Zaterdag 7 april 2018

GEEN ENKELE CHEMIE TUSSEN KARIN BRUERS EN NOL HAVENS

Even dacht ik dat het om de Roosendaalse wethouder Toine Theunis en VLP-voorman Arwen van Gestel ging toen Karin Bruers en Nol Havens donderdag in De Kring al boksend het podium op kwamen als flitsende start van het theaterprogramma ‘Bruers haalt uit’. Bruers had een soortgelijke uppercut in huis die Theunis als informateur al heeft uitgedeeld aan zijn politieke tegenstrever die hij koste wat kost buiten de coalitie wil houden.

Havens, ooit de president-directeur van VOF De Kunst, wist het fysieke geweld van zijn ad-hoc collega echter treffend te pareren en daarna beperkte het duo zich tot bepaald niet verheffend verbaal gekrakeel.  De openingsscene is ronduit ongeinspireerd.  Zonder enige aanleiding constateert Bruers dat Havens, die in deze fase van zijn leven gemakkelijk door kan gaan voor de broer van schrijver Ronald Giphart, gezapig is geworden nu hij kleinkinderen heeft. Wat dat met elkaar te maken heeft is mij niet duidelijk en Bruers ‘vergeet’ ook die boude bewering nader te verklaren. Echt gezellig wordt het dus ook niet, wat de medewerkster van de Theaterkrant ten onrechte constateert. De vraag waar ik de kleine zaal van De Kring mee binnenstapte – Wat hebben deze twee mensen in hemelsnaam met elkaar en wat heeft hen naast de pecunia doen besluiten samen het podium  op te stappen?-  wordt in de volgende zeven kwartier geen moment helder. De verklaring vanaf het podium blijft uit en gaandeweg de voorstelling wordt dat ook niet duidelijk. Havens zingt een aantal oude hits waarmee hij op eigen kracht geen publiek meer binnen haalt en zo nu en dan fungeert hij als aangever voor Bruers.  Wat haar heeft bezield om zich te bedienen van een gekunstelde Brabantse tongval is me ook een raadsel. Het articuleren is er bij de tekstbehandeling geheel ingeschoten en daardoor waren haar teksten moeilijk verstaanbaar. Ik neem aan dat ze dit ‘kunststukje’ uitsluitend voor de Brabantse podia reserveert,  het lijkt me dat ze daar in Amsterdam niet mee hoeft aan te komen. 
‘De voorstelling voelt als een soort vrolijk raadsel’, schrijft de medewerkster van de Theaterkrant nog. Vrolijk heb ik me echter geen moment gevoeld, ik stoorde me echter wel aan het groepje hinnikende bezoekers dat vastbesloten leek het duurbetaalde kaartje eruit te lachen. Wat Bruers op eigen kracht ten berde bracht, had het karakter van een vertelvoorstelling. Nergens gebeurde er iets leuks of opmerkelijks tussen Havens en Bruers. Bij gebrek aan chemie was dat ook amper voorstelbaar. Havens viel tegen het einde van de show zelfs nagenoeg stil. In dit soort voorstellingen is het tegenwoordig kennelijk onontkoombaar dat de dienstdoende artiest zijn visie geeft op de moderne man-vrouw-verhouding. Ook deze visie van Bruers was nauwelijks goed voor een glimlach. Peter Pannekoek deed dat een week eerder in De Kring zoveel beter en zoveel origineler (zie ook mijn verslag) . Eerder voor een grimlach vanwege het ongenuanceerde gebral.  Rond 22.00 uur ging de voorstelling uit als het bekende nachtkaarsje. Moeite om er een fatsoenlijk einde aan te breien, had het gelegenheidsduo zich ook al niet getroost. Bruers mag wat mij betreft blijven uithalen, maar deze samenwerking lijkt me niet voor verlenging vatbaar. Daar trapt geen enkele schouwburgprogrammeur meer in!