Maandag 8 januari 2018

"PARTICULIER VUURWERK VERBIEDEN" ZOU ZEER HOOG OP HET LIJSTJE "GOEDE VOORNEMENS VOOR HET NIEUWE JAAR" VAN DE GEMEENTEN MOETEN STAAN

‘Wij vieren oudejaarsavond altijd met vrienden bij ons thuis. We gaan dan lekker met vuurwerk aan de gang en nemen als het eenmaal twaalf uur is nog eens extra luid knallend afscheid van het oude jaar. Nu hebben onze buren onlangs gevraagd om we dat dit jaar niet willen doen, omdat hun kinderen en hond daar last van hebben.  Maar daar hoeven wij ons toch niets van aan te trekken?'
Hoe zou u op zo’n vraag reageren als u deel uit zou maken van het Oldskoolpanel van het AD Magazine. ‘Onze’ Joost Prinsen wist wel raad met dit probleem. Je voelt de ingehouden woede waarmee hij deze vraag beantwoordde.  Zulk schaamteloos egoïsme had zelfs deze doorgewinterde acteur nooit eerder mogen ervaren.  De buren van deze familie Hork zullen ongetwijfeld blij zijn dat het gezellig, hart’verwarmende’ gedoe bij hun naasten weer achter de rug is. De trieste balans werd de volgende ochtend reeds opgemaakt.  Over de hele linie was het minder raak geweest dan vorig jaar, met uitzondering van de drie grote steden, waarbij Rotterdam met een aantal nieuwe, blinde inwoners er nog eens extra negatief uitsprong.  Waarom lukt het de burgemeesters in dit land maar niet om één lijn te trekken en het particuliere vuurwerk in de ban te doen?  En waarom moet het oude jaar zonodig met veel geknal, gedonder en zelfs explosies uitgeleide worden gedaan? ‘Dat is nou eenmaal traditie’, aldus een nog steeds veel gehoorde gangbare reactie.  Dat klopt op zich wel.
Vanaf ongeveer de jaren zeventig van de twintigste eeuw zijn we gewend om massaal rotjes, duizendklappers, pijlen en siervuurwerk af te steken met oud en nieuw. Vanaf die tijd is er in Nederland een groot aanbod van vuurwerk rond de jaarwisseling. In de decennia en eeuwen daarvoor was oud en nieuw in Nederland ook al een feest met veel lawaai. Mensen trokken joelend en zingend door de straten, staken vreugdevuren aan en maakten ook op allerlei andere manieren herrie – soms zelfs met vuurwapens. Vuurwerk was er ook, maar niet zo massaal als tegenwoordig. In het noorden en oosten van het land hoort ook het carbidschieten bij oud en nieuw. Daarbij worden melkbussen gevuld met carbid en water. De bussen worden vervolgens aan de achterkant door een gaatje verhit met een fakkel. Een oorverdovende knal en het wegvliegen van het deksel van de melkbus is het gevolg. Veel vuurwerkslachtoffers, ongeveer de helft, steken zelf niet eens vuurwerk af, maar hebben brute pech als omstander of toevallige voorbijganger. Een groot percentage van de slachtoffers, ook ongeveer de helft, is nog geen twintig jaar. Dat komt waarschijnlijk doordat het vooral jongeren zijn die het leuk vinden om vuurwerk af te steken. Dat is nu eenmaal traditie, is geen argument. Gelukkig kennen we het begrip voortschrijdend inzicht, anders had de publieke schandpaal nog steeds deel uitgemaakt van het straatbeeld. Inmiddels zijn we wel vertrouwd geraakt met de elektronische schandpaal, maar dat is weer een ander verhaal. 
Uitermate merkwaardig deze tolerantie, we kennen in Nederland al decennia een heel strenge wapenwet.  Particulier vuurwerk toestaan is al net zo dwaas als iedereen die in het bezit is van een vuurwapen toestemming te verlenen om er enkele uren lustig op los te knallen. In geen ander Europees land wordt zoveel verstookt en verliezen de inwoners rond de jaarwisseling zoveel handen en ogen als in Nederland. Wie aantoonbaar schade oploopt als gevolg van vuurwerk kan dat niet verhalen op de verkopers van het spul. Waarom eigenlijk niet?    
We hebben met succes wetten ingevoerd tegen het aanschaffen van alcohol en rookartikelen door minderjarigen, en we hebben inmiddels een algemeen rookverbod in de horeca. Bij overtreding worden ook de leveranciers ter verantwoording geroepen. Allemaal maatregelen die geen ellende en criminaliteit hebben opgeleverd. Zouden die briefschrijvers die zich tot Joost Prinsen hebben gewend om ‘raad’ daar wel eens over nagedacht hebben? Prinsen gaf in zijn slotwoord aan daar niet veel fiducie in te hebben. Nu het woord ‘merkwaardig’ toch zo vaak valt, waarom laat de Partij van de Dieren zo weinig van zich horen in dit maatschappelijke debat? Nergens stroomt in de oudejaarsnacht de nachtelijke hemel zo vol vogels die van schrik opzwermen. Koos Dijksterhuis verhaalt in zijn Natuurdagboek in dagblad Trouw over een kat die de deur was uitgeglipt en op Nieuwjaarsmorgen als een klont modder terugkeerde.  Dijksterhuis acht het waarschijnlijk dat het arme dier in blinde paniek geprobeerd heeft  zich in te graven.  GroenLinks is gelukkig heel wat actiever bij de bestrijding van deze ergerlijke vorm van terreur.  Dat is deze partij vanuit zijn ideologie ook verplicht. Met al die vurige kleurtjes die de hemel een ander aanzien gaven is een hoeveelheid chemicaliën de lucht ingeblazen, waarvoor een chemische fabriek drie maanden moet draaien. De restanten van de licht- en lawaaishows zijn eveneens vervuilend. De straten, perken en vijvers liggen vol geblakerd karton en plastic.  De weinige mensen die de moeite nemen de rotzooi op te ruimen zijn doorgaans niet degenen die het hebben afgestoken. Het jaarlijkse verzetje van de onhebbelijke briefschrijvers gaat dus ten koste van hun medemensen, de dieren, het milieu. Ze spuiten letterlijk gif in de samenleving. De burgemeesters in Nederland zijn inmiddels zo ver dat ze willen dat het zware knalvuurwerk wordt verboden, maar wijzen daarbij nadrukkelijk naar de rijksoverheid.

Wat zijn dan de argumenten van voorstanders van particulier vuurwerk? Geloof het of niet, er zijn nog steeds mensen die denken dit te kunnen beargumenteren. De vroegere staatssecretaris Atsma is of was een van hen: ‘Vuurwerk hoort bij oud en nieuw en zolang het verantwoord wordt gebruikt, beleven veel mensen er plezier aan’, aldus een uitspraak waar hij zich op basis van voortschrijdend inzicht inmiddels misschien wel voor schaamt. Er zijn –zo wordt elk jaar officieel vastgesteld- veel te veel mensen die absoluut niet verantwoordelijk met vuurwerk omgaan, en de milieubezwaren blijven natuurlijk recht overeind staan.  Een ander ‘argument’ dan.  ‘Een ingeburgerd gebruik gaan verbieden heeft nog nooit gewerkt en enkel ellende en criminaliteit in de hand gewerkt’, zo luidde een reactie op nuij.nl  Afgezien van de onzinnige redenering is dit gewoon niet waar.  We hebben met succes wetten ingevoerd tegen het aanschaffen van alcohol en rookartikelen door minderjarigen, en we hebben inmiddels een algemeen rookverbod in de horeca. Allemaal maatregelen die geen ellende en criminaliteit hebben opgeleverd.  De ‘correspondenten’ van Joost Prinsen staan dus helaas niet alleen in hun domheid.  Maar wat graag had ik hun gezicht gezien toen ze zijn repliek onder ogen kregen.  Wellicht is de met vuurwerk overladen jaarwisseling wat minder gezellig verlopen dan gepland. Dat gun ik ze van harte. Jammer dat het AD Hier geen verslaggever op gezet heeft om de identiteit en de positionering van de betrokkenen helder te krijgen.  Wat bezielt iemand om zo’n stompzinnige vraag in te zenden en je zo stupide tegenover je buren op te stellen? Daar had ik graag een ‘verhelderend antwoord’ op gekregen!  Het is me echter nog liever als we tijdens de volgende nieuwjaarsreceptie in de St. Jan kunnen proosten op een vuurwerkvrije gemeente die vol vertrouwen aan de volgende 250 jaar in zijn bestaan begint.