Maandag 24 juli 2017

PVC PLEIT WEER VOOR PERMANENTE POLITIEPOST OP MARKT

Het is niet de manier waarop een gemeente graag in het nieuws komt. Uit de veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat Roosendaal de landelijke lijst aanvoert van gemeenten met de meeste overlast ten gevolge van drugsgebruik. Veel burgers storen zich onder meer aan het schaamteloos dealen op straat, waaronder de Markt. De PVC heeft destijds het voorstel gedaan om een permanente politiepost op de Markt te realiseren. ‘Zeker nu is vastgesteld dat de Markt een van de plekken is waar openlijk drugs worden verhandeld, moet de politiek hier maar eens serieus over na gaan denken. Van een permanente politiepost hartje stad zal tevens een preventieve werking uit gaan. Niet alleen m.b.t. drugshandelaars, maar ook m.b.t. de brommerterreur, waar wethouder Cees Lok geen oplossing voor weet te vinden’, aldus de partij in een brief aan het dagelijks bestuur.

‘Vanuit een permanente politiepost op de Markt kan tevens een oogje in het zeil worden gehouden in het Emile van Loonpark. Voorts vraagt de PVC zich af wat er ‘s avonds op de Nieuwe Markt geschiedt wat het daglicht niet kan velen. Daar kun je de ruim drie miljoen euro geïnvesteerde aankleding ten spijt ‘s avonds een kanon afschieten, een ideaal werkterrein voor drugscriminelen. Ook dat toezicht wordt vergemakkelijkt met een permanente politiepost op de Markt.  De investering die hiermee gemoeid is, verdient zich snel terug’. In aanvulling hierop wil de PVC van het College weten hoe het momenteel met de aanvullende politiehulp is gesteld. Toezichthouders, surveillance-eenheden bestaande uit burgers, etcetera. Voorts vraagt de PVC zich af of het in de naaste toekomst mogelijk wordt om een soort robotpolitie (robocops) in te zetten voor toezichthoudende taken en natuurlijk is de partij zeer benieuwd wat het College denkt te gaan doen om Roosendaal flink op die CBS-lijst te laten dalen. 


Zaterdag 22 juli 2017

IN ALTENA IS DE GROND STRAKS WEER GROEN (EN DE HEMEL BLAUW)

Triest dat Toon Hermans dat niet meer mee mag maken. In de nieuwe Brabantse fusiegemeente Altena (samenvoeging Aalburg, Werkendam en Woudrichem) wordt het straks een dure aangelegenheid om de borders te veranderen in een veredelde parkeerplaats. ‘Dichtgetegelde tuinen nemen minder regenwater op en lozen dus meer op de gemeenschappelijke hemelwaterafvoer. Dat extra gebruik zou dus ook extra belast moeten worden’, sprak wethouder Pim Bouman (nu nog) van Aalburg wijze woorden.
Toon Hermans mocht daar graag over dromen. ‘Bloemen in de straten. Banken in het gras. Nergens meer soldaten. O, als dat eens mogelijk was. Doodgewoon wat leven in de zonneschijn. Mekaar wat kusjes geven, wat zou dat zalig zijn’. Niet zo verwonderlijk dat ‘die komiek van onder de sneeuwgrens’ (koosnaampje van Lou Bandy) zo verrukt was van het gras. Zo’n mooi groen tapijt riep bij Toon altijd herinneringen op aan zijn schooljeugd. ‘Wij hadden destijds een prachtige schooljuf, mevrouw De Wind. Het viel mij als klein jongetje al op dat mevrouw De Wind twee prachtige benen had. En die kon ze zo mooi uitspreiden als ze weer eens languit in het gras naast de school ging liggen. Kijk, zei ik dan tegen mijn vriendjes: De Wind is weer gaan liggen’. Sittards grootste zoon zou het ongetwijfeld enthousiast hebben toegejuicht dat zijn nostalgische dromen door wethouder Bouman omgezet zou worden in nuchter, bestuurlijk beleid. Bouman wees bij het ontvouwen van zijn plannen op de klimaatverandering die nu al in gang is gezet. ‘Hierdoor is er een toegenomen kans op hoosbuien. Dat regenwater proberen we op te vangen met grote rioolbuizen en verdiepte wegen. Zo willen we de kelders van de bedrijven en de burgers droog houden. Maar de gemeente mag bij die inspanningen ook iets van de burgers vragen. En een betegelde tuin helpt bij die aanpak niet’. Een kritische geest had kunnen tegenwerpen dat de gemeenten in het verleden massaal betegelde industrieterreinen hebben laten aanleggen en dat de gemeente dus zelf ook wel het nodige kan bijdragen om het droog te houden binnen de bebouwde kom. Kennelijk zijn kritische geesten net als in Roosendaal het geval is niet welkom bij gemeentelijke persconferenties in het toekomstige Altena en bleef tegengas dus uit. In de berichtgeving van de ‘betere kranten’ is daar in ieder geval niets over terug te vinden. Hoe de ‘tuintegeltaks’ er uit gaat zien is nog niet bekend. De gemeenteraad van Altena moet straks over het voorstel beslissen, als het tenminste ooit zover komt. In de huidige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem worden net als in de rest van het land in maart 2018 eerst nog gemeenteraadsverkiezingen gehouden en het is nog maar de vraag of de op zetels beluste politici het aandurven om de eigenaren van verharde tuinen zo tegen de haren in te strijken. Dapper is de actie van Bouman in ieder geval wel. Hij rekent op een stevig maatschappelijk debat over deze kwestie die ‘de burgers van de fusiegemeente in ieder geval bewust maken van hun verantwoordelijkheid als tuinbezitter’. Of als huurder van een huis met tuin, voeg ik er zelf maar even aan toe, want ik neem aan dat de huurder in Altena straks ook ‘baas in zijn tijdelijke tuin’ is. Rest mijn vraag of en wat voor acties het dagelijks bestuur in het vooruitzicht gaat stellen waarmee ze het goede voorbeeld wil geven. In dat verband is het wellicht nuttig om terug te grijpen op een overpeinzing die Annie M.G. Schmidt reeds in 1954 publiekelijk uitte. Na lang wikken en wegen besloot Annie een klein lapje grond van een boer te kopen, tussen twee vaarten in. Als toenmalig cursiefjesschrijfster van het Parool kon ze haar geluk aanvankelijk niet op. ‘Dat eigen stukje grond heeft mij juist dat gevoel van vrijheid teruggeven, wat ik sinds mijn derde jaar totaal had verloren. Dit is het, dacht ik, een mens moet grond hebben. Van grond krijgt hij zijn zelfvertrtouwen terug. Hij moet grond hebben, waar niemand hem van af kan slaan en waar hij zelf wel iemand van af kan slaan’, jubelde ze, zich waarschijnlijk niet realiserend dat deze droom voor maar weinig Parool-lezers was weggelegd.  Het stukje grond werd Annie dierbaar, ‘met zijn GRAS, zijn distels, zijn kevers en mieren die allemaal van mij waren’. Zoals zo vaak het geval is, duurde ook deze idylle niet lang. Toen Annie zich realiseerde dat ze met behulp van tal van hypotheken, leningen, herbouwplichten en subsidies een huis kon laten bouwen op dat heilige stukje grond, sloeg de twijfel toe. ‘Wanneer erop gebouwd wordt, is het geen grond meer’, stelde ze nuchter vast. Met enige weemoed naar het lieve lapje turend, sloeg het Eureka-gevoel plotseling toe. ‘Weet je’, sprak ze zichzelf belerend toe. ‘Als het dan moet (van wie dan wel?, vraag je je op dat moment als lezer af), dan wil ik tenminste een huis bouwen zonder vloeren. Ik wil een huis van enkel muren – en tussenmuren natuurlijk, want er moeten toch kamers komen en een keuken, maar de grond moet zo blijven als hij is: gras’. Centrale verwarming, gele gordijnen, een antiek kastje en een moderne eettafel, Annie wilde het allemaal, maar alles op gras. ‘Dan houd ik dat gevoel van mijn grond. Ik wil in de woonkamer petunia’s zaaien bij het raam en die iedere dag begieten, terwijl ik aan de lunch zit. En ik wil naast de eettafel een klein perenboompje planten. In het voorjaar zullen de bloesems zich dan over het ontbijtlaken buigen, zo heerlijk. Als de vruchten aan de perenboom in bloei staan, hoef ik voor het dessert enkel mijn hand uit te steken. En wat moet het verrukkelijk zijn om ’s morgens uit je bed te stappen en direct met je voeten in het gras te belanden. Nergens vloerbedekking nodig, nooit meer iets te boenen, nooit meer iets in de was te zetten. Geen zeil, geen parket, geen matten, dus geen stofzuiger meer nodig. Hooguit valt te overwegen om in de ontvangstkamer het gras te maaien, dat zou iets gedistingeerder staan’. Helaas voor Annie was het plan te mooi om waar te zijn. ‘Men (ongetwijfeld een man van de gemeente) heeft mij verteld dat het niet gaat. Dat een huis op fundamenten gebouwd moet worden. Alsof er iets fundamentelers bestaat dan aarde en GRAS’, verzuchtte ze. Annie is het in 1954 niet gelukt om haar dromen te laten uitkomen. Misschien ziet de nuchtere wethouder Pim Bouman wel mogelijkheden om hier op voort te borduren, met in het achterhoofd het beroemde dichtregeltje van Toon Hermans: Waar het gras weer groen is (in Altena dus) en de hemel blauw. HEMELBLAUW. En wie wil dat nou niet, wonen in een gemeente van hemelbestormers? Het moet voor Bouman en zijn politieke medestanders niet zo moeilijk zijn om hier een passende verkiezingsleus aan te ontlenen.          


Woensdag 19 juli 2017

ROOSENDAALS TONEEL BEËINDIGT HEKSENTOER IN VROUWENHOF

Om het heksen echt naar hun zin te maken, had er woensdagmiddag sprake moeten zijn van donkere, dreigende luchten boven het Openluchttheater Vrouwenhof. Als echte heksenkenner beaamde Cees van de Ven van de groene polobrigade dat onmiddellijk, maar voegde hij er onmiddellijk uiterst realistisch aan toe: toch ben ik blij dat we het vanmiddag droog hebben gehouden. Maar liefst 180 bezoekers die de laatste voorstelling van ‘Heksen’ door het Roosendaals Toneel bezochten, deelden ongetwijfeld zijn zo spontaan naar buiten gebrachte zucht van opluchting.  Vier uur daarvoor had het nog kortstondig gerommeld in de hemelse atmosferen, maar op het moment dat het denkbeeldige doek werd opgehaald was er geen vuiltje, laat staan een wolkje, aan de lucht te bekennen. 
Het Roosendaals Toneel liet het publiek in maart van dit jaar voor het eerst gedeeltelijk kennismaken met ‘Heksen’ tijdens de Culturele Manifestatie. De eerste officiële opvoering was op 23 april in de kleine zaal van De Kring en enkele weken terug was het gezelschap te gast bij de sympathieke Mariska Wagenmakers van het Openluchttheater Nispen.  Om de laatste voorstelling in het Vrouwenhof te spelen was geen onlogische keuze. Ooit  schijnt het op dit stukje oer-Roosendaalse bodem behoorlijk gespookt te hebben, net als op de ‘Ruchpense Hei’  (luister naar het gelijknamige lied van volksmuziekgroep Smidje Verholen).  In oktober vorig jaar was het Vrouwenhof nog het decor voor het Halloweenfestival, de heksen van het Roosendaals Toneel speelden dus op gewijde grond. Het verhaal draait om het weesmeisje Jonah (Fleur Stroop-Schoones) dat sinds het overlijden van beide ouders wordt opgevoed door haar Oma (wederom een meesterlijke rol van Ad Stofmeel). Oma beschouwt zichzelf als een echte heksendeskundige en ze kan haar kleindochter niet vaak genoeg waarschuwen voor het gevaar dat er van deze kleine doch onverzettelijke minderheid uitgaat. ‘Je maakt het niet lang in deze wereld als je niet weet waaraan je een echte heks kunt herkennen. Echte heksen dragen pruiken op hun kale hoofden en handschoenen om hun kromme klauwen te verbergen. Ze ruiken kinderen op kilometers afstand aan hun geur van hondenpoep’. Wat precies de oorzaak is, blijft onduidelijk, maar oma weet te vertellen dat deze heksen kinderen intens haten. Hoewel Jonah erg veel van oma houdt, neemt ze deze ingehamerde boodschap met een korreltje zout. Haar drang tot reizen doet Jonah besluiten eens een kijkje te gaan nemen in wereldstad Londen. Oma waarschuwt dat daar heksen wonen die kinderen omtoveren in hamburgers, zodat ze weer voor consumptie geschikt zijn. Ook als heks moet je immers een beetje economisch ingesteld zijn nu de Brexit realiteit dreigt te worden!  Jonah laat zich echter niet weerhouden, om een oogje in het zeil te houden, reist Oma haar achterna. Pardoes belanden ze in het hotel waar toevallig ook het grootste heksencongres ter wereld op het punt van beginnen staat. De Opperheks ontvouwt een lumineus idee. Ze wil dat alle heksen massaal snoepwinkels gaan opkopen. Een ideale locatie om ze vol te proppen met vergiftigde chocolade, waardoor alle argeloze kinderen die van de verboden vrucht hebben geproefd, in kleine, onschuldige muizen veranderen. Regisseur Gijs de Rooij had het zich in het Vrouwenhof een stuk gemakkelijker kunnen maken door de muizen in het script te vervangen door konijnen, want die zijn overvloedig aanwezig in het oude stadspark, wat zanger/cabaretier Dolf Jansen enkele weken terug op dezelfde plek aan den lijve ondervond. Maar kennelijk is Gijs van het type ‘scriptvast’ en dus veranderde Jonah, dat de verleiding tot snoepen niet kon weerstaan, in een wat groot uitgevallen muis, net als het vervelende Engelse jongetje dat al eerder als proef’konijn’ fungeerde.  Of het toeval is weet ik niet, maar op datzelfde moment liep een oma uit het publiek naar de cateringwagen om met enkele flinke zakken snoep voor haar twee meegekomen kleinzoons terug te keren. Op het eerste gezicht zaten daar geen chocolaatjes tussen. ‘Dat zal mij niet overkomen’, zag ik haar denken. In het toneelstuk was het aan ‘oma’ Ad Stofmeel om redding te brengen. Met een list van het niveau Tom Poes gaf ze de heksen een verdiend koekje van eigen toverdrank. Omdat ze zelf geen heks was, kon ze kleindochterlief niet in haar menselijke gedaante terug toveren. Dat gold uiteraard ook voor dat ‘walglijke Engelse jongetje’, maar daar leek niemand mee te zitten. Kleindochter Jonah besloot de gedaanteverandering al snel van de zonnige kant te zien. ‘Ik kan nu tenminste zoveel kaas eten als ik wil, ik hoef nooit meer naar die vervelende school toe, en aangezien de levensverwachting van een muis aan de lage kant is, zal ik mijn oma straks niet al te lang hoeven te missen’.  Hoe lang of kort je leeft, doet er niet toe. Als er maar iemand is die van jou houdt en waar jij van houdt, zo luidde de slotboodschap van ‘Heksen’. Ik vond het jammer dat het personage van de opperheks niet wat verder was uitgediept, want het was bepaald niet misselijk wat ze de betoverde kinderen wilde aandoen. ‘Kinderen, verschrikkelijke wezens. Heksen, jullie mogen ze braden, bakken, frituren voor mijn part, als ze maar met gezwinde spoed van de aardbodem verdwijnen’, zo opende ze de heksenbijeenkomst. ‘Waar komt die blinde haat tegen alles wat jeugdig is vandaan?’, zou een mooi uitgangspunt zijn voor een vervolgvoorstelling ‘Heksen –deel 2 – wat er aan voorafging’.  Maar dat zou ongetwijfeld ten koste gaan van de combinatie humor en spanning die het Roosendaals Toneel nu uit dit uit 1983 daterende kinderboek (verfilmd met Anjelica Huston in de hoofdrol, ook bekend van ‘The Addams Family’)  heeft weten te halen. De ‘Heksen’ hebben zodoende een waardige begrafenis gekregen in het Vrouwenhof. Het Roosendaals Toneel gaat nu van een welverdiende vakantie genieten, en direct bij terugkomst gaat het gezelschap zich volgens acteur Rini Jongeneelen over een nieuwe productie buigen. Het Jaar dat Roosendaal het 750-jarig bestaan viert, krijgt voor Roosendaals oudste toneelgezelschap sowieso een bijzonder tintje, of liever gezegd twee. Ad Stofmeel viert dan zijn vijftigjarige verbintenis met de vereniging die zo’n groot stempel op zijn leven heeft gedrukt. Ook hier is sprake van baas boven baas. Cees Jongeneelen is in 2018 maar liefst zestig jaar aan het Roosendaals Toneel verbonden. Toen Cees mij dit vertelde, vermoedde ik gezien zijn jeugdige uitstraling dat hij dan nog op komst geweest moest zijn. ‘Nee, ik was een ventje van elf jaar’, verklaarde de op-komst-specialist met de hand op het toneelhart.


Heksen – Roosendaals Toneel. Slotvoorstelling. Gezien door Jaap Pleij op woensdag 19 juli in het Openluchttheater Vrouwenhof.                         


Dinsdag 18 juli 2017

COLLEGE REAGEERT POSITIEF OP VERZOEK PVC OM LAWAAIBEHEERSINGSBELEID

Onlangs viel bij de bewoners van Markt en Marktstede een schrijven in de bus van de stichting Nationale Jeugdronde waarin werd gewezen op ‘enige overlast’ die de omwonenden mogelijk kunnen ervaren van de komende 34e ronde. Daarbij werd verzekerd dat de organisatie zal trachten de geluidsoverlast op de zaterdagavond tot een minimum te beperken. Een sympathiek gebaar, het probleem is alleen dat de bewoners op wie deze mededeling is gericht deze zomer tal van brieven van gelijke strekking (hebben) ontvangen. Opgeteld wordt al die ‘enige overlast’ op die manier best een flinke belasting voor de bewoners die net als ieder ander hun woning graag op een normale manier willen kunnen bereiken. De PVC heeft het College van B&W onlangs op die vervelende optelsom gewezen en heeft daar zowaar een redelijk positief antwoord op ontvangen.
Het dagelijks bestuur heeft de PVC laten weten dat het verzoek om een lawaaibeheersingsbeleid door de gemeente wordt beantwoord met het ‘opstellen van een locatiebeleid’. ‘Op basis waarvan het evenementenprogramma op een meer verantwoorde manier kan worden ingericht. Daarbij gaat het om het vinden van een goede balans tussen beleving, verkeer en vermaak, versus het voorkomen van overlast voor de omgeving. In dat verband wordt ook gedacht aan de spreiding van de druk op bestaande locaties door het toevoegen van nieuwe, minder gevoelige locaties. Doordat er verschillende belanghebbenden zijn is deze materie complex. In ieder geval streeft de gemeente naar een duidelijk en juridisch kader’.  Voor de PVC is de zaak helder: Het Tongerloplein is aangewezen als cultuurplein, De Nieuwe Markt is nog steeds de plek voor de grote activiteiten, gezien de uitstraling en de ambiance zou alleen het Beachvolleybal op de Markt gehandhaafd moeten worden. De Kade is natuurlijk het hart van Roosendaal Wielerstad en dus is het niet meer dan logisch om alles wat met deze sport van doen heeft, zoals de Nationale Jeugdronde, op het Kadeplein ‘onder’ te brengen. De jaarlijkse Kermis is een geval apart. De PVC pleit er al jaren voor om deze geheel op het parkeerterrein van het Herstaco Stadion te plaatsen, waar genoeg plek is om alle attracties aantrekkelijk weg te zetten en waar dan ook nog genoeg ruimte is (braakliggend terrein voor de Suikerunie) voor de bezoekers om te parkeren. Wellicht is het zelfs mogelijk om het stadion bij de activiteiten te betrekken. Om de een of andere onduidelijke reden wil het College daar niet aan. De reden heeft de PVC nooit te horen gekregen. In ieder geval mag duidelijk zijn dat de Markt daar al lang niet meer voor geschikt is. De PVC nodigt wethouder Lok dan ook van harte uit om de bewoners met stip van deze overlast af te helpen. De Markt is nu eenmaal geen evenementenplein. Sterker nog, het is helemaal geen plein. Het is slechts een samenkomst van wegen, wegen die allemaal apart afgezet moeten worden voor al lang achterhaalde kermis’pret’, waardoor er in de binnenstad sprake is van een verkeersinfarct. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om daar een juridisch kader voor te vinden. Maar goed, de PVC is al lang blij dat het College eindelijk oog heeft voor deze problematiek, en wacht de uitkomst met belangstelling af’.   


Maandag 17 juli 2017

ZOMERSE ZONDAGEN IN DE TONGERLOTUIN

Krings kruidentuin, Ontdek je plekje en Pimp je pop. Het zijn drie van de zes thema’s van de Zomerse Zondagen in de Tongerlotuin. De Kring verzorgt vanaf 23 juli op elke zondag in de zomervakantie gratis workshops en spelletjes. Picknicken en relaxen op een kleedje kan natuurlijk ook. 
De eerste Zomerse Zondag wordt een oud-Hollandse spelmiddag met onder meer blikgooien, mikado en mens-erger-je-niet. Op 30 juli kunnen kinderen hun eigen moestuintje maken en allerlei groenten en kruiden proeven. Op de Zomerse Zondagen die volgen zijn er glijbanen, speurtochten, waterspelletjes, een poppenkast, theaterkist en nog veel meer. Over de Tong en de Tongerlotuin zijn iedere zondag geopend vanaf 12.00 uur. Op de zondagen vanaf 23 juli tot en met 27 augustus tussen 13.00 en 16.00 uur vinden de activiteiten van de Zomerse Zondagen plaats. De middagen zijn gratis toegankelijk voor jong en oud. Houd de website en Facebookpagina van De Kring in de gaten voor het exacte programma.


Zondag 16 juli 2017

GEMENGDE SPORT MOET EEN SYNONIEM WORDEN VOOR TOPSPORT

Johan Derksen die zijn mening over vrouwenvoetbal radicaal heeft omgebogen. De Volkskrant die een speciale editie wijdt aan het EK voor vrouwen dat zondag van start is gegaan.  Aanhoudende discussies over gelijke beloningen voor mannen en vrouwen die topsport bedrijven. In al die discussies wordt echter een belangrijk aspect over het hoofd gezien. Bij topsport hoort het ook om de echte top te gaan en daarom is het volstrekt onlogisch dat de bokken en schapen zo strikt van elkaar worden gescheiden in de sporthal en op de grasvelden.  Gezien het voortschrijdend inzicht moet je je ook gaan afvragen bij welke categorie de zogeheten transgenders moeten worden ingedeeld.  Om aan al dat gesteggel abrupt een einde te maken, zouden al die aparte hokjes plaats moeten maken voor slechts een discipline: de gemengde sport. Waarom zouden de vrouwen nog langer het recht ontnomen moeten worden om de rechtstreekse confrontatie met de mannen aan te gaan? Bij zowel mannen en vrouwen is er onderling ook sprake van grote verschillen, wat de afgelopen week op Wimbledon nog eens werd onderstreept met de foto van de Amerikaanse reus Isner die een tegenstander van amper 1.70 met omarmde.  Gezien de letterlijk fysieke groeispurt die de vrouwen hebben ingezet, gaat het argument van te grote lichamelijke verschillen tussen man en vrouw niet meer op. 
Recentelijk liep ik in Roosendaal langs het veld van de Roosendaalse rugbyvereniging RCC en ik zag (tot mijn verbazing) dat beide teams gemengd van samenstelling waren.  De vrouwen lieten zich in de fysieke confrontaties bepaald niet onbetuigd. Sterker nog, de verdediging van een der teams was louter opgetrokken uit gespierd vrouwenvlees en geen tegenstander, man of vrouw, die er ongeschonden door heen kwam. In Amerika is het matworstelen veelal  gemengd, en wie denkt dat de vrouwen doorgaans het onderspit delven, moet maar eens op youtube kijken om overtuigd te raken van het tegendeel.   Ik ben heel benieuwd hoe die volledige sekseneutrale integratie bij het tennis zal verlopen. John McEnroe mag dan beweren dat Serena Williams bij de heren hooguit tegen de nummer zevenhonderd enige kans maakt, ik heb daar zo mijn twijfels over.  Wat nog eens onderstreept werd door het fysieke geweld dat in de vrouwenfinale van Wimbledon dit jaar werd ontplooid.  Binnen de topsport zou het om de echte nummer een moeten gaan, en dat kan alleen bereikt worden door alle opgeworpen grenzen radicaal te doorbreken. Zijn we ook direct van het gezeur over gelijke honorering af. Het is dan slechts de winnaar  ‘who takes it all’. En zo hoort het ook!


Vrijdag 14 juli 2017

ROOSENDAAL GOOIT ER WEER EEN KWARTIERMAKER TEGENAAN

Dit College van B&W blijft onvermoeibaar doorgaan met het verspillen van belastinggeld. Na het gestuntel met Riek Bakker, de binnenstadsdirectie en het gehannes binnen de cultuursector, waar de aanstelling van een externe kwartiermaker de redding moet brengen,  zijn de bestuurders tot het besef gekomen dat Roosendaal een apart citymarketingbureau moet krijgen. Althans, dat heeft de bestuursvleugel niet zelf bedacht. Dat hebben ze zich laten influisteren door de ‘vermaarde’ Bart Derison van Connect, de man die ook aan de wieg stond van die hele binnenstadsonzin waarvan we nu de wrange vruchten plukken en het ‘geweldige’ gemeentelijke magazine RZijn. Het huidige medewerkersbestand van het VVV en de afdeling Communicatie van de gemeente moeten binnen die nieuwe organisatie samen gaan werken.
De opdracht is om de stad ‘positief uit te dragen op de terreinen, sport, cultuur, wonen en ondernemen’. Toegegeven, daar is de gemeente zelf nooit erg succesvol in geweest.  De PVC heeft daar vaak op gewezen, fijn dat dit eindelijk ook door het Stadskantoor is erkend. ‘Nu worstelt de stad met een wirwar aan uitingen, waarbij iedereen op eigen houtje bezig is’, stelt de gemeente. De PVC had het zelf niet beter onder woorden kunnen brengen. Maar welke hervormingen dient het citymarketingbureau nu precies door te voeren, en wat is precies de meerwaarde van het VVV binnen dat proces?  Het Bureau Connect van Derison constateert terecht dat we ‘hier nu eenmaal geen historische gevels of een bijzondere binnenstad aan de bezoekers van buitenaf te bieden hebben’.  Het VVV kan dan ook weinig anders doen dan wandel- en fietstochten, een bezoekje aan koopjescentrum Rosada  aanbevelen en wijzen op omringende plaatsen, zoals Hoeven en Bergen op Zoom, die wel over echte toeristische trekpleisters beschikken. Derison is echter niet voor een gat te vangen en kwam vervolgens op het lumineuze idee om op zoek gegaan naar ‘de slagader van de stad’.  Die dacht hij vervolgens te hebben gevonden in die ‘onverzettelijke doenersmentaliteit’, wat daar ook onder verstaan mag worden.  Derison denkt dit te staven door te wijzen op de komst van de Primark, een bedrijf dat overigens niet bekend staat om zijn geweldige arbeidsomstandigheden. Maar dat past uiteraard niet in zijn verkooppraatje. ‘Roosendaal heeft gewoon gezegd: we zorgen er voor dat het komt’. Met woorden van soortgelijke Eurekastrekking zal hij ongetwijfeld in de bestuursvleugel de ijdelheid hebben gestreeld van wethouder Hans Verbraak, die direct de denkbeeldige portefeuille trok en er het lieve sommetje van tweehonderdduizend euro uit tevoorschijn toverde. Verspilling van belastinggeld is kennelijk moeilijk af te leren als je eenmaal met dat virus bent behept. ‘Roosendaal is juist beter in het doen’. Dat is de ‘verrassende’ boodschap die het citymarketingbureau moet gaan uitdragen onder leiding van….. Ja, onder leiding van wie eigenlijk? Daar heeft Derison ook over nagedacht. Hij kost wat, maar dan heb je ook wat. Er komt naar beproefd recept weer eens een externe kwartiermaker boven dit bureau te hangen.  ‘Wel moet de stad de paar kansen die ze krijgt om zich positief te presenteren voortaan veel meer uitventen’, aldus de slotwoorden waarmee de Vlaamse goeroe zijn zoveelste vette declaratie bij de gemeente indiende. ‘Als Roosendaal de gelukkigste stad van Brabant blijkt, moeten we die kans met beide handen aanpakken’, verwees Verbraak nog in zijn dankwoord naar een rammelend bevolkingsonderzoekje. Ondertussen weet nog niemand wat Roosendaal na al die maanden nu precies wijzer is geworden van die binnenstadsdirectie die maandelijks 16.000 euro toucheert. Over doenersmentaliteit gesproken!  De afdeling Communicatie van de gemeente gaf na lang aandringen van de PVC toe dat ze geen antwoord heeft op die vraag. ‘Wat willen jullie nu zelf met de binnenstad’, vroeg Riek Bakker destijds in haar sollicitatiegesprek aan de wethouders toen ze hengelde naar de functie van binnenstadsontwerper. ‘Ze hadden werkelijk geen idee’, zo vertelde ze later in een ontluisterend radio-interview. Een dergelijk slechte bestuurlijke besluitvorming valt alleen te beleven in Roosendaal. Aan die infame slogan hoeft het citymarketingbureau dus alvast niet te sleutelen.  En de gemeenteraad? Die zit er bij en kijkt er weer eens naar! We zijn helaas niet anders gewend in Roosendaal. 


Donderdag 13 juli 2017

TONEELSTUDENTEN LATEN ZICH GEEN ONDERWERPEN OPDRINGEN

In de film ‘Me and the Mob’ wordt  een jonge schrijver met een zogeheten schrijversblock door zijn vriendin voor de voeten geworpen dat hij zelf nooit iets beleeft. ‘Hoe kun je dan in hemelsnaam  inspiratie opdoen? Ga naar buiten en zoek het avontuur op ‘, aldus haar welgemeend advies voordat ze de deur definitief achter zich dicht trekt.  De jongeman volgt haar ‘wijze raad’  op en zoekt het avontuur in het lidmaatschap van een maffia-achtige bende die door zijn afvallige oom wordt geleid. De film is verder helaas te flauw voor woorden,  maar het zijn natuurlijk niet alleen de schrijvers die het echte leven aan den lijve dienen te ondervinden. 
De toneelschool onderhoudt eveneens een moeizame relatie met  de harde buitenwereld. De studie staat vier jaar in het teken van fantaseren, dagdromen, experimenteren en vooral mislukken. Want uitgerekend voor dat laatste element geldt dat de beoefenaars door schade en schande (toneel)wijs worden. Het vermogen om andere werelden en waarheden op te roepen, waarbij de acteur gelijk de kameleon in opdracht van kleur moet kunnen verschieten, stelt hoge eisen aan de artistieke ontplooiing. Dat moet je van nature al voor een fors deel hebben meegekregen. Anders wordt je nooit een succesnummer.  Voor deze zoektocht binnen de eigen persoonlijkheid is een veilige, beschutte omgeving onontbeerlijk. Ze willen allemaal graag knallen op het podium en wel zo snel mogelijk. Elke docent met verantwoordelijkheidsbesef zal zijn studenten echter tot geduld manen. Het afbraakrisico is gewoon te groot.  Maar hoe kom je binnen zo’n beschermde omgeving in aanraking met die keiharde buitenwereld, die juist zoveel inspiratie moet opleveren?  ‘Sta in de wereld en breng de wereld de theaterzaal in. Ga in gesprek met iemand waar je bang voor bent. Ga in gesprek met iemand die nog nooit naar het theater is geweest. Ga in gesprek met iemand die geen kaartje voor de schouwburg kan of wil betalen. Nieuwsgierigheid naar de ander is de grote troef die je hebt’, hield regisseur Daria Bukvic  recentelijk een aantal afstuderende podiumkunstenaars voor.  Een duo dat dit goed begrepen heeft, is in de ogen van Youp van ’t Hek Droog Brood. ‘Deze Peter en Bas zijn vreemde eenden in de nationale cabaretbijt, waarin gelukkig sowieso weinig zwemvogels op elkaar lijken. Ze zijn prettig onvoorspelbaar en dagen het publiek constant uit om mee te gaan in hun manier van denken en voelen. Toeschouwers kunnen zowel wreed als teder zijn, het is als artiest de kunst om net die voor jou juiste snaar te raken. Droog Brood heeft dan ook een volstrekt eigen publiek opgebouwd. Volk dat geheel op hun golflengte zit. Wie niet kan meegaan in die geheel eigen denk- en voelwereld heeft al lang afgehaakt’, aldus Youp  Binnen het toneel is een geheel eigen stijl eveneens van levensbelang, toch gelden daar ook wat universelere wetten.  Zoals samen met de regisseur in de geest van de auteur zien te blijven, anders krijg je geheid heisa in de tent. Onlangs rees de vraag of theatermakers niet sterker hun stempel op het publieke debat dienen te drukken. Adelheid Roosen haakte daar bij de Amsterdamse Theaterschool op in met de inmiddels vermaarde Wijksafari. Een aantal makers in de dop streek neer in Floradorp in Amsterdam-Noord, een volkswijk bij uitstek, om daar het ‘echte leven’ te leren kennen. Of dat de gewenste verwarring en verrijking heeft geleid, zal in de verdere studieperiode moeten blijken. De schoolleiding is echter nu al zo tevreden over de toegenomen studievreugde bij de betrokkenen dat ze voortaan elk jaar een soortgelijk project wil lanceren.  De Volkskrant wist te berichten dat ene Rick, mimespeler in wording, na zijn verblijf bij de Floradorp bewoners Stien en Sas ‘eenmaal terug op school zijn medestudenten ergerlijk op zichzelf gericht vond’. Het zomeraanbod op De Parade blijkt tot grote ergernis van de Volkskrant vooral over ‘verderfelijke zaken’ als ‘sociale media, digitale verdoving, instagramverslaving, Selfietoneel en de worsteling met een online-imago’ te gaan. En dat terwijl er niet een gaat over vluchtelingen, integratie, samenleven, racisme, feminisme en populisme, terwijl dat -althans volgens columnist Herien Wensink- toch de thema’s zijn die er vandaag de dag toe doen. ‘De jonge makers waren gewoon even met iets anders bezig. Met zichzelf namelijk’, constateerde Wensink misnoegd. Wensink ziet over het hoofd dat ze daar in deze levensfase hun handen wel eens meer dan vol aan kunnen hebben. Al sinds het kabinet Den Uyl weten we dat de maakbare samenleving niet bestaat en dat aankomende volwassenen zich terecht geen onderwerpen laten opdringen die niet in hun belevingswereld passen.  Is dat niet juist het eigene dat docenten bij hun studenten naar boven proberen te halen? Misschien dat hoofdredacteur Philippe Remarque zijn columnisten eens een tijdje het Floradorp in kan sturen, zodat ze wat realiteitszin kunnen opdoen. Dan leren ze dat opdringerige salon-socialistische gezever over thema’s die er in hun ivoren wereld toedoen snel genoeg af!  


Dinsdag 11 juli 2017

JESSE KLAVER BEZONDIGT ZICH AAN NEPNIEUWS

Wat je zegt ben je zelf! Zo luidde vroeger een van de keiharde ‘waarheden’ op het schoolplein.  Kennelijk heeft Jesse Klaver die schoolse fratsen nog steeds niet van zich af weten te schudden en had Fons de Poel het toch bij het rechte eind toen hij de ‘Messias van GroenLinks’ hoofdschuddend betitelde als ‘snotneus’. In de verkiezingstijd bediende Klaver zich schaamteloos van onderdelen uit de speeches van zijn grote voorbeeld, Barack Obama.
Maar diens opvolger is voor Klaver eveneens een inspiratiebron, zo werd onlangs pijnlijk duidelijk. Donald Trump veroorzaakte weer eens een rimpeling in de immer onrustiger wordende vijver der ‘sociale’ media door in een gefotoshopt  filmpje als ad-hoc showworstelaar een CNN-verslaggever te lijf te gaan. Misplaatste- en smakeloze grap die geen enkele navolging verdient en waarschijnlijk ook niet zal krijgen, denk je dan als gemiddelde nieuwsconsument. ‘Onze’ Jesse Klaver dacht daar geheel anders over. Je moet toch wat met je tijd als je jezelf zo dom buiten spel hebt gezet in het formatieproces. Met een denkbeeldige lijmpot bewerkte hij het beeld van een protesterende Geert Wilders. Op diens spandoek gericht tegen de benoeming van PvdA-er Marmouch als nieuwe burgemeester van Arnhem stond ten gevolge van de GroenLinks-censuur nu te lezen: Wij weten zelf ook niet meer wat we aan het doen zijn, als het maar inspeelt op angst voor moslims. Klaver liet zich daarbij ongetwijfeld inspireren door het nepfotootje dat Wilders twitterde van Alexander Pechtold als middelpunt in een demonstratie van radicale moslims. ‘Onverantwoord en laag. Wie nepnieuws tweet over de ander, gooit de eigen geloofwaardigheid te grabbel’, twitterde toen een politicus die tekende met ‘Jesse Klaver’. Inderdaad, wat je zegt ben je zelf! Misschien kan ‘onze’ burgemeester Niederer de steeds dieper door de mond vallende struisvogel-politicus met groene veders weer eens uitnodigen voor een biertje op een Roosendaals terras. Gezeten in de schaduw van de nog immer indrukwekkende toren van de St. Jan kan hij hem dan op de Markt onderhouden over normen en waarden en vooral geloofwaardigheid in de politiek, al betwijfel ik of Niederer daar wel de meest aangewezen persoon voor is. Waarschijnlijk komt een vrijblijvend vermanend woord in het geval Jesse Klaver ook te laat. Hij verstaat de kunst om te leven met de leugen inmiddels als geen ander.         


Maandag 10 juli 2017

ROGER FEDERER KRIJGT TE WEINIG RESPECT OP WIMBLEDON

De fans van Roger Federer, zowel degenen die voor de buis zaten als rond het centercourt van Wimbledon,  moesten donderdag  wel erg veel geduld hebben voordat ze hun grote favoriet aan het werk konden zien.  Een saaie damespartij die de volle drie sets in beslag namen en waar maar geen einde aan wilde komen, was daarvan de oorzaak. Dan vraag je je af wat de toernooiorganisatie bezielt om de grootste trekpleister pas in de laatste wedstrijd in actie te laten komen, uitgerekend op het moment dat BBC 1 de directe uitzending al beëindigd heeft.  BBC 2 is lang niet door iedereen op het vasteland te ontvangen, en daarom waren veel tennisliefhebbers in België en Nederland aangewezen op Eurosport, een zender die niet zelden met technische problemen kampt, zo ook deze keer.  ‘The main event’, wat Federer onmiskenbaar is, zou natuurlijk altijd op primetime te zien moeten zijn. 
Daarnaast zou het beter zijn om de mannelijke- en vrouwelijke tennissers  in een wedstrijdschema onder te brengen.  Er wordt immers ook geen onderscheid in leeftijd en etniciteit gemaakt. In de praktijk zal het dan zo gaan dat de meeste vrouwen reeds in het kwalificatietoernooi worden uitgeschakeld, en de rest na een, twee of hooguit drie ronden in het hoofdtoernooi. Op die manier blijven alleen de beste spelers over en zijn we eindelijk verlost van dat saaie vrouwentennis, dat buiten Serena Williams nauwelijks hoogvliegers kent.  Eurosport maakt er ook in ander opzicht een potje van.  Gezien het buitengewoon aantrekkelijke programma voor de tweede maandag zou je verwachten dat na de winst van Federer er direct overgeschakeld zou worden naar de intense partij die Rafael Nadal speelde.  In plaats daarvan werd het kijkerspubliek met het laatste flintertje Raonic opgescheept. De verklaring van de commentator: Eurosport heeft de rechten niet voor de partij van Nadal. U kunt deze wel volgen via de Eurosport/player op internet. Wat blijkt: om de Eurosport/player te ontvangen, dien je wel eerst vijf euro op te hoesten. Dat zei de commentator er niet bij. BBC 1 was al weer afgehaakt en daarom waren de tennisliefhebbers volledig op Eurosport aangewezen, die notabene op primetime een herhaling vertoonde van een vrij saaie damespartij die eerder in de middag in zijn geheel was uitgezonden. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om het grootste tennisevenement op een volwaardige wijze te verslaan. Van NOS Sport hebben we ook al niets te verwachten. Die richt zich liever op nutteloze, stupide praatprogramma’s over sport. Ik heb het tegen Mart Smeets ook wel eens gezegd: ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de presentatoren van NOS Sport zichzelf belangrijker achten dan de sport zelf.  Kon brombeer Mart niet bepaald appreciëren! Tegelijkertijd met die zouteloze herhaling vocht Nadal een heroïsche strijd uit  met het Luxemburgse opslagkanon Gilles Muller. Na bijna 5 uur grastennis van de bovenste plank stuurde onze zuiderbuur Rafael Nadal naar huis: (6-3, 6-4, 3-6, 4-6 en 15-13). Dat werd de Nederlandse tennisliefhebber allemaal onthouden, alleen omdat de zender die geheel om sport draait zijn zaakjes niet op orde had. Triest en sneu tegelijk!   


Maandag 10 juli 2017

GEMEENTE MOET DICTATUUR VAN DE BASDREUN AANPAKKEN

De zomer is nu echt aangebroken en dat heeft als randverschijnsel dat ook de strijd om het recht op geluid en stilte in de binnenstad weer in alle hevigheid losbarst. De vraag is welk recht het gemeentebestuur laat prevaleren: die van de bewoner die op zijn rust is gesteld of die van bezoekers die menen dat we nu eenmaal in Nederfestival & Partyland wonen, waarin ieder zijn eigen feestje mag vieren. Ongeacht wie daar hinder van ondervindt. Er zijn armen van geest die direct roeptoeteren dat ‘wie in de binnenstad gaat wonen geluidsoverlast van evenementen op de koop toe moet nemen’.
Deze simpele zielen beseffen kennelijk niet dat velen al in de binnenstad woonden lang voordat het centrum geregeld dienst zou gaan doen als feestcentrum. En bovendien, waarom zouden binnenstadsbewoners minder rechten hebben op hun portie woongenot dan burgers die in de omringende- of buitenwijken wonen?  Dit besef lijkt echter bij dit gemeentebestuur nog niet doorgedrongen te zijn, want vergunningen voor evenementen worden doorgaans met de Franse slag beoordeeld. Zo heeft de PVC onlangs aangetoond dat organisatoren geheel naar eigen inzicht dranghekken plaatsen rond hun evenement, zonder enige controle van de gemeente. De oplossing is zo simpel: het Tongerloplein is cultuurplein, waar cultuur mensen verbindt, althans in de visie van burgemeester Jacques Niederer en wethouder Hans Verbraak. Breng daar dan ook alle cultuurevenementen onder. De Nieuwe Markt en het Vrouwenhofpark zijn de aangewezen locaties voor attracties met een wat grootser karakter. Op de Markt hoeft dus nagenoeg niets georganiseerd te worden. Alleen voor het jaarlijkse Beach Volleybaltoernooi en kleinschalige muziekoptredens rond de terrassen is dit het juiste decor. Waar het gemeentebestuur in alle gevallen voor moet waken is dat binnenstadsbewoners geteisterd worden door opdringerige basdreunen, ongeacht van welke kant deze komen aanwaaien. Daar zou zelfs wetgeving voor moeten komen, zodat de gemeente dergelijke festivals direct kan platleggen of beter nog:  uit preventief oogpunt  een vergunning weigeren.  Een raadslid van de Roosendaalse Lijst maakte zich enkele jaren geleden onsterfelijk belachelijk door te roeptoeteren dat wie klaagt over geluidsoverlast van muziekfestivals maar in een hutje op de hei moet gaan wonen. Massale hoon was terecht zijn deel. ‘Zou het niet handiger zijn als die organisatoren met hun bak herrie op de hei gaan zitten?, merkte een reaguurder treffend op. Volgens een rapport uit 2011 van de Onderzoeksraad van de Europese Unie sterven jaarlijks zevenhonderd Nederlanders door geluidsstress. Dit probleem mag dus zeker niet onderschat worden. In tegenstelling tot de nationale wapenspreuk JE MAINTIENDRAI heeft handhaving op dit terrein absoluut geen prioriteit in het Stadskantoor. Sterker nog, de Roosendaalse lokale overheid blaast dapper haar luidruchtige partijtje mee. Rond de klok van 08.00 uur worden bewoners van de Markt en Marktstede regelmatig gewekt en opgeschrikt door gemeentelijke bladblazers die met hun lawaaiapparaten geheel onnodig de blaadjes op een hoop vegen. Waarom de natuur –als je het aangeharkte plantsoen dat het Emile van Loonpark tegenwoordig is tenminste als zodanig wil kwalificeren- niet gewoon zijn werk laten doen? Die bladeren vergaan heus wel weer, daar hoeft geen mensenhand aan te pas te komen. De gemeentekas vaart daar ook wel bij, want die bladblazende ambtenaar kan weer elders worden ingezet.  Op het afgesloten terrein van het naburige appartementencomplex loopt een bewoner rond die zijn worstenbroodje op vier poten tijdens de vaste wandelingetjes ophitst om extra volume te produceren. Dat etterbakje van een hond weet uit dat armzalige lijfje meer geluid te persen dan een heel hondenasiel. Maar ja, je woont in de binnenstad, dat hoort er dus kennelijk allemaal bij. De PVC kijkt daar toch beduidend anders tegenaan. Daarom heeft de partij het gemeentebestuur via de wethouders Lok en Theunis opgeroepen om een zogeheten geluidstoets in te bouwen bij elke openbare handeling die in het publieke domein plaatsvindt. Niets minder dan een lawaaibeheersingsbeleid dus als onderdeel van de strijd voor een leefbare binnenstad!  In andere gemeenten speelt dit al.  Aanvragen voor vergunningen voor muziekfestivals moeten streng gecontroleerd worden, met name op de basdreunen die hiermee gepaard gaan.  De PVC denkt hierbij op korte termijn aan het festival op het Kadeplein dat sinds enkele jaren vooraf gaat aan de wielerronde De Draai. De ergerniswekkende geluidsoverlast waarvan vorig jaar sprake was, hoort wat de PVC betreft in de categorie ‘Eens maar nooit weer’. Aangezien de tijd dringt, De Draai staat immers weer voor de deur, wil de PVC dat de genoemde wethouders hier met gezwinde spoed naar kijken en werk van maken.
Gelukkig is de Rijksoverheid ook tot het besef gekomen dat de gedeelde openbare ruimte een kostbaar goed is waar zorgvuldig mee dient te worden omgesprongen. Zo wordt de geluidsnorm voor grote evenementen flink aangescherpt. ‘Bovendien moeten organisatoren voortaan geluidsmeters ophangen bij woonhuizen die continu meten en een seintje geven aan geluidsmannen op festivals zodra de norm wordt overschreden. Ook moeten organisaties vooraf geluidsonderzoek doen en wordt het verplicht om de best beschikbare technieken te gebruiken om overlast te beperken’, zo was in De Volkskrant van maandag 10 juli te lezen. De PVC is benieuwd hoe de gemeente hier momenteel mee omgaat of van plan is mee om te gaan. Het College van B&W wordt dus van harte uitgenodigd om snel met een visie te komen op het  ‘lawaaibeheersingsbeleid’ en muziekfestivals per direct heel streng te gaan monitoren.
Tenslotte wijs ik u graag nog op het mooie slotcitaat van dit artikel: ‘In onze democratie wordt de voor reflectie noodzakelijke relatieve stilte regelmatig doodgedreund. Daar heerst steeds vaker de dictatuur van de deejay, de geestdodende bas. Alomtegenwoordigheid en het voortdurend binnendringen van de privésfeer zijn echter totalitaire kenmerken’.  Het is dus aan het College om de democratische gezindheid nu ook met daden te belijden.       


Zondag 9 juli 2017

STORYTELLING-FESTIVAL VERLOOPT IN GEMOEDELIJKE SFEER

Zo rond de klok van 13.00 uur was er zaterdag (8 juli) van activiteit in de Tongerlotuin nog niet veel te bespeuren. De ervaring heeft geleerd dat zo’n situatie in Roosendaal razendsnel kan omslaan en gelukkig voor de organisatoren van het Storytelling-festival was dat nu ook het geval. Amper een kwartier later was er al sprake van een gezellige drukte, die zich kenmerkte door een gemoedelijke sfeer.  Op de flyer was te lezen dat de bezoekers, liefst in familieverband, deze middag konden proeven van ‘voorstellingen, ludieke acts, muziek, beeldende kunst, poëzie, kraampjes, mooie gesprekken en bovenal verhalen’.
Om met dat laatste te beginnen. De verhalen waren vooral terug te vinden in de werkkamer van Joss Hopstaken.  De archivaris van het regioarchief West-Brabant liet de bezoekers maar wat graag zien welke verhalen de Roosendalers door de jaren heen hebben aangeleverd voor de Verhalenbank. Die konden deze middag allemaal teruggelezen worden en van die mogelijkheid werd dan ook gretig gebruikgemaakt. De mooie gesprekken voerden de bezoekers veelal onder elkaar, al liet menigeen zich de kans niet ontgaan om persoonlijk kennis te maken met de nieuwe directeur-bestuurder van de Roosendaalse cultuursector, Jan-Hein Sloesen.  De sympathieke leidsman genoot zichtbaar van wat zich allemaal op het groene tapijt ontplooide,  enthousiast vertelde hij dat de eerste kennismakingsronde met de stakeholders in de cultuursector uiterst prettig is verlopen. Gevolgd door een verkennend gesprek met wethouder Hans Verbraak, die zich even voor 14.00 uur met echtgenote en kleinkind ontspannen had neergevlijd om met volle teugen te kunnen genieten van de voorstelling van het Theatercollectief De Vrouwen van Wanten, waarin een ontwapenende rol is weggelegd voor ‘onze’ Sofie Habets. Het collectief stelde op speelse wijze een actueel vraagstuk aan de orde: kan en in hoeverre mag je als ouders je kinderen dwingen om met hen mee op vakantie te gaan?  Met oud-stadsdichter René Spruijt constateerde ik al snel dat dit ‘probleem’  in onze jeugd geheel niet speelde.  Je ging gewoon mee.  Dat gold ook voor de meerdaagse schooluitstapjes, omschreven als werkweek.  Achteraf heb ik dat wel eens betreurd. Maar wat graag zou ik met terugwerkende kracht de arrogante docent van toen rechtstreeks in zijn gezicht zeggen dat ik geen trek heb in het door de school uitgezochte tentenkampje en dat ik zelf wel bepaal waar ik mijn vakanties doorbreng.  En dat ik daar de school en docenten in het geheel niet voor nodig heb. Kon je nog maar eens terug zappen naar bepaalde momenten in je leven om kleine- en grote frustraties recht te zetten. Sonja Barend heeft ook zo’n momentje.  Tijdens een interview met kunstenaar Karel Appel  werd ze naar zijn onbescheiden mening iets te brutaal waarop hij de talkshowhost toevoegde:  Ach, vrouw, zwijg, en wel onmiddellijk!  Het anders zo pruttelende mondje van Sonja was zo verbouwereerd dat ze onmiddellijk gehoorzaamde aan dit bevel.  Nog bij leven van Appel verklaarde ze dat ze nog steeds spijt heeft dat ze hem als reactie niet direct op een forse muilpeer had getrakteerd. Vooruit zappen zou ook geen overbodige weelde zijn. Stel je voor, dat je de cultuurarme maanden juli en augustus gewoon kunt overslaan en regelrecht kan door zappen naar de KringProef van half september. Dit soort sprookjesgedachten zijn helaas ook niet op het Storytelling-festival te verwezenlijken, maar het gesprek dat ik met de in ‘het wild’ rondlopende bijna 96-jarige kunstenaar Wim Schutz kon voeren, maakte veel zo niet alles goed.  Directeur Theo Frentrop van theateropleidingsinstituut Tiuri, dat nu nog het oude Essentgebouw als domicilie heeft,  beaamde dat de eerste kennismaking met Sloesen bevredigend is verlopen. ‘Iemand van wie we naar ik inschat wel het nodige kunnen verwachten. Zoals bekend wil het College van B&W Tiuri weg hebben uit het Essentgebouw, maar dat zie ik eerlijk gezegd niet zo snel gebeuren.  De Kring lijkt me geen haalbaar alternatief en ik zie ook niet zo gauw mogelijkheden voor huisvesting elders. Naast Tiuri is onder meer het Theaterhuis Roosendaal al geruime tijd in het Essentpand gevestigd, en daar is ook niet zo gauw een alternatief voor, lijkt me. We wachten dus rustig af’.  Op vragen van de PVC over dit onderwerp heeft het College inmiddels geantwoord dat wethouder Verbraak ‘de gemeenteraad in oktober zal adviseren over de Cultuurnota’.  Daarbij zal hij ook ingaan op de vorming van een Cultuurfonds en de wijze waarop het Cultuurfonds wordt ingezet.  De PVC heeft er bij de wethouder op aangedrongen dat de discipline toneel uit dit fonds een forse injectie  tegemoet mag zien, omdat deze vorm van ‘storytelling’ uit educatief oogpunt van grote waarde voor de schoolgaande jeugd kan zijn. En welke volwassene zal Toneelgroep Amsterdam na zo’n lange absentie weer niet eens graag aan het werk willen zien in ‘onze’ eigen Kring.  Terug naar het 96-jarige schilderende middelpunt van deze Storytelling.  Niet alleen zijn diens werken van een veel beter gehalte dan die van Appel, Schutz is als mens ook veel beter te pruimen. De tijd lijkt maar geen vat te krijgen op de kunstenaar. Zonder enige fysieke belemmering vertelde hij ronduit over de zeven kunstwerken van zijn hand die tot eind augustus in het Tongerlohuys te zien zijn en daarna rechtstreeks verhuizen naar een breed opgezette expositie van zijn werk die vanaf begin september in het Bredase Chassé Theater van start gaat. Tussen twee schilderijen is op een videoscherm een film te zien over de opening van de expositie die in de jaren negentig ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag werd gehouden in het Tongerlohuys. Triest om te zien hoeveel vooraanstaande personen uit de kunstsector er inmiddels niet meer zijn, maar wat vooral opvalt is dat Schutz in die ruim twintig jaar nauwelijks is veranderd noch verouderd.  Wie de moeite nam om naar de andere zijde van De Kring te lopen, stuitte op door Karien Wiericx ingerichte tentoonstelling ‘Van Mok naar Kletsblok’ in de RABOBANK-galerie. Daar wordt via ingezamelde mokken het verhaal van Roosendaal verteld, aangedragen door bijna vierhonderd inwoners. De volledige mokken waren al eerder te zien in de tuin van het Tongerlohuys. Scherfsgewijs worden ze nu in blokvorm aan het publiek gepresenteerd. ‘Een leuk verhaal is dat van Ben Maas. Veertig jaar geleden bestelde hij tijdens een carnavalsfeest in De Kring een schaaltje saté. Dat was in zijn ogen zo duur dat hij het schaaltje mee naar huis nam als zeg maar souvenir of trofee. Kennelijk heeft hij nu enige wroeging gekregen en is het schaaltje, voorzien van een verhaal, nu weer terug in De Kring. Daarnaast is er ook een verhaal over iemands persoonlijke betrokkenheid bij de aanslag op de MH-17, het vliegtuig dat boven de Oekraïne is neergehaald door tot op heden onbekende schutters. Dat is uiteraard van een geheel ander gehalte, maar zeker net zo waardevol’, aldus Karien die hoopt dat alle verhalen en verhaaltjes ooit nog eens gebundeld worden in een karakteristiek boekwerk. Het zou in ieder geval een mooi fundament zijn onder de viering ‘Roosendaal 750 Jaar’, die volgend jaar van start gaat. 


Zondag 9 juli 2017

DMP OP DE VALREEP NOG VOOR HET BLOK GEZET IN NISPEN

Een goede zet van programmeur Mariska Wagenmakers om het theaterbedrijf DrieMaal Plankenkoorts uit Roosendaal uit te nodigen om een voorstelling uit de populaire ‘Voor Het Blok’-reeks te spelen in het Openluchttheater Nispen. Deze voorstellingen draaien in het geheel om het improvisatievermogen van de acteurs. Degenen die zich regelmatig ‘Voor het Blok’ hebben laten zetten bij de vrijdagochtendproductie ‘Bij DMP op de thee of koffie’ in de RABOBANK-galerie van De Kring weten dat deze specifieke discipline bij dit gezelschap wel goed zit.  Het concept week in de open lucht niet af van de zaalvoorstellingen. Spelleider Corné van Sprundel gaf de acteurs steeds een opdracht mee die zij naar beste artistieke kunnen dienden te realiseren.  De vaste cast, bestaande uit Ad Paantjes, Bas Ambachtsheer, Myrthe Michielsen en Dragan Zuijkerbuijk, kreeg bij deze gelegenheid versterking van Merijn Backx, Ingrid Bakker en Edwin Schepers, al bleef de laatstgenoemde nagenoeg onzichtbaar.
Het begin had het karakter van een toneelrepetitie. Bij wijze van warming-up liet Corné zijn acteurs op commando lopen over de zwarte toneelvloer. Daarnaast moesten ze zich op zijn bevel respectievelijk een stille pose, een flirt met het publiek, paniek voor bijen, een hoogtevreeservaring in de Pagode (Efteling), een liefdevolle groepshug en een wedstrijdje op handen en voeten lopen/kruipen laten welgevallen. De eerste echte opdracht was voor Ad en Myrthe. Myrthe had tijdens een vakantie in de Ardennen ruzie gekregen met haar vaste vriend Bas (die pas later mocht opdraven) en zocht vervolgens haar toevlucht tot Ad, die in een hutje in het bos al negen jaar het leven van een kluizenaar leidde. De vraag die ze hem na een aarzelende kennismaking stelde, ‘Wil je mij?’ was er een in de buitencategorie van ‘Waar de meeste mannen alleen maar van kunnen dromen’. Bovendien bood ze ook nog eens aan om te wassen, te strijken, te poetsen en te koken. Toneel kan soms zo verleidelijk zijn. Desondanks hapte Ad niet direct toe en dat kwam zijn geloofwaardigheid niet bepaald ten goede. Vriendje Bas kwam aan de deur in een ultieme poging zijn vriendinnetje terug te winnen en te behoeden voor een geïsoleerd leven. Aanvankelijk leek hij daarin te slagen, maar door zijn stupide botheid koos Mythe uiteindelijk toch voor Ad. Het ontbrak er nog maar aan dat de kluizenaar de scene afsloot met ‘Zal ik je dan maar even laten zien waar de wasmachine staat?’ Corné van Sprundel schuwde de taboegrens niet. De volgende scene tussen Dragan en Bas handelde over een zogeheten Darkroom, niet geschikt voor al te jonge toeschouwers dus. De spelleider zette Ad en Bas vervolgens stevig voor het blok door hen met een opdracht volgens het A-B-C-principe op te zadelen. Acteur 1 opent de scene met een zin die begint met een A, de ander reageert met zin startend met het B-woord, tot het gehele alfabet is afgewerkt. Geïnspireerd door een welluidende kerkklok en een ronkende motor op de achtergrond wisten ze daar heel goed raad mee.  De zogeheten houdingsscene was voor Myrthe en Dragan. Een uitverkorene in het publiek mag de acteurs daarbij in een eindhouding wegzetten en het is daarna aan hen om aan het slot van de scene in die pose te geraken. Een kolfje naar de hand van dit doorgewinterde goed op elkaar ingespeelde tweetal. Het ‘Moordspel’ werd gespeeld met steun van twee gastacteurs uit het publiek. Op deze wijze moeten de acteurs, verdeeld over twee groepen, een door de spelleider aangegeven woord zien te raden. De slotscene stelde Mythe als nooit eerder tevoren in staat om te excelleren.  Als cursusleidster van ‘Blijf aan mijn Lijf’, bestemd voor mannen die fysiek van hun vrouwelijke partner vervreemd zijn geraakt, nam ze Ad, Dragan en Bas aan het eind van de cursus een praktijkexamen af. Wat er toen volgde aan erotische geladenheid, zal waarschijnlijk nooit eerder op Nispense bodem te beleven zijn geweest. Althans niet in het openbaar. Van de drie heren vergde het in ieder geval naast heel wat inlevingsvermogen het nodige  inhoudingsvermogen om niet al te gretig van de verleidelijk aangeboden verboden vrucht te proeven. Gierend van het lachen riep Myrthe in het applaus –enigszins overbodig uit- uit dat ze aan deze opdracht wel heel veel plezier had beleefd.  Daar twijfelde niemand aan. Na een korte afsluitende scene die bestond uit een geslaagde zoektocht naar een blauwe melkmachine werd het blok verwijderd van het podium. DMP heeft met deze voorstelling weer eens ten overvloede bewezen dat dit improvisatieconcept, mits voorzien van regelmatig, wisselende, frisse gastacteurs, nog jaren mee kan. Zeker als Myrthe zich zo blijft blootgeven!           
Voor Het Blok – DrieMaalPlankenkoorts, versterkt met enkele gastacteurs, gezien door Jaap Pleij op zaterdag 8 juli in het Openluchttheater Nispen.


Donderdag 6 juli 2017

PVC DOET MEE AAN GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN 2018

Aanvankelijk zou ik de beslissing of de PVC al dan niet meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 pas in september of oktober nemen. Ik word echter van zoveel kanten aangemoedigd om er opnieuw voor te gaan dat ik de knoop nu reeds heb doorgehakt.  De PVC doet weer mee, uiteraard zou ik er aan toe voegen. Het is mij duidelijk geworden dat de PVC lang niet alleen staat in zijn afkeer van de bestuurlijke arrogantie die dit College van B&W nu al ruim drie jaar aan de dag legt. Er is die periode geen partij zo actief geweest  als de PVC, via deze nieuwssite daar constant verslag van gedaan. De antwoorden die dit College produceerde op prangende vragen van de PVC , waren veelal onvolledig, nietszeggend en ronduit ongeïnteresseerd.
In een ongekend openharige bui liet wethouder Cees Lok in een mislukte poging tot antwoord op de zoveelste prangende vraag weten dat dit gemeentebestuur zich niet geroepen voelt ‘ om verantwoording af te leggen aan individuele burgers’,  maar dat slechts doet aan de gemeenteraad. Om dus eindelijk echt inhoudelijke antwoorden te ontvangen op al die vragen moet de PVC dus een raadszetel zien te bemachtigen. Pas dan wordt dan misschien duidelijk waarom dit College maandelijks 16.000 euro verspilt aan die volstrekt nutteloos gebleken binnenstadsdirectie, om maar direct een van de grootste ergernissen van de PVC bij de hoorns te vatten. Dit College – en met name wethouder Lok-  heeft zich in alle bochten gewrongen om geen gevolg te geven aan de constructieve voorstellen van de PVC. Logischerwijs is er maar een geschikte plek voor de jaarlijkse Roosendaalse Kermis te bedenken: het parkeerterrein van het Herstaco Stadion waar niet alleen de gehele kermis samengebracht kan worden, maar waar er tevens volop parkeergelegenheid is voor de bezoekers. Daarmee is tevens de binnenstad van een week lang onnodige overlast verlost.  Lok schuift weliswaar een stukje op in de goede richting –noodzakelijk vanwege de bebouwing van de Wipwei (zonder overleg met de omwonenden doorgedrukt)- maar waakt er zorgvuldig voor van het parkeerterrein weg te blijven.  De laatste keer dat ik Lok persoonlijk sprak zei hij blij te zijn dat de PVC niet in de gemeenteraad is vertegenwoordigd. Vanuit zijn gezichtspunt kan ik me dat heel goed voorstellen. Het College heeft het in het Raadhuis uitzonderlijk gemakkelijk gehad in de afgelopen periode,  alleen de VLP wist zo af en toe stevig weerwerk te leveren en gelijk de PVC met verfrissende ideeën te komen.  Lok is inmiddels door zijn VVD  tot lijsttrekker gebombardeerd. Ik verheug me dus op de komende raadsperiode en reken maar dat hij zich dan niet langer achter de afdeling Communicatie kan verschuilen.  Of de PVC weer als eenmanspartij de politieke strijd aangaat, is nog niet duidelijk.  Daarover moet ik me nog beraden.    


Dinsdag 4 juli 2017

DIRECTEUR DEKKERS RICHT ZICH WEER OP MUZIEK

Leerlingen van het VMBO en praktijkonderwijs krijgen sinds september 2016 samen les in één gloednieuw gebouw. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen van verschillende onderwijsvormen elkaar leren kennen? Het Da Vinci College startte onder begeleiding van Bekijk ‘t het project Adembenemend Da Vinci. Tal van creatieve projecten brachten deze leerlingen samen. Maandagmiddag 3 juli werd het tweejarige, succesvolle project feestelijk en met een uitgebreide presentatie afgesloten in De Kring.
Voor de scheidende directeur Joseph Dekkers was dit de laatste activiteit in zijn lange onderwijsloopbaan. ‘Nog veertien dagen en dan ben ik directeur af. Ik loop hier dan ook wat je noemt met een dubbel gevoel rond.  Ik beleef nog altijd veel plezier aan de school en het onderwijs, ik ben nog nooit een dag met tegenzin van huis gegaan. Aan de andere kant vind ik het ook wel leuk dat ik nu wat meer tijd krijg voor mijn vele hobby’s, waarvan muziek de hoofdmoot is. Het koor van de O.L. Vrouwekerk ben ik ondanks de drukke werkzaamheden altijd blijven dirigeren. Waarschijnlijk komen daar nu wat activiteiten in die richting bij. Vervelen zal er absoluut niet bij zijn. Ik ben in ieder geval blij dat ik het Adembenemend Da Vinci  in de nieuwe constellatie nog een schoolseizoen heb mogen ervaren. Ik durf het nu dan ook met een gerust hart los te laten’, aldus Dekkers.  Rond De Kring is er een kwartier voor aanvang sprake van een gezellige drukte. Projectleider Claudia praat me even bij over wat ik deze middag ongeveer kan verwachten. Opvallend is de wijze waarop de 180 leerlingen die bij deze projecten betrokken waren hun plaatsen in de zaal innemen.  Dat gaat groepsgewijs, zeer gedisciplineerd naar Vlaams voorbeeld. De afgelopen jaren kregen de leerlingen van de eerste (daarna tweede) klas elke maandagmiddag cultuuronderwijs, met als doel elkaar beter te leren kennen, door samen te werken aan creatieve opdrachten.  Op die manier werd voorzichtig toegeleefd naar het ‘wonen’ onder een dak. ‘De leerlingen hebben in dit project een ongekende veelzijdigheid getoond en een indrukwekkende verzameling resultaten geproduceerd. Ze maakten fotoreportages, brachten bedrijven en buurtbewoners in beeld en werkten met dans, theater, muziek, film en beeldende kunst aan de openingsvoorstelling van het nieuwe schoolgebouw. Ze creëerden spetterende videoclips, animaties, een promotiefilm voor school en een kookboek waarin hun eigen recepten centraal staan’, aldus Claudia die in haar enthousiasme nauwelijks te stuiten is. Samen met de leerlingen en leerkrachten werd er op deze  3e juli teruggeblikt op de hoogtepunten van het project en het kookboek Da Vinci Kookt, één van de projecten, ten doop gehouden.  Tussendoor waren er dansacts, konden de leerlingen eigen ontwerpen zeefdrukken en werden er hapjes uit het kookboek geserveerd. Het eerste gedeelte van het zaalprogramma, gepresenteerd door een rappende externe docent, bestond grotendeels uit videofilms. Allereerst een documentaire over het project, gevolgd door gesprekjes met omwonenden en bekende Roosendaalse ondernemers, zoals Patrice van boekhandel Het Verboden Rijk, Maison et Moi, Rijwielshop Roosendaal, De Praxis en De Korenbloem, de filmploeg ging ook langs bij de politie en De Kring. De rappende presentator was benieuwd wat de leerlingen en ook de docenten van hun vroegere gebouwen misten in het Adembenemende Da Vinci. ‘De trappen waren beter. Die zijn in dit gebouw wel erg smal’, waagde een leerlinge het een als negatief ervaren verschil te rapporteren. Gelijk Johan Cruijff was de microfonist niet voor een gat te ontvangen. ‘Bekijk het eens van de positieve keerzijde. Door die smalle trappen word je gedwongen elkaar nog beter te leren kennen. Maar dan letterlijk’. Zou positivisme ook een vak zijn op het Da Vinci? Zo niet, dan valt het misschien te overwegen.  Het eerste deel werd afgesloten met een flitsend optreden van de dansgroep The Furious Flow. Deze lichamen van elastiek hadden er in het geheel geen moeite mee om leerlingen en docenten uit de stoelen te krijgen. 


Zondag 2 juli 2017

DOLF JANSEN COMBINEERT GRAPPEN SMAAKVOL MET MUZIEK

‘Roosendaal, laat je horen. Of nee, doe toch maar niet’, roept Dolf Jansen, dan nog ‘buiten beeld’. De Roosendalers doen hun best, maar gezien hun geringe aantal klinkt het alsof ze vooral het laatste advies ter harte hebben genomen. Al anderhalf jaar toert de cabaretier met The LSB Experience door Nederland, waarbij ze meestal voor volle zalen staan. Deze keer dus niet in het Openluchttheater Vrouwenhof. Waar het aan ligt? Het heeft weliswaar geregend deze zondagochtend, maar op dit moment hadden de weersomstandigheden niet beter kunnen zijn.  Er zijn nu eenmaal twee zaken die je als organisator niet in de hand hebt: het publiek en het weer!
Dolf ziet wel het bizarre van de situatie in en doet meteen een beroep op zijn immense improvisatievermogen als er een ‘Marokkaanse Bruiloft’ luid toeterend langs het Vrouwenhofpark trekt. Dit onverwachte intermezzo belet Jansen niet om ‘the scenery’ te verplaatsen naar de Amerikaanse West-Coast, en vooral de muziek die daar geproduceerd wordt.  Hij neemt het publiek mee naar Club The Troubadour, waar grootheden als Crosby, Stills, Nash, James Taylor, Elton John, Tom Waits, The Eagles, Joni Mitchell en Jackson Browne sinds de opening in 1957 hun carrière begonnen. En dat allemaal onder de bezielende leiding van de fameuze Doug Weston. ‘Het was zogezegd een plek waar widows en wirdows tot bloei kwamen. Die sfeer van seks, drugs en rock&roll gaan wij hier in Roosendaal tot leven brengen. Weet iemand waarom deze locatie Het Vrouwenhof wordt genoemd? Maakt niet uit, zo meteen gaan de hekken op slot en is dit de Vrouwenhofparenclub. Dit onder het motto ‘Love the one you with’. Jammer overigens dat we niet in Wouwse Plantage staan, dat klinkt als een …wouw…te gekke plek voor een cannabisfeestje. Weet u overigens in welke plaatsen relatief de meeste drugs worden gebruikt? Urk en Volendam. Dat is wel te verklaren. Je zal maar als geboren Urker iedere dag wakker worden in Urk en als je buiten komt alleen maar andere Urkers zien lopen. Bovendien stinkt vrijwel alles naar vis.  Word je niet bepaald vrolijk van. In Volendam hebben ze hetzelfde probleem, daar komt alleen die kutmuziek nog bij, wat het allemaal nog een graadje erger maakt. Als je daar de naam John Lennon laat vallen, denken ze dat je het over een van de drie J’s hebt’. Dolf Jansen heeft een show gemaakt die een perfecte combinatie is van muziek en humor. De groene poloshirtjes die de leden van de Vrouwenhofcrew dragen, vormen een dankbare inspiratiebron. ‘Jullie gaan zo wel in jullie eigen groen op. Realiseren jullie je dat wel?’. Net als de dames in het publiek. ‘De oerfuncties van de vrouw waren lopen en liggen. Door de evolutie is dat langzaam veranderd in weglopen en dwarsliggen. Waar is het dus fout gegaan?’ Het muzikale gehalte van de The LSB Experience  ligt bijzonder hoog. Ook zonder hun frontman zouden ze het publiek uitstekend vermaken, maar als zanger is Dolf Jansen toch ook niet te versmaden. ‘Ohio’ van Neil Young en ‘The River’ van Bruce Springsteen komen vrijwel perfect zijn strot uit. En passant speelt hij nog een kleine quiz met het publiek. Wie recent overleden popartiesten kan opnoemen, gaat met een fraaie CD van The Troubadour naar huis. Al met al een uitermate onderhoudende middag in het Vrouwenhofpark. Met dank – zeker niet in de laatste plaats- aan de weergoden.
De tweede Exotische Markt in het Openluchtheater Nispen trof het aan het begin van de dag heel wat slechter. ‘De regen trekt weg, en langzamerhand breekt overal de zon door’, aldus het ietwat overdreven optimistische weerbericht op de radio waarmee de West-Brabanders op pad werden gestuurd. Rond 11.30 uur was daar nog helemaal niets van te merken. Sterker nog, hoe dichter bij de dorpskern, des te sterker liet Pluvius zich gelden. Iman Dane, belast met het geluid, zag het even aan, maar besloot al snel een tentje bij te zetten. De arbeid was amper gedaan of daar brak het beloofde zonnetje door.      

Allerhande kleuren, geuren, klanken, bijzondere kadootjes, smaken en sferen kwamen deze zondag samen op deze bijzondere plek achter de Kerk.  Een exotische markt is synoniem voor de inwendige mens, dus waren er wederom overheerlijke gerechten te proeven uit onder meer Indonesië, Vietnam en Suriname. Het programma ging om 10.30 uur van start met een optreden van Falun Gong, gevolgd door respectievelijk Djembé Makasi, Line Dance, Broazinho, Aliyesdance, Remko Willems, PaPaGoNi, Tai Chi Sung Tao, Djembé Makasi, Aliyesdance, Broazinha.  Voor elk optreden was circa een half uur uitgetrokken.  De heel vroege vogels konden van 10.30 tot 11.00 uur deelnemen aan de Falun Gong workshop onder leiding van Leonie Uijtdehaag.  Falun Gong, oftewel Falun Dafa, is een zeer oude vorm van qigong, de praktijk van het verfijnen van lichaam en geest door middel van oefeningen en meditatie. De eenvoudige, langzaam uitgevoerde oefeningen hebben een positieve invloed op de gezondheid en verminderen stress en spanningen. De bewegingen zijn gemakkelijk aan te leren en geschikt voor alle leeftijden. Makasi, een energieke Djembé Afrikaanse slagwerkgroep onder leiding van Sander Berkvens, bracht traditionele West-Afrikaanse ritmes en arrangementen ten gehore op djembé's en doundouns. Toen de trommels waren verstild, was het podium voor de line-dancers onder leiding van Jack Koopman. Aan Johan Derksen is zoals bekend deze vorm van dansen niet besteed, maar het was zeer aangenaam om naar te kijken. Deze dansen vormden een mooie brug naar het Zeeuwse duo Broazinha, bestaande uit Debora Meier (leadzangeres,  percussie) en James van de Water (gitaar, backingvocals). Aliyesdance onder begeleiding van Aliye vervolgde het programma met kleurrijke tribaldans, opgebouwd uit oosterse klanken en sierlijke bewegingen die hun oorsprong vinden in de buikdans, dat alles  gecombineerd met Spaanse-, Indiase- en zigeunerdans. Rond 14.30 uur maakte Remko Willems, de in Nispen wonende gitarist en gitaardocent, zijn opwachting. Net als Iman Dane was hij vol lof over het niveau van de deelnemers die ze de zaterdag daarvoor in de voorronde van ‘Roosendaal Zingt Proeftuin’ aan het werk hadden gezien in het Xperience Theater (Parrotia). ‘Ik probeerde de kern van muziek maken uit te leggen. Bij drie van hen bleek dat helemaal niet nodig. Die hebben dat van nature al mee gekregen. Dat zijn zangtalenten om in de gaten te blijven houden’, aldus de immer enthousiaste Remko Willems.  De finale van ‘Roosendaal Zingt Proeftuin’ is op zondag 10 september in Lunchlokaal Noen aan de Raadhuisstraat. Na Remko Willems was het podium voor PaPa Goni. Het gezelschap deed voor de eerste keer Brabant aan. Een heuse primeur dus voor Nispen.  Het publiek was gewaarschuwd: deze swingende, en soms stevige mix van West-Afrikaanse muziek vermengd met pop, jazz, funk en soul vraagt om dans en interactie en dat gebeurde dan ook. Het unieke is dat westerse instrumenten worden gecombineerd met Afrikaanse instrumenten zoals de kamale n'goni (vandaar de bandnaam), de djembé, en doundouns. PaPa Goni, geselecteerd voor Popronde 2017,  speelde onder meer nummers van de CD die in aantocht is. Sung Tao uit Roosendaal gaf vervolgens een demonstratie in het verzamelen en opbouwen van Chi of levensenergie.  De eettentjes en kraampjes met producten uit onder andere het verre Oosten, Wereldwinkel, Unicef, Afrika; Ghana en Kenia, Edelstenen, Marokko en beelden uit Bali zorgden voor de nodige afleiding en verpozing.