Zaterdag 7 april 2018

FRANS DE JONG KREEG MIJ WARM VOOR DE COMPUTER

Toen ik me op Koninginnedag nog welkom voelde tijdens de officiële ontvangst van de gedecoreerden in het Raadhuis maakte ik onder het genot van een rozenbittertje steevast een praatje met ‘ons’ voormalig Eerste Kamerlid Frans de Jong. Als geen ander kon hij boeiend vertellen over de Haagse sores van weleer, en je hoefde maar een voormalig politiek kopstuk uit de tijd van huisje-wel-tevree te noemen of De Jong schudde wel een smakelijke anekdote over het betrokken lijdend voorwerp uit zijn mouw. Ondanks zijn hoge leeftijd pikte hij ieder woord uit de conversatie nog moeiteloos op en uit zijn wijze woorden bleek telkens weer dat hij de politiek nog tot op de krant van vandaag volgde. Dat ik hem een keer abusievelijk aansprak met ‘meneer Frans de Clerq’  deerde hem in het geheel niet. ‘Ik wou dat ik zo kon dichten als hij’, ging hij er meteen met een gebbetje overheen.
Afgelopen vrijdag overleed hij op 95-jarige leeftijd, Frans de Jong, een jaar nadat zijn geliefde Annie (Vaarten, 1925-2017) hem was ontvallen. Niet alleen in geestelijk opzicht verraste hij me constant in positief opzicht, met zijn fysieke gestel was zijn leeftijd in ogenschouw nemend ook weinig tot niets mis. Het klinkt gek, maar De Jong was tevens degene die mij als eerste warm maakte voor de geneugten van de computer en internet.  Op 84-jarige leeftijd deed hij met zijn gelijknamige stichting alles wat in zijn vermogen lag om de ouderen (ook letterlijk) achter de computer te krijgen. Als man van de wereld wist hij uit eigen ervaring dat wie niet volgt al snel te ver achteraan loopt om de opgelopen afstand nog te overbruggen. En passant draaide hij zijn hand er niet voor om deze in wezen conservatieve journalist eveneens nut en noodzaak van de virtuele wereld in te laten zien. Trots als een pauw ontving ik hem in 1997 in mijn  nederige woning aan de Marktstede om hem mijn eerste echte computer te laten zien, een bolvormig exemplaar dat nog gevoed werd met Windows XP. Met een docentenblik van ‘Nou ventje, laat maar eens zien wat je in de tussentijd geleerd hebt’ nam hij naast me plaats terwijl ik het gevaarte opstartte. Met bedremmelde blik liet ik hem mijn eerste mailtjes zien, waarin ik door Elise, een toenmalig contact bij de krant, bestraffend werd gemaand mijn stukjes slechts een keer door te sturen. ‘Twintig keer is echt niet nodig hoor’, stond er wat plagerig bij vermeld. ‘Nou, dat is ook niet aardig van die Elise’, reageerde hij met ietwat overdreven compassie. Ik vertelde hem dat de journalistiek nu eenmaal net als politiek een harde wereld was en dat je in die leeuwenkuil op het terrein van technische vorderingen nogal snel voor de leeuwen wordt gegooid. Niet veel later legde ik een tegenbezoek in zijn woning aan de B. Prinsensingel af, waar De Jong me na binnenkomst al snel mee troonde  naar de zolderruimte. Daar stond een keur aan computers opgesteld en alle apparaten hadden een bepaalde specialiteit die het Eerste Kamerlid met engelengeduld demonstreerde. Onder de huidige burgemeester stokte van de ene op de andere dag de gemeentelijke persinformatie (verzoeken om opheldering zijn nooit beantwoord) en zodoende ontving ik ook geen uitnodigingen meer voor die immer zo kostelijke bijeenkomst van de lintjeshouders in het Raadhuis. Door dit bepaald niet hufterproof zijnde gemeentelijk beleid verloor ik Frans de Jong ook uit het oog, totdat het onafwendbare bericht van zijn overlijden me voor de zoveelste keer de afgelopen weken pijnlijk trof. De zoveelste keer omdat diverse bekende Roosendalers ons in hoog tempo aan het ontvallen zijn. Frans de Jong is nu naar ik mag hopen voorlopig de laatste in het rijtje waarin hij vooraf werd gegaan door Cor van Beurden, Jack Musters, Jan Velthoen en Toon van Dodewaard. De uitvaart is donderdag 12 april in aula De Baronie in het crematorium van Breda aan de Tuinzigtlaan. De familie heeft laten weten dat wie geen persoonlijke kennisgeving heeft ontvangen ook welkom is bij dit definitieve afscheid van een uiterst aimabele persoonlijkheid.                       


HET LEVEN VAN FRANS DE JONG IN VOGELVLUCHT
De Jong werd geboren als zoon van een landbouwer en werkte vanaf 1942 op het landbouwbedrijf van zijn vader. In de jaren 1950 was hij enige tijd ambtenaar bij het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Vanaf 1953 was hij dertien jaar secretaris van het bestuur van de Coöperatieve Suikerfabrieken, daarna tot 1984 secretaris van het bestuur van de Coöperatieve Vereniging "Suiker Unie" U.A.
In 1962 werd De Jong, KVP-er, lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant, hetgeen hij tot 1979 zou blijven; hij was bovendien enige jaren fractievoorzitter. Het jaar erop werd hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, voor dezelfde partij totdat enkele maanden later de KVP opging in het CDA. Hij was voor die partijen woordvoerder op het gebied van de landbouw. Hij was tevens voorzitter van de commissie voor Landbouw en Visserij en fractiesecretaris.Ir. F.C. de Jong was ereburger van de Provincie Noord-Brabant en Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij was getrouwd met Anna Maria (Annie) Vaarten (1925-2017) met wie hij verschillende kinderen kreeg.