Vrijdag 5 januari 2018

ESMÉE VAN KAMPEN SCHOT IN DE ROOS VOOR NIET SCHIETEN

Niet Schieten zag ik begin jaren negentig voor het eerst aan het werk in Het Verkadehuis.  Toen was het nog een trio, naast de huidige leden Maarten Hennis en Arend Edel stond ook nog Erik Jobben op het podium. De laatste maakt nog wel deel uit van het groepsproces, maar beperkt zich sinds 2012 tot het schrijven van teksten en muziek.  In hun eerste programma ‘Natongen in de foyer’ had het trio reeds behoefte aan versterking en die zochten ze doorgaans in het publiek. In Het Verkadehuis lieten ze het oog vallen op ‘die jongen met het opname-apparaat’ (dat was ik dus, JP). De uitnodiging ‘He joh, je bent nu wel met die microfoon in de weer. Wil je liever meedoen met ons groepje?’ moest ik met het oog op dreigende belangenverstrengeling uiteraard afslaan. Toch ben ik ze met enige regelmaat blijven volgen. Het vorige programma, ‘Kusje Erop’, vond ik echter maar zo-zo, en ik vreesde al voor een vroegtijdig pensioen voor die eens zo kwieke podiumbestormers.
Maar zie, ze hebben toch weer hun toevlucht gezocht tot uitbreiding van het groepje en dat pakt in het toepasselijk getitelde ‘Tijd voor een Trio’ uitstekend uit. Vijfentwintig jaar theaterervaring rijker zijn Maarten en Arend wel zo verstandig geweest om hun keuze te laten vallen op een vrouw. Dat biedt immers leuke, nieuwe - en onverwachte impulsen. En wat voor een impulsen! Esmée van Kampen is een vrouw waar je als medespeler wanneer ze eenmaal op het podium staat ook letterlijk niet om heen kunt.  Waarom zou je dat ook willen gezien haar vriendelijke voorkomen en stralende ogen? Diverse theatermakers zijn in het verleden na ongetwijfeld veel mitsen en maren uit de kast gekomen. Regisseur Onno Innemee had voor Esmée een wat andere positie in gedachten. Na wat inleidende overpeinzingen trekken Maarten en Arend terecht de conclusie dat hun groepje wel wat nieuwe impulsen kan gebruiken. Discussie is verder overbodig, want met enig geklop en gesis dat ze ‘wel voor vol wil worden aangezien’ klapt het deksel van de kist open en verrijst Esmée daar in vol ornaat met bijpassende decolleté voor een bijkans uitverkochte kleine zaal in De Kring.  Ik zag menigeen denken; waar ken ik dat voluptueuze meisje toch van?  Wellicht van de judomat oftewel de tatami, bij de zwaargewichten? Ik had haar op de flyer echter al tijdig herkend als het blonde winkelmeisje met vlechten van de vroegere SUPER-supermarktreclames. Nu zegt dit bij Niet Schieten niet alles. Voor een vorig programma waren Maarten en Arend al eens met een aantal bloedmooie meiden op de foto gegaan. Schijn heeft echter nooit eerder zo pijnlijk bedrogen als toen. Die mooie meiden waren tijdens de voorstelling in geen velden, wegen en theaterfoyers te bekennen. De schijn tegen hebben is al moeilijk te overwinnen, niet leveren wat je ogenschijnlijk belooft, kan  je als theatermaker voorgoed de kop kosten. Het tweetal is toch weer uit dat dal gekropen en met het ten tonele voeren van Esmée deden ze mijn hart ook weer een stuk rustiger kloppen. Anders had ik wellicht de hele avond het gevoel gehad dat ik bij ‘De Notenkraker’ in de grote zaal toch beter op mijn plek was geweest.  In de digitale Theaterkrant werd gesteld dat Esmée na deze spectaculaire opkomst beide mannen regelmatig onder het tapijt speelde. Dat leek mij een bewuste keuze van regie en cast. De oudere jongeren Maarten en Arend voelden net als hun regisseur Innemee  waarschijnlijk in een vroeg repetitiestadium feilloos aan dat nu ze eenmaal voor een groen blaadje hadden gekozen ze dit blaadje ook alle ruimte moesten geven om zich te ontplooien.  Ze beperkten hun rol daarom bewust tot die van gangmakers en sparringpartners. Hoewel het in het spel om een audiëntie ging (Esmée bij Niet Schieten), waren er over en weer de nodige speldeprikjes op te tekenen. De heren betreuren het dat een vrouw die zo rijk gezegend is met een borstpartij waar je als man u tegen zegt daar in de praktijk zo weinig gebruik van maakt.  ‘Je hebt daar een reservoir moedermelk waar je minstens drie bevallingen mee toe kan’, trok Maarten zich terecht niets aan van die ridicule MeToo-beweging.  Esmée heeft nog geen partner gevonden en kinderen nemen ziet ze –wederom terecht- helemaal niet zitten. Wat volgens haar uiteraard niet wegneemt dat ze best een goede moeder kan zijn. Arend moedigde die gedachtengang gretig aan. ‘Je hebt volkomen gelijk. Vrouwen zonder eigen kinderen zijn in de praktijk vaak de beste moeders. Kijk maar naar Moeder Teresa’. Dat daar inmiddels de nodige vraagtekens bij zijn geplaatst, liet Arend onvermeld.  Heel vernuftig gaat het trio om met de bekende man-vrouw-tegenstelling, jong versus iets minder jong en als theatermakers kampen ze natuurlijk ook met hun persoonlijke egootjes.  Dat leidt tot botsingen die steeds op tijd met de mantel der theaterliefde worden bedekt. Het gedeelte voor de pauze is behoorlijk enerverend. Na de koffie en de rode wijn, weer vakkundig geserveerd en gepresenteerd door gastheer Mon Puttiger, zakt de voorstelling wat in. Als Esmée haar volumunieuze geluid door de zaal laat schallen, benut Maarten zijn gedwongen pauze om een appeltaart te bakken. Tegen het eind mag het publiek op de eerste rijen daar ook van proeven. De vraag is of dit in Roosendaal een verstandig idee was. Direct na deze traktatie verlaten twee oudere bezoekers de zaal. Met gevoelens van vertwijfeling nagestaard door de theatermakers op het podium.  Niet Schieten heeft met Esmée in de roos geschoten, wie de bezoekers letterlijk van de voorstelling laat proeven, loopt een extra risico dat toch niet de gehele maaltijd in het goede keelgat schiet. Dat deze in De Kring opgedane theaterervaring een wijze les voor hen mag zijn. Voor wie het nog niet duidelijk is. Esmée slaagt met vlag en wimpel voor deze auditie. Het zou me niet verbazen als in de volgende productie met als mogelijke titel ‘Esmée en haar niet schietengebedjes’ de vrouwelijke machtsgreep binnen dit voorheen mannelijke bolwerk compleet is. Met Maarten en Arend krijgt ze bovendien twee voor de prijs voor een. Dat moet haar smeulende SUPER-hartje ongetwijfeld nog bredere vleugels geven.


Niet Schieten – met Esmée van Kampen, Tijd voor een Trio – nu nog leuker.  Gezien door Jaap Pleij op donderdag 4 januari in de kleine zaal van De Kring. Nog te zien o.m. op woensdag 14 februari in Theater De Koornbeurs in Franeker, en op zaterdag 5 mei in Dorpshuis Luctor et Emergo in Rilland.      

Foto: Jaap Reedijk