Dinsdag 31 juli 2018

NORM 2.0 ZAT VASTGEPLAKT AAN DE FRUITAUTOMAAT

Nu ik vrijwel dagelijks zo met Ma herinneringen aan vroeger zit op te halen, voel ik een toenemende drang om weer eens door mijn oude buurtje te struinen. Paul van Vliet verlangde zo terug naar zijn ‘Haagje’ dat hij er uiteindelijk ook maar weer is gaan wonen. Zo ver gaat dat bij mij niet. Gerard Cox heeft wel eens met die gedachte gespeeld, zo bekende ‘Ome Gerard’  in zijn vaste column in De Oud Rotterdammer, maar toen hij zich realiseerde dat er tegenwoordig wel erg veel tuig van de richel in de Rotterdamse binnenstad rond loopt, besloot hij toch maar veilig in de Hoekse Waard te blijven. Voor hondlief was dat ook prettiger. Ik heb me slechts voorgenomen om gewoon ergens in oktober, mijn favoriete maand voor dagjes uit, weer eens in de trein stappen naar Rotterdam om via eerst De Nieuwe- en dan de Oude Binnenweg naar de Schiedamseweg af te zakken, wat vroeger mijn favoriete winkelstraat was. Even stoppen in een cafeetje dat nog aan vroeger herinnert en dan –zwelgend van nostalgische gevoelens- mijn wandeling voort zetten richting Spangen.
Gewoon even kijken hoe de Potgieterstraat er momenteel bij ‘staat’, al verwacht ik dat er ten opzichte van mijn laatste bezoek niet veel veranderd zal zijn. Naast de St. Nicolaasschool, waar ik de eerste drie jaren van mijn schoolse leven sleet –wat overwegend niet bepaald een groot genoegen was- , trof ik toen zowaar nog een knijpje aan waar de tijd stil gestaan leek te hebben. Die dikke man, die zoveel weg had van Norm uit ‘Cheers’ , zat die er vroeger ook al niet en exact op die plek, zoals ook Norm zijn vaste plekkie had in zijn vaste stekkie. Historisch gezien kan dat natuurlijk niet, maar wellicht heeft ‘Norm’ zijn eigenste kruk doorgegeven aan een van zijn nakomelingen. De appel is in dat geval niet ver van de boom gevallen. Ik herinner me nog goed dat de Norm van toen zo ongeveer vastgeplakt zat aan de fruitautomaat die ook niet van zijn plek geweken was.  Die ‘liefde’ voor het onaantastbare voedsel is –als mijn veronderstelling tenminste juist is- van vader op zoon overgegaan. Net als ‘papa Norm’ ging deze dikke man gekleed in onsmakelijke kleren. Afgezakte ribbroek die alle ruimte bood aan de van bouwvakkers zo bekende bilspleet, een overhemd met een palet vol vlekken, afgetrapte sportschoentjes van het soort waarmee de tot armoede vervallen Boris Becker ook regelmatig wordt gesignaleerd en haar dat in vette sliertjes over het bordje van zijn overhemd dwarrelde. In alles straalde het van hem af. Hier doodde een sneue man zijn overschot aan vrije tijd met een al even sneue bezigheid. Zijn handen waren wel uiterst goed op elkaar ingespeeld. Zijn linkerhand omvatte een grote bundel één euro munten. De rechterhand leek een eigen leven te leiden. Met een onderbreking van steeds vijf seconden gaf deze een zwaai aan de hendel. Zo oud was het apparaat dus al. Modernere exemplaren zijn van een drukknop voorzien. Hoewel hij nu wel beter zou moeten weten, wekte Norm 2.0 de indruk dat hij enige invloed had op de score die deze eenarmige bandiet aan gaf. Ik had amper drie slokken van mijn pilsje achter de kiezen of het bundeltje was al vrijwel geheel geslonken. Geen van de in de machine gestopte munten was er in geslaagd om drie aardbeien of banaantjes op een rij te krijgen. De sneue man zag tijdig in dat hij droog dreigde te vallen. Om dat onheil voor te zijn, snauwde hij richting bar: ‘Doe me er nog eens gauw dertig’. Zonder het stuk meubilair aan te kijken, deed het meisje achter de bar stilzwijgend wat er van haar verlangd werd. Dat ritueel herhaalde zich een paar keer, en terwijl ik maar amper aan mijn tweede pilsje was begonnen, kreeg het barmeisje de bodem van het geldkistje met munten in zicht.  Ter voorkoming van een 112-telefoontje met het dringende verzoek om een ambulance te sturen, adviseerde ze de fruitige loverboy zijn tempo danig te temperen. ‘He, even kappen nou’, klonk het hard door de zaak.
Waarschijnlijk kende ze Norm 2.0 niet eens bij naam. Haar goed bedoelde advies sloeg de sneue man in de wind, wel begon hij zichtbaarder en ruikbaarder te zweten. Door de indringende geur van angst smaakte mijn nog steeds tweede pilsje lang zo lekker niet meer. Hop, daar verdween de laatste munt in de onverzadigbare mond van de fruitautomaat. ‘Waar je ze vandaan haalt, kan me niet schelen. Maar ik wil er nog minstens twintig hebben. Schiet op een beetje!’ Het meisje deed het meest logische wat ze in deze situatie kon doen. Ze pakte een sleutel van de wand, waarmee ze de zijkant van de gokkast opende. Een tel later kletterden honderden euro’s in het lege geldkistje dat in record tempo weer verzadigd was. Voor de fruitman het teken om weer driftig met twintig eurobiljetten te wapperen in de richting van het meisje. Zijn opluchting was zo groot dat hij zijn herwonnen geluk even op mij af reageerde. ‘Dat bier is hier veel te duur, meneer. Als u hier komt om te drinken zou ik naar de overkant gaan. Daar is het veel goedkoper  en het bier smaakt nog beter ook’, wees hij tot ongenoegen van zijn weldoenster op een knijpje met een nog mistroostiger uitstraling. ‘Hé. Bemoei je met je eige’, werd zijn eveneens welgemeende advies gesmoord. Zijn stellige bewering kwam me wat onwaarschijnlijk voor. Het zou me niets verbazen als beide drank- en gokholen door dezelfde brouwer van gerstenat worden voorzien. Het was tijd om eens op Spangen aan te gaan, daarom hield ik het maar bij twee pilsjes. ‘Dat is dan vijf euro’, meneer’, verkondigde het meisje met een stralende glimlach. Had Norm 2.0 het toch bij het rechte eind!  


HISTORIE FRUITAUTOMAAT
De ontwikkeling van online fruitautomaten is gebonden aan een rijke historie. Eigenlijk begint de geschiedenis van de fruitautomaat bij de Liberty Bell gokkast. Deze werd ontwikkeld door Charles Fey die als eerste een gokkast wist te maken met een automatisch uitbetalingssysteem. Een fruitautomaat waar op gewonnen kon worden. Bijzonder is dat op deze automaat lang niet alle fruitautomaat symbolen te vinden zijn zoals we die nu kennen. Daar werd immers alleen gespeeld met harten, ruiten, schoppen, hoefijzers en bellen. Pas na 1898 begon alles te rollen en werden de echte fruitmachines ontwikkeld. In 1912 kwamen dan ook de eerste fruitautomaten op de markt. Hier begint de echte geschiedenis van de fruitautomaat, want vanaf dat moment waren de vele fruitsymbolen beschikbaar om prijzen mee op winlijnen te behalen. Dit alles op een gokkast met één hendel eraan, die nog steeds in sommige casino’s en op kermissen dienst doen, en in dat ene knijpje op de hoek van de Schiedamseweg in Rotterdam. Toen de fruitautomaten van Charles Fey in populariteit bleven toenemen, bleef de verspreiding over het gehele continent niet lang uit. Vanaf 1919 werd het aanbod zelfs zo groot dat de Amerikaanse wetdienders probeerden om het aanbieden van gokkasten te verbieden. Ondanks de vele pogingen lukte dit niet en hield de gokkast stand. Gelukkig maar voor Norm 2.0