Zondag 21 januari 2018

THEUNIS EERSTE GEKOZEN BURGEMEESTER IN ROOSENDAAL?

Op 9 februari 2005 reisde ik als radioverslaggever mee in de bus die de toenmalige minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties Thom de Graaf (D66), tevens vicepremier in het tweede kabinet Balkenende, had gecharterd om in West-Brabant zieltjes te winnen voor zijn plannen om de gekozen burgemeester mogelijk te maken. De eerste bijeenkomst in grand-café Hotel de Bourgondiër aan de Grote Markt in Bergen op Zoom begon in mineur vanwege het kersverse overlijdensbericht van de legendarische voetbaltrainer Rinus Michels. Toen ook nog eens een geroyeerd lid van D66 luidkeels haar ergernissen met betrekking tot haar uitstoting uit die ‘gezellige’ Bergse neo-liberale familie begon te spuien, werd de situatie er voor De Graaf uiteraard niet bepaald leuker op.
Tijdens de presentatie gaf hij geen kik en beantwoordde alle vragen op gepaste wijze. Pas toen de bus koers zetten naar café De Bommel in Breda, dat destijds landelijke bekendheid kreeg als stamkroeg van de eerste ‘Big Brother’winnaar Ruud Bernard, kreeg ik de gelegenheid om een kort interview met de minister te registreren. ‘D66 is voorstander van een gekozen burgemeester, maar waarom dan niet –zoals je logischerwijze zou verwachten- ook niet voor een gekozen staatshoofd?, luidde de enige vraag die ik me nog herinner. Zijn antwoord is me gelukkig ook nog bijgebleven. ‘Als we de kans kregen om Nederland bestuurlijk opnieuw in te richten, zoals in 1813 het geval was, zou ik een groot voorstander zijn van het gekozen staatshoofd. Dat zou nu veel te ingewikkeld worden, bovendien denk ik niet dat daar een meerderheid voor is in Nederland’.  Dat was het uitgelezen moment om De Graaf te wijzen op het boek ‘Grondwet van de Republiek Nederland’, een gedegen document waarin de auteurs Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira, Meine Henk Kljjnsma, Jan Herman Reestman, Pierre Vinken en Wim Voermans drie modellen ontvouwen voor een toekomstige Nederlandse republiek. De voorstellen zijn gegoten in de vorm van wetsvoorstellen tot wijziging van het hoofdstuk over de regering in de huidige Grondwet, met de gebruikelijke memories van toelichting. Tot mijn verbazing zei de minister het boek niet te kennen, maar hij zou zich er ‘zeker eens in verdiepen’. Of hij woord gehouden heeft, weet ik niet, maar een kleine anderhalve maand later had hij daar wel alle gelegenheid toe. In de Eerste Kamer werd de vereiste tweederdemeerderheid niet gehaald, met als gevolg dat De Graaf op 23 maart zijn aftreden bekend maakte. Zeer verrassend stemde de PvdA-fractie onder leiding van Ed van Thijn unaniem tegen. De Nacht voor het aftreden van de vicepremier werd bekend als ‘De Nacht van Thijn’. De Graaf werd na zijn exit als minister opgevolgd door de huidige sterke man Alexander Pechtold en als vicepremier door Laurens Jan Brinkhorst. De gekozen burgemeester stierf met zijn aftreden een zachte dood. De discussie werd onder het kabinet Rutte 3 echter weer uit zijn schone slaap gewekt, en nu blijkt er zowaar wel een meerderheid te bestaan voor de gekozen burgemeester. Het NRC constateerde wel dat de animo voor een rechtstreekse verkiezing kleiner is dan in 2005.  Komende week bespreekt de Tweede Kamer, op initiatief van D66, een grondwetswijziging die de weg vrij maakt voor een gekozen burgemeester: het schrappen van de bepaling dat de burgemeester ‘bij koninklijk besluit’ wordt benoemd. Het gaat om een ‘tweede lezing’: met een grondwetswijziging moet het parlement twee keer instemmen, de tweede keer met tweederde meerderheid. In de Tweede Kamer is die meerderheid er, zo bleek al bij de eerste lezing in 2013. Sindsdien is het aantal voorstanders met nieuwe partijen als Denk en Forum voor Democratie alleen maar toegenomen. De Eerste Kamer moet ook nog akkoord gaan. En daarna moet nog bedacht worden hóe de burgemeester straks gekozen wordt: door de gemeenteraad, of via rechtstreekse verkiezingen. Of zijn er andere alternatieven? Pieter Geenen, de politiek tekenaar van Trouw, schilderde de ‘gekozen burgemeester’ af als een discussie die niets om het lijf heeft, en juist daarom zo populair is bij de kamerleden. ‘Ha lekker, na al die discussies over het Groningse aardgas nu eens even lekker niets’, liet hij een der parlementariërs opgelucht verzuchten. Op een tekeningetje van een straatinterview betoogde Geenen dat de discussie helemaal niet leeft bij de bevolking. Het geïnterviewde mannetje wist zelfs de naam van de huidige burgemeester niet te noemen.
Vertaald naar Roosendaal is natuurlijk de vraag of de gekozen burgemeester hier wel of niet leeft, en in welk vat zou dat dan eventueel het beste gegoten kunnen worden?  Afgaande op het onderzoek dat de media vlak voor zijn afscheid in 2010 instelde naar de ‘bekendheid van burgemeester Michel Marijnen’ lijkt de stelling van Geenen ook in Roosendaal van toepassing.  Menig bevraagd burger stond met de mond vol tanden, en opvallend vaak werd de naam ‘Marijnissen’genoemd, regelmatig in combinatie met ‘De’. De kans is groot dat deze burgers in verwarring waren gebracht door de naam ‘De Marijnen’, een terugkerend typetje van de RK Spaarkasvereniging Gleuf, Hoop en Liefde, dat in de ‘regeerperiode’ van Marijnen tijdens de vaste carnavalspresentatiebijeenkomst consequent van stal werd gehaald. De toenmalige burgemeester heeft zijn alter-ego nooit in levende lijve aanschouwd, want Marijnen weigerde al even consequent de Spaarkasbijeenkomst met zijn aanwezigheid op te luisteren. Officiële uitnodigingen van de Spaarkas werden steevast afgewezen met als argumentatie ‘Uw humor is de onze niet!’ Ik heb het sterke vermoeden dat het met de naamsbekendheid van de huidige eerste burger Jacques Niederer nu zijn eerste ambtstermijn erop zit, nog veel minder is gesteld. Daar werkt hij zelf ook van harte aan mee. Steevast laat Niederer zich door de bode/chauffeur Sjaak Sebregts voor de deur van het Stadskantoor afzetten en ophalen, en zelden mengt hij zich onder de bevolking. Dat hij in 2015 van plan was de mening van de bevolking op geen enkele wijze te betrekken bij het besluit of er al dan niet een AZC zou komen, deed zijn populariteit voor zover daar al sprake van is, ook bepaald geen goed.
De bevolking rechtstreeks door de bevolking of door de gemeenteraad laten kiezen, lijkt anders dan in 2005 het geval was deze keer geen voor de hand liggende optie.  In opiniestukken wordt opvallend vaak gepleit voor een geheel andere variant, geënt op het Franse model.
Na de gemeenteraadsverkiezingen mag de lijsttrekker van de grootste partij een gemeentebestuur vormen dat gesteund wordt door de raad. Hij wordt zelf voor vier jaar burgemeester. Dit is vergelijkbaar met de landelijke verkiezingen, waarbij de grootste partij doorgaans de premier levert. Het kabinet Biesheuvel, met een ARP-premier aan het roer, was begon jaren zeventig een grote uitzondering op deze regel. Zo gaat het bij stadsdeelverkiezingen ook. Als de resultaten bekend zijn, wordt de voorman van de winnaar stadsdeelvoorzitter. Als een voordeel wordt gezien dat deze formule de gemeenteraadsverkiezingen spannender maakt, wat een gunstige uitwerking kan hebben op de opkomst. Bovendien is het model herkenbaar en de lokale democratie hoeft niet geheel te worden verbouwd. De burgemeester transformeert van een ceremonieel in een democratische gelegitimeerde bestuurder. Voor kleine fracties verandert er waarschijnlijk niet veel. Zij waren en blijven getalsmatig niet nodig om een coalitie te vormen. Landelijk zijn D66 en de PvdA voorstander van dit compromis. VVD en CDA moeten hun definitieve standpunt nog bepalen. Een rechtstreeks gekozen burgervader zien deze coalitiepartijen niet zitten, de gemeenteraad in de rol van de kiezer, is voor hen een optie die nog nader onderzoek vereist. Het Franse model zou dus best eens een voor alle partijen aanvaardbaar compromis kunnen zijn.
In de Roosendaalse politieke verhoudingen zou dit zo goed als zeker betekenen dat de huidige wethouder Toine Theunis als aanvoerder van de Roosendaalse Lijst kan uitgroeien tot de eerste gekozen burgemeester van Roosendaal, waarmee zijn plekje in de geschiedenisboeken verzekerd is. De vraag is of hij dat ambieert , wat ongetwijfeld afhangt van de bestuurlijk/politieke lading die aan de burgemeester nieuwe stijl wordt gegeven. Via een omweg is hij immers ook binnen dat Franse model tot burgemeester gekozen, en dat betekent dat hij over een echt mandaat beschikt, wat bij een benoemde burgemeester niet het geval is. Een andere consequentie is dat de burgemeester bij voorbaat uit de eigen gelederen afkomstig kan zijn. Verrassingen van buitenaf zijn daardoor voortaan uitgesloten. Dat kan maar hoeft geen voordeel of nadeel te zijn. Stel dat de lijsttrekker helemaal geen interesse heeft voor de burgemeestersfunctie, mag hij het stokje dan doorgeven aan de nummer twee op zijn lijst? Pieter Geenen mag daar anders over denken, maar voor mijn gevoel hebben we er met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht weer een leuk punt van discussie bij. ‘Onze Toine’ kan zich wellicht vast gaan opmaken voor een carrièreswitch!                
Foto RAPP
FOTO-ONDERSCHRIFT - Misschien wordt Toine Theunis straks ook vereeuwigd in zo’n fraai burgemeestersportret.