Maandag 2 oktober 2017

PAULUS SMITS ALS "POTSIERLIJKE NIEUWSRAPER"

De bolle man ziet hem nog steeds regelmatig met gebogen tred door de binnenstad banjeren, de lange man die vroeger vanwege zijn dedain voor ditjes en datjes en opvallende strikje onder de kin werd aangeduid als de ‘potsierlijke nieuwsraper’. Ofschoon hij zijn journalistieke werk verrichtte voor een middelmatig regionaal dagblad voelde hij zich een hele meneer. Aan het simpele straatwerk had hij geen boodschap, veel liever verkeerde hij in politiek liberale- en ondernemerskringen. Ter bevestiging van zijn importantie liet hij zich ook wel eens bombarderen tot voorzitter van een culturele kring. Daar kon je immers zo lekker mee in het nieuws komen. Hij dronk regelmatig een glas (witte wijn), deed daarna ongetwijfeld een plas en zette zich vervolgens achter zijn tekstverwerker om te verhalen over de vele interessante persoonlijkheden die hij deze dag weer had ontmoet.
‘De krant barst weer van de Smitse bagger’ werd zodoende een gevleugelde uitdrukking. Het liefst was hij uitgegroeid tot een lokale versie van de Telegraaf-coryfee Willem Kool, al jaren het gezicht van het Stan Huygens Journaal. Kool mocht toen in de baas zijn tijd acte de presence geven bij de duurste feestjes in glamourland, waar hij de volgende dag op zijn geheel naar eigen inzicht in te richten pagina uitbundig verslag van deed. De potsierlijke nieuwsraper liep altijd enigszins rood aan van jaloezie als hij die pagina opsloeg. Wat heeft hij dat ik niet heb?, ontplofte hij regelmatig in het bijzijn van diverse collega’s. Dat wilde zijn teamleider, met wie hij al lang op gespannen voet stond, hem dan maar wat graag uitleggen. Ten overstaan van de collega’s werd hem door ‘cheflief’ op vileine wijze ingepeperd dat hij maar een gewone stadverslaggever was en dat hij ondanks zijn lengte en dat strikje in niets boven de overige redactieleden uitstak. Zo’n publieke schrobbering kon de potsierlijke nieuwsraper maar moeilijk verkroppen en dat was voor hem juist een teken om er qua nevenactiviteiten nog een paar forse schepjes bovenop te gooien. Bij de serviceclubs waar hij zich binnen had geslijmd, groeide de weerzin tegen zijn profileringsdrang. Vooral omdat ze dondersgoed wisten dat het hem meer om persoonlijke publiciteit dan om de promotie van de club ging. De carrière van de potsierlijke nieuwsraper ging als een nachtkaarsje uit nadat hij van zijn hoofdredacteur te horen kreeg dat hij in het kader van een forse reorganisatie gebruik ‘mocht’ maken van een vervroegde uittredingsregeling. De eigenaar van de krantengroep wilde zoveel mogelijk vaste krachten loodsen en hen vervangen door veel goedkopere, jonge  ZZP-ers en gratis stagiaires. ‘Doe het nou maar. Dat is voor ons allemaal het beste’, had zijn teamchef hem nog ter aanmoediging ingefluisterd. ‘Je hebt toch van die leuke hobby’s. Een avondje met je vrouw naar het theater bij voorbeeld. Kun je straks veel  vaker doen. En ben je niet onlangs iets gaan doen bij een milieucentrum? Kun je straks veel meer tijd aan besteden’.  De potsierlijke nieuwsraper zag de aantrekkelijke kanten van zijn toekomstige leven best in, anderzijds was hij teleurgesteld dat zijn werkgever hem zo gemakkelijk liet gaan. Wat heet! Hij werd gewoon buiten gebonjourd. Boventallig, heet dat in jargon. Bij de vorige herschikking van de posities had hij dat rotwoord vaak genoeg horen vallen. Nu werd hij daar ineens zelf onder gerangschikt. Had hij zich daar al die jaren zo voor uitgesloofd?
Slecht nieuws komt nooit alleen. Dat zou de potsierlijke nieuwsraper die avond ervaren. Zijn persoonlijke onheilstijding amper verwerkt trof hij zijn echtgenote huilend op de bank aan. Wat was het geval? Echtgenote was ook journalist. Nadat haar carrière als rechtbankverslaggeefster was vastgelopen, ging ze als hoofdredacteur bij een lokaal huis-aan-huisblad aan de slag. Op de redactievloer ging ze vanwege haar norse karakter al snel door het leven als ‘Mevrouw Ooievaar’. In korte tijd had ze zich zo onpopulair en zelfs gehaat gemaakt dat de uitgever haar zonder enig pardon en zelfs met het nodige enthousiasme op straat zette. Het bevel om de sleutels van haar lease-auto, de mobiele telefoon en de laptop van de zaak in te leveren, viel ongeveer samen met het nieuws dat haar liefhebbende echtgenoot te verstouwen kreeg. Sindsdien hadden ze zeeën van tijd om allerlei leuke dingen te gaan doen, maar de bolle man zag bij de schaarse ontmoetingen met het werkloze journalistenpaar wel dat het woord ‘leuk’ bij de voormalige potsierlijke nieuwsraper aan een groeiende inflatie onderhevig was. Zij hield dapper de moed erin, vooral door haar man vaak te corrigeren en te koeioneren. Het liefst in bijzijn van anderen. De tred werd alsmaar moedelozer en uiteindelijk verdween ook het befaamde strikje onder de kin. De bolle man zag het echtpaar daarna alleen nog bij theatervoorstellingen, waar ze de witte wijn steeds rijkelijker lieten vloeien. Uit het lokale sufferdje, waar zijn vrouw vroeger aan het roer stond, begreep de bolle man dat de voormalige potsierlijke nieuwsraper bij zijn milieucentrum iets educatiefs met kinderen was gaan doen. In het theater lieten ze zich daarna een tijdje niet meer zien. Maar ineens zag de bolle man hen weer bij de voorstelling van een cabaretier van het tweede garnituur. Groeten deden ze toen al lang niet meer. De bolle man voelde die drang ook niet en dus gingen ze zwijgend langs elkaar heen. Twee jaar geleden had deze ver in de veertig zijnde ‘lolbroek’ de bolle man met enkele rake opmerkingen aangenaam verrast, wat dan ook resulteerde in een gematigd positief verslag, maar de weg die de brenger van lol en jolijt nu was ingeslagen, kon de bolle man maar matig bekoren. Dat de artiest het nodig achtte om het publiek op dubieuze wijze bij zijn grappen en grollen te betrekken, deed zijn rapportcijfer nog verder dalen. De volgende dag hoorde de bolle man op straat van een theaterkennis die de voorstelling ook had gezien dat de voormalige potsierlijke nieuwsraper een nieuwe journalistieke uitlaatklep had gevonden, en wel in het afvoerputje van Ben Branie, op wiens derderangs nieuwssite hij volgens theaterkennis een verslagje had gemaakt van deze vertoning. De oren van de bolle man waren aanvankelijk gespitst. Het is immers altijd leuk om vergelijkingsmateriaal te hebben. Toen hij vernam om welk medium het ging, was het voordeel van de twijfel op slag verdwenen bij de bolle man. Theaterkennis noemde de naam van een obscure nieuwssite die een aantal maanden volkomen stil had gelegen. Het was hem niet bekend dat er een nieuwe start was gemaakt. De eigenaar van het mediabedrijf dat achter deze nieuwssite schuil ging, stond bekend als de Roosendaalse ‘Beau van Erven Dorens’. Net als bij de geflopte televisiepresentator was bij deze Roosendaalse mediamaker alles mis gegaan wat er maar mis had kunnen gaan. Thuisgekomen zocht de bolle man het verslagje even op. Wat hij onder ogen kreeg was een ongeëvenaard broddelwerkje dat een aaneenschakeling was van tendentieuze opmerkingen, opzettelijk onjuiste waarnemingen en een totaal verkeerde voorstelling van zaken’. Toen theaterkennis hem over de nieuwe carrière van de potsierlijke nieuwsraper vertelde, vroeg de bolle man zich heel even af wat deze bezielde om voor iemand als ‘Beau’ te gaan werken. Dat moest toch zelfs beneden zijn waardigheid zijn. Kort na dit stukje zakte de nieuwssite van Ben Branie zoals te verwachten viel weer volkomen in elkaar. Vallen en Opstaan is bij deze BB de laatste jaren vooral vallen geworden.