Vrijdag 22 september 2017

PROGRAMMA "ROOSENDAAL 750 JAAR" IS VRIJWEL ROND

Ondanks dat recente opgravingen weer eens hebben uitgewezen dat het stukje Nederland dat nu bekend staat als de plaats Roosendaal al ten tijde van de Romeinen was bewoond, worden de bewoners het komende jaar uitgenodigd om op tal van manieren stil te staan bij ‘Roosendaal 750 Jaar’. En dat is allemaal te danken aan een uit het jaar 1268 daterend document, zorgvuldig bewaard in het West-Brabants Archief, waarop de naam ‘Rosendaele’ voor het eerst is opgetekend. Onder regie van een gelijknamige stichting is een uitgebreid activiteitenprogramma samengesteld. Al deze activiteiten hebben een puur lokaal karakter. Roosendaal hengelt dus niet naar de komst van ‘Serious Request’, zoals door de PvdA was gesuggereerd. En ofschoon de stad zich graag afficheert als ‘Wielergemeente’ worden er ook geen pogingen ondernomen om een grote wielerronde naar De Borchwerf te halen, zoals de VLP had voorgesteld. 
‘Daarnaast worden in het feestprogramma de bestaande, grotere evenementen opgenomen almede een aantal activiteiten, die niet direct een verband hebben met 750 jaar Roosendaal, maar wel in 2018 georganiseerd worden en een extra cachet geven aan het feestjaar’, meldt de stichting monter. Vast staat dat de jubileumactiviteiten officieel van start gaan met de jaarlijkse Nieuwjaarsreceptie in de Sint Jan, waarbij de muziek wordt verzorgd door de band Start Spreading The News. Het carnavalsfeest haakt met het motto ‘Das m’n stadje’ in op de festiviteiten. In De Kring is vanaf 11 januari een tentoonstelling te zien over alle facetten die Roosendaal tot Roosendaal hebben gemaakt.  Van 30 maart tot en met 4 april is er een nostalgische Voorjaarkermis op de Markt, Bloemenmarkt en Tongerloplein met circa dertig voormalige attracties, waar de befaamde  Spiegeltent er een van is. Rondom deze kermis zijn diverse (educatieve) elementen geprogrammeerd, waaronder een tentoonstelling in Parrotia  met maquettes van kermisattracties.  In juni, de exacte datum staat nog niet vast,  is Jong Getalenteerd Roosendaal in de gelegenheid om via een zogeheten Leerlingenmuziekdag hun muzikale oprispingen te uiten op het Tongerloplein. Van vrijblijvendheid is daarbij geen sprake. De opdracht is om op zoek te gaan naar één of twee muziekstukken uit de Roosendaalse muziekhistorie en dit uit te voeren zoals de componist het in hun ogen bedoeld heeft. Wie daar moeite mee heeft, kan ook kiezen voor een eigen interpretatie van de uitverkoren compositie. Degenen die zich graag uitgedaagd zien, kunnen desgewenst zelf een muziekstuk componeren als ode aan het jarige Roosendaal.  Een gezonde Roosendaalse geest in een dito lichaam. Dat aspect krijgt eveneens in juni volop aandacht tijdens een ‘Spel zonder Grenzen’ ontmoeting.  Op het sportpark Vierhoeven gaan leerlingen uit het basisonderwijs de strijd met elkaar aan in diverse sportonderdelen, hun parate kennis wordt tussen die bedrijven door getest middels een quiz. Niet zo lang geleden stond de maand september nog in het teken van De Kunstmaand. In het jubileumjaar heeft de negende maand van het jaar echter een luchtiger karakter, van 21 tot en met 30 september is er namelijk sprake van een ware Feestweek met diverse ingrediënten en ruime betrokkenheid van  Roosendaalse organisaties en verenigingen.  De Valley Sound Big Band is de eer gegund om op vrijdag 21 september voor een spetterend openingsspektakel met een sterk visueel karakter te zorgen. Het is al vaak tevergeefs geprobeerd, maar op zaterdag 22 september beleven de Roosendalers dan eindelijk een heus Zomerfestival met muziek en diverse activiteiten op de Markt, het Tongerloplein en het Emile van Loonpark. Elke locatie en podium heeft een eigen thema, afgestemd op verschillende doelgroepen, waarbij een multiculturele uitstraling wordt beoogd.  Roosendaal heeft een extra jaar geduld moeten betrachten, maar op zondag 23 september is er na drie jaar weer sprake van een Roosendaals Treffen. Volgens de stichting ‘spreekt het voor zich dat het een bijzondere editie gaat worden’. Details volgen ongetwijfeld nog. Kunsten zijn op 22 en 23 september net als in 2016 onder 1 Dak te vinden, in de Sint Jan deze keer met als logisch thema….jawel, je verzint het niet…Roosendaal 750 jaar. De theaterliefhebbers komen van woensdag 26 tot en met zaterdag 28 september aan hun trekken tijdens het Openlucht Totaaltheater. De Markt is dan net als in de tijd van Shakespeare omgetoverd in een heus openluchttheater, waarin elke avond een andere voorstelling te zien is met muziek, dans, zang, beeld en toneel. Doel is om de bezoekers via de thema’s historie, natuur, economie en dynamiek mee te voeren in het DNA van het stadje aan De Vliet. De muzikale basis onder deze shows wordt gelegd door Muziekvereniging Roosendaal met medewerking van onder anderen Corné van Sprundel, Martine van de Kar, Rob van de Geijn en Paul Rampaart.  Muzikant Co Vergouwen uit Hoeven, bekend van de Margriet Eshuijs Band, tekent voor de composities, Bart van Gorp voor de arrangementen. De maand september wordt afgesloten met een gezamenlijk stadsontbijt op een nog niet gepubliceerde locatie. Als de inwendige mens is versterkt kunnen de gastronomen zich laven aan de slotactiviteiten in het kader van ‘Roosendaal Danst’, dat in 2018 van 24 tot en met 30 september op de kalender staat.  Het Roosendaals Toneel viert op 5 november de honderdste verjaardag van de vereniging met de opvoering van een Roosendaalse variant op ‘My Fair Lady’, een stuk dat het RT al eerder op het repertoire had staan. Het wordt een driedubbel feest voor de oudste toneelvereniging van Roosendaal, Cees Jongeneelen is in 2018 maar liefst zestig jaar aan het gezelschap verbonden, de huidige voorzitter Ad Stofmeel vijftig jaar.  Aan alles komt een eind en dus ook aan dit feestjaar.  Voordat de bewoners zich moeten gaan opmaken voor het gewone jaar 2019 is er echter nog een grote apotheose. Het jubileumprogramma wordt op 13, 14 en 15 december afgesloten met een muzikale show in de grote zaal van schouwburg De Kring, waarin onder meer wordt teruggeblikt op de gepasseerde activiteiten. Om dit alles te laten beklijven, verschijnt er een geïllustreerd boek over Roosendaal met bijdragen van diverse auteurs. De tastbare herinnering wordt voorts versterkt met een kunstwerk, waarvoor momenteel nog twee kunstenaars in de markt zijn. Alle voetbalverenigingen uit Roosendaal gaan de strijd met elkaar aan met als inzet de ‘Roosendaal 750 jaar’-bokaal. De huidige stadsdichter Eric van Deelen, in 2009 actief als voormalig koning Lodewijk Napoleon,  heeft een oproep doen uitgaan aan alle inwoners om een gedicht over een specifieke plaats in Roosendaal te schrijven. Al die gedichten samen moeten straks leiden tot een poëzieroute, waarbij middels een app – zeg niet dat Roosendaal niet met zijn tijd meegaat- het gedicht is te lezen bij de gemarkeerde plaats. Het Tongerlohuys doet van van 11 juni tot en met 8 november een duit in het historisch zakje met de tentoonstelling ‘Sporen in Roosendaal’. Naast het museum strekt de expositie zich uit tot een aantal wijken in de stad. De ‘Sporen’ haken tevens aan op het gelijknamige educatieve project voor het onderwijs. Van de politieke partij PVC en het IQ-Aarmoeinieke is het idee afkomstig om een concert aan de Vliet te organiseren. Deze plannen worden momenteel verder uitgewerkt. Net als de sigaren van de Hudson en de borstels van Vero maken de talrijke bierbrouwerijen onlosmakelijk deel uit van de historie. Het Roosendaals Biergilde wil daarom een speciaal 750 jaar Roosendaal bier op de lokale markt brengen. Ook daar is een wedstrijdje aan verbonden. Amateur-brouwers werden uitgedaagd om met hun eigen brouwsel in aanmerking te komen voor het Roosendaal 750 Label. Nog in het jubileumloze jaar 2017 wordt middels een proeverij bepaald welke brouwer het bij voorbaat historische bier mag produceren. Natuurlijk zijn er tal van activiteiten die los staan van het jubileum als zodanig, maar wel een ontegenzeggelijk 750 Jaar cachet hebben, zoals de Letse Cultuurdagen  (van 23 tot en met 25 februari in onder meer De Kring) Voor meer informatie, www.roosendaal750jaar.nl


Woensdag 20 september 2017

VK-RUBRIEK "GELDVRAAG" KIEST KANT STERKE

In de rubriek Geldvraag van De Volkskrant behandelde Reinout van der Heijden het ‘probleem’ van twee pas gehuwden die terug willen van twee huizen naar een gezamenlijke woning. In de huidige situatie beschikken ze over een huur- en een koopwoning. Van de koopwoning willen ze zo snel mogelijk af, probleem is wel hoe ze hun huurder goedschiks of kwaadschiks kunnen overhalen om haar biezen te pakken. De kennelijk krasse zeventigjarige voelt er echter niets voor om hier aan mee te werken en werpt alles in de strijd om te mogen blijven waar ze zit.
Reinout voelt zich geroepen om het prille echtpaar van dienst te zijn en raadt hen aan de huurster ‘met gelijke munt terug te betalen’. Daarbij tekent hij aan: Uw huurster is afstandelijk en onpersoonlijk. Zij communiceert alleen met u via aangetekende post. Zij kent de regels op haar duimpje en u heeft het erbij laten zitten’, laat Reinout zich vervolgens heel gemakkelijk op de mouw spelden.  Wat heeft de oude vrouw dan misdaan?, vraag je je als lezer af. Helemaal niets, ze maakt gewoon gebruik van de wettelijke bescherming waar ze als huurder van een privéwoning recht op heeft. Of ze het leuk vinden of niet, het echtpaar, dat het eigen prille geluk kennelijk een hogere waarde toekent dan dat van de onfortuinlijke bejaarde, zal zich daar bij neer moeten leggen. Het paar wil er immers niet zelf in gaan wonen en daarmee vervalt iedere rechtsgrond om hun egoïstische wil door te drukken. Verhuizen, zeker wanneer dat onder druk gebeurt, is een van de ingrijpendste gebeurtenissen in een mensenleven en het is heel terecht dat de wet de kant van de belaagde partij kiest. Reinout had er verstandiger aan gedaan dit egocentrische paar te adviseren hun zegeningen te tellen en geduld te betrachten tot het levenslot een einde maakt aan deze ongewenste verbintenis. Bovendien levert verhuren op de lange termijn veel meer op dan verkopen.  Daarnaast blijft het huis je eigendom. Voor een ‘geldvraag’ is dit toch wezenlijke informatie. 


Woensdag 20 september 2017

VOLKSKRANT STUURT STAGIAIRES TEN ONRECHTE WEG

In haar rubriek ‘Het Nodige’ geeft columnist Sheila Sitalsing een aardig inkijkje over de wijze waarop aspirant aankomende krachten vroeger werden ‘begeleid’ in de redactieburelen van De Volkskrant. ‘Ik had vroeger een collega die, wanneer een stagiaire het had gewaagd in een stukje ‘er verandert het nodige’ te tikken heel hard ‘En wie ben jij om te bepalen dat dat nodig is?!’ brulde. Wie het snapte mocht blijven. Wie het niet snapte, ging voor een ministerie werken. En mocht jaren later aan de Troonrede meeschrijven’, aldus Sheila.
Jammer en onbegrijpelijk dat die ‘collega’ wel een vaste positie had weten te verwerven. ‘Het nodige’ heeft namelijk meerdere betekenissen. Naast het gangbare ‘wat niet gemist kan worden’ kan ‘het nodige’ ook gelezen worden als ‘heel veel’. ‘’Er verandert heel veel’ is in journalistiek opzicht weliswaar geen sterk taalgebruik, maar het rechtvaardigt geenszins een dergelijke oprisping van een bulderende bureauredacteur die ten onrechte dacht het allemaal zo goed te weten. Heel wat carrières van mogelijk geschikte stagiaires zijn bij De Volkskrant dus kennelijk op uiterst onbehouwen wijze in de knop gebroken. Hier past slechts diepgaand onderzoek. In de eerste Troonrede van het kabinet Rutte III zal waarschijnlijk dus worden aangekondigd dat er meer geld gaat naar de Scholen der Journalistiek, speciaal bestemd voor het bijspijkeren van de exacte kennis der Nederlandse taal.


Woensdag 20 september 2017

ROOSENDAAL STRIJDT MET VUUR EN VLAM TEGEN DEMENTIE

De houders van een kleine zaal-abonnement van De Kring kregen onlangs bericht dat de voorstelling ‘Onvoorwaardelijk’, gebracht door Vuur en Vlam Produkties, een aanmerkelijke uitbreiding had ondergaan. Zodoende begon de in een bijeenkomst omgetoverde voorstelling niet op het gebruikelijke tijdstip van 20.15 uur, maar reeds om 19.30 uur. De gemeente Roosendaal, die het keurmerk ‘dementievriendelijke gemeenschap Roosendaal’ nastreeft,  zocht contact met de organisatie achter het dansfestijn ‘Roosendaal Danst’ (van 22 t/m 24 september in De Kring en de binnenstad) om dit streven voorafgaande aan de theatervoorstelling uitgebreid toe te lichten. Om die reden vonden de leden van de gemeenteraad, verenigingen, scholen, ondernemers en naasten van mensen met dementie eveneens een uitnodiging in de bus.  

Na een welkomstwoord door voorzitter Ad Vos van Alzheimer West-Brabant, gaf gastspreker Ruud van den Eeden (trainer Samen Dementievriendelijk), uitleg over dementie en dementievriendelijke omgang.  Hij drukte de aanwezigen tevens op het hart om (kortstondige) vergeetachtigheid niet te verwarren met dementie, of zelfs maar een aanzet daartoe. ‘Ik hoef mezelf maar te nemen. Zojuist was de naam van de wethouder van zorgzaken en zorgtaken me ontschoten, maar nu weet ik gelukkig weer dat deze positie achter het spreekgestalte uitzicht biedt op wethouder Corné van Poppel’.  Van den Eeden wees op eens sterke publieke persoonlijkheden, zoals de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Thatcher, die zich in de eindfase van hun leven ‘dankzij’ meneer Alzheimer niets meer herinnerden van de belangrijke rol die ze ooit op het wereldtoneel speelden. Voor de pauze gaf genoemde Van Poppel een uiteenzetting over het nieuwe dementiebeleid van de gemeente Roosendaal, wat in grote lijnen ook terug te vinden is op de website van het Stadskantoor. Na de voorstelling lazen de dichters dook & van Deelen voor uit eigen werk. Dit als voorproefje op de presentatie van hun dichtbundel ‘dook en van Deelen dichten rondom dementie’, uitgegeven door Alzheimer West-Brabant. Bij het verlaten van De Kring kreeg iedere bezoeker daar een gratis exemplaar van uitgereikt, plus een folder waarin gewezen wordt op de gratis online trainingen om goed om te kunnen gaan met dementie (zie ook www.samendementvriendelijk.nl.brabant ) 
Corné van Poppel: ‘De gemeente Roosendaal creëert zoveel mogelijk denkbare mogelijkheden om er voor te zorgen dat mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk volwaardig aan de samenleving kunnen blijven deelnemen. Daarom kiest Roosendaal voor een aanpak die alle initiatieven met elkaar in verbinding brengen. Op deze manier hebben de inwoners en hun mantelzorgers optimaal profijt van de ondersteuning. Ook in een aantal omliggende gemeente zijn soortgelijke programma’s gestart en wordt er op dit terrein samen gewerkt. Het werken aan een dementievriendelijke gemeenschap past ook bij de ambitie van Roosendaal om aan te sluiten bij het programma Age Friendly City, een programma van de WHO (World Health Organisation) dat lokale overheden ondersteunt in het opzetten en uitvoeren van participatief ouderenbeleid met als doel het verbonden houden van ouderen op alle fronten’. Ad Vos benadrukte dat heel bewust is gekozen voor ‘gemeenschap’ en niet voor ‘gemeente’.  ‘Iedereen krijgt ook als de ziekte aan hem of haar zelf voorbij gaat  in zijn omgeving vroeg of laat te maken met Alzheimer of een van de andere vormen van dementie. Nu de mensen steeds ouder worden, zal dit probleem alleen maar groter worden en in omvang toenemen. Daarom is het een taak voor de gehele gemeenschap om hier op de juiste wijze mee om te gaan’. 
Maar natuurlijk was het theaterpubliek in de eerste plaats gekomen om getuige te zijn van de Vuur en Vlam –productie ‘Onvoorwaardelijk’, ingeleid door Jacques van Meel, de voorzitter van ‘Roosendaal Danst’. 

In de choreografie van Germa Scholten en Marjan Hommes zagen de toeschouwers in eerste instantie een groep mensen, ogenschijnlijk een grote, blije familie, die vol in het leven staat. Zonder noemenswaardig voorteken worden deze patronen doorkruist door een onverwacht bezoek van meneer Alzheimer. Het probleem weg drukken, ontkennen of verdoezelen is een heilloze weg. Iedereen probeert op verschillende manieren het steeds groter wordende probleem het hoofd te bieden. Machteloosheid, verdriet en (wan)hoop wisselen elkaar af.  De familieleden veranderen al ras in verplegend personeel, wat door de witte jassen nog eens duidelijk geaccentueerd wordt.  Via de harde weg ontdekken ze dat alleen acceptatie en samenwerking een nieuw perspectief biedt. Wat gebeurt er als iemand Alzheimer krijgt? Choreografe Germa Scholten: ‘In dat geval verlies je die persoon terwijl hij of zij lijfelijk nog aanwezig is. Je rouwt eigenlijk om iemand die nog niet dood is. Daar wilden we iets mee doen.” Het is voor velen helaas een bekend gegeven. Van een Alzheimerpatiënt wordt in feite twee keer afscheid genomen. De eerste keer, als de ziekte zover gevorderd is dat de patiënt de partner en eigen kinderen niet meer herkent, is de meest confronterende- en schokkende ervaring.  Wanneer het uiteindelijke fysieke afscheid van het leven volgt, geeft dat veel achterblijvers naast verdriet ook een gevoel van opluchting, een dubbel gevoel waarin ook het berustende ‘goed dat deze lijdensweg eindelijk ten einde is’ doorklinkt. De choreografen zochten  met de nauwkeurig geselecteerde dansers naar een troostend perspectief en vertaalden die gezamenlijke visie in dansbewegingen, waarna de uitvoerenden dit treffend vertaalden naar dans. Naast muziek is dans niet alleen de oudste kunstvorm, het is ook een culturele uiting die veel dementerenden vanwege de factor herkenning het nodige houvast biedt. 
Naast zijn breed gedragen Manifest voor de Ouderenzorg wist  (en weet) AD-journalist Hugo Borst de aandacht op zich gevestigd te houden met zijn rubriek ‘Ma’, die wekelijks gepubliceerd wordt in de bijlagen van De Persgroep  en waarin zijn in 1929 geboren dementerende moeder op wisselende wijze centraal staat.  Op 2 juni 2016 was hij te gast in bibliotheek VANnU (Parrotia) voor een lezing en een interview  over zijn gelijknamige eerste boek, dat toen zes maanden eerder in het Rotterdamse (Oud) Luxor Theater ten doop was gehouden. Ter informatie is mijn verslag van deze bijeenkomst hieronder nog een keer afgedrukt.   

Hugo Borst gaat vervolg schrijven op ‘Ma’
ROOSENDAAL – ‘Is Sammy Youssof dan een ongeleid projectiel?’, vroeg Hugo Borst na afloop van de bekerkraker Sparta – RBC in lang vervlogen tijden aan trainer Robert Maaskant van de Roosendalers. Het was de eerste en voorlopig laatste keer dat ik journalist/schrijver Hugo Borst in levende lijve zag en na het ontkennende antwoord van Maaskant zelfs enkele woorden met hem wisselde. Het duurde tot donderdag 2 juni 2016 eer ik hem weer terug zag.
In Roosendaal deze keer, op uitnodiging van de literaire stichting De Witte Roos was hij naar bibliotheek VANnU afgereisd om zich te laten interviewen over zijn bestseller ‘Ma’, omschreven als ‘het hartverscheurende boek (tevens een bundeling van zijn columns in het AD, JP) over zijn dementerende moeder, liefdevol en met zoveel gevoel gecomponeerd dat het ook gezien kan worden als een waar eerbetoon’.  Borst, die heel toepasselijk een Roosendaals kwartiertje op zich liet wachten, kon dankzij inleider en voorzitter van de Cultuurraad, Joost van Mosselveld,  een gevatte entree maken. Van Mosselveld wist zich vaag te herinneren dat Borst een fanatieke voetbalfan is, maar van welke club ook al weer? Van achteruit de zaal opkomend, riep Borst hard ‘RBC’ en daarmee was het ijs, voor zover al aanwezig, direct gebroken. Gelukkig voor interviewster Marieke Bouwmans, verbonden aan het St. Elizabeth en zowel professioneel- als persoonlijk ervaringsdeskundige, maakte Borst het haar wel heel gemakkelijk door iedere vraag zeer uitgebreid te beantwoorden.
De ervaring had de doorgewinterde Rotterdamse journalist, die zoals iedereen weet …nou ja, bijna iedereen dan..met nachtburgemeester Jules Deelder tot de bekendste Spartafans mag worden gerekend, geleerd dat zijn visites door drie categorie mensen wordt bezocht. ‘Het zijn doorgaans voor een derde mantelzorgers en een derde werknemers werkzaam in de gezondheidszorg. Het restant behoort tot de zogeheten verdwaalden. Die bezoekers mogen desgewenst ook vragen over voetbal stellen’. Realistisch of niet, de zaal was tot de laatste stoel bezet en aan de vragen te oordelen had Borst de situatie goed ingeschat.  Voor degenen die het boek ‘Ma’ reeds tot zich genomen hadden, was vrijwel alles wat ter sprake kwam bekende materie. Borst greep de voor hand liggende openingsvraag ‘Hoe ben je op het idee gekomen om dit boek te gaan schrijven?’ aan om de levensloop van zijn moeder in een notendop te belichten. ‘Bijna iedereen in mijn familie kreeg uiteindelijk met Alzheimer te maken, haar vader, haar schoonmoeder, en op een na al haar zusters, die allen een flink stuk ouder waren dan zij. Dan ga je je automatisch afvragen of dit ook mijn noodlot zal zijn. Volgens de dokter is er geen naderend onheil gesignaleerd dat daarop duidt, waarbij hij wel aantekende dat de medische vergezichten in deze materie zeer beperkt zijn. Maar ik mag er dus van uitgaan dat ik medisch gezien minstens de zestig zal halen.  Mijn moeder sloeg door al die nare familie-ervaringen nooit een documentaire op televisie over Alzheimer over en toen ik een keer met de nodige ironie opmerkte ‘Zo kan ik later wellicht ook over jou gaan schrijven’ keek ze me zeer serieus aan en antwoordde slechts ‘Goed, als het maar genadig is’.
Die woorden zijn me altijd bijgebleven en nu het inderdaad zover is gekomen, heb ik bij het schrijven altijd dat laatste ‘gebod’ in mijn achterhoofd. Alzheimer betekent in de praktijk langzaam afscheid nemen van een dierbare, echt stukje bij stukje, en haar huidige situatie baart me de nodige zorgen. Ze wordt erg mager, wat logisch is omdat ze ook haar eetlust beetje bij beetje aan het verliezen is. Bij de columns die in de bijlage van het AD worden gepubliceerd, gaan mijn oudere broer en ik heel kies om met de foto’s die bij de artikelen worden geplaatst. Zo vragen we ons bij elke foto, die overigens allemaal gemaakt worden door een dierbare vriendin van ons, af of dit wel toonbaar is voor een groot publiek. Dat is altijd een kernvoorwaarde voor plaatsing. Over de inhoud van mijn stukjes zijn mijn broer en ik –even afkloppen-  het tot nu toe altijd roerend eens geweest. Heel vaak gebruik ik mijn columns ook voor persoonlijke mijmeringen. Hoe ik als klein jongetje tijdens de immer gezellige verjaardagspartijtjes rondging met de prikkers waar steevast een blokje kaas, een augurkje en een stukje fruit aan prijkte. Mijn moeder was tijdens die vrolijk gevarieerde visites altijd heel leuk maar ook zeer weerbaar  in de discussies. Zo rond haar vijftigste begon daar wat kentering in te komen. Ze moest toen een vrij ingrijpende operatie ondergaan en daarna ging ze wat angstiger door het leven, alsof ze toen pas besefte dat het leven eindig is. Mijn vader was een man om respect voor te hebben. Door mee te bouwen aan de trappen van de Maastunnel heeft hij ook letterlijk een beetje zijn stempel kunnen drukken op het naoorlogse Rotterdam. Hij zorgde voor stabiliteit en veiligheid, maar de gezelligheid in huis kwam toch echt voor rekening van mijn moeder. Hoe belezen en strijdbaar ook, als een echte kloeke hen was ze altijd thuis als ik uit school kwam. Even een beetje de dag doornemen met een kopje thee en een koekje – ik moest het echt niet wagen om een tweede koekje te pakken- vormen voor mij nog steeds de mooiste jeugdherinneringen’.  Juist omdat het zo’n grote uitzondering was, kan Borst zich de dag dat het een keer niet zo gezellig was nog scene voor scene herinneren.
‘Mijn spijkerbroek met grote scheur was de oorzaak. Ze keek altijd met lede ogen toe als ik die broek weer eens uit de mandwand viste. In haar ogen was het aftandse kledingstuk al lang rijp voor de vuilnisbak. Ik ging daar nooit op in, en daarom nam ze op een gegeven moment zelf het initiatief om de broek af te voeren. Ik keek haar verschrikt aan toen ze doorleuk vertelde dat het kledingstuk definitief passe was, en het scheelde weinig of ik had haar een flinke schop verkocht. Dat escaleerde zo hevig dat mijn broer, die toen al op zichzelf woonde, na een alarmerend telefoontje meteen naar huis kwam om de ruzie te sussen. Toen de gemoederen enigszins tot bedaren waren gebracht, keek hij me indringend aan en zei slechts ‘Dat moet je dus nooit meer doen!’ Zoiets had hij nog nooit tegen me gezegd en wellicht is dat de reden dat ik deze woorden nooit meer ben vergeten’. Gevoelige momenten van ontroering werden razendsnel afgewisseld met de actualiteit. Als de huidige kwaliteit van de zorg ter sprake komt, zou Borst het liefst direct op de barricaden willen klimmen. ‘Geen kwaad woord over al die meiden op de werkvloer die elke dag hun stinkende best doen om al die mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd een aangename levensavond te bezorgen. Door gewetenloze managers, die bovendien nog eens schandalig veel verdienen, bijna allemaal dik boven de Balkenendenorm, worden ze echter gedwongen om onnodig veel tijd achter de computer door te brengen. Zo veel zelfs dat de zorg zelf zwaar in de knel komt. Het is een crime, vrijwel elke handeling moet in kaart worden gebracht en daarnaast moeten ze van alles aantekenen. Weg met de managers, is dan ook mijn credo. Als ik dat politiek vertaal, kom ik niet uit bij de liberalen en de sociaaldemocraten. De enige politica van wie ik gemerkt heb dat ze het zorghart op de juiste plaats draagt, is Mona Keijzer van het CDA. U moet dat overigens niet zien als een stemadvies hoor’.  

Van het boek ‘Ma’ zijn inmiddels 75.000 exemplaren verkocht. Een aantal dat nog wel zal doorgroeien, verwacht de auteur. ‘Dat stemt me uiteraard tevreden en het geeft een voldaan gevoel. Tegelijkertijd betreur ik het dat mijn moeder niet in dat succes –als je het zo wil noemen-  mag delen. De vele reacties zijn van dien aard dat er zeker een vervolg op komt. Boek twee zal dan een nog zwaardere aanval op het management bevatten, voor de meest indrukwekkende reacties wordt ook ruim baan gemaakt, en natuurlijk de onoverkomelijke laatste hoofdstukken uit het leven van Ma. Alleen om die reden mag deel 2 wat mij betreft nog lang uitblijven. Als het eenmaal zover is, hoop ik dat Ma vredig mag inslapen, waarna we haar een uiterst waardig afscheid zullen geven. In dat boek komen de boze- en de lieve Borst dus nog een keer en waarschijnlijk voor de laatste keer samen’.  
Deel twee is inmiddels verschenen, gelukkig heeft Hugo Borst de geplande laatste hoofdstukken over ‘Ma’ daarin achterwege kunnen laten. ‘Ma’ is nog steeds een dankbare inspiratiebron voor de auteur.   


Maandag 18 september 2017

KRINGPROEF IS IN DEZE VORM NIET MEER KRINGPROOF

Ruim achthonderd belangstellenden luisterden zaterdagavond voorafgaande aan de jaarlijkse KringProef in de grote zaal naar het eerste publieke praatje van de nieuwe directeur Jan-Hein Sloesen. Na een korte uiteenzetting over de nieuwe cultuurcluster nodigde hij deze uitverkorenen tevens uit om op 13 oktober de uitreiking van de Cultuurprijs bij te wonen. Een bijeenkomst die net als de KringProef gratis toegankelijk is, zaak is wel om er snel bij te zijn, want ook in Roosendaal groeit de belangstelling voor culturele activiteiten razendsnel.
Met zijn snelle peptalk gaf Sloesen de aanzet voor wat een leuke, onderhoudende theateravond had kunnen zijn. Dat werd het helaas niet. De voorproefjes van theatervoorstellingen die in het komende seizoen in het geheel te zien zijn, waren deze keer vrij mager van samenstelling, in een enkel geval zelfs van een bedenkelijk niveau. Ze smaakten zeker niet (allemaal) naar meer, zoals de flyer ons wilde doen geloven.
Afhankelijk van de kleur van de flyer die men bij binnenkomst kreeg overhandigd, volgden de bezoekers een eigen route die hen naar het theatercafé en de grote- en kleine zaal voerde. Aan het eind van de avond had iedereen uiteindelijk hetzelfde menu voorgeschoteld gekregen, zij het dus in een ietwat ander volgorde. De uitverkoren artiesten die de achthonderd uitverkorenen na deze milde zomer warm moesten laten lopen voor nieuwe theateravonturen, waren in volgorde van de kalender: Deux Voix (een muzikale fusie van twee persoonlijkheden by Katell) op 14 oktober, Cyrano – DrieMaalPlankenkoorts 28 oktober, Esther Groenenberg – Carole King – A Naturel Woman 2 november, Christel de Laat 10 november, Pepijn Schoneveld – Stante Pede 22 november, Noord-Nederlands Toneel – Dood en Zo 30 november, Drs Down 30 december, In de Vlaamsche Pot 23 februari. ‘Deux Voix’ staat in het programma vermeld als ‘Brel en Stromae by Katell’, maar die omschrijving kon in de ogen van de erven geen genade vinden, zo verklaarde het presentatieduo Koen Brouwer/Rens Polman. Het publiek kreeg tot vervelens toe te horen dat zij als de lefgozers van ‘Lieve Bertha’ op 19 januari te zien zijn in De Kring. De Deux Voix van de betreurde grootheden zijn samengebracht in de fysiek van zangeres Katell Chevalier, die naar het schijnt bekend te zijn van ‘The Voice of Holland’. Zij gaf een verfijnd maar te kort voorproefje dat Obelix omschreven zou hebben als een ‘liflafje’. De toeschouwers die in het bezit waren van de gele flyer kregen aansluitend een fraaie presentatie van ‘Dood en Zo’ door het Noord-Nederlands Toneel voorgeschoteld. In een ingestudeerd interviewtje na de gespeelde scene werden de achtergronden op heldere wijze uit de doeken gedaan door de actrices en regisseur Hendrik Aerts. De veteranen Annemarie Prins (84) en Eva Duijvestein (40) lieten zien dat toneelspel mits van dit niveau nog steeds een van de mooiste kunstvormen is. In deze ‘intieme, persoonlijke voorstelling waarin doodgaan wordt ontleed in even smartelijke als schaamteloos grappige taferelen’ worden alle facetten rond dit onderwerp, waarmee iedereen vroeg of laat te maken krijgt, op directe- en nuchtere wijze behandeld, zo vermeldt de website van het NTT. In de scene die we te zien kregen, praat Prins alle details omtrent haar naderende dood door met Duijvestein. Het lijdend voorwerp lijkt daar beter mee om te kunnen gaan dan haar dierbare nabestaande. Op bijna logistieke wijze heeft ze alles op papier op een rijtje gezet, zodat het wachten nu alleen nog is op de ‘uitvoering’. Deze scene voldoet precies aan de voorwaarde waar de KringProef een aantal jaren terug voor is opgezet. Het publiek zodanig prikkelen dat ze nieuwsgierig worden naar het gehele verhaal. Het is dat de voorstelling (30 november) reeds op mijn persoonlijk lijstje staat, want anders was ik ongetwijfeld onmiddellijk naar de kassa gesneld. Ik kan nu al bijna niet wachten om te mogen aanschouwen hoe het verder gaat en welke boodschap de toeschouwer uiteindelijk mee naar huis neemt. Met ‘In de Vlaamsche Pot’, gespeeld door het Theater van de Klucht,  was helaas het tegendeel het geval. Optreden tijdens de KringProef heeft alleen zin als je in staat bent om er een uitvoeringswaardige vertoning van te maken. Het TvdK verkeert met dit stuk, dat vooral bekend is van de gelijknamige televisieserie, in een te pril stadium voor het werven van zieltjes. Het publiek moest het daarom doen met een slecht voorbereide leesscene, waarbij er tussen de twee acteurs die met deze onaantrekkelijke klus waren belast er ook nog eens flink op los werd geschmierd. Om er nog iets van te maken, werd er een lullig publieksspelletje tegen aan gegooid. In deze vorm eens maar nooit weer dus. Zeer aandoenlijk daarentegen was de presentatie van het toneelstuk ‘drs Down’ met de uit Roosendaal afkomstige Rutger Messerschmidt in een van de hoofdrollen. Mensen met dit syndroom staan doorgaans volkomen eerlijk in het leven, Rutger vormt daarop geen uitzondering. Zo kwamen we aan de weet dat toneelschrijver Ivo Niehe slechts ‘soms een aardige man is’. Maar, zo stelde Rutger daar diplomatiek tegenover ‘hij beschikt wel over humor’. Mede gezien Rutgers inbreng zal deze voorstelling (30 december, grote zaal) ongetwijfeld geheel uitverkocht raken.
Buiten dat er door de directie best de nodige kwalitatieve eisen aan de gezelschappen en solisten mogen worden gesteld, is ook de opzet van de KringProef aan verandering toe. Met dat voortdurend rouleren gaat er veel tijd verloren en het komt de beleving van het geheel niet ten goede. Het lijkt me beter dat De Kring net als De Maagd kiest voor een centrale presentatie in de grote zaal. Voor ieder van de getoonde acts was vijftien minuten uitgetrokken. Veelal werd dat niet eens gehaald. Dat laat zich in de grote zaal gemakkelijk verdelen: zestig minuten voor en zestig minuten na de pauze. En dan bal na. Dat vergemakkelijkt de presentatievorm eveneens aanzienlijk. Al sinds de start is het niet gelukt daar de juiste personages voor te vinden. ‘Wat je van ver haalt, is lekkerder’ is voor de KringProef nooit opgegaan. Ook deze lefgozers waren geen wezenlijke toevoeging aan het geheel. Het is ook helemaal niet nodig om zover over de stadsgrenzen te kijken. Frans van der Groen is er helaas niet meer, maar met Bagiyo van de Leemputte heeft Roosendaal een presentator van behoorlijk niveau in huis. Een gastheer die bovendien weet wat er speelt in zijn eigen stad en ook in De Kring geen onbekende is. Het lijkt me een verrijking om ook de stadsdichter voortaan bij de opening te betrekken. Het verbaasde me al dat de huidige functionaris Eric van Deelen bij de opening van Open Monumentendag niet naast wethouder Toine Theunis stond voor de officiële handelingen. Hij stond daarentegen doodleuk een balletje te werpen op het tegenover gelegen jeu-de-boules-terrein. Wie zijn stad in cultureel opzicht serieus neemt, kan met goed fatsoen niet aan de stadsdichter voorbij. Een alternatief is om ex-stadsdichter René Spruijt hiervoor in te schakelen. Als vaste abonnementhouder van de kleine zaalproducties behoort hij al jaren tot het officieuze Ambassadeursgilde van De Kring. Het zou overigens geen kwaad kunnen om dat leuke initiatief van de vorige directeur, Ad van Terheijden, weer eens nieuw leven in te blazen. Voor zover ik kon overzien, was ik afgelopen zaterdag de enige met een K-speldje op de rever. Laatste aanbeveling: laat die (mee te nemen) drankjes voortaan maar buiten de zalen. Het lijkt misschien wel gezellig en sfeerverhogend, maar een aantal bezoekers wist daar tot irritatie van meer doorgewinterde toeschouwers niet goed mee om te gaan. In het verleden heb ik gepleit om de KringProef niet aan het begin, maar aan het eind van het seizoen te plannen. Daar ben ik wel op teruggekomen. Als het voor diverse uitvoerenden nu al lastig is om met een representatief voorproefje voor de dag te komen, zal dat enkele maanden eerder nog veel lastiger zijn.


Zondag 17 september 2017

WAT OME GERARD ALLEMAAL ZOU KUNNEN VERTELLEN

Gerard Cox, momenteel vooral bekend van zijn populaire rubriek in het tweewekelijkse huis-aan-huisblad De Oud-Rotterdammer (DOR), mocht zich zaterdag 16 september zomaar in de belangstelling verheugen van Sylvia Witteman, de onvolprezen columnist van De Volkskrant. Aangezien hij regelmatig fulmineert tegen ‘het dagblad voor de linkse wegkijkers’ neem ik aan dat Cox haar minimale stukje proza tot zich genomen heeft, maar omdat het in de wetenschap-en literatuurbijdrage stond afgedrukt is het niet geheel ondenkbaar dat hij hier klakkeloos aan voorbij is gegaan.
Witteman verhaalt over het onlangs verschenen boek ‘Ongemakkelijke Mensen’, een streekroman van Elly Biesters. Cox wordt door de auteur ook als zodanig gerangschikt en is in die hoedanigheid niet aan Wittemans aandacht ontsnapt. De voluptueuze Volkskrant-blondine meldt dat over Cox het hardnekkige gerucht gaat dat hij onlangs in Heerewaarden is komen wonen. Uit haar eigen vileine kokertje ontsnapt een herinnering aan de Cox van veertig jaar geleden. ‘Het is bijna niet te geloven, maar die schopte het eind jaren zeventig nog (tijdelijk) tot een soort, mirabile dictu, sekssymbool’. Voor de niet ingewijden: mirabile dictu is Latijn voor ‘wonderlijk om te zeggen’. Zo verhult Witteman slim dat ze een dubbele aanduiding voor hetzelfde onderwerp gebruikt in één zin, wat niets minder dan een journalistieke doodzonde is. Daarnaast is haar ongeloof niet geloofwaardig. In de tijd dat Gert Timmerman nog eerbied had voor grijze haren op het hoofd van een oud dametje voelde de 14-jarige Carolien zich (seksueel) mede vanwege zijn vroeg grijze lokken al hevig aangetrokken tot  Gerard Cox. Het betrof hier weliswaar een karaktertje van Marina de Graaf in de film ‘Het Debuut’ (1977) van Nouchka van Brakel, maar toch! Alleen uit nostalgisch oogpunt al een leuke film om nog eens terug te zien.
Nu lees ik de Oud-Rotterdammer helaas slechts onregelmatig, dus ik weet niet of Cox zelf wel eens teruggeblikt heeft op zijn filmdebuut. De rubriekjes waarin Cox herinneringen ophaalt uit zijn rijke theaterleven zijn sowieso het meest boeiend om te lezen. Natuurlijk heeft hij net als ieder andere Nederlander een mening over het kabinet, volk en vaderland, maar die onderscheiden zich doorgaans niet door creativiteit en originaliteit. Zijn theaterherinneringen daarentegen vormen een uniek persoonlijk bezit dat hij met niemand deelt, en bovendien zijn deze op papier gestelde memoires in tegenstelling tot Cox politieke- en maatschappelijke bespiegelingen volkomen tijdloos. Ik hoop dus dat hij -in goed overleg met de redactie van DOR uiteraard- snel aan een dergelijke reeks begint. En daarbij van de redactie beduidend meer ruimte krijgt dan binnen de huidige vormgeving. Snel inderdaad, geen tijd te verliezen zou ik zelfs zeggen, want laten we eerlijk zijn, zelfs deze Oer-Rotterdammer heeft niet het eeuwige leven. Na verloop van tijd levert dit een prachtige reeks verhalen op die de DOR gebundeld als boek op de markt kan brengen. ‘Theater DOR Gerard Cox’ zou wel een aardige titel zijn. Recentelijk zijn kort achter elkaar helaas Pieter van Empelen (Don Quishocking) en Rients Gratama (met wie Cox enkele jaren intensief heeft samengewerkt) overleden. Om inspiratie zal hij dus niet verlegen zitten. Als Cox het nog kan opbrengen, zou ik hem daarnaast graag nog eens in een persoonlijk theaterprogramma terug zien. Een programma waarin hij slechts ondersteund door een pianist of een klein combo liedjes zingt waar een bijzondere herinnering aan kleeft, omlijst met verhalen zoals hij nu ongetwijfeld met gezwinde spoed gaat optekenen in DOR. Wanneer het dan ook nog lukt om daar historische filmbeelden aan vast te plakken –er zijn opnamen waarop hij onder anderen met Wim Sonneveld is te zien- dan heb je een ‘Dijk’  van een productie waar vooral de categorie vijftig plus veel plezier aan zal beleven. Zoals Sonneveld een protegé was van Louis Davids, was Cox dat van de kruidenierszoon uit Utrecht, die in hem zijn natuurlijke opvolger zag. Hoe Sonneveld tot dat inzicht was gekomen, zal hij Cox ongetwijfeld een keer hebben ingefluisterd. Een avondje ‘Theater DOR Gerard Cox’ laat zich moeiteloos vullen. Om nog even bij ‘De Dijk’ te blijven, en met name om met zanger Huub van der Lubbe te spreken: DAT ZOU MOOI ZIJN!


Zaterdag 16 september 2017

MAAK SYLVIA WITTEMAN GETUIGE VAN UW OPRISPING

Nu ik een nieuw proefabonnementje heb op De Volkskrant kan ik weer eventjes de belevenissen van vaste stercolumniste Sylvia Witteman (WiBra) volgen. Ze is nog maar kort terug van vakantie en ongetwijfeld heeft ze buiten mijn gezichtsveld uitvoerig over haar belevenissen in den vreemde bericht. In Sylvia’s geval kun je eigenlijk beter spreken van getuigenissen. Een column schrijven moeilijk? Niet als je te werk gaat zoals Sylvia bij tijd en wijle placht te doen. Haar geliefde werkterrein is een bij voorkeur vol terras of andere horecavoorziening waar ze om inspiratie op te doen slechts haar spitse oortjes te luister legt bij het tafeltje naast haar. Om daar vervolgens vrijwel letterlijk citerend verslag van te doen ten gerieve van de lezersschare van De Volkskrant. De legendarische Simon Carmiggelt ging tijdens zijn vele kroegtochten op dezelfde wijze te werk, maar hij wist zijn benevelde toestand ten spijt toch altijd een geheel eigen draai aan zijn verhaaltje te geven.
Die creatieve uitdaging is aan Sylvia niet (altijd) besteed. Haar prozaïsche inspanningen mogen overigens ook weer niet al te zeer onderschat worden. Of ze beschikt over een ijzeren geheugen dat haar wellicht ook van pas kan komen voor een theateract of ze zit onder tafel stiekem driftig op haar tabletje te tikken. Haar proza is dus een soort Man-Bijt- Hond in Wibravorm. Wie zijn verhaal verwoord wil zien in De Volkskrant dient zich goed bewust te zijn van de fysieke aanwezigheid van de onvolprezen columniste. Haar bevallige gestalte kan je nauwelijks ontgaan. Een leuk blond gekruld koppie, wat kinderlijk aandoende bolle wangetjes en indringende (zo te zien) blauwe oogjes. Wie naast zich een jonge vrouw, begin vijftig, ontwaart die aan dit signalement voldoet, moet op zijn tellen passen. Of juist niet. Dat hangt natuurlijk van de publiciteitsgeilheid van de persoon in kwestie af. Ik ben benieuwd of het lijdend voorwerp zich in Sylvia’s Wibra-tje, getiteld ‘Proleten’, van donderdag 14 september heeft herkend. Sylvia voert de lezer mee naar een ‘groot, hip café vol retro-ironische schemerlampjes en ‘huisgemaakte’ (als variant op zelf gemaakte) geitenkaasbitterballen’, waar ze slechts was neergestreken om koffie te consumeren. Graag had ik haar beweegreden vernomen waarom ze uitgerekend deze plek vol ongewone gastronomische genoegens had uitgekozen voor een simpel kopje leut, maar dat laat ze helaas onvermeld. Sylvia belandde daar naast een tafel waar een kinderpartijtje gaande was, waar het lijdend voorwerp, aangeduid als een slanke, blonde, vrouw (SBV) het gezelschap onderhield met ‘een stem waarmee ze onversterkt Carre zou kunnen beschreeuwen’. Niet duidelijk is of Sylvia  daar bewust (uit nieuwshonger) is gaan zitten of dat er domweg geen andere plekken vrij waren. Het hartstochtelijk relaas dat Sylvia te verstouwen kreeg, was niets minder dan een sociaal drama, waarin naast genoemde, blonde vrouw de hoofdrollen waren weggelegd voor haar jonge nazaatje Noah, een onwillige tandarts, en een wachtkamer vol proleten. Die laatste aanduiding is historisch bepaald. Op zijn zolderkamer in de Elsense Orleansstraat in Brussel schreef Karl Marx tussen midden december 1847 en eind januari 1848 zijn wereldberoemde Manifest, dat nu in bepaalde delen van de wereld nog steeds als Bijbel dienst doet. Tevreden over de gedane arbeid nam Marx het document mee naar Londen waar hij er vijfhonderd exemplaren van liet drukken. Voor de omslag koos Baardmans de beroemde leuze ‘Proletariers aller landen, verenigt u!’ Ondanks de pakkende titel werd deze oproep door de doelgroep in de wind geslagen en zodoende blijven de proletariers tot op de dag van vandaag overal in de bewoonde wereld ongegroepeerd opduiken.  Het is dus niet zo verwonderlijk dat Sylvia’s ‘slanke blonde vrouw’ een aantal nazaten van dit volksfundament aantrof in de wachtkamer van de ‘specialist in kindertandzorg’. De zo geplaagde moeder was notabene door haar eigen tandarts naar de specialist doorverwezen omdat diens goed bedoelde raad om vooral goed te poetsen als ontoereikend werd ervaren. Natuurlijk doemt hier de vraag op wat nu precies het verschil is tussen proletariers en proleten. Professor mr. W.A. Bonger probeerde daar op 28 oktober 1925 in een redevoering over ‘Intellectueel en Socialisme’ op uitnodiging van de Sociaal-Democratische Studenten-Club uit Amsterdam een antwoord op te geven. Bonger, SDAP-lid van het eerste uur, bekende direct dat zijn gevoelens ‘tamelijk gemengd’ waren. Hij was, zei hij, persoonlijk getuige geweest van de verbeteringen in de positie van de arbeidersklasse. Niets minder dan grote verbeteringen had hij geconstateerd. ‘Een ander volk is het geworden!’, zo waagde hij te stellen.  Maar optimistisch was hij niet. Dat kwam ‘door het hand over hand toenemende materialisme, ook bij zijn partijgenoten, een materialisme dat in feite dwars op hun levensbeschouwing hoorde te staan. Zij strijdt juist tegen de materialistische maatschappij, die het geld als het hoogste goed beschouwt’.  Toen Bonger aankondigde de schuldigen aan dit morele verval aan te wijzen, ging het studentikoze gehoor er eens extra goed voor te zitten. Net als wat Sylvia 92 later in dat retro-café met ironische schemerklampjes deed, spitsten zij de oren.    ‘Het waren de arbeiders in de top van de beweging, omhooggeklommen handwerkers, die eigenlijk alle intellectuelen ontaard en gedegenereerd vonden’. Maar, vroeg Bonger zich af, wat weten de handenarbeiders in feite van werk en levenswijze der intelligentsia? Om uiteraard zelf het antwoord te geven. ‘Zeer vele handenarbeiders gelooven eigenlijk, dat een intellectueel nauwelijks aan arbeid doet. En daar het werk van den hoofdarbeider, die aan zijn tafel zit en een papier beschrijft of op de schrijfmachine tikt, zich afspeelt buiten de waarneming van den handenarbeider, en omdat het product meestal niets anders is dan een stuk papier of iets dergelijks, meenen vele handenarbeiders, dat hoofdarbeid wel buitengewoon licht is’. Degenen die wel beter wisten, waren in de ogen van Bonger de ware proletariers. Maar zij binnen de arbeidersbeweging die meenden  het wel zonder die vermaledijde intellectuelen te kunnen stellen, hadden het niet alleen mis, zij waren de proleten onder de proletariers. Een stelling waar jaren later nog fel over gediscussieerd werd. Wie nu internet  raadpleegt, ziet dat onder proleten de verzamelgroep van patsers, plebejers, prollen, prolurken en vlerken wordt verstaan.  De proletariers hebben ondanks dat deze benaming nog zelden wordt gebruikt hun zuivere betekenis gehouden, zij behoren nog immer tot de klasse van mensen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de eigen arbeid, die verhandeld wordt op de arbeidsmarkt. Uit Sylvia’s ooggetuigenverslag maak ik voorts op dat de SBV gezien haar beschrijving van wat ze aantrof in die wachtkamer toch behoorlijk onderlegd moet zijn. ‘Zit het daar (die wachtkamer dus) helemaal vol met van dat aso-volk. Van die vette, volgevreten bijstandstrekkers. Van die B-merk-sjekrokers die te beroerd zijn om de tanden van hun kinderen te poetsen. Proleten. Dus ik denk, gat-ver-damme. Maar wat moest ik? Noah verrekte van de pijn’. Toen Wim Sonneveld al vroeg was vastgelopen in zijn carrière en tot de creatieve wachtkamer  was veroordeeld, bood Louis Davids uitkomst, maar deze SBV restte duidelijk niets anders dan haar tijd in deze wachtkamer des levens met gekromde tenen uit te zitten. Toen het gezelschap met het aanheffen van het ‘Lang zal hij leven’ voor de kennelijk jarige Noah probeerde de lucht wat op te klaren, kreeg de SBV een Aha-erlebnis, getuige haar hoofdschuddende ‘Gat-ver-damme. Stelletje Proleten’. Sylvia zette daar een punt achter haar Wibra-tje. Ik zit echter nog steeds met de vraag voor welke afronding Simon Carmiggelt gekozen zou hebben.  ‘Je moet zelf een proleet zijn om andere proleten te kunnen (h)erkennen’  lijkt mij wel een aardige slotzin. Of kort door de bocht: Alleen een proleet stoort zich aan proleten. Voorts hoop ik dat Sylvia bij het verlaten van dit feestgedruis heel discreet haar visitekaartje op het tafeltje van haar inspiratiebron heeft gelegd. Niets is immers zo frustrerend als ongeïdentificeerd en dus onopgemerkt gerecenseerd te worden.


Donderdag 14 september 2017

CARMINA BURANA MET EEN STERK ROOSENDAALS ACCENT

Voor het West-Brabants Operakoor was de ‘Carmina Burana’ van Carl Orff destijds de zwanezang waarmee in de Cultuurkerk St. Janskerk met veel emotie afscheid werd genomen van de vele fans. Veel van deze leden, die het zingen niet laten konden, vonden daarna snel hun weg naar andere muziekverenigingen. Het WBO en de Cultuurkerk mogen dan historie zijn, het Roosendaals Gemengd Koor is gelukkig nog springlevend.  Op zondag 8 oktober zullen de ervaren zangers en zangeressen van het RGK hun bruisende, muzikale fysiek ongetwijfeld nog eens ferm onderstrepen in De Kring wanneer ze samen met het Vlaams-Brabants Symfonie Orkest, de Bredase Opera en de Roosendaalse Suitekids hun tanden zetten in dit meesterwerk van Orff. In het gedeelte voor de pauze staan de ‘Akademische Festouverture’ van Johannes Brahms en het ‘Pianoconcert A Mineur’ van Edvard Grieg geprogrammeerd. Wie deze dag optimaal van muziek wil genieten in De Kring kan om 11.00 uur ook al terecht voor het Zondagochtendconcert onder supervisie van de Roosendaalse componist en dirigent Martyn Smits. Vier uur later gaat de bel voor de ‘Carmina’. Tussen deze muzikale bedrijven door, muziek maakt nu eenmaal ook anderzins hongerig,  kunnen de concertgangers in het aangrenzende restaurant Over De Tong aanschuiven voor een stevige, populair geprijsde brunch.    


Het VBSO zag begin 2007 het daglicht. Jonge musici, studerend aan de Belgische conservatoria of behorend tot de hogere graad van een academie, spelen binnen dit gezelschap samen met talentvolle amateurs en professionals.  Op die manier wordt gewerkt aan een kwaliteitsvol, gevarieerd muziekrepertorium. Als basissamenstelling heeft het VBSO gekozen voor de zogenaamde ‘Van Beethoven-bezetting’. Afhankelijk van het uit te voeren programma kan het orkest worden uitgebreid met onder meer trombones, bastuba en harp. In De Kring raakt het podium gevuld met honderdvijftig muzikanten, we mogen er dus gevoeglijk van uitgaan dat het VBSO alle registers opentrekt.  De Carmina Burana, als muziekstuk ook ooit eens gebruikt door Freek de Jonge voor een van zijn soloprogramma’s, is een middeleeuws manuscript dat gevonden werd in de abdij van Benediktbeuern in Beieren. Carmina Burana betekent letterlijk liederen van Beuern (naar de naam van de abdij). De collectie bestaat uit meer dan tweehonderd liederen over zeer uiteenlopende onderwerpen. Orff beschrijft hierin drie grote thema's: lente/zomer, de herberg en de liefde. Deze enscenering wordt omlijst door de hymne aan Fortuna, de godin van het (nood)lot.  Orff beeldt het lot af als een soort rad van avontuur waaraan de mens is onderworpen. Deze interpretatie vormt tevens de kern van alle overige handelingen.

De uitgelatenheid van het handelen, zoals in de drie klassieke delen de compositie wordt afgeschilderd, is verbeeld in het draaiende rad op de achtergrond; wie vandaag bovenaan verkeert, kan morgen al weer onderaan terecht zijn gekomen. Daarom is het in de visie van Orff belangrijk intens te genieten van momenten van geluk. Johan Derksen raadde zijn overwegend zestig-plus-publiek in De Kring vorig jaar zelfs aan om alleen nog maar ‘leuke dingen te gaan doen’.  Beklijvende wijsheid door de eeuwen heen dus!  Carmina Burana (liederen uit Beuren) is voorts de verzamelnaam voor de grootste en beroemdste verzameling middeleeuwse teksten die tot de zogenaamde vagantenliteratuur behoren, de verzamelnaam voor de wereldlijke lyriek, die in de Middeleeuwen, met name in de 12e en begin 13e eeuw, door rondtrekkende studenten en geestelijken werd geschreven, deels in het Latijn, deels in de landstaal. De voornaamste thema's zijn: het ontluiken van de natuur in de lente, heftige kritiek op kerkelijke en wereldlijke overheid en verheerlijking van het ongebonden leven vol aardse geneugten als drank, dobbelspel en liefde. Vaganten of vagebonden (zwervers)  was tevens de benaming voor geestelijken, studenten en afgestudeerden die in de Middeleeuwen rondtrokken, hetzij uit eigen wil, hetzij door de omstandigheden gedwongen. Na beëindiging van hun studie konden zij vaak geen kerkelijk ambt - veelal het doel van de studie - verkrijgen, omdat door de grote toeloop van studenten het aanbod de vraag overtrof. Dat probleem is dus niet alleen van deze tijd. Er bleef deze ronddolende zielen vaak weinig anders over dan hun kennis aan te wenden om in hun levensonderhoud te voorzien, bij voorbeeld door het schrijven van gedichten. Ook waren er bij die na hun losse studententijd zich niet meer in de kerkelijke tucht konden schikken en voor het ongebonden zwerversleven kozen. De grootste bloei beleefde het vagantendom in de 12e eeuw, ongeveer tegelijk met die van de kloosterscholen en de opkomst van de universiteiten. In die tijd waren de vaganten geëerde en gezochte dichters, die als gevolg van hun kerkelijke wijding(en) onder de kerkelijke (veel soepelere) rechtspraak vielen. Toen ze, omstreeks 1300, niet meer op de bescherming van de Kerk konden rekenen, verwerden zij al gauw tot gewone zwervers en landlopers. De vagantenpoëzie is over het algemeen anoniem. Ook van de gedichten van de Carmina Burana zijn slechts enkele auteurs bekend, zoals Gautier de Châtillon, Archipoeta en Pierre de Blois. De meeste gedichten zijn in het Latijn geschreven, maar er zijn er ook een vijftigtal in het Middelhoogduits en wat fragmenten in het Oudprovençaals. Een steeds terugkerend thema in de Carmina Burana is de heftige kritiek op het bandeloze leven van de gevestigde clerus, met name de monniken. De kerkelijke instellingen en gebruiken worden geparodieerd, maar de dogma's worden nergens direct aangevallen. De Carmina Burana van Orff is een onderdeel van een trilogie. De andere delen zijn Catulli Carmina en Trionfo di Afrodite.

Zondag 8 oktober – De Kring - Zondagochtendconcert 11.00 uur, Carmina Burana met VBSO, RGK , De Bredase Opera en de SuiteKids 15.00 uur.


Woensdag 13 september 2017

FUSIE ALLEEWONEN EN WOONSTICHTING ETTEN-LEUR IN ZICHT

De fusie van AlleeWonen en Woonstichting Etten-Leur (WEL) komt steeds dichterbij. Zeker nu de minister goedkeuring heeft gegeven aan de fusieplannen. Dit is een belangrijke mijlpaal in het traject om per 1 januari 2018 te fuseren. De Ondernemingsraden brengen nog een advies uit en beide corporaties zijn nog in gesprek met de vakbonden over een sociaal plan.
Bestuurders Tonny van de Ven en Karo van Dongen geven aan dat de goedkeuring van de minister een belangrijke mijlpaal is. ‘Alle voorbereidingen kunnen nu verdere invulling krijgen, zoals het inrichten van de nieuwe organisatie. Eerder gaven de betrokken gemeenten en de drie huurdersorganisaties groen licht voor onze fusie. Er komt veel bij kijken; een fusie moet je zorgvuldig voorbereiden. Daar sorteren we al langere tijd samen op voor. Maar nu we dit positieve bericht gekregen hebben, kunnen we er écht voor gaan. Onze huurders merken dit vanaf april 2018, dan treden we als één corporatie naar buiten’, aldus Van de Ven.
 
Karo van Dongen: ‘Eind augustus vroegen we aan onze huurders en medewerkers om mee te denken over de nieuwe corporatienaam. Ze toonden ruime betrokkenheid. Want de vraag werd beantwoord met bijna 500 suggesties! Veel ideeën kwamen voort uit lettercombinaties (van de twee corporaties of Breda-Etten-Leur-Roosendaal). Ook ontvingen we namen, gelieerd aan het ‘wonen’. Anderen zochten het antwoord in de verbinding tussen de steden of samenwerking. Een jury, geformeerd vanuit de drie huurdersorganisaties en de twee corporaties, bracht dit enorme aantal terug naar een shortlist met voorkeursnamen. De bestuurders maken tenslotte een definitieve keuze’.
 
Woonstichting Etten-Leur en AlleeWonen werken al langere tijd samen. Van de Ven: ‘Een fusie kent meerdere voordelen. Zo leidt fuseren tot aanzienlijke besparingen. Daarnaast geeft het ook meer toekomstbestendigheid én investeringskracht. De ‘winst’ hiervan gaat naar de huurders en gemeenten. Over de manier waarop dit gebeurt, zijn de huurdersorganisaties en gemeenten intensief bevraagd. Ze willen het beste voor hun huurders en hebben per gemeente verschillende keuzes gemaakt die ten goede komen aan de huurders. De fusiecorporatie gebruikt het besparingsgeld bijvoorbeeld om huurverhoging te matigen, meer nieuwe woningen te bouwen en meer woningen energiezuinig te maken’.
 
WEL en AlleeWonen hebben met de huurdersverenigingen en gemeenten afspraken gemaakt over de prestaties van deze nieuwe corporatie. Binnenkort is het zover om dat waar te gaan maken.


Maandag 11 september 2017

CULTUURVIRUS WAARDE ROND BIJ "BURGERHOUT BRUIST"

Na de krachtsinspanning die geleverd moest worden om de toren van de St. Josephkerk te beklimmen, was het zondag voor uw redacteur louter ontspanning bij ‘Burgerhout Bruist’. De Burgerhouters waren er nadrukkelijk voor elkaar, maar ook de vreemdeling die verdwaald was zeker kon op een warm onthaal rekenen. De middenstanders in de wijk presenteerden hun waar nu eens op een geheel andere manier. Handel uitgestald in een kraampje of een stalletje vindt zijn weg vanwege het ontbreken van drempels doorgaans veel gemakkelijker naar de consument en die ‘natuurwet’ ging ook hier weer eens op. Op het grote podium nabij de vroegere Fatimakerk (het was een ware ‘Van Kerk naar Kerkloop’) zong zanger Jan Koevoet  zijn grootste hits en meest actuele successen, en passant introduceerde hij zijn muzikale wederhelft Petra van Zundert. De passanten konden desgewenst een taartje bakken waarmee net als bij de televisiebroer van Andre van Duin een prijsje kon worden gewonnen, elders werd een potje jeu-de-boules gespeeld en ouders met jonge kinderen zagen hun kroost de nodige overtollige energie kwijt raken op het springkussen. Het was kortom een kleurrijke wandelroute met voor ieder wat wils.
Ter hoogte van het Johan Cruyff College, waar de grote en betreurde maestro himself ter gelegenheid van de opening ooit nog eens een balletje had getrapt, stond zowaar acteur, regisseur, wijkhuisbestuurder en docent Eddy Haers een strategische positie in te nemen om het ‘Cultuurvirus’ te verspreiden. ‘Het is uitermate besmettelijk, want we doen er natuurlijk alles aan om dit virus zo snel mogelijk door Roosendaal te laten trekken’, aldus Haers vlak voordat hij zijn tanden zette in een uiterst smakelijke hap, een van de vele culinaire geneugten van het goede Burgerhoutse Leven.  Wie zich al dan niet bewust met hetcultuurvirus laat besmetten zit doorgaans met een prangende vraag. Haers –gelukkig weer met lege mond-  legt uit: ‘Stel, je wilt kunst- en/of cultuuractiviteiten in Roosendaal ontplooien. Als je daar hulp of spullen voor nodig hebt, kan Cultuurvirus je wellicht de helpende hand bieden. Maar anderzijds kun je anderen gebruik laten maken van jouw vaardigheden en culturele eigendommen. We willen met dit netwerk dus vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar brengen. Delen wordt ook in het gewone leven steeds populairder. Denk alleen maar aan de buurt-Apps waarmee je je buurtgenoten kunt laten weten dat je even om een grasmaaier of een boormachine verlegen zit, om maar eens wat te noemen. Consuminderen en delen gaan op die manier hand-in-hand’, aldus Haers.  Cultuurvirus waart de komende tijd rond in het Dorpshuis Nisipa (21 september – 19.00 – 21.30 uur), het Innovitapark aan de Oostelijke-Havendijk (Naast het eveneens kersverse Sfeerstrand, 28 september – 19.00-21.30 uur), De Geerhoek in Wouw (5 oktober - 19.00-21.30 uur) en in Parrotia (Bibliotheek VANnU, 26 oktober – 16.00-22.00 uur).  Haers geeft –ongetwijfeld tot genoegen van cultuurwethouder Hans Verbraak-  tenslotte nog een belangwekkende tip mee: Zet je geplande subsidieverzoek om in een verlanglijstje en ontdek wat je met delen reeds kunt invullen. Zie ook www.cultuurnetwerkroosendaal.nl en Facebookpagina Cultuurvirus Roosendaal.


Maandag 11 september 2017

BURGERHOUT BIEDT HEMELSE BLIK OP ROOSENDAAL

Er bestaan in figuurlijke zin Ivoren Torens. Er zijn echter gelukkig ook torens van steen en cement die bij speciale gelegenheden belangstellende burgers in de gelegenheid stellen om het hoofd letterlijk boven het maaiveld uit te steken. De toren van de St. Josephkerk was zondag (10 september) zo’n speciaal geval. Het door deken van Mierlo in 1924 gerealiseerde kerkgebouw vormde het hoofdgerecht waarmee Bruisend Burgerhout zich middels een braderie-achtige activiteit op deze zonnige nazomermiddag  aan de gemeenschap presenteerde. Bij de entree stond een bordje met de wervende uitnodiging om zowel de gewelven te bekijken als de toren te beklimmen.  Dat is bij deze nieuwssite natuurlijk niet tegen dovemansoren gezegd. Stralen gewelven meestal slechts historie uit, deze voor het publiek verborgen ruimte deed nu even dienst als opslagruimte voor de grootse rommelmarkt die het komend weekeinde in de kerk wordt gehouden.

De gewelven bieden de bezoekers, mits enigszins elastisch gebouwd, de mogelijkheid om via een houten bruggetje even rond te lopen. Vanaf dat punt is het nog ‘slechts’ vijf trappen naar de nok van de kerktoren. Halverwege de klim sta je dan plots oog-in-oog met de fameuze kerkklokken die tegenwoordig via elektronica worden aangestuurd. Er is letterlijk geen beweging in te krijgen. Eenmaal gearriveerd geven vier deurtjes toegang tot een weidse blik op Roosendaal. ‘Mijn Stadje’ straalt deze middag slechts serene rust uit, waarbij het opvalt dat je vanuit Burgerhout snel de groene wijk naar rustieke dreven kan nemen. In de verte kun je nog net de Koepel van Oudenbosch trots zien glimmen. De voormalige Sint Josephparochie vormde in de periode 2001 – 2013 samen met de Fatima- en de H. Hartparochie de Emmaüsparochie. Nadat de O.L. Vrouw van Fatimakerk (2004) en H. Hartkerk (2006) waren gesloten bleef de Sint Josephkerk over in het Noord-Oosten van Roosendaal. Het bouwwerk, opgetrokken in de vorm van een kruis, is een product van de Amsterdamse school.  In de afgelopen jaren is de kerk evenals de pastorie grondig gerestaureerd. De vraag is nu of de Josephkerk ook parochiekerk zal blijven. Van de drie nog in gebruik zijnde kerken –naast St. Joseph zijn dat de Moeder Gods en de O.L. Vrouwekerk- wil het Bisdom Breda er slechts een voor de erediensten behouden. Een knoop die in 2019 wordt doorgehakt. Hoewel het gebouw niet zo centraal ligt als de O.L. Vrouwekerk maakt de Josephkerk vanwege zijn uitstraling, omvang, zichtlijnen en akoestiek een goede kans om als ‘winnaar’  uit de bus te komen. In de tijd van het goede Roomse Leven onder de roemruchte deken Van Mierlo was er al sprake van een grote rivaliteit met de Sint Janskerk op de Markt. De pastoors waren niet te beroerd om zieltjes van elkaar af te snoepen. De Sint Jan werd echter begin deze eeuw al aan de erediensten onttrokken. Na een korte periode (2007-2010) als Cultuurkerk dienst te hebben gedaan, heeft de St. Jan nauwelijks een publieke functie meer. Slechts sporadisch zijn er concerten, vaker wordt het complex gebruikt voor dansfeesten en groots opgezette evenementen voor een beperkt publiek. Ook is de centrale ruimte op de eerste maandag van het nieuwe jaar het decor voor de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie. Een bijeenkomst met een hoog ons-kent-ons-gehalte. Veelal wordt de receptie overheerst door lokale politici, bestuurders en vertegenwoordigers van het verenigingsleven en het maatschappelijke krachtenveld. 


Zaterdag 9 september 2017

PVC PLEIT VOOR EEN ECHT ROOSENDAALS VOLKSLIED

De Kermis-Mis met de onvolprezen kermisaalmoezenier Bernhard van Welzenes in de hoofdrol maakte op zondag 3 september in de ogen van de PVC helaas weer eens pijnlijk duidelijk dat het Roosendaal nog steeds ontbreekt aan een passend volkslied. Het ‘Roosendaols Lieke’ is natuurlijk best aardig, maar dat lied is voornamelijk geschikt voor carnavaleske activiteiten. Wat helaas voor Jan Mol ook geldt voor ‘Mijn Stadje’. 
 
Wat Roosendaal volgens de PVC nog ontbeert, is een passend, uniform lied dat bij uiteenlopende activiteiten en evenementen kan worden aangeheven. Natuurlijk kennen we ook het lied ‘Thuis in Roosendaal, op melodie van ‘The Rose’ (Bette Midler) op tekst van Anneke Lips en op muziek gezet door de helaas betreurde Roosendaalse zanger Mike Lorentz. ‘In die bloem groeit eens de mooiste roos’,  is een prachtige volzin uit de letterlijke vertaling, ‘De Roos’ gezongen door Bonnie St. Clair.  In een brief aan het College van B&W oppert de PVC  een ander alternatief. ‘Het lied ‘Bright Blue Rose’ uit het Ierse Songbook, vooral bekend in de uitvoering van Mary Black en Christy Moore, maar pas echt onsterfelijk gemaakt door ‘The Voice of Ireland’ Tommy Fleming (kijk maar eens op youtube). ZAGEN WE HEM MAAR EENS IN DE KRING!!!!  Een Roosendaalse vertaling is echter zeker niet onmogelijk (mooie opdracht voor Jan Rot – zie zijn lied ‘Roosendaal’ op melodie van ‘Birmingham’). De ‘blauwe roos’ kan natuurlijk omgetoverd worden in een rood exemplaar.  De PVC nodigt het College van B&W graag uit om hier eens bloedserieus over na te denken, zodat we de Kerstmis-Mis in het vervolg echt waardig kunnen afsluiten.  Voor de invulling van de karakteristiek van de Roosendaler, voor zover hij bestaat, kan met een gerust hart deels uit  historische studies worden geput’.

‘Historicus J. F. Slootmans heeft in het boek van Meertens en De Vries over het Noord-Brabantse volkskarakter de memoires van de Spaanse kapitein Alonso Vazquez aangehaald, die de karakteristiek van het Roosendaal ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog optekende.
Deze kapitein van de Piekeniers in Bretagne en van de Armada Real del Mar Oceano en de latere gouverneur van de citadel van Jaca en het Aljaferia van Zaragoza stelde dat Roosendaal in de zestiende eeuw alom bekend was om zijn rijkdom.

‘Hoewel niet door muren of grachten omgeven, bezit dit deel van het Hertogdom Brabant toch dezelfde voorrechten als een ommantelde stad. De inwoners zijn scherpzinnig, arglistig, flink gebouwd, bevallig en welgevormd van gestalte. Ze zijn meestal blond van haar en blank van huid. Ze zijn ijverig en ontwikkeld, zeer velen kennen de vier talen bij hen in gebruik (Nederlands, Hoogduits, Frans en Latijn). Ze zijn spaarzaam en begerig naar rijkdom. Een spaarzaamheid , grenzende aan gierigheid vindt men bij geen ander volk in die mate als bij hen. Ze zijn oorlogszuchtig en zeer geschikt voor de handel. Ze zijn lankmoedig, flegmatiek en koud en laten zich niet beheersen door toorn. Ze hebben de waarheid lief en liever zal iemand zich laten ombrengen dan landverrader te worden. Ze zijn belust op nieuwtjes’, aldus het Roosendaal van bijna vijfhonderd jaar geleden gezien door Spaanse ogen’.

‘Zelf wees Slootmans op het plattelandskarakter dat ondanks de snelle uitgroei, die reeds voor de Tweede Wereldoorlog gestalte kreeg,  lang goed bewaard is gebleven. ‘Dit wekt geen bevreemding als men weet dat een vreemdeling in het openbare gezelschapsleven wordt opgenomen, maar niet echt  Roosendaler wordt voor de familie er meer dan honderd jaar heeft gewoond. Hierin zit ook de reden dat de Roosendaler er niet gauw toe overgaat vreemden als huisvriend binnen te halen. Als plattelander praalhanst hij graag en veinst hij in de vreemde zelfs zijn buurman niet te kennen, alsof Roosendaal Antwerpen ware, met dit verschil dat in de laatste stad verschillende lagen van de bevolking elkaar goed liggen’.  Slootmans schrijft de Roosendaler mede alle kwaliteiten van het platteland tot voorbij Breda toe. ‘Kwaliteiten die goud waard zijn in de strijd om het bestaan. Men werkt hard, is eenvoudig, spaarzaam en volgzaam, al springt men wel eens uit de band.  Vroeger gebeurde dat vooral tijdens de kermissen. Een dorpskermis was toen een van de weinige hoogtepunten van het jaar. Maar ook later, toen er steeds meer vormen van vermaak bij kwamen, bleef de komst van de kermis een welkome aanleiding om het er eens goed van te nemen’. De Roosendaler als spaarzame levensgenieter dus die goed voor zijn eigen belangen weet op te komen, oftewel een ‘Bright Blue Rose’.   


Vrijdag 8 september 2017

PUBLIEK KAN WEER GAAN PROEVEN VAN DE KRING

Nog een volle week te gaan en dan opent het ‘meest vierkante gebouw van Nederland’ (uitspraak Youp van ’t Hek), oftewel De Kring, de deuren weer voor het naar cultuur smachtende publiek. Als vanouds wordt de aftrap verricht met de inmiddels traditionele KringProef, waarbij de bezoekers zich weer kunnen laten verrassen door de previews van voorstellingen die het komende seizoen te zien zijn in het theater.
Het is een angstvallig geheim, dat maar niet wil uitlekken, wie deze avond voor het voetlicht verschijnen.  Het publiek wordt bij binnenkomst in drie kleuren verdeeld. Aan elke kleur zit een iets andere programmavolgorde vast, maar aan het eind van de rit heeft iedereen toch hetzelfde te zien gekregen. Het ‘proeven’ smaakt ieder jaar weer naar meer, alleen de presentatie(vorm) is een terugkerend probleem. Daar heeft de organisatie (nog) niet de juiste formule en presentatoren voor gevonden.  Ook dat is op zaterdag 16 september dus weer de grote vraag hoe dat deze keer ingevuld is. Het avondprogramma wordt ook dit jaar weer op dezelfde dag vooraf gegaan door de KringProef Kindermiddag. De jeugdige bezoekers kunnen zich vanaf 14.00 uur onder meer vermaken met previews, knutselen, schminken, spelletjes en meet and greet. Beide programma’s zijn gratis toegankelijk. Voor het avondprogramma moet echter wel gereserveerd worden. De abonnementhouders op de kleine zaalproducties hebben dit seizoen overigens een flinke lastenverzwaring voor de kiezen gekregen. De afgelopen jaren betaalden ze 175 euro voor dit abonnement, inclusief een consumptiebon per voorstelling. De abonnementsprijs is weliswaar hetzelfde gebleven, alleen worden de consumptiebonnen nu wel in rekening gebracht. Dat betekent 2,50 per bon, met verplichte afname. Wie net als ik alle tachtig voorstellingen afneemt, betaalt zodoende circa 4,75 euro per voorstelling. Nog steeds een koopje, maar het betekent wel dat het abonnement voor grootafnemers als ondergetekende per saldo tweehonderd euro duurder uitvalt. Die beleidswijziging is niet bij iedereen in goede aarde gevallen. Vooral de verplichte afname van de bonnen deed bij menigeen de wenkbrauwen fronsen. Inmiddels heb ik een voorstel bij directeur-bestuurder Jan-Hein Sloesen ingediend om de kopjes koffie en thee gemakkelijker en vooral goedkoper te regelen, maar dat idee kan pas met ingang van het seizoen 2018-2019 ingaan, indien het al wordt overgenomen. De eerste ‘echte’ voorstelling in De Kring is op dinsdag 19 september ‘Onvoorwaardelijk’ van Vuur en Vlam Producties als onderdeel van het festival ‘Roosendaal Danst’.  


Donderdag 7 september

CABARETIER RIENTS GRATAMA (85) OVERLEDEN

De Friese cabaretier Rients Gratama is woensdag 6 september op 85-jarige leeftijd overleden. Hij was al langere tijd ziek. Gratama was ook acteur, dichter en presentator. Gratama werd geboren in Pingjum. De Fries begon in 1957 bij het theatergezelschap van Tetman de Vries. In 1963 werd hij ontdekt door Wim Sonneveld. Die stimuleerde hem het hele land door te trekken met zelfgeschreven programma's.
Hij schreef musicals zoals Mata Hari en teksten voor onder anderen Robert Paul en Joke Bruijs. Gratama speelde met Jasperina de Jong en Gerard Cox in de musical Fien en met Jenny Arean in de musical Heerlijk duurt het langst. Daarnaast was hij zo'n twintig jaar docent aan de Kleinkunstacademie in Amsterdam. Als acteur speelde hij op het toneel de hoofdrol in King Lear en de Pieter Verhoeff-films De dream en Nynke. Gerard Cox zal binnenkort ongetwijfeld aandacht besteden aan het overleden van zijn oud-collega in zijn vaste rubriek in het huis-aan-huis-blad De Oud Rotterdammer. Dit is het tweede verlies dat de kleinkunstwereld in korte tijd lijdt. Eerder deze week overleed Pieter van Empelen, een van de oprichters van cabaretgroep Don Quishocking.


Dinsdag 5 september 2017

THEATER OP LOCATIE (TOL) BIJ SIEBEN RECREATIE

Bij sport wordt niet zelden toneel gespeeld. Deze keer is dat anders, want degenen die bereid zijn om THEATER-TOL te betalen, kunnen vier avonden bij Sieben Recreatie aan De Stok terecht voor het echte toneelspel middels de tweejaarlijkse traditie Theater Op Locatie, TOL. Toen het Roosendaals Toneel haar 85-jarig bestaan vierde in 2003 organiseerde deze oudste amateurtoneelvereniging van Roosendaal een toneelproject waarbij het publiek van de ene locatie naar de andere diende te lopen om telkens een ongeveer 25 minuten durend toneelstukje te zien. Elke eenakter past inhoudelijk bij de plaats van opvoering. De toeschouwers verzamelen zich bij een vertrekpunt van waaruit zij onder leiding van een gids wandelen naar drie locaties om verrast te worden door de omgeving en drie speciaal hiervoor geschreven eenakters.
Elke editie richt zich op een bepaalde wijk of dorp. Zo zijn onder meer het centrum, het Kadegebied, Burgerhout en twee keer Nispen aan bod gekomen. De eerste editie van TOL was meteen zo succesvol dat andere, steeds wisselende toneelverenigingen enthousiast de organisatie ter hand namen voor de edities 2005, 2007, tot op heden.  En nu is TOL weer terug bij Roosendaals Toneel, aan het begin van het jubileumjaar waarin het honderdjarig bestaan wordt gevierd. Na TOL hoopt Roosendaals Toneel dit seizoen, 2017-2018, nog heel wat van zich te laten horen. Zo verschijnt er dit najaar een boek over de honderdjarige geschiedenis van de vereniging en ook staan er voor 2018 twee bijzondere producties op stapel . Wie nu bereid is TOL te betalen, ziet drie toneelverenigingen aan het werk: De Roosendaalse Comedie, Onderling Kunstgenot en het Roosendaals Toneel, aangevuld met een gastspeler van Drie Maal Plankenkoorts en één van Première (Bergen op Zoom). Er is ook een speciale bijdrage (wát precies houdt RT-voorzitter Ad Stofmeel nog even voor zich ) van Theaterwerkplaats Tiuri. TOL vindt dit jaar plaats op 16, 17, 23 en 24 september. Het publiek komt vanaf 19.15 uur samen bij Sieben Recreatie, De Stok. De wandeling naar de drie locaties begint om 19.45 uur. Kaarten kosten 10 euro in de voorverkoop, aan de kassa (alwaar geen mogelijkheid om te pinnen) 12 euro.
Reserveren: roosendaalstoneel@home.nl met vermelding van de gewenste datum. Nieuwssite www.roosendaalspleijdooi.jimdo.com heeft dit uitstapje gepland staan voor zondag 17 september. 


Dinsdag 5 september 2017

PIANIST/COMPONIST PIETER VAN EMPELEN OVERLEDEN

Pieter van Empelen, medeoprichter van het cabaretgezelschap Don Quishocking, is op 74-jarige leeftijd overleden. Van Empelen was tekstschrijver, pianist en componist. Don Quishocking begon in de jaren zestig met Pieter van Empelen, Jacques Klöters, Fred Florusse en George en Anke Groot.
Ze groeiden uit tot een van de toonaangevende cabaretgroepen in de jaren zeventig. De oude School en Opa's honderdste verjaardag zijn de bekendste composities van Van Empelen uit zijn periode bij Don Quishocking. In 1977 verliet Van Empelen het cabaretgezelschap. Hij werd daarna directeur van het maritiem museum Prins Hendrik in Rotterdam. Later was hij bouwcoördinator bij de Hermitage in Amsterdam. Van Empelen bleef ook actief in het cabaret als regisseur van onder meer NAR en de Berini's.


Maandag 4 september 2017

WAT IS HET NUT VAN KUNST EN CULTUUR?

Voor zover bekend heeft de vraag wat het nut is van kunst voor het eerst in het Engeland van 1860 tot een groot maatschappelijk debat geleid. De teneur van de commentaren was niet bepaald hoopgevend.  Degenen die zich in de discussie mengden, repten vooral van de negatieve invloed die kunst zou hebben op zaken die werkelijk van belang waren. ‘Niet door de kunst waren de grote industriesteden gebouwd, de spoorwegen aangelegd, de kanalen gegraven, was het Britse Rijk tot een wereldimperium uitgebouwd en Groot-Brittannië tot de voortreffelijkste aller naties gemaakt’, sneerde een vooraanstaand commentator. 
Een ander merkte op dat ‘langdurige blootstelling aan kunst kon leiden tot verwijfdheid, introspectie, homoseksualiteit, jicht en defaitisme’. John Brights, gedeputeerde voor Birmingham, omschreef in een toespraak uit 1865 cultureel ingestelde burgers als ‘een pretentieus kliekje dat zijn aanzien slechts ontleende aan de paar woordjes die ze kenden van de twee dode talen Grieks en Latijn’. Frederic Harrison, verbonden aan de Universiteit van Oxford, gooide daar nog een forse schep bovenop. ‘Cultuur is een wenselijke eigenschap bij iemand die nieuwe boeken bespreekt. Toegepast in het dagelijks leven of de politiek, verwordt het tot een neiging om op alle slakken zout te leggen, tot een voorliefde voor egoïstisch welbehagen en besluiteloosheid wanneer het op daden aankomt. Een gecultiveerd man is een van de armst denkbare stervelingen. Wat betreft pedanterie en gebrek aan gezond verstand is geen mens zijn gelijke’.  Tegengas kwam van Matthew Arnold, hoogleraar poëzie aan de Universiteit van Oxford, die in zijn boek ‘Culture and Anarchy’ grote kunst omschreef als ‘een probaat medicijn tegen de diepste spanningen en angsten van het leven’. Kunst was voor hem synoniem voor ‘de kritiek van het leven’. In het werk van kunstenaars is er in Arnolds visie altijd een protest tegen ‘de stand van zaken in de samenleving te vinden en daarmee een poging onze inzichten te corrigeren of ons te leren schoonheid te onderscheiden, ons te helpen pijn te begrijpen of onze ontvankelijkheid een nieuwe stimulans te geven, ons onvermogen tot empathie te prikkelen of ons moreel perspectief via verdriet of vrolijkheid opnieuw in evenwicht te brengen’.  Een hele mond vol waarin kunst als een schone doch serieuze zaak wordt weggezet.  Die opvatting is tot op heden nauwelijks bijgesteld. ‘André van Duin (70) is onbetwist Nederlands grootste volkskomiek. Zijn carrière, die ruim een halve eeuw beslaat is generatie-overstijgend. Van Willempie en revuester tot Animal Crackers en Dik voor Mekaar – iedereen is dol op Andre’, schreef Arnold Gelder onlangs in het AD. Dat is wel eens heel anders geweest. Ten tijde van de populaire André van Duin Revue gaf het in studentikoze kringen geen pas om te lachen om de grappen en de gekke-bekken-trekkerij van de geboren Rotterdammer.  Nu wijst onderzoek uit dat hij onder alle generaties met afstand de meest gewaardeerde- en bewonderde bekende Nederlander is, maar als een drager van de Nederlandse cultuur pur sang zal Van Duin toch maar door weinigen worden gezien, hoewel hij toch aan meerdere van Arnold’s ‘voorwaarden ‘ beantwoordt.  Johan Cruyff uitgezonderd zijn het drie culturele ondernemers die wereldwijd de bekendste ambassadeurs van Nederland zijn. De kunstschilders Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh zijn al eeuwenlang een begrip in welk buitenland dan ook. Andre Rieu, de onbetwiste koning van de romantiek, behoort met zijn Johann Straussorkest tot de vijf grootste acts op Aarde en krijgt elk publiek moeiteloos aan het walsen. Brights en Harrison beschikten niet over voortschrijdend inzicht, maar met de kennis van nu zou je verwachten dat zeker in ons land culturele studierichtingen in hoog aanzien staan. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik op Radio 1 in een discussie tussen studenten belandde waarin gesproken werd over pretstudies in relatie tot opleidingen voor een carrière in de kunst en de media. Communicatie, filosofie, geschiedenis, kunstgeschiedenis en zelfs bouwkunde, als het aan deze ‘wijsneusjes’ ligt belanden al deze lol- en jolijtpakketjes op de mestvaalt van de moderne ICT-maatschappij. Want daar was deze ‘hoop voor de toekomst’ het wel over eens.  ‘ICT-ers, daar zit de maatschappij pas op te wachten. Dat verdient ook heel goed, dus dat moet wel een topstudie zijn’, concludeerden ze eensgezind. Misschien zou het boek ‘Culture and Anarchy’ verplichte kost moeten zijn alvorens de bollebozen tot welke studie dan ook toe te laten. Het is in economisch opzicht natuurlijk heel nuttig dat ze straks de computers van A tot Z kunnen doorgronden, maar zou het niet wenselijk zijn als ze eerst iets van de wereld en de daarop levende wezens begrijpen?  De artotheken, de musea, de filmhuizen, de theaters, mediabedrijven en culturele opleidingsinstituten kunnen hun deuren wel sluiten als het aan deze no-nonsense generatie ligt. Ze moeten echter wel beseffen dat er straks dan geen kunst meer is om boven de bank te hangen, ter ziele gegane theaters en bioscopen zijn bij gebrek aan input geen doel meer voor een avondje uit, rest wellicht alleen nog de kroeg om even de zinnen te verzetten. Maar waarom zou je eigenlijk nog je horecapapieren gaan halen als de ICT zoveel beter betaalt?  Er is nog een boek dat ze zouden moeten lezen, dat van Koning Midas die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen, en daardoor niets meer kon eten. Zonder al die tot armoede gedoemde artistieke sukkels zou het dus maar een saaie bedoening worden in de BV Nederland. Deze studenten krijgen van hun nieuwe omgeving ongetwijfeld nog zoveel prikkels mee dat ze de zotheid van hun tunnelvisie snel zullen inzien. Veel ernstiger en ronduit griezelig is dat binnen de gelederen van de VVD de mening postvat dat pretstudies zoals bovenstaand beschreven niet langer gefinancierd moeten worden door de overheid. Gijs Scholten van Aschat liet in een interview met De Volkskrant weten dat hij in zijn nieuwe hoedanigheid van voorzitter van de Akademie van Kunsten politiek en kunst bij elkaar wil brengen. Uit dat gesprek werd duidelijk dat hij van Mona Keijzer, notabene ooit cultuurwoordvoerder van het CDA, niet veel te verwachten heeft. ‘Ik wil dat ze zien hoe goed we zijn en ik schroom niet om de komende twee jaar voor gekke Henkie te spelen’, aldus de nieuwe cultuurpaus. Misschien is het raadzaam dat Van Aschat de naderende voldongen politieke feiten niet afwacht en nu reeds met een aantal gelijkgezinden een speciale voorstelling geeft voor de onderhandelaars die betrokken zijn bij de kabinetsformatie. Gezien het getalsmatige overwicht van de VVD in het komende kabinet kun je met een ‘For Your Eyes Only’-voorstelling verdere bloedarmoede in de kunstsector beter zien te voorkomen dan te genezen.  Mark Rutte studeerde geschiedenis, er is dus nog hoop!


Zondag 3 september 2017

WIL JIJ OOK NOG WAT ZEGGEN, PASTOOR?

De jaarlijkse Kermis-Mis in de botsautootjes bracht kermisaalmoezenier Bernard van Welzenes zondagochtend voor het eerst in contact met de nieuwe pastoor van de St. Norbertus-parochie, Ronald van Bronswijk. Bij de gezamenlijke opening van de dienst stak Van Welzenes op zijn bekende goedmoedige wijze de draak met de kersverse herder die zich daardoor genoodzaakt zag het ‘Gebed om Vergeving’ speciaal op te dragen aan Van Welzenes. Het viel de kermisaalmoezenier natuurlijk direct op dat het College van B&W in tegenstelling tot de vorige diensten deze keer maar matig vertegenwoordigd was (na de verkeersblunder met de Ladies Tour opnieuw een slechte beurt van het Stadskantoor) en dat kreeg burgemeester Niederer onmiddellijk op zijn brood. Na deze ‘reprimande’ informeerde Van Welzenes bij Van Bronswijk of de pastoor ook nog wat wilde zeggen.  Die wilde dat wel, maar hield het angstvallig kort.
Zo’n goedaardige botsing der geesten kon in deze kermisambiance van de botsautootjes natuurlijk wel een stootje hebben. Pastoor en Pater, altijd een heikele combinatie, zaten na deze schermutselingen elkaar verder niet in de schaarse haren.   Met de invulling van het befaamde ‘preekje’ wist Van Welzenes deze keer niet goed raad. Via mijn column over de vreemde indruk die de paus recentelijk heeft gewekt met zijn actieplan rond de migranten en vluchtelingen (zie gedeeltelijk onderstaand) had ik getracht hem wat munitie aan te reiken, maar dat bleek helaas vergeefse moeite te zijn geweest.  In plaats daarvan liet de pater de kinderkes weer eens tot hem komen, waarvoor hij deze keer wel enige aansporing moest gebruiken. ‘Het lijkt wel een bejaardenhuis’, moedigde hij ze aan om toch maar naar het spreekgestoelte te snellen.  Eenmaal gearriveerd raadde hij de jongelingen aan hun hart te laten spreken en hun talenten in te zetten voor de mensen die het zo hard nodig hebben.  ‘Jezus zei bewust, ga naar de mensen toe. Hij zei niet dat ze in allerlei besturen moesten gaan zitten. Hij zei er nog iets bij, namelijk ga vooral naar mensen toe voor wie je iets extra’s kunt betekenen. Ook als ze niets willen weten van de kerk is dat een raad die nog niets aan waarde heeft verloren’, aldus Van Welzenes.  In het resterende deel van de dienst liet de pater zich kennen als een ware charmeur door de dames die de Bijbelteksten uitspraken te complimenteren met hun kapsel. Degenen die op een wonder hadden gehoopt moest hij echter teleurstellen. ‘Bij een heel speciale gelegenheid heb ik mogen verkondigen dat er geen collecte zou worden gehouden. Helaas voor u, dat wonder gaat vandaag niet geschieden. Ik reken erop dat u net als voorgaande jaren weer gul in de buidel zal tasten’.  Aan het slot had hij weer een aantal cadeautjes, nu eens niet van de Aldi maar van de Jumbo,  paraat voor de medewerkers aan deze dienst.  Sjaak Sebregts zette namens de werkgroep het echtpaar Van de Corput nog even in het zonnetje. Jarenlang bestierden Harry en Annie beide snoepkramen op de kermis. Mede vanwege hun leeftijd hebben ze onlangs besloten de kramen van de hand te doen, maar – zo beloofden ze Sjaak plechtig – ‘dat zal niet verhinderen dat we de Roosendaalse kermis trouw blijven bezoeken’.  Het ‘Roosendaols Lieke’, waarmee de dienst traditioneel wordt afgesloten werd bij absentie van de vaste bespeler niet begeleid op het kermisorgel, maar daar wist de vaste organist Jack Buijs wel een mouw aan te passen.  Al met al was het wel een geslaagde dienst, maar toch moet ook worden vastgesteld dat er enigszins de sleet op deze formule is gekomen. De Kermis-Mis van 2018 kan best wat nieuwe impulsen gebruiken.  Zie onderstaand de bewuste passage uit mijn vorige column.             

Komt kritiek op kerkleider aan de orde in de Kermis-mis?
Dat ‘dichtbij-de-mensen-staan’ spreekt Bernard van Welzenes  ook zo aan in de huidige kerkleider Franciscus, waar hij veel meer waardering voor kan opbrengen dan diens voorganger Benedictus XVI (Joseph Ratzinger), die hij tijdens de Kermis-mis eens betitelde als ‘een wijze kamergeleerde’.  Het zal Van Welzenes dan ook ongetwijfeld aan het hart gaan dat Franciscus vanwege diens pauselijk actieplan over vluchtelingen en migranten, dat op 21 augustus werd gepubliceerd, stormen van kritiek over zich heeft afgeroepen.  Bij Punt 5 heeft de paus een zin geschreven die met een wereldwijde frons is ontvangen en waarop met afschuw is gereageerd.  ‘Persoonlijke veiligheid en waardigheid moeten altijd voorrang krijgen op de nationale veiligheid’. Als je zoiets durft te publiceren enkele dagen na de moordpartij op de Ramblas van Barcelona gooi je je zo zorgvuldig opgebouwde imago publiekelijk te grabbel, zo kreeg Franciscus massaal voor de voeten geworpen. Een politicus die tegen de slachtoffers en de nabestaanden van het internationale terrorisme vertelt dat de nationale veiligheid ondergeschikt moet worden gemaakt aan de individuele veiligheid van migranten, vluchtelingen en asielzoekers zou waarschijnlijk bedekt met pek en veren de stad worden uitgeschopt, zo stelde columnist Ephimenco terecht in dagblad Trouw. Dat Franciscus zich steeds meer als een politicus en niet primair als kerkleider opstelt, wekt eveneens heel wat wrevel. In het actieplan spreekt hij zich ook uit voor een politiek van ongebreidelde gezinshereniging, ‘inbegrepen grootouders, broers, zussen en kleinkinderen, dit zonder het stellen van economische eisen’, want zo redeneert de paus..’migratie is een natuurlijke menselijke reactie op crisis en het bewijst dat ieder mens streeft naar geluk en een beter leven’. Volkomen wereldvreemd, was nog een van de mildste kritieken op dit politieke document. In de westerse wereld kennen we gelukkig de scheiding van kerk en staat, en binnen die verhouding zijn het de wereldse bestuurders die een passend antwoord moeten vinden op de massale immigratie, waarbij met name Europa in het rampjaar 2015 bijzonder slordig is omgesprongen met het verdedigen van zijn buitengrenzen. Een onbegrensde invasie van ‘naar geluk strevende mensen’ zou overal ter wereld tot een enorme chaos leiden.


Zaterdag 2 september 2017

ROOSENDAALSE KERMIS BIEDT ALLEEN MAAR MEER HERRIE

Even leek de regen vrijdagmiddag een zonnige opening van de jaarlijkse Kermis in de weg te staan. Kort voor het startsein klaarde het echter op en kon wethouder Cees Lok op de Oostelijke-Havendijk ter hoogte van de Sound Machine en de Spinning Coaster zijn favoriete stokpaardje berijden: mooi weer spelen. Zich niets aantrekkend van alle kritiek die de laatste weken is gespuid op de kermislocatie, papegaaide hij de woorden na die de voorzitter van de Kermisbond eerder had gesproken en zei ook hij trots te zijn op de Roosendaalse Kermis in de huidige staat. Waar die trots op gebaseerd is, vergat hij helaas te vermelden.

Een kinderhand is echter gauw gevuld, en omdat Lok inhoudelijk niets te melden had, werd al snel het confettikanon met gratis kaartjes voor de attracties afgeschoten. Een stem uit een microfoon maakte duidelijk dat alleen de witte muntjes ‘rechtsgeldig’ waren. Een eerste rondgang over het kermisparcours maakte duidelijk dat er niets nieuws onder deze kermiszon is en dat enkele cruciale attracties op zijn zachtst gezegd nogal ongelukkig staan opgesteld. Zo sluit de spectaculaire Airrace het kermisterrein ter hoogte van het nieuwe wooncomplex Douanier vrijwel geheel af. En dat leverde nog voor het startschot viel al heel wat verontwaardigde reacties op van omwonenden en bezoekers. Niet alleen de kwaliteit laat te wensen over, in kwantitatief opzicht houdt het ook niet over. Omdat er op dit terrein volop gebouwd wordt, is de Wipwei niet langer beschikbaar als kermislocatie, en dat was nu uitgerekend de laatste twintig jaar het gezelligste onderdeel van het circuit. Met een kleine uitbouw richting Oostelijke-Havendijk kon dit jaar echter volstaan worden. Het is tevens een duidelijk signaal dat de Kermis als cultuurbeleving begint te imploderen. Een mobiele loopbrug verbindt dit terrein met het Kadeplein, waar slechts de o zo vertrouwde attracties staan opgesteld. Wat in de avonduren wel opviel, is dat de combinatie van attracties op het Kadegebied tot een gigantische kakafonie leidde die ongegeneerd uitwaaierde richting Markt, waar ook al niets nieuws onder de zon te beleven is. Plannen is ook al niet de sterkste kant (zijn die er wel?) van dit College van B&W. In het huis-aan-huis Sufferdje uit Zundert staat een foto afgedrukt die duidelijk maakt dat de werkzaamheden in de Kloosterstraat nu het nieuwe schooljaar is begonnen tot een gigantisch verkeersinfarct hebben geleid. Het is dan niet bepaald handig om dan ook nog eens de Markt af te sluiten voor het verkeer en vol te zetten met achterhaalde ‘kermisattracties’. Een dag nadat de Ladies Tour een bezoek had gebracht aan Roosendaal, wat een gigantische verkeerschaos teweeg bracht in de Westrand (B&W had weer even niet goed nagedacht), stond het parkeerterrein van het Herstaco Stadion weer in al zijn naaktheid hartstochtelijk te wenken naar de Roosendaalse Kermis. De oplossing is soms zo simpel. Zet de hele kermisboel daar neer en je hebt een prachtige compacte kermis waar tevens volop parkeergelegenheid is. Het is zelfs goed denkbaar om het Stadion zelf bij de activiteiten te betrekken.  Logica is aan dit College en met name aan wethouder Cees Lok, die zich geen verantwoording schuldig acht aan individuele burgers, echter niet besteed. Maar ook dat is geen nieuws meer.


vrijdag 1 september 2017

GAAT ROOSENDAAL DE AFVALBAKKEN NU OOK OPEN ZETTEN?

Een aantal jaren terug werden de bewoners van het complex Marktstede door inzamelaar Saver overvallen met de mededeling dat de algehele groepscontainer binnen enkele dagen vervangen zou worden door ondergrondse containers. Lang daarvoor hadden diverse bewoners protest aangetekend tegen deze nieuwe voorziening, omdat de geplande locatie (in het Emile van Loonpark) te ver verwijderd lag van een aantal woningen in Marktstede. Door dit proces onder druk van de gemeente Roosendaal als zijnde de opdrachtgever toch door te zetten, zondigde Saver tegen de eigen regels in. Daarin stond immers maximale afstand tussen woonadres en afvalcontainer precies aangegeven, en de bewuste woningen in de Marktstede vielen buiten die straal.
Protest haalde weer eens niets uit. De gemeente had geen tegenargumenten en weerwoord paraat, een fatsoenlijke, inhoudelijke reactie bleef dus uit, wat niet ongebruikelijk is in de handelwijze van dit College van B&W, en zodoende waren de bewoners gedwongen om deze veel te lange gang naar Canossa te maken.  Voor de oudere inwoners leverde dat nog een extra nadeel op. De ondergrondse container opent zich pas nadat een persoonsgebonden pasje voor de scanner wordt gehouden.  Door het persoonsgebonden karakter van het pasje kan Saver precies registreren hoeveel zakken afval er in de container zijn gedeponeerd.  Voor iedere ‘opening’ wordt de bewoner bij het jaarlijkse  gemeentelijke aanslagbiljet een bedrag in rekening gebracht.  Veel oudere bewoners zijn niet in staat om met zware zakken te gaan slepen en gooien hun afval daardoor noodgedwongen weg in halfvolle- of kleine zakken.  Zij zijn dus letterlijk de klos bij dit College waarin ook de SP is vertegenwoordigd, de partij die altijd zo luidruchtig beweert op te komen voor de kleine luyden.
De gemeente Arnhem haalde in 2014 ditzelfde ‘geintje’ uit met zijn inwoners, niet veel later gevolgd door Haarlem, Maastricht, Utrecht en Nijmegen.  Ook deze gemeenten redeneerden: wie meer weggooit, betaalt meer dan wie niet zoveel weggooit. De gemeente Roosendaal is dus niet de enige die geen oog had en heeft voor inwoners die kampen met het aftakelingsproces.  In Arnhem woont echter een zekere Michiel Jonker en die heeft om een heel andere reden protest aangetekend tegen deze gang van zaken. Hij wil uit privacyoverwegingen  niet dat de gemeente bij houdt wanneer, waar en hoeveel vuilnis hij weggooit. Hij tekende bezwaar aan en vele rechtszaken later heeft hij nu zijn gelijk gekregen. Arnhem ging overstag en besloot de ondergrondse containers voor iedereen open te stellen. Passé gehaat pasjessysteem dus.  Althans in Arnhem. De rechtbank ging mee in Jonkers redenering dat de frequentie en de hoeveelheid afval zou kunnen aantonen dat er meer mensen in een huis wonen dan opgegeven.  Hier lag het gevaar van ‘Functioneel Creep’ op de loer, was de rechtbank het met Jonkers eens. Dat begrip staat voor het gebruikmaken van data voor iets waarvoor het oorspronkelijk niet bedoeld was. Opsporingsambtenaren die reisgegevens van studenten gingen opvragen om te controleren of ze thuis of op kamers woonden, brachten het ‘Functioneel Creep’ weer eens breed onder de aandacht. De burgers gingen massaal beseffen dat ze zelf wel eens de dupe kunnen worden van een alles controlerende overheid. Een regeringsambtenaar die met een druk op de knop kan inzien of burger A. op de bewuste dag een anti-regeringsprotest bezocht of dat hij op het aangegeven tijdstip keurig de vuilniszak in de afvalbak deponeerde, brengt de gevreesde ‘Big Brother’ maatschappij wel heel angstvallig dichtbij. Om het huisafval zo direct aan George Orwell’s toekomstvisie 1948 te verbinden, lijkt wat kort door de bocht. ‘Maar bij een berg zand waar je steeds een korreltje vanaf neemt, komt er een moment waarop je het geen berg meer kunt noemen’, zo waarschuwde hoogleraar technologie en recht Bert-Jaap Koops in De Volkskrant voor een al te toegeeflijk gedrag van de burger richting overheid. Nu er jurisprudentie is, kunnen de bewoners van Marktstede de omstreden betaalde, afgeschermde, ondergrondse containers zij het op geheel andere gronden alsnog aanvechten.