Woensdag 12 december 2018

MINDER ZOU BETER ZIJN IN 'SO LONG COHEN'

Voor de leden van de dinsdagmiddagprogrammering ontstond er dinsdagmiddag een wat hachelijke situatie in de kleine zaal van De Kring. Ernest Beuving is inmiddels uitgegroeid tot een enorm groot succesnummer, en dat leidt uiteraard tot een stevige publieke belangstelling. Zo sterk zelfs dat de voorstelling in Roosendaal al in een vroeg stadium geheel uitverkocht raakte. Je mag dan gastprogrammeur zijn, maar de betalende bezoekers gaan uiteraard voor, en daarom was het voor de commissieleden maar afwachten of er voor hen toch nog ergens een plaatsje vrij was. Gelukkig voor hen zijn er altijd mensen die niet komen opdagen, en kort voor aanvang was iedereen gezeten.

Ook mijn verwachtingen waren hooggespannen. Samen met ‘Lubach Live’ was dit de productie waar ik in het begin van het seizoen het meest naar uitkeek. Die verwachtingen zijn niet geheel uitgekomen. Dat lag niet aan Beuving, hij was weer grandioos op dreef, maar aan zijn entourage. Het vriendelijke meisje van restaurant Over de Tong informeerde in de pauze belangstellend of ik tot zover een leuke voorstelling beleefde. Meestal ben ik daar wat terughoudend in, ‘dat lees je nog wel’ is zo ongeveer mijn standaard antwoord. Maar nu zei ik in alle eerlijkheid dat minder in dat geval meer was geweest. Beuving brengt in deze productie zoals de titel aangeeft het rijke repertoire van de eind 2016 overleden Leonard Cohen tot leven. Zijn donkere stem leent zich daar uitstekend voor, maar helaas krijgt het gesproken woord teveel ruimte in deze voorstelling. Indien Beuving ook dat onderdeel van de show voor zijn rekening had genomen, was er niets aan de hand geweest. Integendeel, naast een geweldige performer is hij ook een begenadigd verteller, en in die rol had hij samen met gitarist Tom Klein de sobere- en ingetogen Cohen op een perfecte wijze gestalte kunnen geven.   

Wiens idee het was om de mislukte wielrenner Bas Steman als verteller bij het programma te betrekken, weet ik uiteraard niet, maar in ieder geval was dit een miskleun van jewelste. Steman heeft geen uitstraling, is allesbehalve een onderhoudende verteller en het ik-gehalte van zijn verhaaltjes is veel te hoog. Op het irritante af zelfs. Waarom zou het publiek geinteresseerd zijn in de antwoorden waarom Leonard Cohen zo
belangrijk voor Steman is geweest. Op de momenten dat hij aan het woord is, zakt de voorstelling behoorlijk in, en vooral na de pauze wordt dat pijnlijk aangezien de zuurgraad zich dan mede door de lengte van de voorstelling af en toe nadrukkelijk doet gevoelen. Het publiek veert dan letterlijk weer op als Beuving Maarten van Rossum, Nico Dijkshoorn, dominee Gremdaat en Jules Deelder laat aanschuiven om hun visie op Cohen te geven. Beuving stelt dat Cohen de Nobelprijs had moeten krijgen in plaats van Bob Dylan ‘die niet eens de moeite nam om zijn prijs op te halen’. Maar wat hem betreft had de in Roosendaal geboren Herman van Loenhout, beter bekend als Armand, ook in de eer moeten delen, want deed de Nederlandse protestzanger niet veel meer dan Dylan aan ‘Blowing in the Wind’. Zowel Dylan als Armand wist hij bovendien perfect te imiteren, daarnaast stelde hij zijn stembanden wel heel zwaar op proef bij zijn poging om Janes Joplin weer even terug te laten keren op Aarde. Een examen waar hij met glans voor wist te slagen, net als bij zijn iets latere Elvis-creatie. Beuving heeft niemand nodig om het podium met hem te delen. Steman was met zijn geringe voordrachtskunst slechts een irritante stoorzender, de inbreng van zangeres Ariane Greep was gedurende de kroeggesprekjes zo flets en gering dat ze evengoed thuis had kunnen blijven. Wel geslaagd was het aandeel van de fruitige Marlies Claassen in het geheel. Een zangeres die zowel solo als in haar duetten met Beuving een levendige indruk maakte, en heel nauwgezet was in haar toonzetting. Voor de gesproken teksten kan ze nog wel wat acteerlessen gebruiken, want  bij de kroeggesprekjes was haar timing verre van perfect. Cohen was beter gediend met een bezetting bestaande uit Beuving, Klein en Claasen. Jammer was wel dat er geen beelden werden vertoond van de oude meester. Beuving in duet met Cohen zou een mooie beleving geweest zijn. Een klein beetje kritiek op Beuving zelf is ook wel op zijn plaats. Sommige grappen had hij ‘geleend’ van zijn vorige programma. Zo vermoedde hij dat vrijwilligster Marie-Jose als kapster de kost verdiende, want die hebben het overdag zo druk dat ze aan hun eigen kapsel nauwelijks toekomen. Het geluid in de kleine zaal was met name in het eerste gedeelte wat aan de doffe kant. Dat is me al vaker opgevallen. Een aandachtspuntje voor Jan-Hein dus.

Ernest Beuving e.a. (laatste twee letters kunnen beter vervangen worden door Klein en Claassen) – So Long Cohen. Uit de dinsdagmiddagreeks. Gezien door Jaap Pleij op dinsdag 11 december. 






.