel, Digmon Roovers en Zou Diarra heeft gemaakt onder de titel ‘The Five Great Guitars’.  .  Zie ook voor onder meer een meerdaagse workshop.

De in het Gelderse Lienden wonende Sacksioni had deze avond in De Kring ook een CD bij zich met een hoog ‘Once Upon A Time’ gehalte. Wie daar belangstelling voor had, mocht op het podium een greep doen in ‘Het koffertje van Harry’. Leuke titel ook voor een nieuwe show.  Een gedachte over Harry wil ik hier nog wel even kwijt. Waarom niet een keer samengewerkt met zangeres en kritisch wereldbeschouwer Leoni Jansen? Zij werkt ook vrijwel uitsluitend projectmatig (met collega-artiesten), legt ook allesbehalve het accent op commercieel succes,  beschikt net als Harry over een leuke, vlotte maar allesbehalve gladde babbel en is eveneens behoorlijk virtuoos in het snarenspel.  Mogelijke titels ‘Jansen verkent Sacksioni’ (of andersom),  ‘Virtuoze Vingerreiking’, ‘Virtuoos Gebundeld’, ‘Dubbel Fijn Besnaard’.             


Harry Sacksioni – Once Upon A Time. Gezien door Jaap Pleij op vrijdag 6 oktober in de kleine zaal van De Kring. Zie ook: Jaap Pleij/Facebook.