Zondag 10 maart 2019

GEDURFDE KEUZES ROOSENDAALS TONEEL PAKKEN GOED UIT

Het is achteraf een juist besluit geweest van het Roosendaals Toneel om met de productie voor 2019 in zee te gaan met mijn  gewaardeerde collega Herbert Mouwen op de regiestoel. Het is alleen de vraag wie nu de recensie moet schrijven voor ‘De Wakkere krant van West-Brabant’. 
Herbert, die de regiecursus van het Brabants Centrum voor Amateurtoneel heeft gevolgd en vier decennia werkzaam was als neerlandicus en docent drama in het voortgezet onderwijs en op PABO’s, liet voor dit regiedebuut in overleg met het RT zijn deskundig oog vallen op twee eenakters. Vóór de pauze werd zaterdagavond eerst  ‘De kamer’ van de Britse auteur Harold Pinter gespeeld. ‘De kamer’ (‘The Room’) was het allereerste stuk van de latere winnaar van de Nobelprijs voor literatuur. Het echtpaar Rose en Bert woont in één kamer. Rose is bang aangelegd, komt nooit buiten en heeft niet graag dat Bert weggaat. Binnen is er de dreiging van eventuele bezoekers, zoals ene Riley. Rose kent hem niet, maar hij heeft een boodschap voor haar. In het werk van Pinter spelen vervreemding, dreiging en angst een grote rol. De taal is alledaags, soms grappig, de communicatie verloopt vreemd en onlogisch. Bernadette Dam, Jos van Dorst. Ad Stofmeel, Derk Koole, Lisanne Jongeneelen en Wouter Stroop maakten er een geloofwaardige- en typische Pinter van. De mensen op het podium waren voortdurend aan het woord, maar van onderlinge communicatie was nauwelijks sprake. In de visie van Pinter praten mensen voortdurend door elkaar in plaats van met elkaar, zonder dat de woorden nauwelijks effect op de ander lijkt te hebben. ‘Het leek het verkiezingsdebat bij RTL-4 wel’, grapte iemand in het publiek. ‘De kakafonie op je laten inwerken had dan geen enkele zin, na een uur spel waren de onderlinge verhoudingen nog net zo vaag als bij aanvang. ‘Ik begreep er geen snars van’, vertrouwde een andere medebezoeker mij in de pauze toe. De missie van Pinter was wat deze man betreft dus weer geslaagd.    
Na een wat al te lang uitgesponnen pauze was ‘Een andere Dood’ van de Britse Lynn Brittney aan de orde. In de visie van het RT is dit stuk makkelijker te ‘grijpen’ (Ik hou het op ‘vatten’)  dan ‘De Kamer’. De thematiek van dit stuk is echter niet bepaald oppervlakkig:  in hoeverre kun je een schuldvraag stellen als een gevangene in een Duits concentratiekamp ‘toegeeflijk’ was? Wanneer is een mens ‘goed’, wanneer ‘slecht’?  Anna Gruber heeft de Holocaust overleefd en wil zich vestigen in het Israël van 1950. De dokter die haar immigratieaanvraag bij aankomst moet beoordelen heeft een verrassend bericht. Haar man die al zolang wordt vermist, blijkt nog in leven, maar is niet bepaald gezond te noemen. Gruber wachtte bij aankomst in het beloofde land bepaald geen warm welkom. Op het vliegveld werd ze opgevangen door een uitermate onvriendelijke vrouwelijke soldaat van het Israëlische leger. Deze norse dame maakt er bepaald geen geheim van dat ze nogal neerkijkt op Joodse overlevenden van de Duitse concentratiekampen. ‘Ik ben van de derde generatie die na de Russische pogroms naar Palestina is gevlucht. Wij hebben altijd moeten vechten voor ons land. Wij hebben ons nooit willoos laten opsluiten’, luidt het keiharde- maar wat hypocriete verwijt aan het adres van Gruber. Nog voor de dokter zijn opwachting maakt, hebben de vrouwen echter al vol begrip voor elkaars positie. In werkelijkheid vergt zo’n proces weken, zo niet maanden, als het al ooit zover komt. Hier staan immers twee volstrekt tegengestelde wereldbeelden tegenover elkaar. Dat de soldaat haar pantser al zo snel laat zakken, is niet erg geloofwaardig. Het was dan ook beter geweest als ze gedurende het verhoor tot het kamp der hardliners was blijven behoren. Dat de dokter op Grubers verzoek genoegen neemt met de aanwezigheid van de soldaat tijdens het intakegesprek is gezien de toenmalige hiërarchie in Israël eveneens niet erg logisch. Maar dat alles doet niets af aan het voortreffelijke spel van de acteurs. Rini Jongeneelen probeert als de dokter een balans te vinden tussen empathie en zakelijkheid. Dymphna van Croonenburg verricht een ware tour-de-force in haar rol als de zo zwaar getroffen ‘meegaande’ Anna Gruber. Het uniform van de soldaat past Maricoline Vermeulen perfect. Cocky van Meer maakt tegen het slot als Joseph Gruber ook nog even zijn opwachting. Het Roosendaals Toneel verdient alle lof voor deze gewaagde keuzes.

De eenakters verschillen inhoudelijk sterk. Overeenkomsten zijn er ook. beide stukken spelen in de jaren vijftig, de identiteit van verschillende personages blijft bewust onduidelijk. Wegens het bijzondere karakter van beide stukken waren er voorafgaande aan de voorstelling twee lezingen in de overvolle galerieruimte van De Kring. Cees Vermeeren, voormalig docent Engels aan het Norbertuscollege, ging in op de thematiek van het werk van Harold Pinter als omlijsting van ‘De kamer’. Daarna belichtte Leo van Balen, docent geschiedenis aan het Marklandcollege in Oudenbosch, de tijd en de plaats waarin ‘Een andere dood’ zich afspeelt, het Israël van de eerste jaren na de oorlog.


Roosendaals Toneel – Eenakters ‘De Kamer’ en ‘Een andere dood’ onder regie van Herbert Mouwen. Gezien door Jaap Pleij op zaterdag 9 maart in de kleine zaal van De Kring.


FOTO CLAUDIA KOOLE