Woensdag 3 januari 2018

NIEDERER: WEEST WAT TROTSER OP ROOSENDAAL

‘Als hij maar leuker is dan Youp van ’t Hek’, fluisterde iemand tegen me vlak voordat burgemeester Jacques Niederer de nieuwjaarsreceptie in de St. Jan ging opluisteren met zijn traditionele toespraak tot het crème de la crème van de Roosendaals bevolking. ‘Gewone Roosendalers’ laten zich daar nu eenmaal maar zelden zien. Helaas had Niederer voordat hij met het uitspreken van zijn speech kon beginnen eerst een trieste mededeling te doen. Op oudejaarsdag is zijn verre voorganger Lau Schneider op 91-jarige leeftijd overleden.  Schneider volgde in maart 1976 Jan Godwaldt op als burgemeester van de toenmalige gemeente Roosendaal en Nispen. Veertien jaar later  ging hij met vervroegd pensioen, in februari 1990 werd hij opgevolgd door Michel Marijnen, die twintig jaar aan het roer bleef staan. Niederer vroeg en kreeg enkele ogenblikken stilte om zijn voorganger te herdenken. Aansluitend las hij een passsage uit de brief van CdK Wim van der Donk voor, die er deze keer ‘helaas niet bij kon zijn’. ‘Later in het jaar zal hij vele momenten van de cadans van de stad met ons meebeleven en op een gepast moment zal hij ook het cadeau van de provincie aan Roosendaal onthullen’, zo beloofde Niederer tot opluchting van ongetwijfeld velen. Met dank aan het feestjaar ‘Roosendaal 750 jaar’.  
Stadsdichter Eric van Deelen mocht vervolgens zijn droom voor Roosendaal declameren. Van Deelen, de vierde dichter in deze functie, had in tegenstelling tot Martin Luther King geen visioenen van een samenleving  waarin zwarte jongetjes met blanke jongetjes op straat spelen. Dat is inmiddels ook wat achterhaald. De stadsdichterlijke droom werd beheerst door economische vooruitgang, HBO-onderwijs, drankproducent Red Bull die zich zal opwerpen als nieuwe sponsor van RBC, waarna de voormalige BVO verder gaat als de Red Bull Club, het realiseren van de droom van Rob van de Geyn – een danscentrum in Roosendaal- een groots opgezet muziekfestival en het uitroepen van Roosendaal tot culturele hoofdstad van Nederland eventueel gecombineerd met een al even groots openluchtspektakel. Als er zich dan ook nog een stadsdichter aandient die mooie poëtische gedachten weet te formuleren die  de gehele bevolking verbindt, dan kan Eric van Deelen tevreden op zijn lauweren gaan rusten.
Voor de gast van de burgemeester was ook nog enkele minuten ingeruimd, die de jongen in kwestie benutte om net als Mark Rutte zijn vertrouwen in de toekomst uit te spreken. Voor Niederer belooft 2018 een jaar te worden waarin verleden en toekomst om de beurt zijn aandacht vragen, gekoppeld aan de uitgebreide viering van ‘Roosendaal 750 jaar’. ‘Het ligt voor de hand om een voorstelling te maken van de gemiddelde Roosendaler in het jaar 1268. De bouw van de kapel was net voltooid, waarmee Roosendaal stadse allure kreeg. Het was een tijd van plunderingen, kruistochten en stormvloeden. Marco Polo moest zijn historische handelstocht naar China nog realiseren’, aldus Niederer.
Voor de in historie geïnteresseerden onder ons. Met zijn vader Niccolo en oom Maffeo bereisde Marco Polo tussen 1271 en 1295 voor Europa grotendeels onbekende gebieden, naast China bezocht hij Perzië en Indië. In dienst van de Mongoolse heerser Koeblai Khan verzamelde Polo unieke informatie over Azië die hij na terugkeer in Venetië beschreef en vastlegde in het boek De wonderen van de Oriënt. Marco Polo verhaalde lyrisch over de pracht en luister van China en het Mongoolse Rijk en vermeldde vele in Europa onbekende zaken zoals het gebruik van papiergeld, steenkool en het bestaan van Japan. Tweehonderd jaar later was hij een van de voornaamste inspiratiebronnen van ontdekkingsreiziger Columbus. 
Zulke grote namen heeft Roosendaal helaas niet voortgebracht, maar gezien ons logistiek verleden, heden en toekomst wordt het in de visie van Niederer wel tijd dat de burgers eens wat trotser op hun woonplaats worden. ‘Een bak met al net zo’n lange baard als de meeste grappen van Youp’, fluisterde de zelfbenoemde commentator naast mij, blijk gevend van een scherp gevoel voor realisme. Niederer ging onverdroten verder. ‘Ik hoop dan ook dat ‘Da’s mijn stadje’ , het komende carnavalsmotto, meer mag zijn dan een mooi feest op zich, en dat dit motto ook verder uitgedragen zal worden. Het zou fantastisch zijn als we na het feestgedruis met een scherper oog naar de toekomst kijken en we die underdogrol eindelijk eens van ons afwerpen’. Niederer onderbouwde het door hem zo vurig gewenste nieuwe bewustzijn door te verwijzen naar alle investeringen die op stapel staan. ‘De komst van de Avans-Academie brengt het zo lang gewenste hoger onderwijs naar Roosendaal. Die studenten zullen de stad ongetwijfeld nieuwe prikkels geven. Het voormalige klooster Mariadal krijgt een woonbestemming en dan is er ook nog de centrumring die later dit jaar voltooid wordt. En dat is nog maar het begin. Er zijn straks meer mensen aan het werk op een hoger niveau. Roosendaal is door de eeuwen heen in trek als vestigingsplaats voor de logistiek. Dat was al in de tijd van de turfvaart zo en die functie wordt in de toekomst alleen maar versterkt’. Voor het plaatsen van kanttekeningen was in de speech van Niederer traditioneel geen plaats. Zo stuiten de woonplannen met betrekking tot Mariadal op flink wat verzet uit de omgeving, en van die door de burgemeester zo bewierookte centrumring is nog geen ondernemer ook maar 1 eurocent wijzer geworden. Het was bovendien jammer dat Niederer deze gelegenheid niet aangreep om inzicht te geven in het grootste mysterie dat Roosendaal dankzij in eerste instantie de PVC, en sinds kort ook door de bemoeienis van de PvdA, de ND en de VLP al geruime tijd in zijn greep houdt: wat voert die binnenstadsdirectie a raison van 16.000 euro (twee dagen per week) per maand in hemelsnaam uit?
Niederer had nog wel een leuk nieuwtje voor advocaat en PvdA-raadslid Paul Klaver in petto. Het is een langgekoesterde wens van Klaver om op de Televisietoren een helverlichte rode roos tot bloei te brengen, zodat iedere gemotoriseerde passant weet in wat voor een bloemrijke omgeving hij zich bevindt alvorens vol gas te geven richting Bergen op Zoom of Antwerpen. Die wens gaat echter niet in vervulling. De toren laat sinds 2 januari wel het logolicht van  ‘Roosendaal 750 jaar’ over ‘mijn stadje’ schijnen. De roos was deze avond in tastbare vorm wel weggelegd voor Cor Verbogt, de voorzitter van het comite dat de activiteiten mede organiseert en coördineert. Als dank voor die inspanningen en met het oog op zijn eerdere verdiensten voor de stad mocht Verbogt toetreden tot het exclusieve Gilde der Roosenspelddragers. Dit zal ongetwijfeld koren op de molen zijn van de RK spaarkasvereniging Geloof, Hoop en Liefde die in februari als onderdeel van 'Da’s mijn stadje’ nu Youp van ’t Hek het zo ‘grandioos’ heeft laten afweten extra stevig zal uitpakken tijdens de vaste presentatieavond in het Bloemenmarktkerkje.  Enkele jaren terug leurde voorman Wilbert van Woerden van dit mysterieuze gezelschap op het podium samen met de ex-directeur van BN/DeStem schaamteloos met dit kleinood, maar niemand die het wilde hebben. Toen Godfried Bomans over Marlène Dietrich de historische uitspraak ‘Had mijn vrouw maar een zo’n been’ lanceerde, inspireerden die woorden Wim Kan tot de nuchtere constatering: ‘Straks laten ze Bomans nog de Edisons uitreiken. Je zal zien, dan wil niemand er meer een hebben!’ Zo snel kan het dus gaan.